ECLI:NL:RBOBR:2026:6722

ECLI:NL:RBOBR:2026:6722

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 01-029616-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van ontucht met zijn stiefkind. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.029616.26

Datum uitspraak: 18 september 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1980] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

betasten en/of aan te raken en/of daarbij over die vagina te wrijven (vingeren)

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 3 augustus 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks 4 juni 2021 tot en met 19 juli 2021 te Maastricht en/of Helmond,

in elk geval in Nederland ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer] , geboren op [2003] , door eenmaal of meerdere malen

- met zijn vingers en/of handen de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer] te

- met zijn tong de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] te likken (beffen)

- zich door die [slachtoffer] te laten aftrekken

- die [slachtoffer] , vaginaal te penetreren met zijn penis.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte. Wel heeft zij verzocht de ten laste gelegde periode te beperken van 4 juni 2021 tot en met 12 juli 2021. Daarnaast heeft zij naar voren gebracht dat de vaginale penetratie twee keer heeft plaatsgevonden in plaats van zes keer.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Omdat verdachte het ten laste gelegde heeft bekend en zijn raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank ziet gelet op hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht en gezien de bewijsmiddelen aanleiding de ten laste gelegde periode in te korten van 4 juni 2021 tot en met 12 juli 2021.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

in de periode van 4 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 te Maastricht en Helmond,

ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer] , geboren op [2003] , door meerdere malen

- met zijn vingers de vagina van die [slachtoffer] te betasten en aan te raken en daarbij over die vagina te wrijven (vingeren)

- met zijn tong de vagina van die [slachtoffer] te likken (beffen)

- zich door die [slachtoffer] te laten aftrekken

- die [slachtoffer] vaginaal te penetreren met zijn penis.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsadvies van 18 mei 2026.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft gevraagd bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een langdurige detentieperiode zal voor hem ingrijpende gevolgen hebben. Hij zal zijn werk en daarmee zijn inkomen verliezen. Ook zal hij niet langer in staat zijn om de kinderalimentatie te voldoen en komt het behoud van zijn koopwoning onder druk te staan. Verder betekent een langdurige detentie dat de zorg voor de zoon van verdachte volledig bij moeder komt te liggen en dit is gelet op haar gezondheidssituatie zeer zwaar en soms zelfs onmogelijk. Verdachte heeft behandeling en begeleiding nodig en een detentie zal het aangaan van een behandeling uitstellen. Tot slot heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat verdachte een first offender is. De raadsvrouw heeft gevraagd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag (gelet op het taakstrafverbod) en daarnaast een voorwaardelijk deel met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht gedurende een periode van bijna zes weken. Hij heeft meermalen vergaande seksuele handelingen verricht bij zijn destijds 17-jarige stiefdochter [slachtoffer] zowel tijdens een weekendje weg als thuis. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de positie die hij als stiefvader had jegens zijn stiefdochter en van de gezags- en vertrouwensverhouding die tussen hen bestond. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zijn eigen seksuele behoefte volledig boven het welzijn van zijn stiefdochter heeft gesteld. Dit terwijl [slachtoffer] zich (thuis) bij haar stiefvader veilig en vertrouwd had moeten voelen. [slachtoffer] heeft ter terechtzitting op indrukwekkende wijze gebruik gemaakt van haar spreekrecht. Zij heeft uitgelegd wat de impact van het misbruik is geweest en nog steeds is op haar leven. Het behoeft geen betoog dat ontucht met een minderjarig kind, zeker als dit gepleegd wordt door haar eigen stiefvader, zeer nadelige gevolgen kan hebben in de zin van psychische en emotionele schade en dat zij hierdoor ernstig kan worden geschaad in haar verdere ontwikkeling. Uit hetgeen [slachtoffer] heeft verteld tijdens de terechtzitting van 4 september 2026 volgt dat zij veel last heeft van wat haar door haar stiefvader is aangedaan en wat de verstrekkende nare gevolgen voor haar zijn nadat zij het misbruik van haar stiefvader naar buiten heeft gebracht. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden.

Kijkend naar de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 18 mei 2026. Hieruit blijkt het volgende:

“Wij zien het psychosociaal functioneren en de relatie met partner, gezin en familie als

delictgerelateerd en als risicofactoren. Betrokkene heeft in zijn jeugd te maken gehad met wisselende gezinssamenstellingen waardoor hij moeite heeft met het (h)erkennen van verschillende manieren van het hebben van relaties en verschillende manieren van ‘houden van’. Daarnaast kan betrokkene niet met zijn emoties omgaan, hij stopt deze weg. Beide factoren hebben een rol gespeeld in het delictgedrag. De heer [verdachte] heeft voor zijn gevoel gedurende zes weken een partnerrelatie met zijn stiefdochter gehad en is hierbij grenzen en de bestaande machtsongelijkheid uit het oog verloren. De heer [verdachte] is zich bewust van de bovenstaande factoren en staat open voor interventies die hierop gericht zijn. We zien dit als een beschermende factor.(…..). Betrokkene heeft geen contact met de aangeefster. We zien een laag-gemiddeld recidive risico en zijn van mening dat een ambulante behandeling kan bijdragen aan het verder verminderen van het recidiverisico.”

De op te leggen straf.

Gelet op de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer acht de rechtbank een gevangenisstraf de enige passende strafmodaliteit. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsadvies. Op deze manier krijgt verdachte na zijn detentie de behandeling en begeleiding die hij nodig heeft.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 43.295,00 bestaande uit

€ 28.295,00 materiële schade en € 15.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schadevergoeding ten aanzien van de opgelopen studievertraging onvoldoende is onderbouwd en daarom niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Met betrekking tot het gevorderde bedrag aan eigen risico heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft zij gevraagd deze fors te matigen en aansluiting te zoeken bij hoofdstuk 15.2 van de Rotterdamse schaal en een vergoeding vast te stellen tussen de € 1.500,00 en € 6.000,00.

Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade het gevorderde bedrag aan eigen risico ter hoogte van € 770,00. De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde materiële schade met betrekking tot de studievertraging nader onderzoek vergt en dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen. Om deze reden zal dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dit gedeelte van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van oordeel dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat aan de benadeelde partij op grond van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek een vergoeding wegens geleden immateriële schade toekomt nu sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade, rekening houdend met in de rechtspraak in soortgelijke gevallen toegekende bedragen aan smartengeld en met de Rotterdamse schaal (onder punt 15.2 onder b) naar billijkheid toewijzen tot een bedrag van € 12.500,00. Bij het vaststellen van het bedrag heeft de rechtbank meegewogen dat sprake is geweest van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de minderjarige benadeelde partij.

Voor het meer gevorderde wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht de vordering daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 13.270,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2021 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2021 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

ontucht plegen met zijn stiefkind, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren

Voorwaarde is, dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Polluxstraat 114 te Eindhoven of via telefoonnummer 088-8041504 .

Ambulante behandeling

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek De Omslag van de GGZ Eindhoven, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag en/of andere problematiek.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat veroordeelde:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van

€ 13.270,00 bestaande uit € 770,00 materiële schade en € 12.500,00 immateriële schade.

De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Maatregel van Schadevergoeding:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 13.270,00. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 91 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit € 770,00 materiële schade en € 12.500,00 immateriële schade

De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.L. Pechaczek, voorzitter,

mr. J.H.L.M. Snijders en mr. M.T.T. Slenter, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.M.A. Akkers, griffier,

en is uitgesproken op 18 september 2026.

mr. E.C.L. Pechaczek is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.C.L. Pechaczek
  • mr. J.H.L.M. Snijders
  • mr. M.T.T. Slenter

Griffier

  • mr. M.M.A. Akkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand