Beschikking van de kantonrechter van 8 oktober 2026
op verzoek van:
Ivo Alexander Suerink,
geboren te Helmond op 1 oktober 2009,
wonende te Nachtegaallaan 62, 5425 RT De Mortel,
hierna te noemen: Ivo,
met als belanghebbenden:
de heer Emile Louis Suerink,
geboren te Best op 25 juni 1971,
hierna te noemen: vader.
en
mevrouw Arnoldine Nicoline van der Bruggen,
geboren te Amsterdam op 20 december 1968,
beiden wonende te Nachtegaallaan 62, 5425 RT De Mortel,
hierna te noemen: moeder.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
Het verzoek is behandeld ter zitting van 7 oktober 2026. Van hetgeen ter zitting is besproken, zijn aantekeningen gemaakt. Ter zitting zijn de minderjarige en zijn vader verschenen.
Beoordeling
Ivo wil bepaalde bevoegdheden krijgen van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat Ivo zijn bedrijf genaamd Archiode verder wil uitbreiden. Om dit bedrijf zelfstandig te kunnen voeren verzoekt Ivo de kantonrechter om hem handlichting te verlenen voor het openen van een zakelijke bankrekening.
Ivo is op dit moment 17 jaar oud. Zijn ouders die het gezag over hem uitoefenen, hebben schriftelijk verklaard in te stemmen met de verzochte handlichting.
Ter zitting heeft Ivo duidelijk aan de kantonrechter uitgelegd wat zijn plannen zijn voor de toekomst. Ivo heeft een webshop waarin hij zelfontworpen architectuurposters verkoopt. Op dit moment kan hij de posters niet verkopen, omdat hij geen zakelijke bankrekening kan openen. Na het openen van de zakelijke bankrekening kan hij betaalmethodes activeren en kunnen klanten zijn posters via zijn website kopen.
Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, het verhandelde ter zitting en de instemming van de ouders is de kantonrechter op grond van artikel 1:235 BW van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, in die zin dat Ivo geen onbeperkte bevoegdheden van een meerderjarige verkrijgt maar wel de bevoegdheden waar hij om heeft verzocht.
De kantonrechter wijst in het bijzonder nog wel op artikel 1:235, lid 3 BW waarin is opgenomen dat Ivo door handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen. Dat komt erop neer dat Ivo deze belangrijke goederen, zoals een huis of aandelen, niet zelfstandig kan kopen of verkopen.
Met betrekking tot de publicatieplicht, zoals voorgeschreven in artikel 1:237 BW oordeelt de kantonrechter als volgt.
In dit artikel is bepaald dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee bij de benoeming voorgeschreven nieuwsbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis konden nemen van deze handlichting. In de huidige samenleving is echter toegang tot internet voor eenieder beschikbaar en publicatie van de handlichting via internet naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet praktisch gezien, ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant en twee dagbladen. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de griffier zorg zal dragen voor publicatie van deze beschikking in de digitale Staatscourant en zal de beschikking (niet geanonimiseerd) worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl. De handlichting werkt door deze publicatieplicht ook niet meteen, maar pas vanaf de datum van publicatie op de online Staatscourant en www.rechtspraak.nl.
Beslissing
De kantonrechter:
- verleent aan Ivo Alexander Suerink, geboren te Helmond op 1 oktober 2009, handlichting tot:
alle rechtshandelingen die nodig zijn om zijn bedrijf uit te kunnen oefenen, zoals het aangaan van overeenkomsten tot € 1.000,00 en betalingen verrichten tot
€ 1.000,00;
het openen van een zakelijke bankrekening.
- bepaalt dat deze beschikking door de griffier van deze rechtbank zal worden gepubliceerd in de online Staatcourant en niet geanonimiseerd zal worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.