ECLI:NL:RBOBR:2026:7121

ECLI:NL:RBOBR:2026:7121

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 01-217840-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor lachgashandel en het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 646 kilogram lachgas tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vrijspraak van art. 209 Sr.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummers vorderingen: 01.076000.24, 01.131868.24 en 01.257749.23 Parketnummer: 01.217840. [verdachte]

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.217840.25Parketnummers vorderingen: 01.076000.24, 01.131868.24 en 01.257749.23

Datum uitspraak: 06 oktober 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,

wonende te [adres] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 december 2025, 4 maart 2026 en 22 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdachte/veroordeelde (hierna: de verdachte) naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 november 2025.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 06 december 2024 tot en met 24 september 2025 te Veldhoven en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer hoeveelhe(i)d(e)n distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

Hij op of omstreeks 24 september 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 233, althans een of meer, dozen, inhoudende cilinders gevuld met (in totaal 534 kg) distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

Hij op of omstreeks 16 april 2025 te Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 111, althans een of meer, dozen, inhoudende cilinders gevuld met (in totaal 222 kg) distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij op of omstreeks 24 september 2025 te Veldhoven, althans in Nederland, opzettelijk

een of meer bankbiljetten van 50 euro (met een totale waarde van 10.950 euro) dat/die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem, toen hij deze ontving bekend was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad;

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

De zaak met parketnummer 01.076000.24 is aangebracht bij vordering van 28 oktober 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 15 mei 2024. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01.131868.24 is aangebracht bij vordering van 28 oktober 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 5 september 2025. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01.257749.23 is aangebracht bij vordering van 28 oktober 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 14 augustus 2024. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van alle aan de verdachte ten laste gelegde feiten. Voor wat betreft feit 3 meent de officier van justitie dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de negen lachgascilinders – die zijn aangetroffen in garagebox [nummer 1] – opzettelijk aanwezig heeft gehad. Wel kan worden bewezen dat de verdachte in garagebox [nummer 2] 102 lachgascilinders opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft zij ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 primair aangevoerd dat de chemische samenstelling van de inhoud van de aangetroffen cilinders niet is getest en dus niet als lachgas kan worden geïdentificeerd, waardoor het wettig bewijs voor een bewezenverklaring ontbreekt.

Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van die feiten aangevoerd dat de overtuiging ontbreekt. De verdachte is weliswaar eigenaar geweest van het bedrijf [naam 1] en heeft ook in lachgas gehandeld, maar heeft dit bedrijf aan derden verkocht op het moment dat lachgashandel in Nederland niet meer was toegestaan. De op de verdachte ingezette opsporingsmiddelen hebben volgens de raadsvrouw ook geen overtuigend bewijs opgeleverd.

Meer subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij feit 1 hooguit een periode van 5 april tot en met 23 september 2025 bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de in garagebox [nummer 1] aangetroffen lachgascilinders aanwezig heeft gehad.

Tenslotte heeft de raadsvrouw voor wat betreft feit 4 bepleit dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor het verwijt dat de verdachte het in zijn woning aangetroffen valse geld zelf heeft gemaakt en/of dat hij dit valse geld als zijnde echt en onvervalst heeft willen uitgeven.

Het oordeel van de rechtbank.

Vrijspraak

Ten aanzien van feit 3:

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te komen tot een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de negen lachgascilinders die zijn aangetroffen in garagebox [nummer 1] . Van dit deel van de tenlastelegging zal de verdachte worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4:

Vaststaat dat verdachte vals geld in voorraad heeft gehad. Om te komen tot in voorraad hebben van valse bankbiljetten zoals strafbaar gesteld in artikel 209 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) dient daarnaast ook te worden vastgesteld dat de verdachte het oogmerk had om het valse geld als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat de verdachte de intentie had om het in zijn woning aangetroffen valse geld daadwerkelijk in het economische verkeer te brengen als echt geld.

Er zijn geen directe bewijsmiddelen waaruit voornoemde intentie zou volgen.

De verklaring van de verdachte dat hij dit valse geld als betaling van lachgas in Duitsland heeft ontvangen, de Nederlandse politie hiervan in kennis heeft gesteld en het geld als bewijs hiervan in zijn woning had bewaard, wordt niet weersproken door de bewijsmiddelen.

Uit het berichtenverkeer van de verdachte kan immers worden afgeleid dat door de verdachte aan iemand werd verzocht om het geld op te komen halen en de transactie op correcte wijze te betalen.

De rechtbank zal de verdachte daarom van het aan hem ten laste gelegde feit 4 vrijspreken.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

[naam 1] en telefoonnummer [nummer 3]

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat het bedrijf [naam 1] aan de verdachte toebehoorde en dat hij de gebruiker was van het bijhorende telefoonnummer [nummer 3] .

Verdachte heeft erkend dat [naam 1] zijn bedrijf is geweest en dat bovengenoemd nummer zijn telefoonnummer was. De stelling van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte gedurende de gehele tenlastegelegde periode de verzender is geweest van de Whatsapp- en Signalberichten met voornoemd telefoonnummer en zich niet bezig heeft gehouden met de verkoop van lachgas in Nederland, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Meer specifiek wijst de rechtbank daarbij op het feit dat de verdachte in de tenlastegelegde periode in het bezit was van een telefoon met daarop dit nummer, diverse Signal audioberichten die aan hem te koppelen zijn door de herkenning van zijn stem door verbalisanten, de SumUp betalingen die naar zijn rekening gaan, de diverse observaties van de politie, de verklaring van [getuige] , het huurcontract op de telefoon van de verdachte in onderling samenhang en verband bezien.

De verklaring van de verdachte dat ook anderen gebruikmaakten van dit nummer is hoogst onwaarschijnlijk gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat die anderen dit niet hebben bevestigd.

Inhoud cilinders

Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat met de voor een bewezenverklaring benodigde mate van zekerheid vaststaat dat de inhoud van de 369 cilinders (in totaal 738 kilogram) distikstofmonoxide (lachgas) betrof.

De rechtbank neemt daarbij in de eerste plaats in aanmerking dat de verdachte zelf heeft verklaard met zijn bedrijf [naam 1] in lachgas te hebben gehandeld. Ook tijdens de pseudokoop op 18 september 2025 zijn er soortgelijke lachgascilinders van [naam 2] verkocht als de cilinders die vlak daarna zijn aangetroffen in de garagebox in Veldhoven.

Daarnaast hebben de verbalisanten vermeld dat zij, in de door hen doorzochte garageboxen in zowel Eindhoven als Veldhoven ongeopende kartonnen dozen aantroffen met daarop de tekst "UN1070" en "nitrous oxide" dat zij ambtshalve herkennen als het UN-nummer voor lachgas. Ook de inhoud van een van de geopende kartonnen dozen, te weten een cilinder met het opschrift “F>STG>S” “2000g” herkennen de verbalisanten ambtshalve als zijnde lachgas van het merk [naam 2] . Op de foto’s zoals die zich in het dossier bevinden te zien is dat het om nieuwe ongeopende dozen gaat, met in de door verbalisanten geopende doos een duidelijk nieuwe ongebruikte gascilinder. Ook hebben de verbalisanten vastgesteld dat de cilinders in nieuwstaat verkeerden dan wel ongeopend waren.

Gelet daarop acht de rechtbank het onaannemelijk dat er in de betreffende cilinders iets anders heeft gezeten dan vermeld op de etikettering van zowel de cilinders als de dozen waarin de cilinders zaten.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de verdediging.

Op grond van de wettige bewijsmiddelen komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3.

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de verbalisanten die onder meer volgen uit de camerabeelden, observaties, de processen-verbaal van pseudokoop en de inhoud van de WhatsApp- en Signalgesprekken in de onder de verdachte in beslaggenomen iPhone.

De rechtbank heeft op grond van de bewijsmiddelen ook de overtuiging dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan.

Medeplegen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte het onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bewijsbijlage uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte

1.

in de periode van 06 december 2024 tot en met 24 september 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, hoeveelheden distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

op 24 september 2025 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 233 dozen, inhoudende cilinders gevuld met (in totaal 442,7 kg) distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

op 16 april 2025 te Veldhoven , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 102 dozen, inhoudende cilinders gevuld met (in totaal 204 kg) distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

De strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr op te leggen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de aan de verdachte op te leggen straf de rechtbank verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat de machtiging tot binnentreden van de woning is afgegeven door een onbevoegde hulpofficier van justitie.

Er is daarom sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Dit vormverzuim dient volgens de raadsvrouw tot uitdrukking te komen in de strafmaat.

Ook heeft de raadsvrouw betoogd dat na de aanhouding van de verdachte ten behoeve van het vervoer bij hem handboeien zijn aangelegd. Niet is gebleken van enige omstandigheid die zou duiden op vlucht of noodzaak hiertoe in verband met de veiligheid. Daardoor is in strijd met artikel 22 van de Ambtsinstructie gehandeld. Ook dit vormverzuim dient volgens de raadsvrouw te worden verdisconteerd in de aan de verdachte op te leggen straf.

Daarnaast geven de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding tot strafmatiging.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim negen maanden schuldig gemaakt aan het medeplegen van de handel in lachgas. Ook heeft de verdachte samen met anderen op twee verschillende opslaglocaties in totaal ongeveer 646 kilogram lachgas aanwezig gehad.

Het wordt steeds bekender hoe schadelijk het gebruik van lachgas voor de gezondheid is. Langdurig gebruik kan bijvoorbeeld leiden tot ernstige afwijkingen in het zenuwstelsel.

Daarnaast zorgt het gebruik van lachgas voor milieuschade, doordat de gebruikers ervan de lege cilinders vaak achterlaten op straat of in de natuur.

Het is algemeen bekend dat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen veelal gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en de samenleving schade wordt toegebracht.

Om al deze redenen staat lachgas sinds 1 januari 2023 op lijst II van de Opiumwet, waarin onder andere het bezit en vervoer ervan strafbaar is gesteld. Dat de verdachte van het begin af aan op de hoogte was van de strafbaarstelling blijkt nadrukkelijk uit het dossier.

De verdachte handelde al vóór 2023 in lachgas, maar heeft zich door de strafbaarstelling kennelijk niet laten weerhouden om op grootschalige wijze door te gaan met deze handel.

De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek en zich kennelijk enkel laten leiden door financieel gewin. De rechtbank rekent dat de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 29 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren eerder is veroordeeld voor soortgelijke Opiumwetfeiten die zien op lachgas. Ook deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden om de handel in lachgas door te zetten.

De verdachte heeft de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijden van de eerdere veroordelingen die hem in dat kader zijn opgelegd.

Vormverzuimen/matiging van de straf

Onbevoegde hulpofficier van justitie

Uit het dossier blijkt dat de hulpofficier van justitie – terwijl hij daartoe op dat moment onbevoegd was - enkele opsporingshandelingen heeft verricht. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek oplevert, als bedoeld in artikel 359a Sv.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met een constatering van dit verzuim nu niet is komen vast te staan dat de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn belangen is geschaad. De rechtbank zal in dit kader geen strafkorting toepassen.

Handelen in strijd met de Ambtsinstructie

De rechtbank is van oordeel dat er gerechtvaardigde redenen kunnen zijn voor het aanleggen van transportboeien, zoals bij de aanhouding van de verdachte is gedaan. Uit het dossier blijkt niet waarom de verbalisanten het nodig vonden de verdachte te boeien, zodat het ervoor moet worden gehouden dat er in deze zaak geen feiten en omstandigheden waren die het gebruik van handboeien redelijkerwijs vereisten. Ook de officier van justitie heeft ter terechtzitting niet toegelicht wat de reden hiervoor was.

De rechtbank is daarom van oordeel dat dit een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert en zal dit in het voordeel van de verdachte meewegen bij de strafoplegging.

Conclusie

De rechtbank heeft gelet op de straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare gevallen. Verder neemt de rechtbank een aantal strafverzwarende omstandigheden in aanmerking. Zo acht de rechtbank de voormelde recidive strafverhogend, alsmede het feit dat de bewezenverklaarde lachgashandel door de verdachte in vereniging is gepleegd.

De grote hoeveelheid lachgas en de periode waarin de verdachte zich bezig heeft gehouden met de handel in lachgas weegt de rechtbank eveneens in strafverzwarende zin mee.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De rechtbank acht, alles afwegend, een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank zal een deel van die straf, te weten zes maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van twee jaren om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

De rechtbank legt hiermee een lichtere straf op dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan waarop de officier van justitie haar eis heeft gebaseerd.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de straf die zij zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslag

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 408.658,00 en de onder de verdachte in beslaggenomen mobiele telefoon (Apple iPhone 16 Pro Max) heeft de officier van justitie om verbeurdverklaring verzocht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om de inbeslaggenomen iPhone en het geldbedrag terug te geven aan de verdachte. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de telefoon in beslag is genomen door een onbevoegde opsporingsambtenaar. Ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag heeft de raadsvrouw bepleit dat dit afkomstig is uit een legale inkomsten.

Het oordeel van de rechtbank

Voor wat betreft de iPhone die door de onbevoegde hulpofficier van justitie in beslag is genomen heeft de rechtbank reeds overwogen dat zij volstaat met de enkele constatering van dit vormverzuim.

Met betrekking tot het geldbedrag overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is gekomen tot een bewezenverklaring van de handel in lachgas en de girale “SumUp” pinbetalingen die grotendeels in Nederland hebben plaatsgevonden en die vervolgens naar de betreffende bankrekening van verdachte zijn gegaan vertegenwoordigen een totaalbedrag van € 725.824,00.

Gelet daarop gaat de rechtbank ervan uit dat het geldbedrag van € 408.658,00 aan de verdachte toebehoorde en uit baten van voornoemd bewezenverklaarde strafbare lachgashandel is verkregen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.076000.24.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering.

Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.131868.24.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank acht – met de officier van justitie en de verdediging – de gevorderde tenuitvoerlegging niet opportuun en zal deze daarom afwijzen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.257749.23.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straffen:

ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren;

voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

verklaart verbeurd de inbeslaggenomen goederen, te weten:

11. 1 STK Vorderingen (Omschrijving: [bankrekeningnummer] t.n.v. [tenaamstelling] ), geschatte waarde: € 408.658,00;

12. 1 STK GSM (Omschrijving: [code] , voorwerpnummer [nummer 4] ;

beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 15 mei 2024, gewezen onder parketnummer 01-076000-24, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken;

beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

wijst af de vordering met parketnummer 01-131868-24 van de officier van justitie d.d. 28 oktober 2025.

beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant van 05 december 2025, gewezen onder parketnummer 01-257749-23, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Bernsen, voorzitter,

mr. A.E. de Kryger en mr. A.M. Koning, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 06 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bernsen
  • mr. A.E. de Kryger
  • mr. A.M. Koning

Griffier

  • mr. A.J.H.L. Coppens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand