Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
Pro Bewind B.V.,Dorpstraat 68, 5595 CJ Leende,Kamer van Koophandel-nummer 77959434,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam] ,geboren te [woonplaats] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 13 januari 2026.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Verzoeker vraagt om toekenning van 3 extra uren vast te stellen conform artikel 2 lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna; de Regeling).
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:“Er zijn lijfrentes (koopsompolissen) omgezet naar uitkering van deze lijfrentes. Er zijn 3 koopsompolissen. Van een was de expiratiedatum reeds verlopen. Hiervoor was toestemming van de belastingdienst nodig om deze alsnog uit te laten keren. Verder zijn er gesprekken geweest met de rabobank en is er een kennistoets vanuit de bank vereist.
Ook is er overleg geweest met de broer van curandus om samen te kijken wat de beste optie is.”
De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen en overweegt hiertoe het volgende.
Op grond van artikel 2 lid 6 van de Regeling kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning op een andere wijze vaststellen. Het verzoek om extra gewerkte uren in rekening te mogen brengen moet hieraan getoetst worden. De vraag is of er in deze zaak sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een extra beloning rechtvaardigen. Uit de toelichting bij de Regeling (Staatscourant 2014, 32149) volgt dat de jaarbeloning van een curator geldt als gemiddelde. Verder volgt uit de toelichting dat met de Regeling beoogd wordt het overgrote deel van de gevallen van curatele, bewind en mentorschap te bestrijken. Niet uit te sluiten is echter dat zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, waarop de Regeling niet onverkort kan worden toegepast. De kantonrechter wordt daarom de ruimte gelaten om vanwege uitzonderlijke omstandigheden in het specifieke geval de beloning van de vertegenwoordiger op andere wijze vast te stellen. Met ‘uitzonderlijke omstandigheden’ wordt benadrukt dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de Regeling kan worden afgeweken. Wat volgens de toelichting bij Regeling in geen geval onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden verstaan zijn de werkzaamheden die blijkens de toelichting vallen onder de verschillende voor professionele vertegenwoordigers onderscheiden categorieën werkzaamheden. Met andere woorden, werkzaamheden die beschouwd dienen te worden als de gewone werkzaamheden van een curator vormen geen uitzonderlijke omstandigheid. Verder volgt uit de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap (vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht op 3 april 2025) dat bij professionele curatoren, zoals verzoeker, het systeem van de beloning uitgaat van de solidariteitsgedachte dat de eenvoudige bewinden mede de lasten van ingewikkelder bewinden dragen. Inherent hieraan is dat niet voor alle extra werkzaamheden een extra beloning kan worden gevraagd.
Onder de wettelijke taak van een bewindvoerder wordt onder meer begrepen: het beheren van het vermogen, het regelen van de financiële huishouding, regelmatig contact met rechthebbende, contact met instanties (belastingdienst). Naar het oordeel van de kantonrechter behoren op basis van het voornoemde het afsluiten, omzetten of laten uitkeren van lijfrente tot de gewone werkzaamheden van een curator en vormt dit geen uitzonderlijke omstandigheid waarvoor de kantonrechter de beloning op andere wijze kan vaststellen.
Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Op grond van het voorstaande zal worden beslist als volgt.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.