[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 15 juni 2026;
- de nadere informatie, ontvangen op 30 juli 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 5 oktober 2026. Hierbij zijn betrokkene en de bewindvoerder verschenen.
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van 23 maart 2016 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene, op basis van verkwisting of het hebben van problematische schulden. De bewindvoerder en betrokkene verzoeken gezamenlijk de grondslag van het bewind te wijzigen naar de lichamelijke of geestelijke toestand.
Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat betrokkene sinds mei 2026 schuldenvrij is. Volgens de bewindvoerder zou het opheffen van bewind ertoe leiden dat binnen afzienbare tijd opnieuw schulden ontstaan. De bewindvoerder heeft het ook nog niet aangedurfd om het leefgeld van betrokkene bijvoorbeeld maandelijks uit te keren en heeft er een hard hoofd in of betrokkene wel zonder bewind kan. Betrokkene is verstrooid en te goedgelovig, waardoor hij (makkelijk) misbruik van zich zou laten maken. Betrokkene zou niet stevig genoeg in zijn schoenen staan om hier adequaat tegenin te kunnen gaan. Betrokkene zou daarnaast zorgmijdend zijn en niemand in huis willen hebben, ondanks dat dit voor betrokkene wel nodig is. Er zijn geen concrete (medische) stukken aanwezig over de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene.
Betrokkene heeft zelf op de zitting aangegeven te willen dat het bewind doorloopt, omdat hij dan zelf niet naar zijn financiën hoeft te kijken. Volgens betrokkene gaan bepaalde zaken hem, mede gezien zijn leeftijd, minder makkelijk af. Ook heeft betrokkene erkend een ‘sloddervos’ te zijn.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter heeft er begrip voor dat betrokkene na een periode ‘onder’ bewind twijfelt over zijn vermogens om de eigen financiële zaken te regelen. De gegeven onderbouwing dat betrokkene een ‘sloddervos’ en verstrooid is, kan echter niet beschouwd worden als een ‘geestelijke toestand’ die eraan in de weg staat dat hij zijn eigen vermogensrechtelijke belangen behartigt. Er is ook niet anderszins gebleken dat betrokkene het niet in zich heeft om – al dan niet met hulp uit de omgeving – de eigen belangen te behartigen. Het verzoek tot wijziging van de grondslag kan daarom niet toegewezen.
De kantonrechter zal, zoals besproken op de zitting, nog een periode de tijd geven om aan de zelfredzaamheid van betrokkene te werken. Betrokkene en de bewindvoerder hebben een zelfredzaamheidstraject van een half jaar voorgesteld. Om betrokkene te stimuleren dit traject serieus te nemen zal de kantonrechter reeds nu voor alsdan het bewind opheffen met ingang van 12 april 2027.
Als uit het zelfredzaamheidstraject of uit nadere (medische) informatie blijkt dat betrokkene – ondanks zijn inspanningen – toch niet in staat is om zijn belangen waar te nemen, kan uiterlijk op de dag voor het einde van het bewind een nader verzoek tot verlenging en wijziging van de grondslag het bewind worden ingediend. De kantonrechter moet daarop binnen twee maanden beslissen. Het bewind blijft tot die tijd van rechtswege in stand (artikel 1:449 derde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:384 BW, laatste volzin).
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot grondslagwijziging af;
- heft, ambtshalve, het bewind op met ingang van 12 april 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: