beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[verzoeker] ,
handelend onder de naam [naam bewindvoerder] ,[adres] , [postcode] [vestigingsplaats] ,Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlage), ontvangen op 23 september 2026.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
beoordeling
De kantonrechter heeft bij beschikking van 7 september 2026 een bewind ingesteld met ingang van 8 september 2026. Op 7 september 2026, dus op de dag voor aanvang van het bewind, is betrokkene overleden. Zijn dood is diezelfde dag vastgesteld.
De bewindvoerder verzoekt opheffing van het bewind en/of rectificatie van de instellingsbeschikking en/of vrijstelling van de boedelbeschrijving en rekening/verantwoording.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Het bewind is van rechtswege geëindigd op het moment waarop de dood van betrokkene is vastgesteld. Het bewind was toen nog niet aangevangen. Dit betekent dat het bewind in juridische zin nooit aanvang heeft genomen en nooit aanvang zal nemen, evenmin als de taak van de bewindvoerder.
Omdat de taak van de bewindvoerder nooit is aangevangen en het bewind al is geëindigd, moet de bewindvoerder niet-ontvankelijk worden verklaard in het opheffingsverzoek.
De kantonrechter kan de bewindvoerder ook niet vrijstellen van de boedelbeschrijving of van de rekening en verantwoording, want zijn taak is nooit aangevangen. Er is dus geen verplichting om de bewindvoerder van vrij te stellen.
beslissing
De kantonrechter verklaart de verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: