ECLI:NL:RBOBR:2026:7289

ECLI:NL:RBOBR:2026:7289

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer 82/063333-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling feitelijk leidinggeven belastingfraude. Taakstraf 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, proeftijd 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 82.063333.24

Datum uitspraak: 13 oktober 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 februari 2026. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1:

[medeverdachte] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 1 februari 2022 in Tilburg en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een of meer (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [medeverdachte] . over:

- het derde en/of het vierde kwartaal 2019 en/of

- het eerste en/of het derde en/of het vierde kwartaal 2020 en/of

- het eerste en/of het tweede en/of het derde en/of het vierde kwartaal 2021,

(telkens) niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

(art. 69 lid 1 AWR, art. 51 Sr)

T.a.v. feit 2:

[medeverdachte] . op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 31 juli 2020 in Tilburg en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

telkens opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [medeverdachte] . over:

- het tweede kwartaal 2019 en/of

- het tweede kwartaal 2020,

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen, door

(telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n) een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting / voor in aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven en/of te doen/laten opgeven,

Terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt geheven;

Tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

(art. 69 lid 2 AWR, art. 47/51 Sr)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota genoemde gronden en de daarop gegeven aanvullingen ter terechtzitting van 29 september 2026 heeft de verdediging vrijspraak bepleit van wat verdachte ten laste is gelegd. Zij heeft aangevoerd dat de verklaringen van verdachte bij de belastingdienst en de FIOD van het bewijs moeten worden uitgesloten, omdat het nemo tenetur-beginsel en het recht op verhoorbijstand zijn geschonden. Verder staat volgens de verdediging onvoldoende vast dat de vennootschap op de hoogte was van zijn verplichting om aangifte omzetbelasting te doen en dat hij opzettelijk heeft gehandeld. Ten slotte is het nadeel volgens de verdediging niet exact vast te stellen.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Voor de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Vaststelling feiten.

De rechtbank stelt op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast. De vennootschap was ten aanzien van de ten laste gelegde kwartalen aangifteplichtig voor de omzetbelasting. Voorts stelt de rechtbank vast dat de vennootschap voor de in de ten laste gelegde kwartalen niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn aangifte omzetbelasting heeft gedaan. Ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat de aangiften omzetbelasting voor de kwartalen zoals in de tenlastelegging zijn opgenomen niet of niet binnen de gestelde termijn zijn gedaan.

Voorts stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] . wel aangiften omzetbelasting heeft gedaan voor het tweede kwartaal van 2019 en het tweede kwartaal van 2020. De rechtbank stelt vast dat de aangiften van het tweede kwartaal in 2019 en het tweede kwartaal van 2020 onjuist en onvolledig zijn gedaan. In deze aangiften werd opgenomen dat in de voornoemde kwartalen geen omzet werd behaald, doordat zogenoemde nihilaangiften werden gedaan. Uit de gegevens die de Belastingdienst tijdens zijn controleonderzoek van de vennootschap heeft ontvangen volgt dat in deze kwartalen wel degelijk omzet door de vennootschap werd gegenereerd. Zodoende is sprake van onjuiste en onvolledige aangiften omzetbelasting.

Nadere overwegingen van de rechtbank.

Opzet.

De rechtbank is van oordeel dat de vennootschap telkens opzettelijk onjuist en onvolledig aangifte omzetbelasting heeft gedaan. Het opzet zit besloten in het feit dat nihilaangiften zijn ingediend, terwijl de vennootschap op dat moment actief was en overduidelijk omzet behaalde met haar bedrijfsactiviteiten. Het kan niet anders dan dat de medewerkers van de vennootschap die deze aangiften hebben gedaan dat geweten hebben. Dit opzet kan aan de vennootschap worden toegerekend.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de vennootschap is uitgenodigd om aangifte omzetbelasting te doen en ook aangifte omzetbelasting heeft gedaan voor het tweede kwartaal van 2019. Daaruit volgt dat de vennootschap op de hoogte was van haar verplichting tot het doen van aangifte omzetbelasting. De onder feit 1 opgenomen aangiften omzetbelasting dateren alle van na deze aangifte. Door die aangiften desondanks niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn te doen, heeft de vennootschap opzettelijk gehandeld.

Strekkingsvereiste.

De rechtbank oordeelt dat aan het strekkingsvereiste is voldaan. In de onjuiste aangiften is een te laag bedrag aan belasting aangegeven. Ten aanzien van de niet tijdig gedane aangiften is relevant dat het niet tijdig doen van aangifte omzetbelasting ten aanzien van een periode waarin wel omzet wordt gemaakt, ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven. De precieze omvang van het nadeel is daarvoor niet van belang.

Toerekening aan de rechtspersoon.

Een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend.

Daarvoor is onder andere van belang of de gedraging heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon en in dat verband is van belang of de gedraging past binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon. Het doen van belastingaangifte is bij uitstek een gedraging die plaatsvindt in de sfeer van de rechtspersoon en past binnen de normale bedrijfsvoering. De gedraging kan daarom aan de vennootschap worden toegerekend.

Feitelijk leidinggeven.

In feitelijk leidinggeven ligt een zelfstandig opzetvereiste op de verboden gedraging besloten. Dat wil zeggen dat verdachte als feitelijk leidinggever ten minste de aanmerkelijke kans moet hebben aanvaard dat de verboden gedragingen plaatsvinden. Feitelijk leidinggeven kan ook bestaan uit het achterwege laten van maatregelen door degene die bevoegd en redelijkerwijs gehouden was die te treffen.

Verdachte was in de ten laste gelegde periode enig bestuurder van de vennootschap. De aangiften omzetbelasting zijn met zijn inloggegevens ingediend, die hij aan anderen beschikbaar had gesteld. Als enig bestuurder was verdachte bevoegd en redelijkerwijs gehouden erop toe te zien dat de aangiften tijdig en juist werden gedaan. Dat hij het doen van de aangiften na zijn ongeluk in 2018 noodgedwongen aan anderen heeft overgelaten, ontslaat hem niet van die verantwoordelijkheid. Verdachte had moeten controleren of de aangiften juist gedaan werden of op zijn minst iemand met de daarvoor benodigde kennis moeten vragen om dit voor hem te controleren. De rechtbank is van oordeel dat dit ook van verdachte gevraagd kon worden in de omstandigheden waarin hij zich bevond. Als hij echt niet meer in staat was geweest om zijn bedrijf te leiden, dan hij zich als bestuurder moeten uitschrijven. Door dit niet te doen, maar zijn bedrijf te blijven voortzetten zonder toezicht te (laten) houden op onder andere de aangiften omzetbelasting die werden gedaan, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aangiften niet tijdig en onjuist zouden worden gedaan. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.

Conclusie.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, een en ander zoals hierna onder “De bewezenverklaring” nader is omschreven.

Overige verweren.

Ter terechtzitting heeft de verdediging een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt naar voren gebracht ten aanzien van in het procesdossier opgenomen verklaringen van verdachte bij de belastingdienst en de FIOD. De rechtbank heeft de verklaringen waarop dit standpunt betrekking heeft, niet voor het bewijs gebruikt. Daarom wordt dit verweer niet verder besproken.

Daarnaast heeft de verdediging ter terechtzitting een aantal andere verweren gevoerd. Voor zover de rechtbank niet op die verweren heeft gereageerd, heeft de rechtbank die verweren als bewijsverweren aangemerkt. Die verweren worden weerlegd in de inhoud van de bewijsmiddelen. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bewijsmiddelen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat

T.a.v. feit 1:

[medeverdachte] op tijdstippen in de periode van 1 juli 2019 tot en met 1 februari 2022 in Nederland,

telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [medeverdachte] . over:

- het derde en het vierde kwartaal 2019 en

- het eerste en het derde en het vierde kwartaal 2020 en

- het eerste en het tweede en het derde en het vierde kwartaal 2021,

telkens niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan,

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven;

T.a.v. feit 2:

[medeverdachte] . op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 31 juli 2020 in Nederland,

telkens opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten digitale aangiften voor de omzetbelasting ten name van [medeverdachte] . over:

- het tweede kwartaal 2019 en

- het tweede kwartaal 2020,

telkens onjuist en onvolledig heeft gedaan, door

telkens op de ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting op te geven,

Terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijk leiding heeft gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota opgenomen gronden heeft de verdediging de rechtbank primair verzocht te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Subsidiair heeft de verdediging verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht de straf te matigen gezien de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de bewezenverklaarde feiten

De vennootschap heeft door het opzettelijk niet doen en onjuist doen van aangiftes omzetbelasting een aanzienlijk bedrag aan wederrechtelijk belastingvoordeel verkregen. Het bedrag dat door de Belastingdienst is misgelopen bedraagt in ieder geval ruim € 150.000,-. Verdachte heeft met zijn handelwijze de Nederlandse Staat en daarmee de Nederlandse gemeenschap benadeeld. Bij belastingheffing zijn gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken, nu door belastingheffing wordt beoogd de Staat de geldmiddelen te verschaffen die voor de vervulling van zijn taken nodig zijn. Die gemeenschapsbelangen heeft verdachte door zijn handelwijze geschonden.

Strafmodaliteit

De rechtbank heeft bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op de oriëntatiepunten en het benadelingsbedrag is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf normaal gesproken op zijn plaats zou zijn. In dit geval ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte echter reden om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Verdachte heeft eind 2018 een auto-ongeluk gehad waarbij hij van achteren is aangereden. Als gevolg hiervan heeft verdachte tot op de dag van vandaag problemen met het verwerken van prikkels, het organiseren van dagelijkse zaken en het overzien en prioriteren van verplichtingen. Deze klachten hebben niet alleen invloed gehad op de tenlastegelegde feiten, maar zorgen er ook nog steeds voor dat verdachte niet in staat is de dingen te doen die hij tot eind 2018 wel kon. Verdachte heeft daarnaast samen met zijn vrouw de zorg voor twee jonge kinderen van 6 en 8 jaar. Verder is het bedrijf van verdachte inmiddels niet meer actief, maar is verdachte nog wel bezig om met de belastingdienst tot een regeling te komen om de belastingschulden af te betalen. Om hiervoor inkomsten te genereren is hij van plan om bij zijn broer in het bedrijf te gaan werken. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf verder rekening met het feit dat de redelijke termijn met ruim een jaar overschreden. Gelet op al deze omstandigheden acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. In plaats daarvan zal de rechtbank een taakstraf opleggen voor de duur van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaar. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 51, 57 Wetboek van Strafrecht

68, 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet of niet tijdig doen terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

t.a.v. feit 2:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon en verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straffen.

- Een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis;

- Een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Vermeulen, voorzitter,

mr. G.M. Blanken en mr. A.H.J. Saes, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J. Beex, griffier,

en is uitgesproken op 13 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.M. Vermeulen
  • mr. G.M. Blanken
  • mr. A.H.J. Saes

Griffier

  • mr. J. Beex

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand