RECHTBANK OOST-BRABANT
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
vonnis
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.057686.26
Datum uitspraak: 08 oktober 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,
wonende te [adres 1] ,
thans gedetineerd te: [verblijf plaats 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak (gemachtigde advocaat) gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van veroordeelde naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 mei 2026.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 24 september 2026 is gewijzigd is aan verdachte tenlastegelegd dat:
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 23 februari 2026 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren [2011 ] ,
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
-het aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of
-het kussen van de penis en/of de wang van die [slachtoffer 1] ,
terwijl dit feit werd begaan onder de in artikel 245, eerst lid, onder a en/of b, omschreven omstandigheden, te weten
jegens een kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid of opleiding was toevertrouwd;
T.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 22 februari 2026 te Eindhoven en/of te Herpen, gemeente Oss, in elk geval in Nederland,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren [2011 ] ,
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen
beneden de leeftijd van zestien jaren,
door in een livestream, althans tijdens een videoverbinding met die [slachtoffer 1] , zich met ontbloot geslachtsdeel te tonen en/of zich in die livestream/videoverbinding af te trekken;
T.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 22 februari 2026 te Eindhoven en/of te Herpen, gemeente Oss, in elk geval in Nederland,
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten
[slachtoffer 1] , geboren [2011 ]
heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad,
te weten een desktop HP mini , bevattende visuele weergaven,
waarop te zien is
het betasten en/of aanraken van het (eigen) geslachtsdeel
toonmap filmpje 2 Name: [bestandsnaam 4]
T.a.v. feit 4:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 februari 2023 tot en met 31 januari 2024 te Hoorn, en of te Herpen, gemeente Oss, in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
met [slachtoffer 2] , geboren op [2010] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
-het pijpen van die [slachtoffer 2] en/of
-het betasten en/of aftrekken van de penis van die [slachtoffer 2] en/of
-het laten betasten van zijn, verdachtes penis door die [slachtoffer 2]
T.a.v. feit 5:
hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2025 tot en met 04 juni 2025 te Herpen, gemeente Oss, en/of te Helmond, in elk geval in Nederland,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 3] , geboren [2011 ] ,
een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden
en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door
-via discord en/of andere social media contact te leggen te onderhouden met die [slachtoffer 3] en/of
-zich tegenover die [slachtoffer 3] voor te doen als [naam] , en/of
-die [slachtoffer 3] het telefoonnummer van die [naam] te geven en/of
-in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd om naaktfoto’s en/of naaktfoto’s naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd en/of seksueel getinte gesprekken met die [slachtoffer 3] heeft gevoerd en/of
-in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] voor te stellen met hem, verdachte af te spreken en hem, verdachte, te knuffelen en/of te betasten en/of seksuele handelingen met hem te verrichten en/of
-meerdere keren bevestiging te vragen over het doorgaan van de afspraak;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2025 tot en met 04 juni 2025 te Herpen, gemeente Oss, en/of te Helmond, in elk geval in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om,
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of
een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 3] , geboren [2011 ] ,
een ontmoeting voor te stellen voor seksuele doeleinden
en enige handeling te ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting,
-via discord en/of andere social media contact heeft gelegd en/of heeft onderhouden met die [slachtoffer 3] en/of
-zich tegenover die [slachtoffer 3] heeft voorgedaan als [naam] , en/of
-die [slachtoffer 3] het telefoonnummer van die [naam] heeft gegeven en/of
-in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd om naaktfoto’s en/of naaktfoto’s naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd en/of seksueel getinte gesprekken met die [slachtoffer 3] heeft gevoerd en/of
-in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] heeft voorgesteld met hem, verdachte, af te spreken en hem, verdachte, te knuffelen en/of te betasten en/of seksuele handelingen met hem te verrichten en/of
-meerdere keren bevestiging heeft gevraagd over het doorgaan van de afspraak,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
T.a.v. feit 6:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2023 tot en met 24 februari 2026 te Hoorn en of te Herpen, gemeente Oss en/of te Eindhoven en/of te Helmond, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 01 februari 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen –
van seksuele gedragingen,
waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken,
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 februari 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,
heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruik making van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,
te weten (een) telefoon(s) merk Apple en/of een computer merk Apple en/of een desktop merk HP, in elk geval gegevensdragers bevattende afbeeldingen/visuele weergave
waarop te zien is dat:
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon
Bestandsnaam: [bestandsnaam 1] (een onbekend gebleven jongen)
p 393 en 394 en aanvullend proces-verbaal/toonmap dd 20-07-2026,
en/of
het betasten en/of aanraken van het (eigen) geslachtsdeel
Bestandsnaam: [bestandsnaam 1] (een onbekend gebleven jongen)
p 393 en 394 en aanvullend proces-verbaal/toonmap dd 20-07-2026,
en/of
Bestandsnaam: [bestandsnaam 2] ( [slachtoffer 2] )
Aanvullend pv/toonmap dd 20-06-26
en/of
Name [bestandsnaam 3] (een onbekend gebleven jongen)
p 452 en toonmap
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd het tenlastegelegde onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 wettig en overtuigend bewezen te verklaren.
De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat geen sprake is van de strafverzwarende omstandigheid dat het ging om een kind dat aan de zorg of waakzaamheid of opleiding van verdachte was toevertrouwd.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich voor wat betreft een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair en 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte deze feiten heeft bekend.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 verzocht verdachte van het deel van de tenlastelegging vrij te spreken dat [slachtoffer 1] aan de zorg of waakzaamheid of opleiding van verdachte was toevertrouwd.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde onder 5 primair. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld van wie het initiatief kwam om af te spreken en dat er een concrete afspraak en locatie tot stand is gekomen. Ook zijn er geen uitvoeringshandelingen verricht tot het verwezenlijken van een ontmoeting.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank acht het tenlastegelegde onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair en 6 op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsbijlage
Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 subsidiair volstaat de rechtbank, gelet op artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met een opgave van bewijsmiddelen, aangezien verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.
De door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6 zijn uitgewerkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dit feit niet volledig bekend.
De opgave van de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1, 2, 3, 4 en 5 subsidiair en de uitwerking van de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6 zijn opgenomen in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Vrijspraak voor strafverzwarende omstandigheid feit 1
Onder feit 1 is als strafverzwarende omstandigheid in de tenlastelegging opgenomen dat [slachtoffer 1] aan de zorg of waakzaamheid of opleiding van verdachte was toevertrouwd.
De rechtbank is het eens met de officier van justitie en de raadsvrouw dat geen sprake is van deze strafverzwarende omstandigheid. Weliswaar was verdachte werkzaam op de middelbare school van het slachtoffer en heeft het misbruik daar ook plaatsgevonden, maar verdachte had als ICT-medewerker geen erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed zoals bijvoorbeeld een leraar.
De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Feit 5: vrijspraak voor grooming, bewezenverklaring poging tot grooming
Aan verdachte is onder feit 5 tenlastegelegd dat hij [slachtoffer 3] , een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doelen en handelingen heeft verricht tot het verwezenlijken van die ontmoeting (primair), dan wel een poging daartoe heeft ondernomen (subsidiair).
Voor een bewezenverklaring van een voltooide grooming is vereist dat voorbereidingen zijn getroffen die gericht zijn op het verwezenlijken van die ontmoeting. Deze voorbereidingen moeten concrete vormen hebben aangenomen en daarmee geacht kunnen worden te zijn gericht op het realiseren van de ontmoeting, maar niet is vereist dat ieder onderdeel van de afspraak is ingevuld. Die concreetheid vergt wel een voldoende mate van bepaaldheid om te kunnen komen tot een afspraak.
Uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat er een begin is gemaakt met het treffen van voorbereidingen. Zo heeft het slachtoffer verklaard over een zaterdag en dat zij in de buurt van het station in Brandevoort zouden afspreken. De vader van het slachtoffer heeft verklaard dat het ging om zaterdag 7 juni 2025. Hoewel verdachte onmiskenbaar heeft aangestuurd op een ontmoeting voor seksuele doeleinden, is naar het oordeel van de rechtbank tussen verdachte en het slachtoffer nog onvoldoende concreet afgesproken waar de afspraak zou plaatsvinden om (juridisch) te kunnen spreken van een voltooide grooming. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot grooming.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
T.a.v. feit 1:
op 23 februari 2026 te Eindhoven, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren [2011 ] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het aftrekken en betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en
- het kussen van het geslachtsorgaan en de wang van die [slachtoffer 1] .
T.a.v. feit 2:
op 22 februari 2026 te Eindhoven en/of te Herpen, gemeente Oss, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren [2011 ] , getuige heeft doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door in een livestream met die [slachtoffer 1] , zich met ontbloot geslachtsdeel te tonen en zich in die livestream af te trekken;
T.a.v. feit 3:
op 22 februari 2026 te Herpen, gemeente Oss, visuele weergaven van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken, te weten [slachtoffer 1] , geboren [2011 ] , heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,
te weten een desktop HP mini, bevattende visuele weergaven, waarop te zien is het betasten en aanraken van het (eigen) geslachtsdeel (toonmap filmpje 2 Name: [bestandsnaam 4] );
T.a.v. feit 4:
in de periode van 01 februari 2023 tot en met 31 januari 2024 te Hoorn, en te Herpen, gemeente Oss, meermalen, met [slachtoffer 2] , geboren op [2010] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
-het pijpen van die [slachtoffer 2] en/of
-het betasten en aftrekken van de penis van die [slachtoffer 2] en/of
-het laten betasten van zijn, verdachtes penis door die [slachtoffer 2] ;
T.a.v. feit 5 subsidiair:
in de periode van 01 mei 2025 tot en met 04 juni 2025 te Herpen, gemeente Oss, en/of te Helmond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 3] , geboren [2011 ] , een ontmoeting voor te stellen voor seksuele doeleinden en enige handeling te ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting,
- via discord en/of andere social media contact heeft gelegd en/of heeft onderhouden met die [slachtoffer 3] en
- zich tegenover die [slachtoffer 3] heeft voorgedaan als [naam] en
- die [slachtoffer 3] het telefoonnummer van die [naam] heeft gegeven en
- in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd om naaktfoto’s en naaktfoto’s naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd en/of seksueel getinte gesprekken met die [slachtoffer 3] heeft gevoerd en
- in de hoedanigheid van [naam] aan die [slachtoffer 3] heeft voorgesteld met hem, verdachte, af te spreken en hem, verdachte, te knuffelen en te betasten en seksuele handelingen met hem te verrichten en
- meerdere keren bevestiging heeft gevraagd over het doorgaan van de afspraak,
T.a.v. feit 6:
in de periode van 1 februari 2023 tot en met 24 februari 2026 te Herpen, gemeente Oss,
(in de periode van 01 februari 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 februari 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
visuele weergaven van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken,
in bezit heeft gehad,
te weten telefoons merk Apple en/of een computer merk Apple bevattende afbeeldingen/visuele weergaven waarop te zien is dat:
- een ander persoon oraal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon
Bestandsnaam: [bestandsnaam 1] (een onbekend gebleven jongen), p. 393 en 394 en aanvullend proces-verbaal/toonmap d.d. 20-07-2026
en/of
- het betasten en/of aanraken van het (eigen) geslachtsdeel
Bestandsnaam: [bestandsnaam 1] (een onbekend gebleven jongen), p. 393 en 394 en aanvullend proces-verbaal/toonmap d.d. 20-07-2026 en
Bestandsnaam: [bestandsnaam 2] ( [slachtoffer 2] ), aanvullend pv/toonmap d.d. 20-06-26 en
Name [bestandsnaam 3] (een onbekend gebleven jongen), p. 452 en toonmap.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en aanvullend de bijzondere voorwaarde dat verdachte niet mag werken in de nabijheid van minderjarigen.
De officier van justitie heeft ook gevorderd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw heeft verzocht het onvoorwaardelijk strafdeel zoveel mogelijk te matigen en een groot deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
De raadsvrouw acht een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht niet noodzakelijk. Verdachte is een first offender en is gemotiveerd om hulp te aanvaarden. Hij beschouwt zijn gevangenhouding als zeer belastend. Een voorwaardelijk strafdeel met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden biedt volgens de verdediging een voldoende stevig kader.
De raadsvrouw heeft verder opgemerkt dat een werkstraf tot de mogelijkheden behoort. De uitvoering van een werkstraf zou kunnen bijdragen aan de re-integratie van verdachte.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft met twee jongens ontuchtige handelingen gepleegd en hij heeft geprobeerd met een derde jongen een ontmoeting te realiseren voor seksuele doeleinden (poging tot grooming). Daarnaast was sprake van corrumperen, waarbij verdachte één van de jongens getuige heeft laten zijn van seksuele handelingen, en het bezit van kinderporno van onder meer twee van de slachtoffers.
De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte op een geraffineerde wijze te werk ging. Verdachte maakte online contact met de jongens in chats van spelletjes. Hij koos kwetsbare minderjarigen uit en gaf hen geld en cadeautjes. Verdachte bouwde een vertrouwensband met hen op en ging steeds een stapje verder. Hij maakte seksuele toespelingen, haalde hen over naaktfoto’s te sturen, probeerde een ontmoeting te verwezenlijken en uiteindelijk pleegde hij met twee minderjarige jongens fysiek seksueel misbruik. Verdachte heeft de jongens valse informatie gegeven om hun vertrouwen te wekken, zoals dat hij politieagent of psycholoog was. Ook heeft hij zich voorgedaan als een vrouwelijke leeftijdgenoot van de slachtoffers door met hen te chatten als een meisje genaamd [naam] . Verdachte heeft grovelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers, en in het geval van [slachtoffer 2] ook dat van zijn ouders, in hem stelden.
Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en hun lichamelijke integriteit aangetast. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat het seksueel misbruik zich heeft voorgedaan in een fase in het leven van de jongens waarin sprake is van een ontluikende seksualiteit, waarin de seksuele beleving en ervaring zich stapsgewijs zouden moeten kunnen ontwikkelen met een gelijkwaardige partner. Het behoeft geen betoog dat seksueel misbruik van een minderjarige zeer nadelige gevolgen kan hebben in de zin van psychische en emotionele schade bij de desbetreffende minderjarige en dat de minderjarige hierdoor ernstig kan worden geschaad in zijn of haar verdere ontwikkeling. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vorderingen benadeelde partij en de slachtofferverklaringen blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is. Een en ander is invoelend verwoord tijdens het uitoefenen van het spreekrecht ter zitting.
De rechtbank houdt ook in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte nauwelijks verantwoordelijkheid heeft afgelegd voor zijn handelen. In zijn eerste politieverhoor heeft hij zijn rol bij de feiten categorisch ontkend. Geconfronteerd met de onderzoeksbevindingen heeft verdachte minimale betrokkenheid toegegeven; hij kon zich weinig herinneren of schoof de schuld in de schoenen van de minderjarige slachtoffers. Ter zitting was verdachte niet aanwezig. Voor de slachtoffers moet het onverteerbaar zijn dat zij verdachte niet hebben kunnen confronteren met de gevolgen van zijn handelen. Ondanks zijn stoornissen (waarover hierna meer) ziet de rechtbank een verdachte die heel weinig inzicht heeft in de kwalijkheid van zijn handelen en daar zeer beperkt verantwoordelijkheid voor neemt.
De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met de stoornissen die bij verdachte zijn vastgesteld en waarover is gerapporteerd door R.J.A. van Helvoirt, GZ-psycholoog (supervisor) en J. Richards, GZ-psycholoog (supervisant) in hun rapporten van 3 juni 2026 en 28 augustus 2026. Daaruit blijkt dat de door verdachte gepleegde strafbare feiten waarbij sprake was van fysiek contact (feiten 1 en 4), dan wel van het (via chats) verleiden van de minderjarige tot het aangaan daarvan (feit 5) in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Deze rapporten houden verder onder meer het volgende in:
Betrokkene is een jongvolwassen man die in termen van DSM-5-TR voldoet aan de classificatiecriteria van een autismespectrumstoornis van lichte ernst, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke trekken, een specifieke leerstoornis met beperkingen in het rekenen (dyscalculie), een persisterende depressieve stoornis en een andere gespecificeerde parafiele stoornis. De vastgestelde psychopathologie was aanwezig tijdens het plegen van het tenlastegelegde en beïnvloedde onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde.
Onderzoekers komen tot het advies om de tenlastegelegde hands-on feiten in verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen. Over de non-contact seksuele delicten, te weten het vervaardigen en bezit van kinderporno, zijn onderzoekers van mening dat betrokkene wist dat hetgeen hij deed strafbaar was (begripsvermogen) en dat hij hierbij enkel rekening heeft gehouden met zijn eigen lustgevoelens en mogelijkheid om naderhand het beeldmateriaal te bekijken om zijn eigen seksuele verlangens te bevredigen. In non-contact speelde volgens onderzoekers de gevoelens van tekortschieten en angst voor afwijzing door volwassenen geen noemenswaardige rol. Hiermee ontbreekt voor onderzoekers de noodzakelijke dynamiek tussen de parafiele stoornis en de persoonlijkheidsstoornis die in de hands-on delicten leiden tot een advies van verminderde toerekening. Ten aanzien van de non-contact delicten wordt geadviseerd om het tenlastegelegde volledig aan betrokkene toe te rekenen.
De kwetsbaarheid van betrokkene zit in de combinatie van zijn persoonlijkheidsstoornis en parafiele stoornis. Betrokkene voelt zich voortdurend tekort schieten in de relatie tot volwassenen en zoekt naar contact met leeftijdgenoten waar hij zich op zijn gemak voelt. Vervolgens seksualiseert hij dat contact. Een context waarbij betrokkene zich afgewezen en neerslachtig voelt, maar wel toegang heeft tot contact met minderjarigen is daarbij risicoverhogend.
Ter verlaging van het recidiverisico wordt geadviseerd om aan betrokkene een behandeling op te leggen. Deze behandeling moet zich in beginsel richten op de persoonlijkheidsstoornis van betrokkene die de voedingsbodem heeft gecreëerd voor de kwetsbaarheid om het tenlastegelegde te plegen. Schematherapie zou een passende interventie kunnen zijn voor het behandelen van de persoonlijkheidsproblematiek. Overwogen kan worden om de behandeling (op termijn) in groepsvorm te laten plaatsvinden, zodat betrokkene ervaringen opdoet in de omgang met andere volwassenen. Daarnaast zou een kernelement van de behandeling de parafiele stoornis moeten zijn. Waarbij de behandeling zich moet richten op de cognitieve vertekeningen (overidentificatie, rolomkering) en, het verbeteren van de mentaliserende- en sociale vaardigheden en verstevigen van het zelfbeeld. Hiervoor zijn gespecialiseerde behandelprogramma’s gericht op zedendaders beschikbaar.
Het wordt geadviseerd om de behandeling in beginsel binnen een klinische voorziening vorm te geven binnen een forensisch-psychiatrische behandelinstelling met kennis van zedenproblematiek. Een klinische voorziening zoals een forensisch psychiatrische afdeling (FPA) is noodzakelijk om het risicomanagement adequaat vorm te geven. Het is belangrijk om zicht te houden op het (online) gedrag van betrokkene en een start te maken met de behandeling alvorens toe te werken naar een meer zelfstandige woonvorm. De duur van de plaatsing op een forensische psychiatrische afdeling zou moeten afhangen van de behandelvoortgang en het risicomanagement.
De beschreven interventies kunnen worden opgelegd binnen het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met het reclasseringsrapport van 10 september 2026 en de aanvullende e-mail van 22 september 2026. De reclassering schat het risico op recidive vanwege de complexe en hardnekkige problematiek van verdachte als gemiddeld-hoog. Na afronding van de klinische behandeling dient langdurige begeleiding op onder andere het gebied van zelfredzaamheid, emotieregulatie en het aangaan en onderhouden van adequaat sociaal contact te worden overwogen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden:
Bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseert de reclassering ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de gevangenisstraf en/of de proeftijd in het kader van een voorwaardelijke veroordeling.
De rechtbank zoekt bij haar beslissing over de hoogte van de straf zoveel mogelijk aansluiting bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen dan als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het oriëntatiepunt voor het vervaardigen van kinderporno is een gevangenisstraf voor de duur 2 jaar. Voor het bezit van kinderporno is dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met bijzondere voorwaarden en de maximale taakstraf. Ten aanzien van de overige feiten zijn er geen landelijke oriëntatiepunten, zodat de rechtbank voor die feiten heeft gekeken naar uitspraken in vergelijkbare zaken.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Oplegging van een werkstraf zoals door de raadsvrouw is verzocht, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan het bewezenverklaarde.
De rechtbank zal geen gevangenisstraf opleggen van meer dan vier jaar omdat het dan niet mogelijk is om een voorwaardelijke straf op te leggen waaraan de door de gedragsdeskundigen en reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden kunnen worden.
Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal daarop in mindering worden gebracht.
De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte, te weten 12 maanden, voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde ook opnemen dat verdachte zich gedurende de proeftijd onthoudt van het verrichten van betaald of onbetaald werk op locaties waar minderjarigen aanwezig zijn. De rechtbank heeft hierbij gelet op de omstandigheid dat verdachte feit 1 heeft gepleegd op de middelbare school waar hij destijds werkzaam was. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank een proeftijd van 5 jaren opleggen.
De rechtbank zal aldus dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, ook al spreekt de rechtbank verdachte vrij van feit 5 primair. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat in onderhavige zaak het verschil tussen een bewezenverklaring van feit 5 primair en feit 5 subsidiair is gelegen in de juridische kwalificatie hiervan en niet zozeer in de ernst van hetgeen feitelijk heeft plaatsgevonden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank zal ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen zoals door de reclassering is geadviseerd. De reclassering ziet, ondanks de behandelbereidheid van verdachte en het feit dat verdachte niet eerder in aanraking kwam met politie en justitie, voldoende indicatie om deze maatregel te adviseren. De combinatie van psychische problematiek met zedendelictgedrag wordt zorgelijk geacht, met name vanwege het risico dat factoren die samenhangen met de autismespectrumstoornis, zoals rigiditeit en hardnekkige denk- en gedragspatronen, veranderingen in gedrag bemoeilijken.
Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis
De raadsvrouw heeft verzocht de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen zodra er een plek beschikbaar is bij [zorginstelling] of een soortgelijke zorginstelling.
De rechtbank wijst het verzoek af vanwege de duur van de door de rechtbank op te leggen gevangenisstraf. De rechtbank acht het niet wenselijk dat verdachte eerst op korte termijn zijn behandeling, die (mede) gericht is op re-integratie in de maatschappij, start om vervolgens daarna of nog lopende die behandeling een resterend strafdeel te moeten uitzitten.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
Inleiding.
Door [slachtoffer 1] is schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 8.334,88 vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het bedrag bestaat uit € 209,88 voor materiële schade (reiskosten) en € 8.125,00 voor immateriële schade.
Door [slachtoffer 2] is schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 6.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het bedrag bestaat geheel uit immateriële schade.
Door [slachtoffer 3] is schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 3.750,00 vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het bedrag bestaat geheel uit immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen geheel toe te wijzen inclusief de wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de door [slachtoffer 1] verzochte vergoeding voor materiële schade. De raadsvrouw heeft verzocht een vergoeding van maximaal € 5.000,00 toe te wijzen voor immateriële schade. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat categorie a van de Rotterdamse schaal niet van toepassing is en dat de verhoging van 25% voor ernstige verwijtbaarheid onvoldoende is onderbouwd.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] .
De raadsvrouw heeft verzocht de vordering van [slachtoffer 3] te matigen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat dit feit niet kan worden ingedeeld in de aangehaalde categorie van sextortion, omdat bij sextortion sprake is van een ander en ernstiger feit.
Het oordeel van de rechtbank.
Juridisch kader immateriële schade volgens de Hoge Raad
Als de schade die het gevolg is van een gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust nadeel omvat dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de in artikel 6:106, onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. In voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
De vordering van [slachtoffer 1]
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, de gevorderde schadevergoeding voor reiskosten, te weten een bedrag van € 209,88. De rechtbank zal het bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2026 (de laatst ondergane behandeling), tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank acht ook toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, de gevorderde schadevergoeding voor immateriële schade, te weten een bedrag van € 8.125,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het laatste delict (23 februari 2026) tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, omdat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. De benadeelde heeft psychologische behandeling, waaronder traumabehandeling in de vorm van EDMR, gevolgd en volgt deze nog steeds. Een en ander is onderbouwd met een behandelovereenkomst en een tussentijdse rapportage van Apanta-GGZ. De benadeelde heeft recht op een schadevergoeding.
De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de vergoeding aangesloten bij de Rotterdamse schaal ten aanzien van aanranding (15.3). Naar het oordeel van de rechtbank komt de situatie van de benadeelde overeen met sub a, meest ernstig. Hierbij hoort een vergoeding van € 5.000,00 tot € 6.500,00. De rechtbank heeft hierbij gelet op de leeftijd van de benadeelde ten tijde van het misbruik, te weten 14 jaar, en zijn kwetsbaarheid, de locatie waar de fysieke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, te weten de middelbare school, en de omstandigheid dat naast fysieke seksuele handelingen, ook digitale seksuele handelingen (in een livestream) hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft verder gelet op het manipulatieve handelen van verdachte, waarbij hij eerst een vertrouwensband met de benadeelde heeft opgebouwd, langzamerhand seksuele toespelingen heeft gedaan, waarna het uiteindelijke misbruik heeft plaatsgevonden. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernstige psychische gevolgen voor de benadeelde. De rechtbank zal gelet op vorenstaande ook de verzochte 25% verhoging voor uiterst verwijtbare gedragingen toewijzen. De rechtbank heeft hierbij mede gelet op de omstandigheid dat kwetsbare minderjarigen geestelijk letsel moeilijker kunnen verwerken dan meerderjarigen.
De vordering van [slachtoffer 2]
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending, te weten het meermalen seksueel misbruiken van een minderjarige, meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Het gaat in deze zaak immers om seksueel misbruik van een minderjarige. Uit de toelichting op de vordering volgt bovendien dat de benadeelde slaapproblemen heeft, dat hij gebukt gaat onder sterke schuldgevoelens en dat hij zich geregeld verward voelt over hetgeen hem is overkomen. De benadeelde heeft hier psychologische ondersteuning voor gehad. De benadeelde heeft recht op een schadevergoeding.
De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de vergoeding aangesloten bij de Rotterdamse schaal ten aanzien van aanranding (15.3). Naar het oordeel van de rechtbank komt de situatie van de benadeelde overeen met sub a, meest ernstig. Hierbij hoort een vergoeding van € 5.000,00 tot € 6.500,00. De rechtbank heeft hierbij gelet op de leeftijd van de benadeelde ten tijde van het misbruik, te weten 13 jaar, en zijn kwetsbaarheid. Ook heeft de rechtbank gelet op de omstandigheid dat het seksueel misbruik gedurende een langere periode heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft verder gelet op het manipulatieve handelen van verdachte, waarbij hij eerst een vertrouwensband met de benadeelde heeft opgebouwd, langzamerhand seksuele toespelingen heeft gedaan, waarna het uiteindelijke misbruik heeft plaatsgevonden. Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met de psychische impact op de benadeelde.
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de gevorderde schadevergoeding voor immateriële schade, te weten een bedrag van € 6.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de einddatum van de tenlastegelegde periode (31 januari 2024) tot aan de dag der algehele voldoening.
De vordering van [slachtoffer 3]
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending, te weten de poging tot grooming van een minderjarige, kunnen meebrengen dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. Uit de toelichting op de vordering volgt dat door de school van de benadeelde een achteruitgang in zijn functioneren is waargenomen en dat sprake is van ernstige concentratie- en aandachtsproblemen, aanhoudende vermoeidheidsklachten, verlies van zelfstandigheid, toegenomen vergeetachtigheid, noodzaak van voortdurende extra begeleiding door ouders en school en verminderde alertheid. Verder ervaart de benadeelde door het misbruik nog steeds moeite met het vertrouwen van anderen, het aangaan van nieuwe sociale contacten en met name het ontwikkelen van (intieme) relaties. De rechtbank is gelet op vorenstaande van oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon. De benadeelde heeft recht op een schadevergoeding.
De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de vergoeding aangesloten bij de Rotterdamse schaal ten aanzien van sextortion (15.5). De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een vorm van sextortion, omdat verdachte de benadeelde heeft bewogen om naaktfoto’s te sturen. Hierdoor is angst en onzekerheid ontstaan of het beeldmateriaal is verspreid, wetende dat eenmaal (online) verspreid materiaal bijna nooit (volledig en met zekerheid) kan worden verwijderd en vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank komt de situatie van de benadeelde overeen met sub c, tamelijk ernstig. Hierbij hoort een vergoeding tot € 2.000,00. De rechtbank heeft hierbij gelet op de leeftijd van de benadeelde ten tijde van de poging tot grooming, te weten 14 jaar. De rechtbank heeft verder gelet op het manipulatieve handelen van verdachte, waarbij hij zich voorgedaan heeft als ‘ [naam] ’ om bij de benadeelde de indruk te wekken dat hij een eerste vriendinnetje had, langzamerhand seksuele toespelingen heeft gedaan, waarna de poging tot grooming heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de psychische impact op de benadeelde.
De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een gedeelte van de gevorderde schadevergoeding voor immateriële schade, te weten een bedrag van € 2.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de einddatum van de tenlastegelegde periode (4 juni 2025) tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft de meer gevorderde vergoeding voor immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Kostenveroordeling
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor is bepaald.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
BEM-clausule.
De rechtbank zal ten aanzien van alle benadeelde partijen bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) zal worden gestort. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot de minderjarige achttien jaar is.
Beslag.
Onder verdachte zijn de in het dictum genoemde mobiele telefoon en computer inbeslaggenomen. De politie heeft op deze telefoon kinderporno aangetroffen.
De rechtbank is van oordeel dat deze voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 38z, 45, 57, 240b (oud), 247 (oud), 251 en 252 Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 5 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het tenlastegelegde onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair en 6 bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
T.a.v. feit 1:
aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren
T.a.v. feit 2:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren
T.a.v. feit 3:
een visuele weergave van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben
T.a.v. feit 4:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd
T.a.v. feit 5 subsidiair:
poging tot een kind beneden de leeftijd van zestien jaren een ontmoeting voorstellen voor seksuele doeleinden en enige handeling ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting
T.a.v. feit 6:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd
en
een visuele weergave van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf en maatregelen.
T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5 subsidiair, feit 6:
Een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 5 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
1. Meldplicht bij reclassering
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
2. Opneming in een zorginstelling
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door [zorginstelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, seksueel grensoverschrijdend gedrag, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
3. Contactverbod
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met de slachtoffers in onderhavige zaak, te weten:
- [slachtoffer 1] , geboortedatum [2011 ] ;
- [slachtoffer 2] , geboortedatum [2010] ;
- [slachtoffer 3] , geboortedatum [2011 ] .
4. Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in:
- de wijk Brandevoort in Helmond;
- een omgeving van minimaal 500 m rondom locatie [adres 2] te Eindhoven;
- een omgeving van minimaal 500 m rondom de woning aan de [adres 3] te Eindhoven.
5. Vermijden contact met minderjarigen
Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat een door de reclassering aangewezen persoon of instantie hierbij aanwezig is.
6. Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft. Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde.
7. Werk
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onthoudt van het verrichten van betaald of onbetaald werk op locaties waar minderjarigen aanwezig zijn.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5 subsidiair, feit 6:
Een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:
Maatregel van schadevergoeding
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1], van een bedrag van 8.334,88 euro.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 66 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit 209,88 euro materiële schade en 8.125,00 euro immateriële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2026 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 8.334,88 euro, bestaande uit 209,88 euro materiële schade en 8.125,00 euro immateriële schade.
De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2026 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding aan de minderjarige zal worden gestort op een ten behoeve van deze minderjarige te openen rekening met een BEM-clausule.
T.a.v. feit 4:
Maatregel van schadevergoeding
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2], van een bedrag van 6.500,00 euro.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 57 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van 6.500,00 euro, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding aan de minderjarige zal worden gestort op een ten behoeve van deze minderjarige te openen rekening met een BEM-clausule.
T.a.v. feit 5 subsidiair:
Maatregel van schadevergoeding
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3], van een bedrag van 2.000,00 euro.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 04 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van 2.000,00 euro, bestaande uit immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 04 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding aan de minderjarige zal worden gestort op een ten behoeve van deze minderjarige te openen rekening met een BEM-clausule.
Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:
- 1 STK GSM (Omschrijving: PL2100-2025123377-G2350229 / bevat KIPO / code 160620, geen hoesje, Zwart, merk: Apple);
- 1 STK Computer (Omschrijving: PL2100-NHRBC24051_884410 / bevat KIPO / met voedingskabel, Zilver, merk: Apple).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.E. Bartels, voorzitter,
mr. W.M.T. Keukens en mr. A.J. den Besten, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H. Wildeman, griffier,
en is uitgesproken op 08 oktober 2026.