RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.316579.22
Datum uitspraak: 25 september 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [2004],
wonende te [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 september 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voormelde persoon in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voormelde personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);
althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voormelde personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen).
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 augustus 2026.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 11 september 2026 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van feit 1 primair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 15 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, althans Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een elektrische fiets, te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Gazelle en type Grenoble C8), toebehorende aan [slachtoffer 1] (namens de Politie)
Ten aanzien van feit 1 subsidiair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 15 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een elektrische fiets, te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Gazelle en type Grenoble C8), toebehorende aan [slachtoffer 1] (namens de Politie)
althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Ten aanzien van feit 2 primair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 16 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, althans Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Giant en type Entour E Wit), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Giant en type Entour E Zwart), toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Batavus en type Finez E-Go Ac Blauw), toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Stella en type Livorno Storm Grey Mds Su), toebehorende aan [slachtoffer 5]
Ten aanzien van feit 2 subsidiair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 16 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Giant en type Entour E Wit), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Giant en type Entour E Zwart), toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Batavus en type Finez E-Go Ac Blauw), toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Stella en type Livorno Storm Grey Mds Su), toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of
Ten aanzien van feit 3 primair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 15 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, althans Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Gazella en type Orange C7), toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Qwic en type trend blauw), toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Koga en type Enova Evo Zwart), toebehorende aan [slachtoffer 8]
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voormelde personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Ten aanzien van feit 3 subsidiair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 15 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- een elektrische fiets (van het merk Gazella en type Orange C7), toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Qwic en type trend blauw), toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of
- een elektrische fiets (van het merk Koga en type Enova Evo Zwart), toebehorende aan [slachtoffer 8]
Ten aanzien van feit 4 primair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 17 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, althans Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- elektrische fiets (VGM categorie DK4 zwart) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of
- elektrische fiets (Sparta M7b) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10],
Ten aanzien van feit 4 subsidiair:
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 17 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meerdere elektrische fiets(en), te weten:
- elektrische fiets (VGM categorie DK4 zwart) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of
- elektrische fiets (Sparta M7b) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10],
Mededeling ad informandum gevoegde strafbare feiten:
5
Plaats: Valkenswaard, gemeente Valkenswaard
Datum en tijd: 18 november 2022
Omschrijving feit: Het dragen van een voorwerp van de categorie IV onder 7° van de WWM
6
Plaats: Valkenswaard, gemeente Valkenswaard
Datum en tijd: 18 november 2022
Omschrijving feit: Opz. middelen van lijst II bereiden,bewerken etc. (>gering hoev.eigen
gebr.)
7
Plaats: Valkenswaard, gemeente Valkenswaard
Datum en tijd: 18 november 2022
Omschrijving feit: Niet voldoen aan verplichting identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair en feit 4 primair wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging.
Namens verdachte is door zijn raadsman integrale vrijspraak bepleit van feit 1, feit 2 en feit 4. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde en partiële vrijspraak gevraagd van de eerste twee gedachtestreepjes onder het subsidiair ten laste gelegde. Ten aanzien van het derde gedachtestreepje onder het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van feit 1: diefstal subsidiair heling ‘lokfiets’.
Verdachte heeft ontkend de door de politie op 8 november 2022 bij het winkelcentrum de Corridor te Valkenswaard geplaatste lokfiets op 15 november 2022 te hebben weggenomen. Ook heeft hij ontkend de fiets op 18 november 2022 voorhanden te hebben gehad.
In navolging van de raadsman van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de camerabeelden van 18 november 2022 van onvoldoende kwaliteit zijn om daar een 100% herkenning op te baseren. De herkenning door de politie van verdachte aan een roodkleurige broek, een zwarte jas en een fors postuur is te algemeen van aard. Op de camerabeelden zijn geen gelaatstrekken of unieke eigenschappen zichtbaar. De herkenning van verdachte voldoet daarom niet aan de eisen die aan een ambtsedige herkenning mogen worden gesteld.
Op basis van het op de telefoon van verdachte aangetroffen en door “G2” toegezonden ‘filmpje 1’ waarop de lokfiets wordt door de politie herkend, kan niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken is bij de diefstal of heling van deze fiets.
Ook verder heeft de rechtbank geen aanwijzingen in het dossier aangetroffen waarop betrokkenheid van verdachte bij de diefstal of heling van deze fiets kan worden vastgesteld.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het bewijs om tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit te komen ontbreekt. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2: diefstal subsidiair heling fietsen ‘Kloosterpark’.
Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de diefstal dan wel de heling van de vier fietsen die volgens de aangiften die zijn gedaan zijn weggenomen in de periode van 17 tot en met 18 november 2022 uit een fietsenstalling in een appartementencomplex aan het Kloosterpark in Valkenswaard.
Deze vier fietsen zijn in de nacht van 18 november 2022 aangetroffen op dezelfde plek als de lokfiets, namelijk in een bosgebied aan de Merendreef in Valkenswaard. Nu de rechtbank van oordeel is dat verdachte niet in verband kan worden gebracht met de diefstal of heling van de lokfiets, draagt dit gegeven niet bij aan het bewijs dat verdachte feit 2 zou hebben gepleegd.
In de vestzak van verdachte werd een boordcomputer van een elektrische fiets aangetroffen. Deze boordcomputer van het merk Bosch zou passen op de fiets van aangever [slachtoffer 4], die ook aan de Merendreef in Valkenswaard is aangetroffen. Echter, niet is vastgesteld dat deze boordcomputer specifiek toebehoort aan deze Batavus Finez. De verdediging heeft onweersproken aangevoerd dat de boordcomputer zonder sleutel los te koppelen is en dat deze past op diverse aansluitingen van fietsen met een Bosch motoraandrijving. Het bezit van deze boordcomputer vormt daarom op zichzelf onvoldoende bewijs dat verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd ten aanzien van de onder feit 2 opgenomen fietsen.
De rechtbank heeft verder geen bewijs aangetroffen in het dossier op basis waarvan betrokkenheid van verdachte bij deze verdenkingen kan worden vastgesteld.
Dat betekent dat verdachte van dit feit eveneens integraal zal worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 3: diefstal subsidiair heling fietsen ‘Elcomapark en omgeving’.
Ook ten aanzien van deze verdenkingen ontkent verdachte iedere betrokkenheid. Deze verdenkingen zien op drie elektrische fietsen die volgens de aangiften in de periode van 15 tot en met 18 november 2022 zouden zijn weggenomen uit de parkeergarage aan het Elcomapark en de omgeving in Valkenswaard. Deze drie fietsen zijn op 18 november 2022 aangetroffen ter hoogte van de [plaats 1] in Eindhoven.
Tijdens de insluitingsfouillering van verdachte is in zijn kleding een fietssleutel aangetroffen. Deze fietssleutel paste op het Walfort-ringslot dat was bevestigd op de fiets van [slachtoffer 8], een Koga Nova Evo. Dit is een van de hiervoor genoemde drie fietsen. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij deze fietssleutel in bewaring hield voor een ander, zodat die persoon de sleutel niet kwijt zou raken. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk, gelet op het feit dat in de fietstassen van deze fiets door de politie een doorgeslepen Axa-ringslot werd aangetroffen, omdat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd over deze fietssleutel en omdat verdachte met betrekking tot de fietsen van feit 4 heeft erkend dat hij de oorspronkelijke sloten ging vervangen voor Walfort-sloten die hij had gekocht.
De rechtbank volgt de verklaring van verdachte dus niet en stelt vast dat het verdachte is geweest die het Walfort-ringslot op de fiets van [slachtoffer 8] heeft bevestigd terwijl hij wist dat het om een gestolen fiets ging.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde (diefstal, al dan niet in vereniging) niet kan worden bewezen. Daarvoor bevat het dossier onvoldoende bewijs.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde (heling) is de rechtbank van oordeel dat de aanwezigheid van een Walfort-ringslot op de onder het eerste en tweede gedachtestreepje genoemde elektrische fiets onvoldoende specifiek is om de betrokkenheid van verdachte bij de heling van deze fietsen vast te stellen. Zoals door de verdediging bepleit, is een slot van het merk Walfort algemeen verkrijgbaar bij Action en een te algemeen slot om tot een bewezenverklaring van (opzet)heling van deze fietsen te komen. Ook verder heeft de rechtbank geen aanwijzingen aangetroffen voor betrokkenheid van verdachte bij de heling van deze fietsen. Verdachte zal daarvan partieel worden vrijgesproken.
Wel acht de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen, die hierna worden weergegeven, opzetheling van de onder het derde gedachtestreepje en zojuist besproken fiets van [slachtoffer 8] wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsmiddelen.
1. Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], opgemaakt, afgesloten en ondertekend op 18 november 2022, p. 67-72 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Op vrijdag 18 november 2022 waren wij op de Leenderweg te Valkenswaard voor een buurtonderzoek in verband met fietsendiefstallen inzake 2022252377.Ter hoogte van [plaats 1], de locatie waar de collega’s eerder een verdachte hadden aangehouden, zagen wij drie elektrische fietsen geparkeerd staan. Deze fietsen stonden ter hoogte van nummer 63, het pand direct naast de pizzaria ‘[naam]’.
Wij zagen dat het de volgende fietsen betrof:(…)- damesfiets, zwart, Koga Nova Evo, framenummer: KGBN44285Wij zagen dat de fietsen waren voorzien van een ringslot van het merk Walfort. Wij zagen dat deze sloten maar met één of twee schroeven vastgemaakt waren en redelijk los zaten. Gezien de feiten en omstandigheden namen wij ook de Koga in beslag ter waarheidsvinding.
2. Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3], opgemaakt, afgesloten en ondertekend op 20 november 2022, p. 73 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Op vrijdag 18 november 2022 om 06.02 uur hield ik verdachte [verdachte] op heterdaad aan (…). Voordat verdachte [verdachte] in het dienstvoertuig werd geplaatst voor transport, voerde ik een veiligheidsfouillering uit bij verdachte [verdachte]. Tijdens de fouillering trof ik één fietssleutel aan. De fietssleutel die ik tijdens de fouillering aantrof betreft dezelfde sleutel waar collega [verbalisant 4] een proces-verbaal van bevindingen van heeft opgemaakt.
3. Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 4], opgemaakt, afgesloten en ondertekend op 19 november 2022, p. 74-76 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Ik, verbalisant [verbalisant 4], kan het volgende verklaren over de bekeken fietssleutel welke tijdens de insluitingsfouillering van de verdachte in zijn kleding naar boven kwam. (...) Op geen enkele andere fiets paste deze fietssleutel, behalve op de ondergenoemde weggenomen fiets:
Elektrische fiets
Merk: Koga Nova-Evo
Kleur: Zwart
Framenummer: KGBN44285
Bijzonderheid aan deze fiets was dat in de fietstassen een kapot Axa-ringslot was aangetroffen door de betrokken verbalisanten. Op deze fiets zat een ander ringslot bevestigd waarbij ik de fietssleutel zonder moeite instak en opendraaide. Dit bevestigde mij dat deze fietssleutel op dit ringslot behoorde. Die, zoals eerder omschreven, behoorde op de weggenomen Koga Nova-Evo fiets. Deze fiets werd aangetroffen op de Leenderweg. De locatie alwaar de verdachte [verdachte] eerder werd aangehouden in de omgeving.
4. Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 8] van 21 december 2022, p. 161-165 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Ik doe namens [slachtoffer 8] aangifte van diefstal, gepleegd aan het Elcomapark 47 te Valkenswaard tussen 16 november 2022 17.00 uur en 17 november 2022 11.00 uur.
Elektrische fiets gestolen. Framenummer: KGBN44285
ELEKTRISCHE FIETSMerk: KOGAType: ENOVA EVOKleur: ZWARTBijzonderheden: Met fietstas.Het goed is: DiefstalOp slot: JaBouwjaar: 2021
Ten aanzien van feit 4: diefstal subsidiair heling fietsen ‘heterdaad’.
Verdachte werd in de nacht van 18 november 2026 door getuige [getuige] gezien en even later door de politie aangehouden terwijl hij bezig was met het vervangen van sloten van de in de tenlastelegging genoemde en bij het Kloosterpark te Valkenswaard weggenomen fietsen van aangever [slachtoffer 9] en aangever [slachtoffer 10].
Verdachte heeft hierover verklaard dat hij inderdaad bezig was met het vervangen van het slot van een van de fietsen en dat hij voornemens was ook het slot van de andere fiets te vervangen. Verdachte zou zijn gevraagd sloten mee te nemen en te komen naar de locatie waar deze fietsen stonden. De sloten van de fietsen waren opengeslepen en verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wist dat deze fietsen gestolen waren. Verdachte heeft deze gestolen fietsen voorhanden gehad, maar er is onvoldoende bewijs dat verdachte deze fietsen ook heeft gestolen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen die hierna zijn opgenomen.
Bewijsmiddelen.
1. Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 3], opgemaakt, afgesloten en ondertekend op 18 november 2022, p. 20-23 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Op vrijdag 18 november 2022 omstreeks 06.00 uur kregen wij de melding van het operationeel centrum Oost-Brabant om te gaan naar pizzeria [naam] gelegen aan de [plaats 1] te Valkenswaard. Wij hoorden dat de centralist van het operationeel centrum zei dat de melder zag dat op bovengenoemde locatie twee jongens een paar fietsen aan het wegnemen waren. Om 06.01 uur kwamen wij ter plaatse aan de [plaats 1] te Valkenswaard. Wij zagen dat in een steeg ter hoogte van perceel 67 twee jongens stonden die volledig aan het signalement voldeden. Wij zagen dat de twee jongens twee fietsen bij zich hadden. (…)
De verdachte met signalement 1 werd geïdentificeerd als: [verdachte], geboren op [2004] te [geboorteplaats].Wij zagen dat de sloten van de twee fietsen open geslepen waren. Wij zagen dat dit twee elektrische fietsen betroffen.
Het gaat om de volgende twee fietsen:- Blauwe Sparta M7b met framenummer SP5382136- Zwarte Vmg fiets met framenummer VMGM80000494Wij zagen dat op één van de fietsen drie fietssloten lagen van het merk Walfort. Wij zagen dat op alle drie de sloten twee passende sleutels zaten. Wij zagen dat naast de fietsen een setje met 7 inbussleuteltjes lag.
2. Het proces-verbaal ter terechtzitting, inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte], afgelegd op de zitting van 11 september 2026, voor zover – kort en zakelijk weergegeven – inhoudende:
Het klopt dat ik op heterdaad ben aangehouden terwijl ik bezig was om een ander slot op een van de fietsen te zetten. De andere moest nog gebeuren. Ik moest daar nog aan beginnen. De sloten waren al open, deze hadden geen stang meer. Ik kreeg de opdracht de sloten te vervangen. Ik kreeg daar geld voor.
3. Het proces-van verhoor verdachte [verdachte], opgemaakt, afgesloten en ondertekend op 18 november 2022, p. 80-87, voor zover inhoudende:
Ik kwam alleen om sloten te vervangen, daar kreeg ik 100 euro voor. Ik wist wel dat ze gestolen waren (…).
4. Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] van 29 november 2022, p. 136-137 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Ik doe aangifte van diefstal van een fiets, gepleegd aan het [plaats 2] te Valkenswaard tussen 17 november 2022 17.15 uur en 23 november 2022 14.30 uur.
Mijn e-bike is gestolen uit ons gezamenlijk fietsenhok.De fiets: Sparta M7b framenummer: sp5382136 donkerblauw-zwart.
Goednummer: 1999796
Categorie: DK42
Object: Fiets
Merk/type: Sparta M7b
Kleur: Blauw
Framenummer: SP5382136
5. Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 10] van 18 november 2022, p. 149-150 van het proces-verbaal, voor zover inhoudende:
Ik doe aangifte van diefstal, gepleegd aan het [plaats 3] te Valkenswaard tussen 17 november 2022 10.30 uur en 18 november 2022 11.05 uur.
Mijn fiets is gestolen uit de algemene fietsenstalling in het appartementencomplex
Goednummer: 1999803
Categorie: DK42Object: FietsMerk/type: VmgfietsenKleur: ZwartOverige bijzonderheden: Damesmodel met fietstassenFramenummer: VMGM8000494
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen en hetgeen daarover is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
Ten aanzien van feit 3:
subsidiair
in de periode van 16 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard:
- een elektrische fiets (van het merk Koga en type Enova Evo Zwart), toebehorende aan [slachtoffer 8], heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Ten aanzien van feit 4:
subsidiair
in de periode van 17 tot en met 18 november 2022 te Valkenswaard, meerdere elektrische fietsen, te weten:
- elektrische fiets (VGM categorie DK4 zwart) toebehorende aan [slachtoffer 9] en
- elektrische fiets (Sparta M7b) toebehorende aan [slachtoffer 10], voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Ook heeft zij verzocht de ad info-feiten onder 5 en 6 mee te wegen bij het bepalen van de strafmaat. Ten aanzien van het ad info-feit onder 7 heeft zij verzocht dit feit niet mee te wegen omdat het niet duidelijk is of verdachte is gevraagd of hij een identiteitsbewijs kon tonen.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft verzocht bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ook heeft hij verzocht de ad info-feiten onder 5, 6 en 7 buiten beschouwing te laten omdat deze overtredingen zijn verjaard.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze ter terechtzitting door de verdediging naar voren zijn gebracht.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten.
Verdachte heeft zich in 2022 schuldig gemaakt aan een drietal opzethelingen van elektrische fietsen. Heling bevordert diefstal en zorgt bovendien voor een illegaal circuit van goedkope goederen, waardoor de reguliere, eerlijke (detail)handel wordt verstoord en schade wordt toegebracht. Verdachte lijkt onderdeel te zijn geweest van een constructie waarbij er fietsen werden weggenomen, koud gezet en van slot veranderd. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de eigenaren.
Persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.
Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat verdachte zijn leven in de afgelopen drie jaren in positieve zin lijkt te hebben veranderd. Wel is verdachte op 11 augustus 2026 nog veroordeeld voor een op 28 mei 2026 gepleegde schuldheling. Deze wijziging in persoonlijke omstandigheden zal het gedrag van verdachte nu en in de toekomst ten goede komen. De rechtbank heeft voor de onderbouwing van deze positieve wending acht geslagen op het reclasseringsadvies van Novadic-Kentron van 28 juli 2026 dat is opgemaakt in de strafzaak met parketnummer 01.154118.26. Omdat verdachte na het plegen van de onderhavige feiten onherroepelijk tot straf is veroordeeld, is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Blijkens een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 augustus 2026 is verdachte op 25 augustus 2020 door deze rechtbank veroordeeld voor een poging tot afspersing tot een taakstraf. Verdachte heeft deze taakstraf verricht. Formeel is het taakstrafverbod om die reden van toepassing.
Ad informandum gevoegde feiten.
De onder 5, 6 en 7 genoemde feiten zijn overtredingen en zijn op grond van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht verjaard. De rechtbank zal deze feiten dus niet meenemen bij de strafoplegging.
Strafmaat.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met het tijdsverloop. Als uitgangspunt geldt in deze zaak dat de zaak moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.
Verdachte is op 18 november 2022 aangehouden en in verzekering gesteld. De redelijke termijn is op deze datum aangevangen. Het eindvonnis wordt in deze zaak op 25 september 2026 gewezen. De redelijke termijn is dus met bijna twee jaar geschonden, terwijl geen sprake is van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank is van oordeel dat dit matiging van de op te leggen straf moet hebben.
De rechtbank acht een onvoorwaardelijke taakstraf, naast een vrijheidsstraf gelet op het taakstrafverbod, in beginsel passend. Echter, in de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt in de tussengelegen tijd, de schending van de redelijke termijn en de maximale taakstraf die aan verdachte in 2023 is opgelegd door de rechtbank Limburg ziet de rechtbank aanleiding om geen onvoorwaardelijke, maar een voorwaardelijke werkstraf op te leggen.
Alles overwegende, acht de rechtbank een voorwaardelijke werkstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis met een proeftijd van één jaar en een gevangenisstraf voor de duur van drie dagen, met aftrek van voorarrest, op zijn plaats.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van een groot deel van de tenlastelegging. De straf die de rechtbank zal opleggen is in overeenstemming de ernst van het door de rechtbank bewezen verklaarde.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11].
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 48,16 aan materiële schade (schade aan het fietsslot) te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het onder feit 1 primair ten laste gelegde en acht de vordering van de [slachtoffer 11] toewijsbaar. Zij heeft verzocht het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde. Om die reden heeft hij verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de gedane vordering.
Beoordeling.
De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering tot vergoeding van de geleden schade aan het slot van de lokfiets niet ontvankelijk verklaren aangezien verdachte integraal wordt vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde. De benadeelde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten van verdachte.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Bewezenverklaring.
- verklaart het onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 3 primair en feit 4 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder feit 3 subsidiair en feit 4 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Strafbaarheid.
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende misdrijven oplevert:
Ten aanzien van feit 3 subsidiair:
opzetheling
Ten aanzien van feit 4 subsidiair:
opzetheling, meermalen gepleegd.
- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Strafoplegging.
- veroordeelt verdachte tot:
Ten aanzien van feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair:
een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;
een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Benadeelde partij.
Ten aanzien van feit 1 primair:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Brabant:
- bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Flikkenschild, voorzitter,
mr. A. van der Hilst en mr. M.T.T. Slenter, leden,
in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,
en is uitgesproken op 25 september 2026.