ECLI:NL:RBOBR:2026:6610

ECLI:NL:RBOBR:2026:6610

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 01-316879-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde omdat er onvoldoende bewijs is voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht de onder feit 1 impliciet subsidiair en feit 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde mishandeling wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank legt op een taakstraf voor de duur van 120 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij 1 gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel op. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij 2 gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.566,00 vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel op.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.316879.22

Datum uitspraak: 14 september 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1999],

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 mei 2025, 30 juli 2026 en 31 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding 7 maart 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 19 november 2022 te Eindhoven, althans in Nederland, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (boven)kaak en/of een ooglid laceratie, heeft toegebracht door - meermalen, althans eenmaal (met kracht) (met gebalde vuist) op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of - op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en/of - die [slachtoffer 1] te wurgen, althans samendrukkend geweld en/of een krachtsinwerking op de nek en/of hals en/of keel van die [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer 1] te beletten;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 november 2022 te Eindhoven, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door - meermalen, althans eenmaal (met kracht) (met gebalde vuist) op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of - op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en/of - die [slachtoffer 1] te wurgen, althans samendrukkend geweld en/of een krachtsinwerking op de nek en/of hals en/of keel van die [slachtoffer 1] uit te oefenen en/of gedurende enige tijd de ademhaling van die [slachtoffer 1] te beletten, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (boven)kaak en/of een ooglid laceratie ten gevolge heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 19 november 2022 te Eindhoven, althans in Nederland, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (onder)kaak, heeft toegebracht door (met kracht) (met gebalde vuist) op/tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan/stompen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 november 2022 te Eindhoven, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door (met kracht) (met gebalde vuist) op/tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan/stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (onder)kaak tengevolge heeft gehad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de rechtbank gevorderd om tot een bewezenverklaring te komen van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van zware mishandeling en mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg ten aanzien van beide aangevers. Ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde mishandelingen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen zijn uitgewerkt in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Nadere bewijsoverwegingen.

Op 19 november 2022 hebben in de parkeergarage aan de Ten Hagestraat te Eindhoven twee geweldsincidenten plaatsgevonden waarbij aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) en aangeefster [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) slachtoffer zijn geworden. Aan verdachte is primair zware mishandeling, subsidiair mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge ten aanzien van beide aangevers ten laste gelegd, hetgeen ziet op het tweede incident.

De rechtbank stelt het volgende vast.

Op 19 november 2022 omstreeks 04:21 uur vindt er een eerste geweldsincident plaats in de parkeergarage waarvan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] slachtoffer zijn. Dit geweldsincident eindigt om 04:24 uur. Om 04:28 uur stapt [slachtoffer 2] uit de BMW en komt verdachte de parkeergarage ingelopen. Verdachte probeert [slachtoffer 2] een boks te geven, waarop [slachtoffer 2] niet reageert. Wel roept zij iets naar verdachte waarna verdachte met een agressieve houding voor haar komt staan en haar een stoot geeft met zijn bovenlichaam. Beiden schreeuwen vervolgens naar elkaar. Enkele seconden later is verdachte in gevecht met [slachtoffer 1]. Onder andere is te zien dat het gevecht zich verplaatst langs de BMW en dat [slachtoffer 1] schopt naar verdachte. [slachtoffer 2] heeft geprobeerd om verdachte en [slachtoffer 1] uit elkaar te houden. Er ontstaat een woordenwisseling waarbij [slachtoffer 1] bij het linker voorportier staat en [slachtoffer 2] en verdachte bij het rechter voorportier. [slachtoffer 2] zegt meermaals iets tegen verdachte maar wordt telkens weggeduwd door verdachte. Op enig moment staan alle betrokkenen aan de rechterzijde van het voorportier en ze schreeuwen naar elkaar. [slachtoffer 2] geeft verdachte meermaals een duw terwijl [slachtoffer 1] achter haar staat, vervolgens beweegt [slachtoffer 1] richting verdachte, waarop verdachte hem wegduwt. De betrokkenen bewegen zich naar de rechter uitrijstrook en [slachtoffer 2] probeert verdachte en [slachtoffer 1] weer uit elkaar te halen, wat niet lukt. Verdachte haalt daarna met kracht uit waarbij hij [slachtoffer 1] aan de linkerzijde van zijn gezicht raakt en waardoor [slachtoffer 2] ook wordt geraakt. [slachtoffer 2] komt ten val en blijft ogenschijnlijk bewusteloos op de grond liggen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] daarna meermaals, al dan niet met kracht, geslagen en ook getrapt. Uiteindelijk zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de BMW gestapt en vertrokken.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de ten laste gelegde verwurging onder feit 1 dat hiervoor onvoldoende bewijs is. De rechtbank zal verdachte daarvan partieel vrijspreken.

De rechtbank stelt vast dat er zonder meer sprake is van mishandeling van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] door verdachte. Uit de aangiftes en medische stukken die door aangevers zijn overlegd volgt dat zij beiden letsel hebben opgelopen naar aanleiding van dit tweede incident met verdachte [verdachte]. De vraag die aan de rechtbank voor ligt, is of dit letsel kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel.

Juridisch kader zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden, afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw alsmede storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd. Ook buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid.Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, kunnen in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit. De vaststelling aan de hand van deze gezichtspunten of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, zal vaak worden gegrond op gegevens van medische aard. In evidente gevallen kan bij die vaststelling ook in aanmerking worden genomen wat algemene ervaringsregels over die gezichtspunten leren.

Overwegingen ten aanzien van feit 1.

De rechtbank stelt vast dat aangever [slachtoffer 1] een gebroken kaak en ooglid laceratie heeft opgelopen naar aanleiding van beide geweldsincidenten. De rechtbank overweegt dat er geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen de ooglid laceratie en het handelen van verdachte. Immers is [slachtoffer 1] kort voor de geweldsincidenten geopereerd aan zijn ooglid, waardoor dit het ooglid kwetsbaar is. De rechtbank kan niet buiten gerede twijfel vaststellen dat de klappen van verdachte hebben geleid tot complicaties, omdat dit gelet op de kwetsbaarheid, ook kan komen door handelen tijdens het eerste geweldsincident. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het letsel ‘ooglid laceratie’.

Ten aanzien van de gebroken kaak overweegt de rechtbank dat op de beelden te zien is dat verdachte een harde kap tegen de linkerzijde van het gezicht van [slachtoffer 1] geeft, waarna [slachtoffer 1] direct naar zijn kaak grijpt. De rechtbank stelt daarom vast dat dit letsel bij [slachtoffer 1] is veroorzaakt door het handelen van verdachte. Voorts overweegt de rechtbank dat in het ziekenhuis is vastgesteld dat licht letsel betreft en dat niet is gebleken van medisch ingrijpen. Bovendien heeft [slachtoffer 1] na één dag weer kunnen werken. Hoewel in het normaal spraakgebruik een kaakbreuk mogelijk als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt, kwalificeert de rechtbank dit niet als zodanig gelet op de onbekende herstelperiode en het ontbreken van medisch ingrijpen. Voorts blijkt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat enkele botbreuken op zichzelf onvoldoende zijn om als zwaar lichamelijk letsel te kwalificeren.

De rechtbank zal ten aanzien van feit 1 verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en de subsidiair tenlastegelegde mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. De impliciet meer subsidiair ten laste gelegde eenvoudige mishandeling acht de rechtbank wel bewezen.

Overwegingen ten aanzien van feit 2.

De rechtbank overweegt dat verdachte [slachtoffer 2] hard tegen het hoofd heeft geraakt. Voorts stelt de rechtbank vast dat bij [slachtoffer 2] een gebroken kaak is vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is dit letsel aan het handelen van verdachte te wijten.

Ten aanzien van de aard van het letsel overweegt de rechtbank als volgt. In het ziekenhuis in Eindhoven is de gebroken kaak geconstateerd, maar daar is geen medische behandeling geïndiceerd. Vervolgens is in het ziekenhuis in Geel ander letsel geconstateerd (als gevolg van het eerste geweldsincident), waarvoor wel medische behandeling noodzakelijk was en waarvoor [slachtoffer 2] in het ziekenhuis is opgenomen. Dat er tijdens die opname ook een medische behandeling is ondergaan vanwege de gebroken kaak kan de rechtbank niet vaststellen. Evenmin kan de rechtbank vaststellen wat de hersteltijd is nu medische stukken ter onderbouwing in het dossier ontbreken. Zoals hiervoor reeds overwogen is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het enkele feit dat het gaat om één of meerdere botbreuken, onvoldoende om tot een bewezenverklaring van zwaar lichamelijk letsel te komen.

De rechtbank zal ten aanzien van feit 2 verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en de subsidiair tenlastegelegde mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. De impliciet meer subsidiair ten laste gelegde eenvoudige mishandeling acht de rechtbank wel bewezen.

Conclusie.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder feit 1 impliciet meer subsidiair en feit 2 impliciet meer subsidiair ten laste gelegde mishandelingen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen in de bewijsmiddelenbijlage komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. impliciet meer subsidiair:

op 19 november 2022 te Eindhoven, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door - meermalen, met kracht met gebalde vuist op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan/stompen en - op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen terwijl het feit lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenkaak ten gevolge heeft gehad;

2. impliciet meer subsidiair:

op 19 november 2022 te Eindhoven, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door met kracht met gebalde vuist tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan, terwijl het feit lichamelijk letsel, te weten een gebroken onderkaak ten gevolge heeft gehad.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de rechtbank gevorderd om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om geen straf op te leggen die de duur van het voorarrest te boven gaat.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], waarbij zij beiden kaakbreuken hebben opgelopen. Verdachte komt aan in de parkeergarage waarin aangevers zich op dat moment bevonden en raakt in een discussie met [slachtoffer 2], waarbij hij direct een agressieve houding aanneemt en haar duwt met zijn lichaam. Vervolgens ontstaat een gevecht met [slachtoffer 1], waarbij door verdachte fors geweld is gebruikt. Tijdens deze vechtpartij geeft verdachte aan [slachtoffer 1] een dermate harde klap dat hij niet alleen de kaak van [slachtoffer 1] breekt, maar hierbij ook [slachtoffer 2] tegen het hoofd slaat waardoor zij bewusteloos op de grond valt en haar kaak breekt. De rechtbank rekent deze totaal zinloze geweldsexplosie verdachte zeer aan. Bovendien waren er meerdere momenten waarop verdachte het gevecht stopte en verdachte weg had kunnen lopen, maar hij koos er juist voor om het gevecht opnieuw aan te gaan en nog meer geweld toe te passen.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de volgende feiten en omstandigheden.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 22 juni 2026 betreffende verdachte, blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor (andersoortige) strafbare feiten.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf, waarbij ten aanzien van een mishandeling in beginsel uit wordt gegaan van een droge klap waarvoor een geldboete wordt opgelegd. De rechtbank neemt echter in aanmerking de forse hoeveelheid geweld, het zinloze karakter van het geweld, de plotselinge explosie van agressie en het ernstige letsel dat verdachte bij twee aangevers heeft toegebracht. Gelet op deze strafverzwarende omstandigheden kan in beginsel enkel worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank stelt echter vast dat de redelijke termijn met 18 maanden is overschreden, waardoor de rechtbank zal afzien van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een forse taakstraf en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank dan ook passend en geboden.

De rechtbank overweegt dat de voorwaardelijke gevangenisstraf ook van belang is om te voorkomen dat verdachte wederom de fout in zal gaan. Dit risico bestaat vooral wanneer er alcohol in het spel is. Daarom acht de rechtbank de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf naast de taakstraf noodzakelijk.

Alles overziend zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis en met aftrek van het voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot vergoeding van de schade ingediend bestaande uit € 3.500,00 immateriële schade en € 1.016,00 proceskosten.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de vordering voor één derde toe te wijzen, nu de schade door verdachte en twee andere verdachten van het eerste incident zou zijn toegebracht. De officier van justitie heeft tevens verzocht om het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht om de vordering te matigen tot € 300,00 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens heeft de verdediging verzocht om de proceskosten af te wijzen.

Beoordeling.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de immateriële schade als volgt. Aan verdachte is naar het oordeel van de rechtbank de gebroken kaak toe te rekenen. De vordering ziet echter voor het grootste gedeelte op immateriële schade die is ontstaan naar aanleiding van verwurging, waarvan de rechtbank verdachte vrijspreekt. De benadeelde partij heeft verder aangevoerd dat er schouderletsel is wat eveneens een vergoeding voor immateriële schade rechtvaardigt. De rechtbank is van oordeel dat er geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen de gedragingen van verdachte en het schouderletsel, waardoor hiervoor geen vergoeding zal worden toegekend.

Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor immateriële schade voor wat betreft de kaakbreuk heeft de rechtbank acht geslagen op de Rotterdamse Schaal. Daaruit volgt dat bij licht letsel, dat volledig geneest binnen een periode van 2-4 maanden een vergoeding van maximaal € 2.175,00 kan worden toegekend. Gelet hierop begroot de rechtbank de vergoeding van immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering.

Ten aanzien van de proceskosten overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 532 van het Wetboek van Strafvordering dient de rechter in zijn uitspraak te beslissen over de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Een redelijke uitleg van artikel 532 van het Wetboek van Strafvordering brengt mee dat bij de begroting van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. In civiele procedures wordt doorgaans bij de begroting van de proceskosten een zogenoemd liquidatietarief gehanteerd. Deze tarieven zijn geen recht in de zin van artikel 79 van de wet op de rechterlijke organisatie, maar slechts een de rechter niet bindende richtlijn. Een dergelijke richtlijn leent zich bovendien niet steeds voor directe toepassing op door de gemachtigde verrichte werkzaamheden ten behoeve van de benadeelde partij die zich in het strafproces heeft gevoegd (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).

Indien de proceskosten zouden worden begroot op het door de gemachtigde gevorderde bedrag zou dit tot een onredelijk hoge veroordeling in de proceskosten leiden. Nu de onderhavige vordering van eenvoudige aard is, zal de rechtbank de proceskosten berekenen volgens het liquidatietarief voor kantonzaken. Dit betekent dat de proceskosten worden begroot op een bedrag van € 360,- per punt, en niet de gevorderde € 508,- per punt. Dit betekent dat de proceskosten zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 720,- (1 punt voor het opstellen van de vordering en 1 punt voor het bijwonen van de zitting). De rechtbank verklaart het meer gevorderde niet ontvankelijk.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot vergoeding van de schade ingediend, bestaande uit € 3.086,00 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de helft van het gevorderde schadebedrag toe te wijzen. Daarvoor is van belang dat op 19 november 2022 ook een eerder geweldsincident heeft plaatsgevonden waarvan [slachtoffer 2] het slachtoffer is geworden en waaraan zij ook letsel heeft overgehouden. Niet alle schade is dus toe te rekenen aan verdachte. De officier van justitie heeft tevens verzocht om het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering te gecompliceerd van aard is omdat niet kan worden vastgesteld welke verdachte verantwoordelijk is voor welk gedeelte van het letsel, en heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling.

Ten aanzien van de materiële schade, bestaande uit een vergoeding voor kosten voor huishoudelijke hulp, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank concludeert dat deze post in totaal € 3.066,00 bedraagt (6 x € 334 + 6 x € 177), in plaats van € 3.086,00. De rechtbank overweegt voorts dat de schade voldoende is onderbouwd, en dat dit een rechtstreeks gevolg is van de gedragingen van verdachte, waardoor de kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de benadeelde partij in de vordering heeft onderbouwd dat zij last heeft van hoofdpijnklachten, waardoor zij dagelijkse taken niet goed kan uitvoeren. Onbetwist is dat [slachtoffer 2] vóór het incident het huishouden volledig zelf verzorgde. De rechtbank acht deze klachten een rechtstreeks gevolg van een klap tegen het hoofd van aangeefster door verdachte.

Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank dat de hoogte van de gevorderde immateriële schade is gebaseerd op het lichamelijk letsel van de benadeelde partij. [slachtoffer 2] heeft als gevolg van het eerste geweldsincident inwendig letsel aan de milt, een klaplong en gebroken ribben overgehouden. Als gevolg van het tweede geweldsincident heeft [slachtoffer 2] een gebroken kaak. Alles overwegende begroot de rechtbank de totale omvang van de immateriële schade naar billijkheid op een totaalbedrag van € 5.000,--.

Gelet op het feit dat de vordering op twee geweldsincidenten ziet met twee verschillende verdachten, die vlak na elkaar hebben plaatsgevonden, zal de rechtbank de vordering naar rato gedeeltelijk toewijzen. De rechtbank overweegt daartoe dat het letsel dat door verdachte is veroorzaakt een minder groot gedeelte van de geleden schade oplevert dan de schade die door de andere verdachte is veroorzaakt. De rechtbank zal ten aanzien van verdachte alles overziend een bedrag van € 1.500,00 aan immateriële schade toewijzen en een bedrag van

€ 1.066,00 aan materiële schade toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1 impliciet meer subsidiair:

* mishandeling

t.a.v. feit 2 impliciet meer subsidiair:

* mishandeling

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straffen:

* een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis;

beveelt dat de tijd, die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte op te leggen taakstraf;

* een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat verdachte voor het einde van een proeftijd van 2 jaar de hierna te noemen voorwaarde niet heeft nageleefd;

voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

legt op de volgende maatregelen:

t.a.v. feit 1 impliciet meer subsidiair:

* de maatregel van schadevergoeding;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1], van een bedrag van € 1.000,00. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.000,00 immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;

t.a.v. feit 2 impliciet meer subsidiair:

* de maatregel van schadevergoeding;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2], van een bedrag van € 2.566,00. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.066,00 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 1.000,00 immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot aan de datum van de uitspraak begroot op € 720,00, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.066,00 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Vermeulen, voorzitter,

mr. M. Langstraat en mr. S.V. Vullings, leden,

in tegenwoordigheid van mr. L.A.P.H. Kirkels, griffier,

en is uitgesproken op 14 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.M. Vermeulen
  • mr. M. Langstraat
  • mr. S.V. Vullings

Griffier

  • mr. L.A.P.H. Kirkels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand