RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/427564 / FA RK 26-2827
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [geboorteplaats] ,
advocaat mr. H.M.S. Cremers uit [geboorteplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[arts in opleiding] .
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in Reinier van Arkel. De burgemeester van [plaats] heeft de crisismaatregel op 29 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Betrokkene heeft zijn wasbak kapotgeslagen met als doel suïcide te plegen. Daarnaast vraagt hij herhaaldelijk naar een ‘zelfmoordpil’. Betrokkene is erg wantrouwig naar eten en drinken dat wordt aangeboden aangezien hij ervan overtuigd is dat hier medicatie in wordt verwerkt. Tijdens de huidige opname heeft betrokkene verschillende keren een doodswens geuit.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk volgens de onafhankelijke psychiater een psychose met paranoïde kenmerken. Betrokkene ontkent dat hij een psychose heeft, maar de rechtbank heeft geen reden om aan de diagnose van de onafhankelijke psychiater te twijfelen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘insluiten’ en ‘onderzoek aan kleding of lichaam’ niet noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel weg te nemen. De rechtbank zal deze verzochte vormen van verplichte zorg daarom afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Hij geeft aan zich niet te herkennen in de diagnose (zie ook rechtsoverweging 4.4.) en weigert daarom mee te werken aan medicamenteuze behandeling.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 4.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. S.D.M. Michael, rechter, in aanwezigheid van F.G. van den Brekel, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.