ECLI:NL:RBOBR:2026:6782

ECLI:NL:RBOBR:2026:6782

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer 01-401352-24 ontneming
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Ontneming wederrechtelijk voordeel (art 36e Sr). Berekening op basis van aangetroffen productieafval. Niet hoofdelijk omdat niet vast te stellen is dat sprake is van gemeenschappelijk voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.401352.24 (ontneming)

Datum uitspraak: 22 september 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,

wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te: [verblijfplaats]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 december 2025, 5 maart 2026 en 8 september 2026.

De vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 530.534,80 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De beoordeling

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft om toewijzing van de vordering verzocht en heeft gevraagd om aan veroordeelde de betalingsverplichting hoofdelijk op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van veroordeelde heeft op de in de pleitnota aangevoerde gronden primair betoogd dat de vordering afgewezen dient te worden omdat veroordeelde geen wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Subsidiair is door de raadsman kort gezegd bepleit dat het voordeel minder is geweest. Hiertoe is aangevoerd dat er minder amfetamineolie is geproduceerd dan waar de berekening van uitgaat, dat niet aannemelijk is dat er een hoeveelheid amfetamine-olie is verkocht, dat de verkoopprijs van amfetamine-olie lager is dan waarvan wordt uitgegaan, dat er hogere kosten van de opbrengst moeten worden afgetrokken en dat er meer personen die zijn geweest die van de opbrengst hebben geprofiteerd. Hoofdelijkheid is niet aan de orde omdat niet kan worden vastgesteld dat hier sprake was van “gemeenschappelijk voordeel”.

Het oordeel van de rechtbank .

De rechtbank stelt vast dat de vordering tijdig is ingediend.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) moet worden onderzocht of, en zo ja, in hoeverre, veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten dan wel soortgelijke feiten dan wel dat andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

De rechtbank heeft veroordeelde, na totstandkoming van procesafspraken met het Openbaar Ministerie, bij vonnis van 3 december 2025 veroordeeld voor onder andere het vervaardigen van een grote hoeveelheid amfetamine, strafbaar gesteld in artikel 2 onder D Opiumwet, en het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid amfetamine(olie), strafbaar gesteld in artikel 2 onder C van de Opiumwet.

Op basis van het vonnis van 3 december 2025, het procesdossier en de behandeling van de vordering ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten.

De berekening.

Schatting minimale productieomvang

Uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: het rapport) blijkt dat het aantal ‘draaien’ (batches) dat heeft plaatsgevonden in het lab aan [adres 2] door de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) is berekend op basis van een hoeveelheid als afval aangemerkte vloeistof die op 11 december 2024 in het drugslab is aangetroffen. Dit betrof twee IBC’s met elk 750 liter basische vloeistof met een geringe bruine drijflaag en een groen vat met circa 250 liter basische gele vloeistof.

Door de verdediging is aangevoerd dat het groene vat geen productieafval bevatte maar grondwater dat gering vervuild was doordat daar kannen en andere (onderdelen van) hardware in zijn afgespoeld. Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat de inhoud van de IBC’s niet volledig als afval meegerekend moet worden omdat die vloeistof aangelengd was met water. Dit water zou in (een van) de IBC(’s) met afval terecht zijn gekomen nadat een fout met een waterslot ertoe had geleid dat een van de reactieketels was geïmplodeerd.

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet blijkt dat de vloeistof uit de IBC’s en het groene vat is geanalyseerd. De aard van de vloeistof kan dus enkel worden afgeleid uit de beschrijving hiervan. De rechtbank is, mede gelet op de verklaring van veroordeelde, van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de inhoud van het groene vat productieafval betrof. Qua uiterlijke kenmerken wijkt de vloeistof in het groene vat af van de vloeistof in de IBC’s. Daarvoor geldt dat de veroordeelde niet heeft betwist dat het productieafval betrof. Bovendien noemt de LFO de vloeistof in het groene vat in haar eerste proces-verbaal van bevindingen enkel een amfetamine gerelateerde vloeistof terwijl de inhoud van de IBC’s als sterk basisch amfetamine gerelateerd afval wordt geduid.

De stelling van de verdediging dat een deel van de vloeistof in de IBC’s is aangelengd met water na een fout met een waterslot tijdens het productieproces vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het dossier. Uit de beschrijving van de reactieketels blijkt niet dat een van de ketels geïmplodeerd was (of gedeukt) en dit valt naar het oordeel van de rechtbank ook niet af te leiden uit de foto’s in het dossier.

Gelet op voorgaande gaat de rechtbank uit van 1500 liter productieafval.

Verder is door de verdediging aangevoerd dat het door de LFO gehanteerde uitgangspunt dat twee kilo pre-precursor per liter BMK is gebruikt onjuist is. Men zou het gemiddelde van verschillende veelgebruikte pre-precursoren moeten nemen, zijnde 2,46 kilo pre-precursor per geproduceerde liter BMK. De totale hoeveelheid stoffen benodigd om de door het LFO gehanteerde 510 liter BMK te verkrijgen (3900 liter) zou dan ruim de inhoud van de reactieketels (2300 liter) overstijgen. De opbrengst per batch is ongeveer 300 liter BMK geweest en dit past ook bij de gevonden notitie waaruit een totaal van 280 kan worden afgeleid.

Naar het oordeel van de rechtbank is door de verdediging onvoldoende onderbouwd waarom afgeweken dient te worden van het door de LFO gehanteerde uitgangspunt. Dit uitgangspunt is gebaseerd op opbrengstschattingen van het NFI, de verhoudingen waarin deze stoffen in de afgelopen jaren zijn aangetroffen en de gestelde opbrengsten door drugscriminelen zelf in diverse onderzoeken.

De rechtbank gaat voor wat betreft de schatting van de minimale productieomvang dan ook uit van de berekening zoals opgenomen in het proces-verbaal van de LFO, met dien verstande dat de rechtbank uitgaat van 1500 liter afval:

Met behulp van een reactieketel van 2300 liter valt er, uitgaande van 2/3 vulgraad en een verhouding van BMK:Formamidezuur:Mierenzuur van 1:1,5:0,5 te berekenen dat er 2/3 x1/3 = 2/9 x 2300 per batch circa 510 liter BMK verwerkt kan worden.

Ervan uitgaande dat vanuit 5 volume delen BMK er 6/5 delen N-Formylamfetamine ontstaan, volgt dat er per batch uit de ketels (B1 en/of B3) circa (2/3 x 2300 - 510 x 5/6 = 920 liter 1e fase afval vrijkomt (zwakzuur N-Formylamfetamine houdend waterig afval met drijflaag).

Ervan uitgaande dat er bij de 2e kookstap per liter BMK circa 0,45 kg Natronloog nodig is en circa 1,5 x aantal liters water volgt 510 x 0,45 = 230 Kg loog in 510 x 1,5 = 765 liter 2e fase afval (sterk basisch waterig afval) per batch uit de ketels (B1 en/of B3) vrijkomt.

Uitgaande van 1500 liter sterk basisch afval uit de IBC’s volgt dat er ter plaatse minimaal 1500/765= 1,96 maal een batch is verwerkt. Dit betekent dat er alleen al op basis van het ter plaatse aangetroffen 2e fase afval, vermoedelijk minimaal 2x een batch van 510 liter BMK is omgezet in ruwe amfetamine-olie.

De rechtbank gaat er op grond van voorgaande berekening van uit dat het productieproces tweemaal is doorlopen en dat er, uitgaande van de vaststelling door de LFO dat er per draai 510 liter zuivere BMK is omgezet in minimaal 460 liter amfetamine-olie, dus 2 x 460 liter = 920 liter amfetamine-olie is geproduceerd.

De rechtbank brengt de in het drugslab aangetroffen 650 liter amfetamine-olie hierop in mindering. De overige geproduceerde amfetamine-olie is niet in het lab aangetroffen en de rechtbank gaat er dan ook bij gebrek aan andere aanwijzingen, van uit dat de resterende 270 liter amfetamine-olie is verkocht. Het verweer van de verdediging dat er niets is verkocht en daarmee ook geen wederrechtelijk voordeel is genoten faalt derhalve.

Opbrengst

Door de verdediging is aangevoerd dat de in het rapport gehanteerde literprijs voor amfetamine-olie te hoog is. In 2024 zou deze prijs lager gelegen hebben en bovendien zou in het voordeel van veroordeelde uitgegaan moeten worden van het ook in het Nationaal Prijzenoverzicht 2023 genoemde lagere bedrag per kilo.

De rechtbank ziet in de enkele stelling van de verdediging dat de prijzen ten tijde van de inval lager lagen geen aanleiding om af te wijken van de in het Nationaal Prijzenoverzicht 2023 genoemde bedragen. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de diverse prijzenoverzichten in het dossier juist volgt dat de prijzen in de loop der jaren een opgaande lijn vertonen. De rechtbank ziet ook niet in waarom zij uit zou moeten gaan van een kiloprijs nu er vloeistof is aangetroffen. De rechtbank hanteert daarom de groothandelsprijs van € 949,50 per liter.

Op grond van het voorgaande gaat de rechtbank daarom uit van een totale opbrengst van

€ 256.365,00 (270 liter x € 949,50).

Kosten

Door de verdediging is aangevoerd dat de in het rapport gehanteerde kosten te laag zijn. Er zou uitgegaan moeten worden van de hoogste kostprijs van Apaan en ook de overige kosten zijn te laag begroot. Bovendien zijn niet alle kosten meegenomen.

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet blijkt waar en tegen welke prijs de pre-precursor is aangeschaft. In het voordeel van veroordeelde zal de rechtbank daarom de (hoge) prijs hanteren voor tussenhandel in Nederland zoals deze uit het Prijzenoverzicht Drugs&Precursoren 2023 blijkt (€ 160,00 per kilo). De rechtbank ziet geen reden af te wijken van de verdere kostenberekening uit het rapport.

Waar in het rapport – afgeleid van de stijgende prijs van het eindproduct – met betrekking tot de onkosten een indexering van 3,21% over de periode 2021-2023 is toegepast, past de rechtbank die ook toe op water en fosforzuur. Voor Apaan wordt op grond van het voorgaande reeds de in 2023 geldende prijs gehanteerd.

Niet aannemelijk geworden is dat er nog meer kosten zijn gemaakt.

De berekening van de kosten luidt dan ook als volgt:

Kostprijs productie één liter BMK

Daarbij opgeteld de kosten aan hardware voor het produceren van 1 liter BMK (€ 11,10) waarvoor overeenkomstig het rapport eveneens de prijsstijging van 3,21% wordt toegepast (€ 11,46) brengt het totaal aan kosten voor het produceren van 1 liter BMK op € 350,84 + € 11,46 = € 362,30.

Ook over de kosten van de overige grondstoffen voor omzetting van BMK naar amfetamine-olie wordt overeenkomstig het rapport rekening gehouden met een prijsstijging van 3,21%. Hetgeen leidt tot de volgende berekening.

Kostprijs chemicaliën amfetamine-olie

1 liter BMK wordt omgezet in 0,95 liter amfetamine-olie. Het totaalbedrag € 390,68 / 0,95 = € 411,24 aan totale kosten voor de chemicaliën voor 1 liter amfetamine-olie.

De kosten voor de hardware benodigd bij de omzetting van BMK in amfetamine-olie dienen hierbij nog te worden opgeteld. De rechtbank neemt de gemiddelde kosten over zoals in rapport zijn genoemd: € 3,74 per liter amfetamine-olie.

Ook hier houdt de rechtbank rekening met de prijsstijging van 3,21% en komt daarmee uit op een bedrag van € 3,86 aan kosten voor hardware per liter amfetamine-olie.

De totale kosten voor de productie van 1 liter zuivere amfetamine-olie stelt de rechtbank daarom vast op € 415,10.

(€ 3,86 + € 411,24 = € 415,10 ).

Dit bedrag doorberekend, wat een totaalbedrag aan kosten maakt van:

270 liter x € 415,10 = € 112.077,00.

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank zal gelet op het voorgaande vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 144.288,00.

Toerekening

De officier van justitie heeft gevorderd veroordeelde en medeveroordeelde [medeverdachte] voor het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel hoofdelijk aansprakelijk te stellen.

Bij de bepaling van het ontnemingsvoordeel wordt volgens vaste jurisprudentie uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene gezegd kan worden in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk te hebben genoten. Het opleggen van een hoofdelijke betalingsverplichting voor het volledige bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zonder dat vastgesteld kan worden dat de betrokkene dat volledige voordeel heeft verkregen, zal over het algemeen met dit uitgangspunt in strijd zijn. Alleen als het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel als ‘gemeenschappelijk voordeel’ kan worden aangemerkt -waarover ieder van de mededaders kan beschikken of gedurende zekere tijd heeft kunnen beschikken- is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting mogelijk. Uit de jurisprudentie volgt verder dat indien door twee of meer personen een strafbaar feit is gepleegd dat wederrechtelijk voordeel heeft opgeleverd, daaraan niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat het verkregen voordeel als ‘gemeenschappelijk voordeel’ moet worden aangemerkt.

Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan in onderhavige zaak het wederrechtelijk verkregen voordeel naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als ‘gemeenschappelijk voordeel’. De vaststelling dat veroordeelde en diens medeveroordeelde [medeverdachte] de feiten in vereniging hebben gepleegd én dat ze halfbroers zijn is daartoe ontoereikend en andere aanwijzingen, waaruit kan worden afgeleid dat de veroordeelden ieder over de gehele opbrengst hebben kunnen beschikken, ontbreken.

Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat naast veroordeelden nog een of meer anderen voordeel hebben genoten. De verklaring van veroordeelden dat er (niet met name) genoemde investeerders waren en het feit dat er enkele malen andere personen bij het drugslab zijn gezien, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Evenmin is duidelijk geworden hoe de onderlinge verdeling van de opbrengst is geweest. De rechtbank zal daarom een naar redelijkheid te bepalen gedeelte van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde toerekenen, door de totale netto opbrengst pondspondsgewijs te verdelen over twee personen.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde stelt de rechtbank dan ook vast op € 144.288,00 / 2 = € 72.144,00.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

De rechtbank:

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 72.144,00 (tweeënzeventigduizend honderdvierenveertig euro).

Legt aan [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 72.144,00 (tweeënzeventigduizend honderdvierenveertig euro) ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.

Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 721 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Bernsen, voorzitter,

mr. A.E. de Kryger en mr. M.W.M. Bankers, leden,

in tegenwoordigheid van S.A. Nuyens, griffier,

en is uitgesproken op 22 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bernsen
  • mr. A.E. de Kryger
  • mr. M.W.M. Bankers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand