ECLI:NL:RBOBR:2026:6602

ECLI:NL:RBOBR:2026:6602

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer R.01/25/90
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Beslissing RC
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

verzoek verkorting looptijd WSNP ex art. 349a Faillissementswet (Fw); door spaarzaam te leven heeft schuldenaar het voor de boedel bestemde bedrag eerder bijeen gespaard; onvoldoende grond voor verkorting en geen bijzondere omstandigheid; afwijzing

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht

Insolventienummers: R.01/25/90

Uitspraakdatum: 1 september 2026

Afwijzing verzoek verkorting looptijd WSNP

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 november 2025 is de schuldsaneringsregeling

uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenaar] ,

geboren op [geboortedag] 1935 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] ,

hierna te noemen: de schuldenaar.

1. Het verzoek

De bewindvoerder heeft op verzoek van de beschermingsbewindvoerder bij bericht van 17 juni 2026 – mede namens de schuldenaar – verzocht de termijn van de schuldsaneringsregeling te verkorten op grond van artikel 349a lid 2 Faillissementswet. De reden voor het verzoek verkorting is gelegen in het feit dat de schuldenaar het totaal van de nog te verwachten boedelafdrachten (10 maanden x € 276,38) in zijn geheel kan inleggen. Schuldenaar heeft daarvoor nu al, vanuit het vrij te laten bedrag (vtlb), voldoende gereserveerd. De schuldenaar heeft dit bedrag kunnen sparen vanwege zijn hoge leeftijd en gezien het feit dat hij enorm zuinig leeft. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat zij de bankmutaties heeft nagelopen en dat voor zover zij het kan overzien inderdaad alle gelden die aan de boedel toekomen zijn afgedragen.

2. Het procesverloop

Tijdens de toelatingszitting op 13 november 2025 heeft de schuldenaar verzocht om de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling eerder in te laten gaan. Dit verzoek is afgewezen omdat de schuldenaar niet de benodigde informatie heeft overgelegd om te kunnen bepalen dat de schuldenaar tijdens het minnelijke traject aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.

De beschermingsbewindvoerder heeft – namens de schuldenaar - de rechter-commissaris op 3 januari 2026 verzocht om het eerdere verzoek om een eerdere ingangsdatum van het Wsnp traject te bepalen opnieuw te overwegen. Als reden werd hiervoor aangegeven:

“…dat er in het voortraject wel is gespaard voor de schuldeisers (dit bedrag is naar de Wsnp boedelrekening overgemaakt) maar dit bedrag is op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder opgebouwd en niet overgemaakt naar de minnelijke (of een andere) spaarrekening. Daarover was wat verwarring ontstaan, aldus de beschermingsbewindvoerder. Ik ben nagegaan of er zich op de beheerrekening maandelijks een substantieel saldo opbouwde van mei 2025 tot de toelatingszitting en dit blijkt het geval te zijn.”

De rechter-commissaris heeft dit verzoek op 8 januari 2026 afgewezen en daarbij aangegeven dat het op de weg van de schuldenaar had gelegen om hoger beroep in te dienen, maar dat hiervan geen gebruik is gemaakt.

Hierop is door de bewindvoerder op 14 maart 2026 verzocht de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verkorten. Hiertoe werd onder andere het volgende aangevoerd:

“Tijdens de toelatingszitting is volgens de beschermingsbewindvoerder een misverstand ontstaan over de reservering voor schuldeisers vanaf de opheffing van het beslag (in mei 2025). Zij verzoekt om het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen alsnog in overweging te nemen: er is namelijk wel maandelijks saldo gereserveerd op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder maar deze bedragen zijn niet daadwerkelijk overgemaakt naar de minnelijke spaarrekening.

Het gespaarde saldo is alsnog ten goede gekomen van de schuldeisers middels overmaking naar de Wsnp boedelrekening. De beschermingsbewindvoerder was zich er niet van bewust dat tegen het besluit om geen eerdere ingangsdatum van het Wsnp traject te bepalen bij de toelatingszitting de mogelijkheid tot hoger beroep bestond. Van deze mogelijkheid is daarom geen gebruik gemaakt. In februari 2025 is een minnelijk voorstel aan de schuldeisers gedaan. In mei 2025 is het beslag op het inkomen (gelegd door deurwaarder Van de Pas) opgeheven. In tegenstelling tot wat in het advies eerdere ingangsdatum was vermeld is pas vanaf juni 2025 het volledige inkomen zonder beslag ontvangen. Vanaf juni 2025 is het inkomen boven het vtlb op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder gereserveerd.”

Het verzoek om verkorting van de looptijd is bij beschikking van 27 maart 2026 afgewezen omdat er geen aanwijzingen waren dat de feiten die alsnog zijn aangedragen, niet bekend hadden kunnen zijn ten tijde van de toelatingszitting bij de rechtbank. Ook zijn de rechter-commissaris geen nieuwe feiten of duidelijke fouten in de eerdere beslissing gebleken.

Op 17 juni 2026 is een nieuw verzoek tot verkorting van de looptijd ingediend, ditmaal wegens andere gronden zoals aangegeven onder punt 1.1.

3. De beoordeling

De wet bepaalt dat de termijn voor de schuldsaneringsregeling in beginsel 18 maanden is. Artikel 349a van de Faillissementswet biedt de rechter-commissaris de mogelijkheid om de termijn te verkorten op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar, dan wel ambtshalve. Blijkens de wetsgeschiedenis dient van deze mogelijkheid met terughoudendheid gebruik gemaakt te worden. Dat betekent dat van verkorting alleen sprake kan zijn, indien sprake is van bijzonder omstandigheden van het geval, die meebrengen dat de belangen van de schuldenaar bij een kortere schuldsaneringsregeling zwaarder moeten wegen dan de belangen van schuldeisers bij het doorlopen van de verlengde saneringstermijn.

De rechter-commissaris overweegt dat de schuldeisers belang hebben bij de gebruikelijke termijn van de schuldsaneringsregeling van 18 maanden omdat er nu sprake is van een aanzienlijke afloscapaciteit. Dat de schuldenaar erin is geslaagd om het voor de boedel beschikbare bedrag reeds binnen een relatief korte periode bijeen te sparen, is weliswaar positief, maar vormt op zichzelf onvoldoende grond voor een verkorting van de looptijd. De omstandigheden dat het verwachte bedrag voor de schuldeisers reeds is gerealiseerd, betekent niet dat daarmee de schuldsaneringsregeling kan worden beëindigd. De looptijd van de schuldsaneringsregeling strekt er immers niet uitsluitend toe een bepaald bedrag voor de schuldeisers bijeen te brengen. Gedurende de looptijd dient de schuldenaar zich te houden aan de op hem rustende verplichtingen en dient te worden vastgesteld dat hij zich gedurende de gehele regeling aan die verplichtingen houdt. Dat op de schuldenaar gelet op zijn pensioengerechtigde leeftijd, geen sollicitatieverplichting rust, maakt dit niet anders. De informatieverplichting, maar ook de verplichting dat er geen nieuwe schulden mogen ontstaan, blijven bestaan.

Daar komt bij dat de wettelijke looptijd van deze schuldsaneringsregeling al is vastgesteld op 18 maanden. Een verdere verkorting van deze termijn is alleen aangewezen indien daarvoor voldoende bijzondere omstandigheden bestaan. Het enkele feit dat de schuldenaar door spaarzaam te leven het voor de boedel bestemde bedrag eerder bijeen heeft gebracht, kan niet als een dergelijke bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. Van bijzondere omstandigheden die het belang van de schuldenaar zwaarder doen wegen dan het belang van de schuldeisers, is niet gebleken.

Gelet op het bovenstaande zal het verzoek tot verkorting worden afgewezen.

3. De beslissing

De rechter-commissaris:

- wijst het verzoek tot verkorting van de termijn van de schuldsaneringsregeling af.

Deze beschikking is op 1 september 2026 gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, rechter-commissaris.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.C.E.F. Moulen Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand