ECLI:NL:RBOBR:2026:6608

ECLI:NL:RBOBR:2026:6608

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer K/4802/11603565
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Eindhoven

Samenvatting

Luchtvaart - geannuleerde vlucht - verordening van toepassing - luchtvaartmaatschappij heeft niet alle redelijke maatregelen genomen - compensatie is toewijsbaar

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 11603565 \ CV EXPL 25-2105

Uitspraak: 27 augustus 2026

Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 1 (ingetrokken),2. [eiser 2],

wonende in [woonplaats] ,

eisende partij sub 2,3. [eiser 3],

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 3,4. [eiser 4],

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 4,5. [eiser 5],

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 5,6. [eiser 6],

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 6,7. [eiser 7],

wonende in [woonplaats] ,eisende partij sub 7,

hierna worden eiser 2 tot en met 7 samen genoemd: Passagiers,

gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim B.V.),

tegen

RYANAIR DAC,

gevestigd te Swords, Co. Dublin, Ierland,

verweerster,

hierna te noemen: Ryanair,

gemachtigde: mr. J.J. Croon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met producties (genummerd 1 tot en met 5), - het verweerschrift met producties (genummerd 1 tot en met 5),- de conclusie van repliek namens Passagiers met producties 6 en 7, - de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Tussen partijen staat, voor zover voor de beoordeling van belang, het volgende vast.

Passagiers hebben een vlucht geboekt voor 11 september 2023 met vluchtnummer [nummer 1] van Eindhoven Airport (EIN) naar Ibiza Airport (IBZ).

Vlucht [nummer 1] is geannuleerd en Passagiers zijn omgeboekt naar een andere vlucht van Ryanair met vluchtnummer [nummer 2] die op 12 september 2023 is vertrokken.

3. Het geschil

Passagiers stellen het volgende. Aangezien vlucht [nummer 1] is geannuleerd en zij met een vervangende vlucht later dan drie uur op Ibiza zijn aangekomen hebben zij op grond van Verordening 261/2004 (hierna: de Verordening) recht op financiële compensatie van € 250,00 per persoon. Uitgaande van 7 passagiers betreft dit een vordering ter hoogte van € 1.750,00. Daarnaast vorderen Passagiers sub 1 en sub 2 een vergoeding voor de hotelovernachting die zij hebben geboekt, omdat zij een dag later in Ibiza zijn aangekomen. De vergoeding van de hotelkosten komt ook voor vergoeding in aanmerking (artikel 9 van de Verordening). Dit betreft € 152,00. Passagiers hebben niet weersproken dat sprake is van buitengewone omstandigheden, maar zij stellen zich op het standpunt dat Ryanair onder deze omstandigheden Passagiers de keuze had moeten geven tussen restitutie van de ticketprijs, dan wel een plek op een alternatieve vlucht bij de eerste gelegenheid met Ryanair of een andere luchtvaartmaatschappij (artikel 8 lid 1 sub a en b van de Verordening). Ryanair heeft de Passagiers omgeboekt naar de vlucht [nummer 2] die op 12 september 2023 is vertrokken. Passagiers voeren aan dat de voorgaande vlucht (van Ibiza naar Eindhoven) in Brussel is gestrand. De passagiers van deze vlucht zijn met busvervoer naar Eindhoven gebracht. Passagiers voeren aan dat zij met de bus naar Brussel gebracht hadden kunnen worden, omdat het vliegtuig daar stond te wachten, Brussel geen nachtsluiting kent en dit tot gevolg zou hebben gehad dat de passagiers minimaal 10 uur eerder in Ibiza waren aangekomen. Verder merken Passagiers ook op dat Transavia op 12 september 2023 om 6:55 uur een vlucht ( [nummer 3] ) naar Ibiza heeft uitgevoerd. Ryanair heeft de verantwoordelijkheid om een alternatieve vlucht bij de eerste gelegenheid aan te bieden en dit brengt met zich mee dat de stelplicht en bewijslast op Ryanair rust om aan te tonen dat de door haar geboden ‘rescuevlucht’ daadwerkelijk bij de eerste gelegenheid heeft plaatsgevonden, aldus Passagiers.

Ryanair is het hier niet mee eens en voert verweer. Er is sprake geweest van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening.

Als gevolg van slechte weersomstandigheden (onweersbuien) kon de voorgaande vlucht ( [nummer 4] ) niet landen op Eindhoven Airport en is de vlucht noodgedwongen naar Brussels Airport uitgeweken. Hierdoor kon de daaropvolgende vlucht van Passagiers in deze procedure – [nummer 1] – niet op tijd vertrekken. Hierbij komt dat Eindhoven Airport een nachtsluiting vanaf 21:00 uur kent. Dat sprake was van slechte weersomstandigheden blijkt uit het Ops statement waar ook de METAR aan is toegevoegd en het Air Safety rapport (productie 5 bij verweerschrift). Passagiers zijn om die reden omgeboekt naar een ‘rescuevlucht’ op 12 september 2023. Deze vlucht is om 12:05 uur in Ibiza aangekomen. Ryanair voert aan dat het aanbieden van een alternatieve vlucht door de eigen luchtvaartmaatschappij die aankomt binnen 24 uur na de oorspronkelijke aankomsttijd kan worden gezien als een redelijk te nemen maatregel. Om die reden was het voor Ryanair niet relevant om de beschikbaarheid van vluchten van andere maatschappijen te onderzoeken, of Passagiers met bussen naar Brussel te vervoeren. Ryanair verzoekt de kantonrechter om Passagiers niet ontvankelijk te verklaren, dan wel hun verzoek af te wijzen. Een en ander met een kostenveroordeling aan de zijde van Passagiers.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het verzoek van eiser sub 1 is ingetrokken

Alvorens inhoudelijk op de zaak wordt ingegaan, stelt de kantonrechter vast dat partijen het erover eens zijn dat de vordering voor zover die ziet op eiser sub 1 is ingetrokken. Zoals blijkt uit de e-mailcorrespondentie overgelegd als productie 1 bij het verweerschrift heeft Aviclaim de verzoeken van passagier sub 1 ingetrokken.

De vergoeding voor de geannuleerde vlucht

De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt.

Voorts wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen vhet geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van vertrek Eindhoven is.

Tussen partijen is niet in geschil dat buitengewone omstandigheden hebben geleid tot de annulering van vlucht [nummer 1] . In geschil is of Ryanair alle redelijke maatregelen heeft genomen.

Op grond van artikel 8 lid 1 sub a en b van de Verordening dient de luchtvaartmaatschappij haar passagiers bij annulering de keuze te geven tussen restitutie van het vliegticket en een alternatief vervoerplan naar de overeengekomen eindbestemming bij de eerste gelegenheid. In zijn uitspraak van 29 juli 2019 in inzake Rusu/Blue Air (HvJ EU, C-354/18, ECLI:EU:C:2019:637) heeft het HvJ EU overwogen dat dit recht op bijstand van artikel 8 van de Verordening mede het recht omvat om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen om een juiste en weloverwogen keuze te kunnen maken, waarbij de uitoefening van dat recht geen enkele verplichting voor de passagier met zich kan meebrengen om zelf actief de informatie in te winnen. Dat betekent, aldus het HvJ EU, dat de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert ertoe is verplicht om de betrokken passagiers volledig te informeren over alle mogelijkheden uit artikel 8 lid 1 van de Verordening. Van Ryanair mag worden verwacht dat zij in het licht van genoemde HvJ EU-uitspraak een of meer specifieke alternatieve vluchten aanbiedt. Onder ro. 59 van die uitspraak overweegt het HvJ EU, dat het aan de luchtvaartmaatschappij is "om de betrokken passagiers [...] een alternatief reisplan onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden naar hun eindbestemming bij de eerste gelegenheid aan te bieden" en onder ro. 60 dat de luchtvaartmaatschappij "bij het maken van een concreet voorstel [...] meerdere bepalende factoren in aanmerking [moet] nemen en samenvoegen, in het bijzonder het tijdstip waarop de alternatieve vlucht zal aankomen op de eindbestemming, de omstandigheden waarin de beoogde vlucht zal kunnen plaatsvinden, en of die luchtvaartmaatschappij de beoogde alternatieve vlucht zelf kan uitvoeren dan wel of de hulp van een andere luchtvaartmaatschappij nodig is [...]". Tot slot overweegt het HvJ EU dat de verantwoordelijkheid van de betrokken luchtvaartmaatschappij om een alternatieve vlucht aan te bieden en te organiseren met zich brengt dat op de luchtvaartmaatschappij de stelplicht en bewijslast rust dat de aldus georganiseerde alternatieve vlucht bij eerste gelegenheid heeft plaatsgevonden.

Het staat vast dat Ryanair Passagiers een vervangende vlucht op 12 september 2023 heeft aangeboden. Gesteld noch gebleken is dat Ryanair zich heeft ingezet om een vervangende vlucht op een eerder tijdstip voor de passagiers te verzorgen. Het is dan ook de vraag of er sprake is geweest van een alternatieve vlucht bij eerste gelegenheid. Passagiers hebben onweersproken aangevoerd dat busvervoer naar Brussel een optie was, en dat Transavia een eerdere vlucht naar Ibiza heeft uitgevoerd, waarvan niet duidelijk was of er nog plekken beschikbaar waren op deze vlucht. Ryanair heeft zich enkel op het standpunt gesteld dat zij door het aanbieden van een ‘rescuevlucht’ op 12 september 2023 redelijke maatregelen heeft getroffen. Uit het HvJ EU arrest inzake TAP (HvJ EU, 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460) volgt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is, indien de passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen. Dit is anders indien er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door haarzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij, of dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor die laatste een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip.

Ryanair heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat de door haar georganiseerde ‘rescuevlucht’ bij eerste gelegenheid heeft plaatsgevonden en daarmee alle redelijke maatregelen heeft genomen om het tijdverlies en ongemak voor Passagiers te beperken. Dat had zeker op haar weg gelegen, gelet op de door Passagiers naar voren gebrachte en onweersproken gelaten, alternatieve mogelijkheden waardoor Passagiers eerder op de plek van bestemming waren aangekomen.

De slotsom is dat Ryanair om die reden niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd dat zij alle redelijke maatregelen heeft genomen. Zij kan daarom geen geslaagd beroep doen op artikel 5 lid 3 van de Verordening. De gevorderde compensatie voor 6 passagiers is daarmee toewijsbaar.

Tegen de gevorderde wettelijke rente is door Ryanair geen afzonderlijk inhoudelijk verweer gevoerd, zodat deze ook zal worden toegewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten

Op grond van de overgelegde producties stelt de kantonrechter vast dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Hoewel veelal gebruik is gemaakt van standaardbrieven gaat het in onderhavig geval om werkzaamheden van substantiële aard en omvang. Aan buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen een bedrag van € 236,40 overeenkomstig het Besluit BIK, gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag en op hetgeen met betrekking tot de verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden is vermeld.

Kosten hotelovernachting eiser sub 2 worden erkend

Omdat eiser sub 2 een dag later is vertrokken, heeft zij een hotel overnachting geboekt. Ryanair heeft erkend dat zij is gehouden deze kosten te vergoeden en heeft – in het verweerschrift – toegezegd de kosten voor eiser sub 2– ter hoogte van € 76,00 te vergoeden, maar niet is gebleken dat Ryanair deze kosten inmiddels heeft aan eiser sub 2 heeft betaald. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen.

De proceskosten komen voor rekening van Ryanair

Ryanair is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Passagiers wordt vastgesteld op:

- griffierecht

€

257,00

- salaris gemachtigde

€

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

€

126,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

817,50

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Ryanair om aan Passagiers te betalen de som van € 1.576,00 ((6 x

€ 250,00) + € 76,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 11 september 2023 tot de dag van betaling van de hoofdsom,

veroordeelt Ryanair om aan Passagiers te betalen de som van € 236,40 aan buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt Ryanair in de proceskosten van € 817,50, te vermeerderen met de kosten van betekening als Ryanair niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand