ECLI:NL:RBOBR:2026:7468

ECLI:NL:RBOBR:2026:7468

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer 01-081790-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De verdachte (destijds 34 jaar) maakte zich schuldig aan sexchatting via Snapchat met een meisje van toen 9 jaar. Hij liet het meisje verregaande seksuele handelingen met zichzelf verrichten en beelden daarvan, en ook andere naaktbeelden van haar, met de verdachte te delen. De verdachte stuurde op zijn beurt onder meer een foto van zijn geslachtsdeel naar het slachtoffer. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 140 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 2.500 euro.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01.081790.26

Datum uitspraak: 21 oktober 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,

wonende te [woonplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2026 en 14 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 augustus 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2024 tot en met 18 januari 2025 te Drunen, gemeente Heusden, in elk geval in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren [2015] , indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door in chatgesprekken/-berichten via Snapchat aan die [slachtoffer] te vragen om zich voor de camera uit te kleden en/of haar naakte schaamstreek en/of billen en/of vagina en/of borsten te tonen en/of zich te vingeren en/of daarvan foto's en/of video's naar hem, verdachte, te sturen en/of zijn, verdachtes, naakte penis te tonen voor de camera en/of zich voor de camera af te trekken en/of daarvan foto's en/of video's naar die [slachtoffer] te sturen en/of in chatberichten aan die [slachtoffer] aan te geven dat hij bij haar in bed zou willen liggen en dat zij dan alles met zijn stijve piemel mocht doen en/of dat hij haar natte poesje zou willen likken.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft allereerst opgemerkt dat verdachte niet ontkennend is ten opzichte van het tenlastegelegde feit. Hij is echter van mening dat de pleegperiode moet worden beperkt tot één dag, te weten 17 januari 2025, omdat enkel op die dag sprake is geweest van indringend seksueel benaderen.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de pleegperiode dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 16 november 2024 het slachtoffer heeft benaderd door het volgende bericht aan haar te sturen: “kunt je broek toch openmaken en even naar beneden doen een stukje haha”. Tegen de achtergrond van de berichten die daarna volgen, waarbij ook foto’s en video’s zijn uitgewisseld, en met de op 17 januari 2025 verzonden berichten met (onder meer) “kon ik ook maar in jou bedje liggen”, “dan mocht je alles met mijn stijve piemel doen wat je wil” en “lijkt me zo lekker om je natte poesje te likken”, is de rechtbank van oordeel dat al vanaf het bericht van 16 november 2024 sprake is van indringend seksueel benaderen als bedoeld in artikel 251 van het Wetboek van Strafrecht en dat verdachte zich reeds vanaf dat moment schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van de periode 16 november 2024 t/m 17 januari 2025. Van het meer of anders tenlastegelegde zal verdachte worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 16 november 2024 tot en met 17 januari 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren [2015] , indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door in chatgesprekken/-berichten via Snapchat aan die [slachtoffer] te vragen om zich voor de camera uit te kleden en haar naakte billen en vagina en borsten te tonen en zich te vingeren en daarvan foto's en video's naar hem, verdachte, te sturen en zijn, verdachtes, naakte penis te tonen voor de camera en zich voor de camera af te trekken en daarvan foto's en video's naar die [slachtoffer] te sturen en in chatberichten aan die [slachtoffer] aan te geven dat hij bij haar in bed zou willen liggen en dat zij dan alles met zijn stijve piemel mocht doen en dat hij haar natte poesje zou willen likken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De oplegging van straffen en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijke strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer gekoppeld moeten worden.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank zal volstaan met het opleggen van een taakstraf voor de duur van 120 uur en dat een contactverbod met het slachtoffer achterwege zal blijven.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De aard en ernst van het feit.

Verdachte is via Snapchat in contact gekomen met het slachtoffer van (toen) 9 jaar oud. Hij heeft daarbij een valse naam aangenomen en zich voorgedaan als een jongen van 19 jaar oud, terwijl hij in werkelijkheid (toen) 34 jaar oud was. Met het slachtoffer heeft verdachte een band opgebouwd. Hij was lief en aardig tegen haar en mede als gevolg daarvan voelde het slachtoffer een klik met verdachte. Verdachte heeft door deze wijze van communiceren ervoor gezorgd dat het slachtoffer hem vertrouwde. Zij dacht dat verdachte van haar hield en werd verliefd op hem. De gesprekken ontaardden in ongepaste gesprekken en verzoeken van seksuele strekking, waarbij het slachtoffer werd bewogen om vergaande seksuele handelingen met zichzelf te verrichten en beelden daarvan, alsook andere naaktbeelden van haar, met verdachte te delen. Verdachte stuurde op zijn beurt onder meer een foto van zijn penis naar het slachtoffer. Dit alles duurde ongeveer twee maanden.

Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan “sexchatting” dat per 1 juli 2024 met de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven strafbaar is gesteld. Verdachte heeft het slachtoffer op doordachte, indringende en niet leeftijdsconforme wijze seksueel benaderd en in een belevingswereld getrokken waar het nog niet hoort. Seksualiserende benadering van kinderen is schadelijk, omdat hierdoor hun seksuele ontwikkeling wordt doorkruist. Ook kunnen de psychologische gevolgen ernstig zijn. Verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens vooropgesteld en heeft op geen enkel moment rekening gehouden met de ernstige gevolgen die zijn handelen zou kunnen hebben op de ontwikkeling van (de persoonlijkheid van) het slachtoffer. Dat het seksueel benaderen van het slachtoffer slechts twee maanden heeft geduurd, komt niet doordat de verdachte daarmee uit zichzelf is gestopt, maar is te danken aan het optreden van de ouders van het slachtoffer en de politie. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan.

De persoon van verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld voor enig strafbaar feit. In het strafblad van verdachte zijn dan ook geen strafverzwarende omstandigheden gelegen.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport dat over de persoon van verdachte is opgemaakt. In dat rapport wordt opgemerkt dat geen sprake is van een delictpatroon. Verdachte ervoer in de tenlastegelegde periode wel veel stress wegens problemen op zijn werk en zijn relatie verliep moeizaam. Hij had het gevoel dat hij faalde op meerdere gebieden en het lukte hem niet zijn gevoelens te delen of zijn emoties te uiten, waarna de spanningen in hem opliepen en hij online (seksueel) contact zocht met anderen. Dit deed hij om te vluchten van de dagelijkse stress en zijn spanningen te reguleren. Verdachte is door zijn huisarts verwezen naar het Ambulant Centrum Fivoor in Tilburg voor ambulante behandeling, waar een delictanalyse onderdeel van zal zijn. De intakefase is afgerond en verdachte staat op de wachtlijst voor behandeling. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Geadviseerd wordt om aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Daarbij is opgemerkt dat bij een laag ingeschat recidiverisico interventies niet zijn geïndiceerd en deze zelfs contraproductief kunnen werken.

De op te leggen straffen.

Hoewel verdachte niet in alle opzichten het achterste van zijn tong lijkt te laten zien, oogt hij schuldbewust. Verdachte heeft spijt betuigd en daarin lijkt hij oprecht over te komen. Hij ziet de ernst van zijn handelen in en heeft vrijwillig hulp gezocht. Een intakegesprek heeft reeds plaatsgevonden en een behandeling zal op termijn kunnen aanvangen. Verdachte draait in de kern genomen goed mee in de maatschappij. Hij heeft een gezin, twee jonge kinderen, een eigen woning en een baan. Bovendien is verdachte een first offender. Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich meebrengt, zoals dat door de officier van justitie is gevorderd, op dit moment niet passend vindt. De door de verdediging bepleitte afdoening daarentegen acht de rechtbank geen recht doen aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal aan verdachte daarom een onvoorwaardelijke taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Concreet betekent dit dat de rechtbank alles afwegende aan verdachte een taakstraf zal opleggen voor de duur van 140 uur, te vervangen door 70 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht. De rechtbank zal de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht daarop in mindering brengen, waarbij de rechtbank een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid zal waarderen. Om verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen en ook om de ernst van het door verdachte gepleegd feit tot uitdrukking te brengen, zal de rechtbank daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 3 maanden. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank enkel de algemene voorwaarde van het niet plegen van een strafbaar feit verbinden, aangezien bijzondere voorwaarden niet worden geïndiceerd en zelfs contraproductief kunnen werken. Nu een behandeling nog niet is aangevangen en verdachte problemen ervaart met het uiten van zijn emoties en het onder woorden brengen van zijn gevoelens, hetgeen ook ten grondslag lag aan het plegen van de ten laste gelegde feiten, ziet de rechtbank wel aanleiding om een proeftijd vast te stellen van 3 jaar.

De rechtbank overweegt verder dat haar niet is gebleken van enige aanwijzing dat verdachte na zijn aanhouding in contact met het slachtoffer is gekomen of dit geprobeerd heeft noch dat verdachte ook nu nog contact met het slachtoffer wenst. Daarom ziet de rechtbank geen reden om aan verdachte een contactverbod met het slachtoffer op te leggen. Niet als een bijzondere voorwaarde en ook niet als een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal hiermee een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

De benadeelde partij heeft een bedrag van € 1.000,00 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij heeft daarbij verzocht om het bedrag van de schadevergoeding op een rekening met een BEM-clausule te laten storten. De door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding betreft een voorschot voor toekomstige schade.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, voor zover deze ziet op de gevorderde materiële schadevergoeding. De vordering ten aanzien van de immateriële schadevergoeding acht de officier van justitie goed onderbouwd en in zijn geheel voor toewijzing vatbaar.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft bepleit om de vordering ten aanzien van de materiële schadevergoeding af te wijzen en om de vordering ten aanzien van de immateriële schadevergoeding toe te wijzen tot een bedrag van € 500,00.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade heeft geleden en dat deze schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Gelet op de aard en de ernst van de normschending zijn de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij in dit geval gegeven. De benadeelde partij heeft op grond hiervan in beginsel dan ook recht op een vergoeding van de door haar geleden schade.

Voor de onderbouwing van de hoogte van de immateriële schadevergoeding is namens de benadeelde partij verwezen naar verschillende uitspraken en een door het Schadefonds Geweldsmisdrijven opgestelde letselschadelijst. Naar het oordeel van de rechtbank is de hoogte van het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding in voldoende mate onderbouwd. Alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, zoals gebleken uit het procesdossier en de toelichting op de vordering van de benadeelde partij, acht de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding dan ook toewijsbaar op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft de gevorderde materiële schadevergoeding, omdat onvoldoende is onderbouwd dat er toekomstige schade geleden zal worden en wat de omvang daarvan zal zijn. Hoewel het in beginsel mogelijk is om ook toekomstige schade te vorderen, zou nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering op dit punt een uitgebreide nadere behandeling vereisen, waardoor het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil.

Verder zal verdachte worden veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal, zoals verzocht door de benadeelde partij, voorts bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schadevergoeding.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 251 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het wijzen van dit vonnis rechtens gelden.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert het misdrijf:

een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straffen:

 een taakstraf voor de duur van 140 uren;

bepaalt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen indien deze taakstraf niet naar behoren wordt verricht;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, waarbij de rechtbank een in verzekering doorgebrachte dag waardeert op 2 uur te verrichten arbeid;

 een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaar aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;

legt op de volgende maatregel:

 de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer], van een bedrag van € 2.500,00;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

de toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

voormeld bedrag bestaat uit een immateriële schadevergoeding;

de immateriële schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer], van een bedrag van € 2.500,00 bestaande uit een immateriële schadevergoeding;

de immateriële schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Kleijn Hesselink, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. M.W.M. Bankers, leden,

in tegenwoordigheid van Ş. Altun, griffier,

en is uitgesproken op 21 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Kleijn Hesselink
  • mr. M.L.W.M. Viering
  • mr. M.W.M. Bankers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand