ECLI:NL:RBOBR:2026:6939

ECLI:NL:RBOBR:2026:6939

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 01-839291-06
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer terbeschikkingstelling: 01-839291-06

Uitspraakdatum: 28 september 2026

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1965] ,

verblijvende in [verblijfplaats]

(hierna: de terbeschikkinggestelde).

Het onderzoek van de zaak

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 maart 2008 is aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 16 september 2024, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 13 augustus 2026 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van de rechtbank van 14 september 2026. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige W.J.M. van Bergen en de

terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, mr. N.A. Heidanus, gehoord. In verband met problematiek rondom het vervoer van de terbeschikkinggestelde naar de rechtbank, zijn de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, met hun instemming, via een videoverbinding gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

De beoordeling

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van doodslag, verkrachting meermalen

gepleegd, opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden,

terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen

het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen

misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het

lichaam van een of meer personen.

De rechtbank neemt bij haar overwegingen het over de terbeschikkinggestelde opgemaakte advies van de [verblijfplaats] in aanmerking.

Het advies van de [verblijfplaats]

In voornoemd verlengingsadvies van de [verblijfplaats] van 29 april 2026 is onder meer het navolgende gesteld.

Betrokkene is een 60-jarige man bij wie sprake is van een ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornis, psychopathie en een stoornis in alcoholgebruik die in de gereguleerde omgeving in langdurige remissie is. Daarnaast lijkt er bij betrokkene sprake van een gestoorde seksualiteitsbeleving, waarbij er een preoccupatie is met seksualiteit gekoppeld aan macht en agressie. Gedurende de ten uitvoer legging van de huidige tbs-maatregel is er sprake geweest van ontvluchting en pogingen daartoe, zelfs vanuit de streng beveiligde setting van de Extra Beveiligde Inrichting van PI Vught waar hij langdurig heeft verbleven. Betrokkene heeft op basis van zijn geschiedenis een reputatie opgebouwd van een extreem vluchtgevaarlijk persoon en er is dan ook sprake van een EVBG-status vanwege zijn vluchtgevaarlijkheid.

Naast deze status is er sinds juni 2018 sprake van een LFPZ-status: de pathologie is onvoldoende bewerkbaar gebleken en vaardigheden om op meer adequate wijze met de pathologie om te gaan, blijken niet aangeleerd te kunnen worden. Hoewel er deze periode sprake is geweest van een relatief stabiel en rustig functioneren en forse grensoverschrijdingen en daarmee gepaard gaande ernstige beheersproblematiek achterwege zijn gebleven, is dit naar mening van het behandelteam enkel te danken aan het verblijf op de hoog beveiligde Zeer Intensieve Specialistische Zorg (ZISZ)-afdeling die volledig op de pathologie is afgestemd. Hierdoor heeft betrokkene eenvoudigweg vrijwel geen gelegenheid en ruimte om iets anders te doen dan zich te voegen naar het beleid/risicomanagement dat wordt gevoerd. Tot op heden wordt er, los van het afzonderingsprogramma, een strikt benaderings- en veiligheidsprotocol gehanteerd om de veiligheid te kunnen waarborgen en het ontvluchtingsrisico te kunnen beperken. Betrokkene verblijft dan ook een groot deel van de dag op zijn kamer. Per vast contact- of wandelmoment wordt hij door twee medewerkers begeleid, waardoor hij zich nimmer onbegeleid buiten zijn kamer begeeft. Zijn pathologie en verleden van ontvluchting/onttrekking, onbetrouwbaarheid en schijnaanpassing maken dat elke stap in uitbreiding van intramurale vrijheden/vermindering van begeleidings- of beveiligingsintensiteit zorgvuldig afgewogen, klein gehouden en geëvalueerd dient te worden. Hierin zijn enkele opvallendheden voorgevallen de afgelopen periode. Inmiddels heeft betrokkene, binnen de beperkingen die er zijn, een gevarieerd en relatief uitgebreid dagprogramma en waar er mogelijkheden worden gezien wordt dit verder uitgebreid. Zodra er enige ruimte door betrokkene wordt opgemerkt dan neemt hij deze in. Hij is niet terughoudend in het tegen elkaar uitspelen van medewerkers als hij daarmee een kans ziet om zijn behoefte bevredigd te krijgen. Op zeer regelmatige basis vindt kamercontrole plaats.

Betrokkene laat zich telkens weer als een innemende, maar tevens onbetrouwbare, leugenachtige en manipulerende persoon zien, passend bij psychopathie. Er tekent zich een patroon af waarbij er langdurig ogenschijnlijk sprake is van aanpassing en vooruitgang, waarna het dan toch, volledig onverwacht en onvoorzien, komt tot problematisch gedrag. Behalve dat gebleken is dat bijvoorbeeld een onttrekking/ontvluchting nauwelijks te voorspellen is, geldt ook dat er sprake is van een hoog risico op (forse) recidive. Het risico op recidive is en blijft dan ook onverminderd hoog.

Ten aanzien van de toekomst kan worden vermeld dat voor de kliniek de visie niet anders is dan als eerder geposteerd. Er wordt geen mogelijkheid gezien voor enige vorm van behandeling dan wel uitstroom die verder zal bijdragen aan het verlagen van de risico's. Hetgeen aan risicomanagement nodig is, zo is gebleken, kan enkel geboden worden binnen een hoog beveiligde en ZISZ-afdeling, waarbij er geen sprake is van verschillende eisen en verwachtingen (behandeldruk) die betrokkene in zijn draagkracht overschrijden. Vooralsnog ligt de focus dan ook op een incidentvrij verblijf, dat wil zeggen dat er geen pogingen door betrokkene worden ondernomen om te ontvluchten. Binnen de beperkende omgeving van de ZISZ-afdeling wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven, met in acht neming van de risico's op vluchtgevaar en daarmee ook op delictgevaar.

Het behandelteam is van mening dat een voortzetting van het verblijf op de huidige afdeling geïndiceerd is. Derhalve wordt in het kader van bovenstaande geadviseerd om zowel de LFPZ-status als tbs-maatregel van betrokkene met twee (2) jaren te verlengen.

Uit voornoemd aanvullend schrijven van 21 juli 2026 volgt dat sinds de rapportage van 29 april 2026 geen veranderingen zijn opgetreden ten aanzien van diagnostiek,

risico-inschatting, risicomanagement en de daaruit volgende prognose.

De deskundige W.J.M. van Bergen , optredend namens de [verblijfplaats] , heeft tijdens de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. In aanvulling hierop heeft de deskundige nog het volgende aangevoerd. De terbeschikkinggestelde functioneert goed op de afdeling en heeft baat bij de geboden structuur. De wens van de terbeschikkinggestelde om uit de langdurige afzondering te komen, is binnen de kliniek bekend. De terbeschikkinggestelde heeft eerder een tbs-behandeling doorlopen, waarna sprake was van ernstige recidive en een long stay plaatsing is aangevraagd. Gelet op het ontbreken van behandelmogelijkheden en veranderingen in zijn situatie, ziet de kliniek op dit moment geen mogelijkheden om de afzondering te wijzigen. Vanuit de kliniek is er aandacht voor de kwaliteit van leven en wordt er geprobeerd zijn leefsituatie te verbeteren. Zo heeft de terbeschikkinggestelde een vogeltje op zijn kamer en worden hem zoveel als mogelijk sportmomenten aangeboden. Ook is geprobeerd hem met een andere terbeschikkinggestelde op de afdeling in contact te brengen om zo wat meer menselijk contact te ervaren, maar dit contact is niet (blijvend) tot stand gekomen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben geen verweer gevoerd. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat hij sinds 2016 in langdurige afzondering verblijft en had gehoopt dat hierin verandering zou komen. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de proportionaliteit van de afzondering te beoordelen en de kliniek een passende aanwijzing te geven met duidelijke doelen en evaluatiemomenten, teneinde de humaniteit van de tenuitvoerlegging van de maatregel te verbeteren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich met voornoemd advies. Uit dit advies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij de terbeschikkinggestelde. Naar het oordeel van de rechtbank wordt het bij de terbeschikkinggestelde aanwezig geachte recidiverisico afdoende gemotiveerd in het hierboven beschreven advies. Gelet op de inhoud van dit advies en wat ter terechtzitting naar voren is gebracht door de deskundige, alsmede de standpunten van de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, is de rechtbank gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht van oordeel dat de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank zal de termijn van de maatregel verlengen met twee jaren.

De raadsman heeft aandacht gevraagd voor de beklemmende leefsituatie waarin de terbeschikkinggestelde als gevolg van de (vrijwel) totale afzondering verkeert. De rechtbank constateert echter dat dit onderwerp buiten het kader van deze procedure valt en derhalve niet ter beoordeling aan haar voorligt.

De beslissing

De rechtbank:

verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met een termijn van twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.J. Heuft, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. A. Maas, leden,

in tegenwoordigheid van mr. R. Ringeling, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.J. Heuft
  • mr. J.H.P.G. Wielders
  • mr. A. Maas

Griffier

  • mr. R. Ringeling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand