Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[bewindvoerder] ,
vennoot van [bedrijf bewindvoerder] ,Postbus [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ,Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,wonende op een bij de rechtbank bekend adres,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 23 september 2026,
- de nadere informatie, ontvangen op 28 september 2026.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
De bewindvoerder wil de huurovereenkomst van de woning van betrokkene opzeggen ter voorkoming van de kortgedingprocedure door de verhuurder. Betrokkene verzet zich daartegen. Daarom verzoekt de bewindvoerder een vervangende machtiging van de kantonrechter.
De bewindvoerder legt aan het verzoek ten grondslag dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan de laatste-kans-overeenkomst. Daarnaast ervaren meerdere omwonenden overlast en problemen als gevolg van de situatie. Recent is bovendien brand in de woning ontstaan. Dit heeft de zorgen over de veiligheid in en rondom de woning verder vergroot. Betrokkene mag de woning op dit moment niet betreden, ze heeft een complexverbod voor de duur van 6 maanden. De bewindvoerder heeft twee advocaten benaderd met het verzoek de zaak te beoordelen en bewindvoerder en betrokkene bij te staan. Beide advocaten hebben aangegeven de zaak niet te willen aannemen. Eén van de advocaten heeft daarbij aangegeven de kans van slagen als zeer gering in te schatten.
Naar aanleiding van het initiële verzoek heeft de kantonrechter de volgende schriftelijke vragen aan de bewindvoerder gesteld.
“- De kantonrechter wil weten wat u gaat doen als de huurovereenkomst met machtiging van de kantonrechter wordt opgezegd en betrokkene zich ertegen verzet om het gehuurde leeg en ontruimd op te leveren. - De kantonrechter wil ook weten of de verhuurder in dat geval nog steeds het kort geding zal intrekken of niet opnieuw zal opstarten.”
De bewindvoerder heeft hierop laten weten dat zich nog eigendommen van betrokkene in de woning bevinden die elders moeten worden opgeslagen, of dat een afstandsverklaring moet worden ondertekend, om het kort geding te voorkomen. De bewindvoerder laat weten dat de woning is dichtgetimmerd en dat betrokkene een complexverbod heeft. De bewindvoerder is niet bereid om een afstandsverklaring te tekenen omdat nog onduidelijk is welke spullen zich precies in de woning bevinden. Op 16 november staat een kortgeding-zitting gepland. Inmiddels is er een advocaat gevonden die betrokkene mogelijk op basis van een toevoeging zal bijstaan. Dit wordt nog bevestigd. De betreffende advocaat heeft de bewindvoerder telefonisch geadviseerd om niets te ondertekenen wat mogelijk de belangen van betrokkene kan schaden (zoals eerder de opzegging van de huurovereenkomst en mogelijk binnenkort de afstandsverklaring). De bewindvoerder heeft het verzoek niet ingetrokken.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter zal geen machtiging geven. Het opzeggen van de huurovereenkomst betekent alleen een juridisch einde van de huurrelatie. Vervolgens moet de woning leeg en ontruimd worden opgeleverd. Als betrokkene daar niet vrijwillig aan meewerkt, heeft de verhuurder nog steeds een ontruimingstitel nodig om de vrije beschikking over de woning te krijgen. Tot die tijd blijft de huurprijs als ‘gebruiksvergoeding’ doorlopen (art. 7:225 BW). Het opzeggen van de huurovereenkomst is – zonder medewerking van betrokkene – geen geschikte route om de ontruimingsprocedure en kosten te voorkomen.
De kantonrechter weegt ook mee dat betrokkene het recht heeft om zichzelf ten overstaan van een rechter te verweren tegen het verlies van haar woning, ook als dit verweer naar de inschatting van de bewindvoerder niet kansrijk is.
De conclusie is dat het opzeggen van de huurovereenkomst (nu) niet in het belang van betrokkene is. De kantonrechter zal het verzoek afwijzen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F.N. van Schaijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.