beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder [naam bewindvoerder] Kvkno. [kvk] ,
Postbus [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 15 augustus 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 21 augustus 2025;
- de brieven van betrokkene, ontvangen op 3 september 2025 en 18 september 2025 en
12 december 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 januari 2026. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene en de bewindvoerder van betrokkene verschenen.
beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Aan het verzoek ligt – kort samengevat – ten grondslag dat betrokkene zonder bewind verder wil, zodat hij zelf zijn financiële zaken kan regelen.
De bewindvoerder heeft zowel schriftelijk als ter zitting aangegeven dat opheffing van het bewind niet verstandig is. De situatie van betrokkene is nog steeds hetzelfde als ten tijde van het laatste verzoek opheffing in 2023. Betrokkene zelf heeft geen kijk op zijn eigen financiële situatie en hij snapt het allemaal niet meer zo goed. Ook is de gezondheid van betrokkene verder achteruit gegaan. Betrokkene kan niet altijd goed voor zichzelf zorgen en ontvangt een aantal keer per week begeleiding vanuit [naam organisatie begeleiding] Ook [naam organisatie begeleiding] is van mening dat betrokkene niet zonder bewind kan.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Bij beschikkingen van 23 mei 2017, 11 september 2018, 11 maart 2019, 30 juni 2020,
28 april 2021, 25 februari 2022, 25 april 2022, 27 oktober 2022 en 10 november 2023 zijn eerdere verzoeken tot opheffing van het bewind over de goederen van betrokkene afgewezen.
Betrokkene heeft in zijn verzoek en ter zitting ook geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die de kantonrechter ertoe zouden kunnen brengen anders te oordelen dan op de vorige verzoeken opheffing is gedaan. De kantonrechter is er allerminst van overtuigd dat betrokkene in staat is zijn financiën zelfstandig te beheren en is van oordeel dat, gelet op de problematiek, een professionele bewindvoerder noodzakelijk is. De enkele mededeling van betrokkene dat hij het zelfstandig kan maakt dit niet anders. Daarom zal de kantonrechter het verzoek opheffing van het bewind afwijzen. Een nieuw verzoek opheffing van het bewind zal alleen in behandeling worden genomen als er sprake is van nieuwe en/of gewijzigde omstandigheden.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.