ECLI:NL:RBOBR:2026:709

ECLI:NL:RBOBR:2026:709

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL:TZ:0000353441:B001
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Afwijzing verzoek bewindvoerder om nog twaalf maanden nadat betrokkene schuldenvrij is, aanspraak te mogen te maken op de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling (de beloning voor problematische schulden), waarbij verzoeker verwijst naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:1085). Verzoeker acht een beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling van twaalf maanden passend, omdat het MSNP traject eerder is geëindigd dan de looptijd van 18 maanden, zoals die per 1 juli 2023 geldt. Op basis van het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. Dat bij de (recente) ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen in de Regeling en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind geen rekening is gehouden met de gevolgen hiervan voor de beloning van uitvoerders, is naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving rondom de beloning voor uitvoerders. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet aan de kantonrechter, maar aan de wetgever om de wet- en/of regelgeving rondom de beloning voor de uitvoerders te wijzigen.

Uitspraak

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.,Postbus 50099, 1305 AB Almere,Kamer van Koophandel-nummer 32109241,

hierna te noemen: verzoeker,

met betrekking tot:

[naam] geboren te [woonplaats] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek, ontvangen op 23 januari 2026.

De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Het bewind is ingesteld per 15 juni 2024. Betrokkene had problematische schulden. Verzoeker heeft sinds de start de beloning bij problematische schulden conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: Regeling) in rekening gebracht. Het MSNP traject is eerder dan de 18 maanden die hiervoor gebruikelijk staan succesvol afgerond. In casu was sprake van een nul-aanbod. Hierdoor is betrokkene sinds 1 oktober 2026 schuldenvrij. De bewindvoerder vraagt - kort gezegd - de jaarbeloning met ingang van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026 vast te stellen conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling.

Het verzoek komt er feitelijk op neer dat verzoeker per 1 oktober 2025, de datum dat betrokkene schuldenvrij is, nog twaalf maanden aanspraak wenst te maken op de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling (de beloning voor problematische schulden), waarbij verzoeker verwijst naar een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:1085). Verzoeker acht een beloning conform artikel 3

lid 2 sub b Regeling van twaalf maanden passend, omdat het MSNP traject eerder is geëindigd dan de looptijd van 18 maanden, zoals die per 1 juli 2023 geldt.

De kantonrechter overweegt als volgt.

De beloning voor bewindvoerders staat in de Regeling.

In de Nota van Toelichting bij de Regeling staat (onder meer) het volgende:

‘In geval van problematische schulden gaat het in het bijzonder om werkzaamheden ten behoeve van het ongedaan maken van een of meer beslagen waarbij de beslagvrije voet niet wordt geëerbiedigd, het stabiliseren van problematische schuldsituaties, het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP en schuldbemiddeling in het kader van artikel 47 van de Wet op het consumentenkrediet (hierna: ‘Wck’). In geval van schuldbemiddeling heeft de bewindvoerder geen aanspraak op een vergoeding conform artikel 48, tweede lid, Wck, nu hij voor die werkzaamheden reeds wordt beloond als bewindvoerder. Voor de toeleiding naar de WSNP verschaft de bewindvoerder informatie aan de WSNP-bewindvoerder en woont hij de toelatingszitting bij. In de aanloop naar de schuldhulpverlening dan wel schuldsanering en ingeval de rechthebbende niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening en/of schuldsanering, is het de taak van de bewindvoerder om de situatie te stabiliseren.. Dat betekent dat de bewindvoerder de vaste lasten betaalt (huur, water, energie), de beslagvrije voet bewaakt en de contacten met schuldeisers onderhoudt.

Het gaat erom dat de bewindvoerder vanwege de problematische schulden extra werkzaamheden verricht. Hoewel de meeste werkzaamheden zich in het eerste jaar zullen voordoen, wordt deze jaarbeloning aangehouden totdat er geen problematische schulden meer zijn, bijvoorbeeld indien de rechthebbende met een schone lei uit de WSNP komt.’

Verder is in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind (versie april 2025) het volgende over de beloning bij problematische schulden opgenomen onder onderdeel B.12:

“Er blijft recht bestaan op de hogere beloning in verband met problematische schulden tijdens de WSNP, de minnelijke regeling of de aflossing van een saneringskrediet. Zodra de schulden daadwerkelijk zijn afbetaald, of een (gemeentelijke) minnelijke of wettelijke schuldenregeling met goed gevolg is afgerond (lees: de schone lei is verleend), verlaagt de bewindvoerder op eigen initiatief de beloning naar het toepasselijke lage tarief met ingang van de eerstvolgende maand. Dit geldt ook als alleen nog een enkele, niet saneerbare schuld, zoals bij DUO, resteert.”

Op basis van het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b Regeling alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. Dat bij de (recente) ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen in de Regeling en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind geen rekening is gehouden met de gevolgen hiervan voor de beloning van uitvoerders, is naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving rondom de beloning voor uitvoerders. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet aan de kantonrechter, maar aan de wetgever om de wet- en/of regelgeving rondom de beloning voor de uitvoerders te wijzigen. De kantonrechter zal daarom, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?