ECLI:NL:RBOBR:2026:7162

ECLI:NL:RBOBR:2026:7162

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 08-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 01-239235-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte heeft het 14-jarige slachtoffer, die vanwege ernstige psychische problemen verbleef op een gesloten afdeling van de GGZ (Catamaran) gedurende twee dagen onttrokken aan het wettig gezag en haar voorzien van aanzienlijke hoeveelheden alcohol, wiet en oxazepam. Toen het slachtoffer zwaar onder invloed was van deze middelen heeft verdachte haar hand op zijn penis gelegd en zich door haar laten aftrekken.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

vonnis

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.239235.25

Datum uitspraak: 8 oktober 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [1983] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 september 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1:

hij op of omstreeks 7 september 2025 te Eindhoven met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het tongzoenen met die [slachtoffer] , en/of

- het zich door die [slachtoffer] laten aftrekken, althans het laten betasten en/of aanraken van zijn penis door die [slachtoffer]

en welke aanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door die [slachtoffer] mee te nemen naar zijn, verdachtes, woning en/of (in zijn woning) aan die [slachtoffer] (grote) hoeveelheden alcohol en/of drugs en/of medicijnen te verstrekken en/of beschikbaar te stellen;

T.a.v. feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 7 september 2025 tot en met 8 september 2025 te Eindhoven en/of Nuenen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal opzettelijk

een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [2010] , heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie ziet ten aanzien van feit 1 onvoldoende bewijs voor het tongzoenen van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en meent dat verdachte hiervoor moet worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging.

Feit 1.

De verdediging bepleit primair vrijspraak van dit feit. Er kan niet bewezen worden dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde seksuele handelingen met [slachtoffer] heeft verricht. Subsidiair verzoekt de verdediging om verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheden, omdat dwang, geweld en bedreiging niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Feit 2.

De verdediging bepleit vrijspraak van dit feit. Verdachte wist niet dat [slachtoffer] uit de GGzE-instelling was weggelopen en [slachtoffer] heeft hem gevraagd of ze bij hem mocht blijven. Verdachte heeft dan ook geen opzet gehad op het onttrekken van [slachtoffer] aan het wettig gezag.

Het oordeel van de rechtbank.

A. De bewijsmiddelen.

Voor de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegd.

B. Bewijsoverwegingen.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten vast.

[slachtoffer] , geboren op [2010] , zat op een gesloten afdeling van de [plaats] , een GGzE-instelling aan de [adres 2] . Op 7 september 2025 is de toen 14-jarige [slachtoffer] weggelopen van de GGzE-instelling. Zij is toen naar het centrum van Eindhoven gegaan en daar is zij verdachte tegengekomen. [slachtoffer] en verdachte zijn toen naar het huis van verdachte gegaan. Verdachte heeft toen wijn, wiet en medicijnen aan [slachtoffer] ter beschikking gesteld. Later op de avond lagen [slachtoffer] en verdachte samen in het bed van verdachte. Daar heeft [slachtoffer] verdachte afgetrokken. De moeder van [slachtoffer] en de GGzE-instelling wisten niet waar [slachtoffer] was, en [slachtoffer] is als vermist opgegeven bij de politie. Op 8 september 2025 is verdachte met [slachtoffer] naar een woning aan het [adres 3] gegaan. De politie heeft verdachte en [slachtoffer] vervolgens in deze woning aangetroffen. [slachtoffer] is teruggebracht naar de [plaats] en verdachte is aangehouden.

Ten aanzien van feit 1: (gekwalificeerde) aanranding van een kind in de leeftijd van 12 tot 16 jaar.

Juridisch kader.

Om tot een bewezenverklaring te komen van gekwalificeerde aanranding als bedoeld in artikel 247 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) moet sprake zijn van het verrichten van een seksuele handeling met een kind in de leeftijd van 12 tot 16 jaren, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging. Een seksuele handeling betreft het aanraken van seksuele lichaamsdelen, waaronder geslachtsdelen. Onder seksuele handelingen wordt ook verstaan het een kind seksuele handelingen laten verrichten.

Voor het aannemen van dwang dient sprake te zijn geweest van zodanige pressie van de dader dat het slachtoffer door die dwang niet of in verminderende mate de mogelijkheid had een vrije keuze te maken. De pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen. Of het gebruik van een dwangmiddel in een specifiek geval resulteert in dwang hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

Beoordeling.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] ten tijde van het tenlastegelegde feit 14 jaar was.

Verdachte heeft een seksuele handeling verricht met [slachtoffer] . Dit blijkt uit de verklaring van [slachtoffer] en de verklaring van de verdachte bij de politie. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar hand heeft gepakt en op zijn geslachtsdeel heeft gelegd. Vervolgens heeft verdachte met zijn hand haar hand aangestuurd, en heen en weer bewogen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [slachtoffer] hem heeft afgetrokken. Deze verklaring is consistent met de verklaringen van [slachtoffer] . De latere verklaringen van verdachte bij de rechter-commissaris en ter zitting dat hij lag te slapen en wakker werd van [slachtoffer] die aan zijn geslachtsdeel zat, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

De rechtbank acht de aanranding van [slachtoffer] door verdachte hiermee bewezen.

Dwang.

Ook dit acht de rechtbank bewezen. De rechtbank stelt vast dat verdachte voorafgaand aan de seksuele handeling grote hoeveelheden drank, drugs en slaapmiddelen aan [slachtoffer] ter beschikking heeft gesteld. Als gevolg hiervan was [slachtoffer] erg suf en viel zij continu weg, waardoor zij niet kon aangeven dat ze niet wilde dat verdachte de seksuele handeling met haar verrichtte.Verdachte heeft [slachtoffer] in een toestand gebracht waarin

zij niet of in verminderende mate de mogelijkheid had om een vrije keuze te maken en zich aan de situatie te onttrekken. Vervolgens heeft hij de hand van [slachtoffer] op zijn geslachtsdeel gelegd en zich door haar laten aftrekken.

Vrijspraak voor onderdeel ‘tongzoen’.

De rechtbank ziet, net als de officier van justitie en de verdediging, geen wettig en overtuigend bewijs voor het tongzoenen van [slachtoffer] en zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2: Onttrekking aan wettig gezag.

Juridisch kader.

Het begrip ‘onttrekken’ moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel de onttrekking zelf als het onttrokken houden van de minderjarige aan het wettig gezag. Voor een bewezenverklaring van het onttrekken aan het gezag als een minderjarige zelf is weggelopen, is niet van belang of degene die de minderjarige opvangt, het initiatief heeft genomen tot of heeft bijgedragen aan de besluitvorming van de minderjarige om weg te lopen. Het is dan wel vereist dat degene die de minderjarige opvangt een beslissende invloed heeft gehad op de (voortdurende) scheiding tussen de minderjarige en degene die het gezag uitoefent.

Het opzetvereiste is ten aanzien van onttrekking aan het wettelijk gezag tweeledig. In de eerste plaats dient het opzet gericht te zijn op de omstandigheid dat het slachtoffer een minderjarige betreft. In de tweede plaats dient het opzet betrekking te hebben op de wettigheid van het gezag. Hierbij geldt in beide gevallen dat het voorwaardelijk opzet als ondergrens geldt: verdachte moet wetenschap hebben gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg (onttrekking aan het gezag) zal intreden en moet die kans ten tijde van de gedraging bewust hebben aanvaard.

Beoordeling. Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de toen 14-jarige [slachtoffer] van 7 op 8 september 2025 bij verdachte verbleef. Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij dacht dat [slachtoffer] zestien jaar was. Verdachte was zich er dus van bewust dat [slachtoffer] minderjarig was.

De moeder van [slachtoffer] had het wettig gezag over [slachtoffer] . Zij wist niet dat [slachtoffer] bij verdachte was, laat staan dat zij hier toestemming voor heeft gegeven. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij tegen verdachte heeft verteld dat ze in de ‘gesloten jeugdzorg’ zat. Verdachte heeft verklaard tegen de politie in de politieauto dat [slachtoffer] hem verteld had dat zij ‘bij de GGZ zat’. Daarnaast heeft hij tijdens het politieverhoor verklaard dat hij wist dat ze ‘psychische klachten’ had, dat ze op de vlucht was voor de politie en dat ze eerder was weggelopen van haar ouders.

Door onder deze omstandigheden onderdak te verschaffen aan [slachtoffer] zonder de politie, de GGZ of de moeder van [slachtoffer] hier op enigerlei wijze van op de hoogte te stellen,

heeft hij een beslissende invloed gehad op de onttrekking van [slachtoffer] aan het wettig gezag. Verdachte was in deze situatie de volwassene die zijn verantwoordelijkheid had moeten nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een minderjarige onttrok aan enig wettig gezag.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de minderjarige [slachtoffer] opzettelijk heeft onttrokken aan het wettig gezag door haar in de periode van 7 op 8 september 2025 in zijn woning en in de woning van een kennis te laten verblijven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Feit 1

omstreeks 7 september 2025 te Eindhoven met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] een seksuele handeling heeft verricht, te weten

- het zich door die [slachtoffer] laten aftrekken,

en welke aanranding werd voorafgaan door dwang, door aan die [slachtoffer] grote hoeveelheden alcohol en drugs en medicijnen te verstrekken en beschikbaar te stellen;

Feit 2

in de periode van 7 september 2025 tot en met 8 september 2025 in Nederland, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [2010] , heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met uitzondering van het contactverbod. Daarnaast vordert de officier van justitie om een alcoholverbod op te nemen als bijzondere voorwaarde. De officier van justitie heeft verder gevorderd om een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op te leggen inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] met 14 dagen hechtenis bij elke overtreding van dit verbod en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt om rekening te houden met de kwetsbaarheid en de problematiek van verdachte, en bij een bewezenverklaring te volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Aan een voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen dan de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals geadviseerd door de reclassering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan.

Verdachte heeft de 14-jarige [slachtoffer] , die vanwege ernstige psychische problemen verbleef op een gesloten afdeling van de GGZ ( [plaats] ) gedurende twee dagen onttrokken aan het wettig gezag en haar voorzien van aanzienlijke hoeveelheden alcohol, wiet en oxazepam. Toen [slachtoffer] zwaar onder invloed was van deze middelen heeft verdachte haar hand op zijn penis gelegd en zich door haar laten aftrekken.Aan de onttrekking aan het gezag is enkel een einde gekomen door het ingrijpen van de politie. Verdachte, toen 42 jaar oud, wist dat [slachtoffer] minderjarig was en in een GGZ-instelling verbleef.

Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer] . Het is algemeen bekend dat jeugdige slachtoffers van zedendelicten daar vaak nog geruime tijd negatieve gevolgen van ondervinden. In de spreekrechtverklaring van de moeder van [slachtoffer] komt indringend naar voren hoe groot de impact van het handelen van verdachte is. [slachtoffer] is lange tijd erg verdrietig en in de war geweest. Ook heeft het handelen van verdachte zijn weerslag gehad op de moeder van [slachtoffer] en andere naasten. Zij hebben zich ernstige zorgen gemaakt tijdens de vermissing van [slachtoffer] en ervaren nog veel pijn van wat er is gebeurd. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

De persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 10 augustus 2026. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Over verdachte is op 28 augustus 2026 een reclasseringsrapport opgesteld. De reclassering schrijft het volgende over verdachte:

“De heer [verdachte] staat op vrijwillige basis onder behandeling van de GGzE waar in maart 2025 diagnostiek werd afgerond. Zij spreken van een 'andere gespecificeerde psychotrauma-of stressorgerelateerde stoornis: hechtingsstoornis en een stoornis in alcoholgebruik'. Zij spreken verder over een disharmonisch profiel met een totaal IQ van 89, waarbij vooral problemen worden gezien in het kortetermijngeheugen. De heer [verdachte] ondervindt problemen in sociaal contact. Hij vindt het lastig om mensen langer aan te kijken, vermijdt sociaal contact en rapporteert een angst om controle te verliezen. Hij lijkt daarbij alcohol in te zetten om zijn sociale angst te overwinnen en van daaruit contact aan te gaan. Kijkende naar onderhavige zaak heeft hij geen oog gehad voor de jeugdige leeftijd van het slachtoffer en is hij niet kritisch naar zijn eigen (delict)gedrag. Het gebruik van alcohol en medicatie (Oxazepam) heeft daarin ook een ontremmende rol gespeeld. Betrokkene loopt door zijn problematiek vast in het dagelijks leven en wordt sinds twee jaar begeleid door NEOS (dak- en thuislozenopvang), die hem ondersteunen bij praktische zaken en in het toewerken naar meer zelfstandigheid.

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

Verder beschrijft de reclassering in het rapport het volgende:

“Na het opstellen van deze rapportage bereikte ons de informatie dat de politie op 20 augustus 2026 in de woning van betrokkene is geweest en daar het slachtoffer heeft aangetroffen. Hij zou het slachtoffer weer onderdak hebben gegeven en mogelijk ook drugs. Ook zou zij naakt door de woning hebben gelopen maar is het onduidelijk of er ook seksueel contact heeft plaatsgevonden. Toen dit met betrokkene werd besproken gaf hij aan dat zij contact met hem zocht via Instagram en dat hij hierop heeft gereageerd. Volgens betrokkene hebben zij gesprekken gehad over hoe het met haar gaat en zouden deze gesprekken niet seksueel getint zijn geweest of over middelen zijn gegaan. Betrokkene kon geen inzage tonen in deze gesprekken omdat hij deze gewist zou hebben. (…) Betrokkene heeft gedurende het toezicht en gedurende de adviesgesprekken geen openheid van zaken gegeven over het contact met het slachtoffer en het overtreden van het contactverbod. Betrokkene erkent dat het niet handig is wat hij heeft gedaan, maar noemt dat zij steeds contact zoekt en hij haar wil helpen en hij vindt het lastig om haar af te wijzen. Betrokkene ontkent haar drank en drugs te hebben gegeven en ontkent dat er sprake is van seksueel contact.”

Het voorgaande maakt dat de reclassering ernstige twijfels heeft over de haalbaarheid van een toezicht met bijzondere voorwaarden.

Houding van verdachte:

Verdachte ziet de ernst van de gepleegde strafbare feiten kennelijk niet in.

Hij neemt geen enkele verantwoordelijkheid en wijst [slachtoffer] aan als degene die de seksuele handeling heeft geïnitieerd. Daarnaast heeft verdachte, terwijl zijn voorlopige hechtenis onder strenge voorwaarden (waaronder een contactverbod met [slachtoffer] ) was geschorst, [slachtoffer] opnieuw in huis genomen. Dit getuigt van een ernstig gebrek aan zelfinzicht.

De op te leggen straf.

De rechtbank is alles afwegend van oordeel dat

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 9 maanden voorwaardelijk een passende straf is. Om de kans op herhaling van ernstige strafbare feiten te verkleinen en verdachte de benodigde hulp en begeleiding te bieden, verbindt de rechtbank aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf alle door de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast zal, conform de eis van de officier van justitie, aan verdachte een alcoholverbod opgelegd worden. Ten tijde van het strafbare feit verkeerde verdachte onder invloed van alcohol en uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte te kampen heeft met alcoholproblematiek. De rechtbank zal, om het recidivegevaar te verkleinen en om de motivatie van verdachte gedurende een langere periode vast te houden en hem optimaal te laten profiteren van de hulp en begeleiding van de reclassering, een proeftijd van 3 jaren opleggen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal aldus een lager onvoorwaardelijk strafdeel opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Maatregel 38v SR.

De rechtbank zal, ter bescherming van het slachtoffer, het contactverbod ook als vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van 3 jaren.

De rechtbank zal bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis zal 14 dagen bedragen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, tot een maximum van 6 maanden. De rechtbank zal bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaald persoon of bepaalde personen.

Voorlopige hechtenis.

De rechtbank zal het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis niet opheffen, waardoor de schorsing van de voorlopige hechtenis, onder de reeds gestelde voorwaarden, onverkort van kracht zal blijven tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een bedrag van € 6.500,00 met wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd in verband met gestelde immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie.De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering met de wettelijke rente. Tevens heeft de officier van justitie het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Subsidiair verzoekt de verdediging om de hoogte van de schadevordering te matigen tot een bedrag van ten hoogste € 1.500,00.

De beoordeling.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde aanranding meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen, dat zonder meer kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Dat [slachtoffer] voor de tenlastegelegde periode al kampte met psychische problematiek doet hier niets aan af.

Bij het begroten van de immateriële schade zoekt de rechtbank aansluiting bij categorie (b) ‘Ernstig’ onder 15.3 ‘Aanranding’, zoals opgenomen in de Rotterdamse schaal. Gelet op de omstandigheden van dit geval acht de rechtbank het maximale bedrag binnen deze categorie billijk.

Alles afwegende zal de rechtbank de geleden immateriële schade daarom naar billijkheid vaststellen op € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2025 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2025 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 247 en 279 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

ten aanzien van feit 1:

gekwalificeerde aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Oplegging van straf en maatregel:

legt op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 9 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij reclassering

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij De reclassering van Novadic-Kentron op het adres dr. Poletlaan 74-76 ( 040-2171200 ).

2. Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatiecrisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

3. Ambulante behandeling

Veroordeelde continueert de behandeling welke hij thans volgt bij het GGzE. Betrokkene houdt zich aan de afspraken welke hem binnen dit kader gegeven worden.

4. Contactverbod Dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met: [slachtoffer] , geboren [2010] te [geboorteplaats 2] .

5. Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van middelengebruik.

6. Beheersing middelengebruik

Dat veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

7. Alcoholverbod

De reclassering kan bepalen dat betrokkene in het geheel geen alcohol mag gebruiken. Veroordeelde werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek(blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welkecontrolemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Legt op een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod voor de duur van 3 jaren. Dit verbod houdt in dat de veroordeelde gedurende 3 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [2010] ).

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. De totale duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste zes maanden.

Beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van 5.000,00 euro, bestaande uit immateriële schade. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel:

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 5.000,00 euro. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat veroordeelde van zijn verplichting tot schadevergoeding is bevrijd als hij heeft voldaan aan één van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.H. Groen, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en M.T.T. Slenter, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en is uitgesproken op 8 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.H. Groen

Griffier

  • mr. G. van de Luijtgaarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand