[naam betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek, ontvangen op 12 januari 2026.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van 19 juni 2024 is het vermogen van de betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van
problematische schulden. Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind dan wel ontslag als bewindvoerder.
Aan het verzoek wordt het volgende ten grondslag gelegd.“De communicatie met betrokkene verloopt moeizaam en escaleert regelmatig. Betrokkene overschrijdt daarbij herhaaldelijk professionele grenzen in zijn communicatie richting medewerkers van ons kantoor. Ondanks meerdere pogingen om duidelijke afspraken te maken over de wijze van contact, verbetert dit niet. Verder neemt betrokkene zelfstandig contact op met instanties over zaken die onder het bewind vallen. Dit helpt niet mee bij de uitvoering van het bewind en leidt tot verwarring bij betrokken instanties. Eigenlijk wordt hiermee de uitvoering van het bewind onmogelijk gemaakt door betrokkene. Afgelopen week heeft betrokkene persoonsgegevens van medewerkers van ons kantoor gedeeld met personen in zijn eigen netwerk. Dit handelen kunnen wij niet accepteren en vormt een risico voor de privacy en veiligheid van onze medewerkers. Betrokkene respecteert de privacy van onze medewerkers niet en komt erg intimiderend over.”
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter heeft geen reden te twijfelen aan de stellingen van de bewindvoerder. Intimidatie van een bewindvoerder is onaanvaardbaar. Het verspreiden van persoonsgegevens van medewerkers van de bewindvoerder in het netwerk van de betrokkene is niet alleen intimiderend, maar kan bovendien hun privacy schenden. Voortzetting van het bewind bij de huidige bewindvoerder acht de kantonrechter niet zinvol. Hoewel de noodzaak voor het bewind nog altijd bestaat, heeft de kantonrechter er, gezien de gedragingen van betrokkene, onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene de voor een zinvolle uitvoering van het bewind noodzakelijke houding heeft. De kantonrechter acht het onwaarschijnlijk dat betrokkene zich bij een andere bewindvoerder wèl naar behoren zal gedragen. De kantonrechter zal het bewind daarom opheffen.
In beginsel dient betrokkene over een verzoek van de bewindvoerder en een voornemen van de kantonrechter tot opheffing van het bewind, gehoord te worden. Gelet op het feit dat sprake is van fors grensoverschrijdend gedrag richting de bewindvoerder, ziet de kantonrechter in dit geval reden dit achterwege te laten.
beslissing
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [naam betrokkene] op per 17 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: