ECLI:NL:RBOBR:2026:6999

ECLI:NL:RBOBR:2026:6999

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer SHE 26/2550
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de aan het Waterschap Aa en Maas verleende omgevingsvergunning voor het kappen van vijf bomen en het kandelaberen van 25 lindebomen langs de Maasdijk te Ravenstein in verband met de uitvoering van het project Meanderende Maas. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omgevingsvergunning onvoldoende is gemotiveerd ten aanzien van de waarde van de esdoorn die gekapt wordt (boom 182) en de mogelijke gevolgen voor de levensvatbaarheid van de bomen die gekandelaberd worden. De omgevingsvergunning is geschorst voor zover het gaat om de kap van esdoorn (boom 182) en het kandelaberen van 25 bomen. De schorsing duurt tot vier weken na de verzending van de beslissing op bezwaar

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 september 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [vestigingsplaats] , verzoekster

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, het college

Samenvatting

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 26/2550

en

(gemachtigde: H.J.M. Marcus).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Waterschap Aa en Maas, te ’s-Hertogenbosch, vergunninghouder (gemachtigde: [naam] ).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de aan het Waterschap Aa en Maas verleende omgevingsvergunning voor het kappen van vijf bomen en het kandelaberen van 25 lindebomen langs de Maasdijk te Ravenstein in verband met de uitvoering van het project Meanderende Maas. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omgevingsvergunning onvoldoende is gemotiveerd ten aanzien van de waarde van de esdoorn die gekapt wordt (boom 182) en de mogelijke gevolgen voor de levensvatbaarheid van de bomen die gekandelaberd worden. Het college dient bij de volledige heroverweging in bezwaar op deze aspecten in te gaan. De voorzieningenrechter neemt ook in aanmerking dat het kappen van de esdoorn en het kandelaberen onomkeerbare gevolgen hebben. De omgevingsvergunning wordt geschorst tot de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Bij besluit van 3 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft het college aan het Waterschap Aa en Maas een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van vijf bomen en het kandelaberen van 25 lindebomen op verschillende locaties langs de Maasdijk te Ravenstein (kenmerk [nummer] . Ook is een herplantplicht van 28 bomen opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Ook is een schriftelijke reactie ontvangen van vergunninghouder. Van het college is een aanvullend verweerschrift ontvangen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] en [naam] namens verzoekster, de gemachtigde van het college vergezeld door [naam] en [naam] en de gemachtigde van vergunninghouder vergezeld door [naam] , [naam] en [naam] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Vooraf

3. De omgevingsvergunning is verleend in het kader van het gebiedsontwikkelings-project Meanderende Maas. Dit project heeft als doel de waterveiligheid te verbeteren voor ongeveer 270.000 bewoners en bedrijven in de regio Oss en Den Bosch. Dit gebeurt door 26 kilometer Maasdijk te versterken tussen Ravenstein en Lith en door rivierverruimende maatregelen te treffen. Daarnaast wordt zo’n 375 hectare aan nieuwe natuur aangelegd. Meanderende Maas is een project van tien partijen, waaronder Waterschap Aa en Maas, gemeente Oss, het ministerie van I&W, Natuurmonumenten en de provincies Noord-Brabant en Gelderland. Het Waterschap Aa en Maas is trekker van het project.

4. Met de in 2024 vastgestelde projectbesluiten en bijbehorende vergunningen en milieueffectrapportage is het ontwerp voor het hele project planologisch vastgelegd. Op

8 april 2026 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) uitspraak gedaan over de beroepen, waaronder die van verzoekster. De beroepen zijn door de Afdeling ongegrond verklaard en daarmee zijn de in 2024 vastgestelde besluiten onherroepelijk. De Afdeling heeft in rechtsoverweging 11.6 van de uitspraak overwogen dat het kappen van de bomen noodzakelijk is voor het realiseren van de damwand en dat voor een aantal bomen geldt dat ze via hun wortelstelsel ook de fundamenten van de rondelen aantasten. Er is volgens de Afdeling een afweging gemaakt tussen ecologische en cultuurhistorische waarden, waarbij het behoud van de rondelen en het realiseren van de muur zwaarder is gewogen dan het belang om in het geheel geen bomen te verwijderen. De Afdeling heeft de gemaakte belangenafweging niet onredelijk geacht en is van oordeel dat het belang van de bomen voldoende in het projectplan is betrokken. Hierbij wordt ook in aanmerking genomen dat volgens het projectplan alleen een beperkt aantal bomen verwijderd hoeft worden. Daarnaast is ook door het college aangegeven dat zij zo min mogelijk bomen wil kappen en zoveel mogelijk de lintstructuur wenst te behouden. Daarom is de muur op ongeveer acht meter van de rijbaan voorzien. Dat is volgens het college ver genoeg om de meeste bomen te ontzien en dichtbij genoeg om de rondelen voldoende zichtbaar te houden.

5. In het projectplan is de situering van de damwand met het opnemen van een constructiezone vastgelegd. De Afdeling heeft geen reden gezien voor het oordeel dat het belang van de bomen onvoldoende bij het projectplan is betrokken. De Afdeling heeft het beroep van verzoekster (en anderen) ongegrond verklaard. De voorliggende omgevingsvergunning dient ter uitvoering van het onherroepelijke projectplan. Het tracé van de damwand kan daarom in deze procedure over de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen niet meer aan de orde komen en geldt voor de hier te maken beoordeling als uitgangspunt. De opmerkingen van verzoekster over de situering van de damwand en het voorgestelde alternatieve tracé behoeven daarom geen bespreking.

6. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht de omgevingsvergunning te schorsen. In het bestreden besluit is bepaald dat de omgevingsvergunning pas in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag van bekendmaking en dat als binnen die termijn een voorlopige voorziening wordt gevraagd de omgevingsvergunning niet in werking treedt voordat op het verzoek is beslist. Het verlenen van de omgevingsvergunning is op 5 augustus 2026 gepubliceerd en het verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend op 27 augustus 2026 zodat de omgevingsvergunning nog niet in werking is getreden. Alvorens aan de inhoud van het verzoek toe te komen zal de voorzieningenrechter nagaan of verzoekster kan worden aangemerkt als belanghebbende.

Is verzoekster belanghebbende?

7. Het college heeft twijfels geuit of verzoekster wel aangemerkt kan worden als belanghebbende bij de voorliggende omgevingsvergunning. Als verzoekster geen belanghebbende is, zijn haar bezwaar en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Het college stelt dat het doel van verzoekster zo algemeen geformuleerd is dat de omgevingsvergunning geen betrekking heeft op een statutair belang van verzoekster en dat er (recent) geen relevante feitelijke werkzaamheden ter verwezenlijking van statutaire doeleneinden zijn. Het enkel voeren van procedures is volgens het college onvoldoende.

In artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Voor rechtspersonen wordt als hun belang mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

In artikel 2 van de Statuten van verzoekster staat dat zij zich ten doel stelt het (doen) in stand houden van het rijksbeschermd stadsgezicht Ravenstein, zoals aangewezen op grond van de Monumentenwet door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk op éénentwintig januari negentienhonderdzevenenzeventig, en zijn omgeving. De stichting tracht haar doel te bereiken door onder andere het actief voeren van juridische en niet-juridische procedures wanneer het rijksbeschermd stadsgezicht met zijn omgeving en de daarin gelegen afzonderlijke gemeentelijke en rijksbeschermde monumenten alsmede roerend cultureel erfgoed, met inbegrip van landschappelijke elementen en natuurwaarden, worden aangetast of dreigen te worden aangetast of tenietgedaan. Verder beoogt verzoekster haar doelstellingen in de ruimste zin van het woord onder de aandacht te brengen van het brede publiek.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omschrijving van de doelstelling voldoende specifiek is in relatie tot de bestreden omgevingsvergunning. Verzoekster zet zich statutair en feitelijk in voor het behouden van cultuurhistorische waarden, landschap en erfgoed in Ravenstein. De bomenrij langs de Maasdijk vormt een essentiële hoofdstructuur binnen het beschermd stadsgezicht. Desgevraagd heeft verzoekster heeft op de zitting haar werkzaamheden toegelicht en aangegeven dat er los van de onderhavige procedure ook bijeenkomsten en onderzoeken hebben plaatsgevonden. De voorzieningenrechter ziet in de aard en omvang van deze feitelijke werkzaamheden vooralsnog geen aanleiding om te veronderstellen dat verzoekster niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Verzoekster kan naar voorlopig oordeel ontvangen worden in haar bezwaar en het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal hierna het verzoek inhoudelijk bespreken.

Aan welke regels is getoetst?

8. Op grond van artikel 5.1, eerste lid onder a, van de Omgevingswet (Ow) in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 4:10E van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Oss (APV) is een omgevingsvergunning vereist voor het vellen van houtopstanden. In artikel 4.10F van de APV zijn de criteria voor het verlenen van een vergunning opgenomen.

In artikel 4:10E, eerste lid, van de APV (kapverbod overig) is bepaald dat het verboden is, onverminderd het gestelde in artikel 4:10C, eerste lid, zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen die eigendom zijn van de gemeente Oss en onderdeel zijn van een houtwal of houtsingel, eigendom zijn van de gemeente Oss en op een hoogte van 1,30 meter boven het maaiveld een stamdiameter van meer dan 40 cm hebben of zijn aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 4:10I en 4:10J van deze verordening.

In artikel 4:10F, eerste lid, van de APV (criteria vergunning overig) is bepaald dat het bevoegd gezag een vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 4:10E kan weigeren of verlenen. In het tweede lid is bepaald dat de vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:10E kan worden geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:

a. de natuurwaarde van de houtopstand;

b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

Het college legt aan het bestreden besluit ten grondslag dat de voorgenomen kap van de bomen 120, 182, 184, 186 en 189 noodzakelijk is omdat deze zich bevinden op het vastgestelde tracé van de damwand en daarom niet behouden kunnen blijven. Het ontwerp is er op gericht het aantal te kappen bomen tot een minimum te beperken en voorziet in herplant. Gelet op de noodzaak van de werkzaamheden en het belang van de dijkversterking heeft het college ingestemd met de voorgenomen kapwerkzaamheden. De voorgenomen snoei van de bomen 123, 124, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 155, 157, 159, 163, 165, 167, 169, 171, 174, 175, 177 en 191 is noodzakelijk om voldoende werkruimte te creëren voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De bomen blijven daarbij behouden. Gelet op de noodzaak van de werkzaamheden, het zwaarwegende maatschappelijke belang van het project en het behoud van de bomen na uitvoering, heeft het college ingestemd met de voorgenomen snoeiwerkzaamheden. Het college vindt deze factoren zwaarder wegen dan het belang bij behoud van de bomen (ten aanzien van de te kappen bomen) dan wel het belang bij het huidige aanzien van de bomen (ten aanzien van de te kandelaberen bomen).

Ten aanzien van de weigeringsgronden van artikel 4.10F, eerste lid, a tot en met f van de APV heeft het college in de bestreden omgevingsvergunning per weigeringsgrond respectievelijk het volgende opgenomen: de te kappen bomen leveren (a) een bijdrage aan de lokale biodiversiteit, (b) maken onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur langs de Maasdijk en dragen bij aan het landschappelijk beeld, (c) versterken het groene karakter van Ravenstein en de Maasdijk, (d) hebben door hun omvang en ligging een beeldbepalende functie in het straat- en dijkbeeld, (e) zijn niet aangemerkt als monumentaal of cultuurhistorisch waardevol, (f) dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving door hun groene uitstraling en schaduwwerking. De te snoeien bomen vertegenwoordigen (a) geen bijzondere natuurwaarde, (b) maken onderdeel uit van de hoofdstructuur langs de Maasdijk, (c) dragen bij aan het groene karakter van de omgeving, (d) zijn onderdeel van het straatbeeld, (e) zijn niet aangemerkt als monumentaal of cultuurhistorisch waardevol, (f) leveren een bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Het wel of niet verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft hierbij beleidsruimte. Daarbij moet het college alle relevante feiten, omstandigheden en belangen meewegen.

Is de waarde van bomen op een juiste wijze beoordeeld?

9. Verzoekster voert aan dat voor de kap van de vijf bomen ten onrechte geen zogenoemde Bomen Effect Analyse (BEA) is opgesteld. In de omgevingsvergunning wordt ten onrechte gesteld dat de te kappen bomen “geen cultuurhistorische waarde” hebben. Verzoekster voert aan dat de cultuurhistorische waarde van met name de esdoorn (boom 182) onjuist is beoordeeld. De Bomenstichting heeft de esdoorn beoordeeld en deze is op

2 september 2026, onder registratienummer 1697363, toegevoegd aan de Landelijke Lijst van Monumentale bomen, waarmee de monumentaliteit van deze boom volgens verzoekster is komen vast te staan. De boom is naar schatting 200 jaar oud en daarmee mogelijk de oudste boom in de gemeente Oss.

Het college stelt dat de bomen zijn beoordeeld en dat het (beweerdelijk) onjuist beoordelen van de cultuurhistorische waarden niet kan leiden tot herroeping, vernietiging of schorsing van de omgevingsvergunning. Het college erkent dat de esdoorn en de andere bomen een respectabele leeftijd hebben, maar wijst erop dat de esdoorn en andere bomen niet als bijzondere boom in de zin van de APV is aangemerkt. Er is ook geen verzoek gedaan om de esdoorn als zodanig aan te merken.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het opstellen van een zogenoemde BEA geen verplichting is die uit de APV voortvloeit. Een BEA is een onderzoek dat de gevolgen van bouw- of werkzaamheden in de buitenruimte op de gezondheid en levensduur van bestaande bomen in kaart brengt. De bomen zijn wel ter plaatse beoordeeld door een deskundige op conditie, vitaliteit en snoeibaarheid. Daarmee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een inhoudelijk vergelijkbaar onderzoek verricht. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat geen sprake is van een monumentale of bijzondere boom die op grond van APV een zwaarder beschermingsregime kent. Dat laat onverlet dat het college moet nagaan of de weigeringsgronden van artikel 4:10F van de APV zich voordoen en ten aanzien van die weigeringsgronden een zorgvuldige afweging moet maken. In de omgevingsvergunning staat ten aanzien van de weigeringsgrond over de cultuurhistorische waarde van de houtopstand dat de te kappen en de te kandelaberen bomen niet zijn aangemerkt als monumentaal of cultuurhistorisch waardevol. Na het verlenen van de omgevingsvergunning heeft de Bomenstichting de esdoorn aangemerkt als monumentale boom. Gelet hierop is deze constatering, zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet zonder meer navolgbaar. Het college moet de aanwijzing door de Bomenstichting in zijn afweging betrekken. Als gevolg hiervan is niet uit te sluiten dat ook deze weigeringsgrond hier aan de orde is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende duidelijk is of de waarde van de esdoorn juist is beoordeeld en in de besluitvorming is betrokken. Het college zal dit nader moeten onderzoeken en motiveren in de beslissing op bezwaar. De volledige heroverweging in bezwaar maakt dat mogelijk.

Ten aanzien van de andere vier te kappen bomen hebben verzoekers onvoldoende aangevoerd om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college heeft zijn keuze om de noodzaak van de werkzaamheden en het zwaarwegende maatschappelijke belang van het project zwaarder te laten wegen dan het belang van het behoud van de bomen deugdelijk onderbouwd.

Zijn de effecten van het kandelaberen goed gewogen?

10. Verzoekster stelt dat het college de effecten van het kandelaberen op de bomen niet goed in zijn besluitvorming heeft betrokken. Verzoekster verwijst naar de reactie van een deskundige van de Bomenstichting op vragen van verzoekster. Verzoekster stelt dat door het uitvoeren van de werkzaamheden en het plaatsen van de damwand op 5,5 meter vanuit de stamvoet de lindebomen naar verwachting geleidelijk zullen bezwijken. Verzoekster geeft aan dat niet duidelijk is welke bomen gekandelaberd en welke enkel gesnoeid zullen worden, terwijl kandelaberen zeer ingrijpend is voor de levensvatbaarheid van een boom.

Het college stelt dat het kandelaberen gericht is op het behoud van de bomen voor de toekomst. Het college geeft aan dat bij de uitvoering van de werkzaamheden een boomdeskundige en een toezichthouder van de gemeente aanwezig zullen zijn die ter plaatse een beoordeling maken.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestreden besluit ook op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Dit in het licht van de reactie van de deskundige van de Bomenstichting. Deze deskundige geeft aan dat het inkorten van één kant van de kroon met maximaal 4 meter langdurige gevolgen heeft voor de bladhoeveelheid en daardoor op de assimilatie met een negatief gevolg voor de energiehuishouding van de boom. Bovendien vormen de vele snoeiwonden een invalspoort voor hout parasitaire schimmels. Deze kunnen inrotten veroorzaken en daarmee de tak breukgevoelig maken. De damwand kan de afvoer van overtollig water verhinderen wat zuurstoftekort en wortelrot kan veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de conditie en daarmee de restlevensverwachting van de bomen. Op de zitting zijn deze aspecten onvoldoende weersproken. Het college dient bij het nemen van de beslissing op bezwaar meer duidelijkheid te geven over de gevolgen van het kandelaberen. Voorts dient het college aan te geven wat de werkzaamheden per boom precies behelzen (kandelaberen of snoeien) en te bezien of het nodig is aanvullende voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden om te borgen dat de schade aan de bomen tot een minimum beperkt wordt.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college nadere gegevens bij de besluitvorming moet betrekken. De bestreden omgevingsvergunning is niet deugdelijk gemotiveerd voor zover het gaat om de te kappen esdoorn (boom 182) en de te kandelaberen bomen. Het college heeft de mogelijkheid de motivering aan te vullen bij de volledige heroverweging in bezwaar. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of in afwachting van de beslissing op bezwaar de bestreden omgevingsvergunning geschorst dient te worden.

Bij de belangenafweging of een voorlopige voorziening dient te worden getroffen merkt de voorzieningenrechter allereerst op dat het uitvoering geven aan de omgevingsvergunning onomkeerbare gevolgen heeft voor de bomen. Hiertegenover staat het grote maatschappelijke belang dat is gediend met het tijdig kunnen plaatsen van de damwand. Het uitstellen van de uitvoering van de omgevingsvergunning zal vertraging opleveren voor archeologisch onderzoek dat moeten worden uitgevoerd voordat het terrein ingericht kan worden en de damwand kan worden geplaatst. De voorzieningenrechter begrijpt dat iedere vertraging voor vergunninghouder onwenselijk is, gelet op de planning die is gemaakt. Een reden om geheel af te zien van het treffen van een voorlopige voorziening ziet de voorzieningenrechter hierin echter niet. Vergunninghouder heeft op de zitting desgevraagd aangegeven dat er wel enige ruimte in de planning zit, maar niet veel. Het college heeft aangegeven dat de beslissing op bezwaar na de hoorzitting van de bezwaarcommissie binnen ongeveer zeven weken kan worden genomen, maar dat er nog geen hoorzitting is gepland en dat eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt afgewacht. Daarmee lijkt de beslissing op bezwaar langer op zich te laten wachten dan strikt noodzakelijk. Van het college mag juist worden verwacht dat het de besluitvorming voortvarend ter hand neemt en indien nodig, vanwege het grote maatschappelijke belang, zoveel mogelijk versnelt. Na afweging van alle betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding de bestreden omgevingsvergunning te schorsen voor zover het gaat om de kap van boom 182 en het kandelaberen van de 25 bomen. De schorsing duurt tot vier weken na de verzending van de beslissing op het bezwaar van verzoekster. De voorzieningenrechter gaat ervanuit dat het college nu op zo kort mogelijke termijn een beslissing op bezwaar neemt, waardoor de vertraging zoveel mogelijk beperkt wordt. In het geval er beroep wordt ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, wijst de rechtbank nu al op de mogelijkheid om dat beroep versneld te behandelen.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de bestreden omgevingsvergunning is geschorst voor zover het gaat om de kap van esdoorn (boom 182) en het kandelaberen van 25 bomen. De schorsing duurt tot vier weken na de verzending van de beslissing op bezwaar. De omgevingsvergunning wordt niet geschorst voor zover deze betrekking heeft op de kap van de bomen 120, 184, 186 en 189. Die bomen kunnen na deze uitspraak op basis van de omgevingsvergunning worden gekapt.

12. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Hutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand