ECLI:NL:RBOBR:2026:838

ECLI:NL:RBOBR:2026:838

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer 01/068405/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte is schuldig bevonden aan het veroorzaken van een ernstig eenzijdig verkeersongeval, waarbij twee slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen, waarvan zij – een jaar na het ongeval – nog niet volledig van zijn hersteld en niet in staat zijn hun reguliere werk te hervatten. Verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval fors onder invloed van alcoholhoudende drank. Bij de bepaling van de strafmaat is in strafmatigende zin rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte met het voertuig heeft gereden op een smalle zandweg buiten de bebouwde kom, waardoor niet aannemelijk is dat de algemene verkeersveiligheid voor anderen dan de inzittenden van het voertuig daarbij in het geding is gekomen. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, een taakstraf voor de duur van 180 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.068405.25

Datum uitspraak: 09 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte ] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1998 ] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 december 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Liessel, gemeente Deurne, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus), daarmede rijdende over de weg, Lariksweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden onder invloed van en/of na gebruik van alcoholhoudende drank en/of een passagier ( [slachtoffer 1] ) te vervoeren zonder dat deze was gezeten op een daartoe bestemde zitplaats (als bedoeld in artikel 58a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of te rijden met een hoge snelheid, althans een te hoge snelheid gelet op het wegdek en/of de wegconditie, en/of slingerend te rijden en/of (mede) (daardoor) het onvoldoende onder controle houden van dat door hem, verdachte bestuurde, motorrijtuig en/of met dat motorrijtuig te botsen tegen een naast die weg staande boom, waardoor (een) ander(en)(genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken knieschijf ( [slachtoffer 2] ) en/of bekkenbreuk en/of gebroken tanden ( [slachtoffer 1] ), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Beoordeling van het bewijs.

Inleiding.

Op 13 oktober 2024 vond een eenzijdig verkeersongeval plaats te Liessel, gemeente Deurne, waarbij een bestelbus tot stilstand kwam tegen een boom.

Kort gezegd wordt verdachte verweten dat hij, als bestuurder van deze bestelbus, onder invloed en na gebruik van alcoholhoudende drank, slingerend heeft gereden met een te hoge snelheid, waarna hij de macht over het stuur is verloren en tegen een naast de weg staande boom is gebotst, als gevolg waarvan twee inzittenden van de bestelbus (zwaar) gewond zijn geraakt.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde in die zin dat verdachte ernstige schuld aan het veroorzaken van het ongeval kan worden verweten, als gevolg waarvan aan twee inzittenden van de door verdachte bestuurde bestelbus zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat niet kan worden vastgesteld met welke snelheid verdachte heeft gereden, maar slechts kan worden vastgesteld dat de gereden snelheid te hoog was, gelet op de plaatselijke omstandigheden.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank komt tot haar oordeel op grond van de redengevende inhoud van de hierna genoemde bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen.

I. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, weergegeven in het proces-verbaal terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 oktober 2024 omstreeks 18:26 uur reed ik als bestuurder van een Volkswagen bestelbus op de Lariksweg te Liessel, een zandpad. Naast mij op de passagiersstoel zat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zat achter in de bestelbus, op de vloer in de laadruimte waar geen zitplaatsen zijn. Voordat ik met de bestelbus vertrok, had ik alcoholhoudende drank gedronken. Ik was onder invloed van alcohol.

Ik weet niet meer met welke snelheid ik reed, ik denk met een snelheid van ongeveer 45-50 km/uur. Het was een smal hobbelig zandpad met grind, zand en kuilen, ik kon daar niet snel rijden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hadden tijdens het rijden onenigheid en om de aandacht op iets anders te leggen, stuurde ik met de bestelbus abrupt naar links en naar rechts. Ik heb zo driemaal naar links, naar rechts en weer naar links gestuurd. Bij die laatste keer kon ik de bestelbus niet in bedwang houden; de wielen hadden geen grip meer. Ik ben toen met de bestelbus tegen een boom gebotst. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn als gevolg van de botsing bij het ongeval gewond geraakt.

II. De inhoud van het proces-verbaal, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

- het proces-verbaal aanrijding misdrijf, pag. 3, 4, 5:Op zondag 13 oktober 2024 te 18:24 uur, kregen wij kennis van een verkeersongeval op de locatie Lariksweg te Liessel, gemeente Deurne. Het ongeval vond plaats op een zandpad, op een voor het openbaar verkeer openstaande weg buiten de bebouwde kom.De toestand van het wegdek was droog. Op de weg waren er bandensporen te zien in het grind. Deze sporen eindigden bij de achterbanden van een Volkswagen Transporter, een bedrijfsauto.

Er was schade aan de boom waar het voortuig met de voorzijde tegenaan stond.Het voertuig betreft een bestelbus met voorin twee stoelen, eentje voor de bestuurder en eentje voor de passagier. Achterin bevindt zich alleen een laadruimte, hierin zat [slachtoffer 1] .als passagier.

Bij het ongeval hebben onderstaande personen letsel opgelopen.

- [slachtoffer 1] , geboren op [2002] ;

- [slachtoffer 2] , geboren op [1998 ] .

De bestuurder en de twee inzittenden werden overgebracht naar het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Als verdachte is aangemerkt: [verdachte ] , geboren op [1998 ] te [geboorteplaats] .Het rijbewijs van verdachte is afgegeven op 11 oktober 2021. Verdachte is een beginnend bestuurder.En telkens als bijlage bij voornoemd proces-verbaal gevoegd:

- een geneeskundige verklaring opgemaakt en ondertekend op 13 oktober 2024 te

Nijmegen door zorgverlener M.L. Moors, pag. 34: Medische informatie betreffende: [slachtoffer 1] , geboren [2002] .Datum onderzoek: 5 januari 2025 (de rechtbank leest deze datum als een kennelijke verschrijving en leest: 13 oktober 2024).Omschrijving van het letsel (operatie, blijvend letsel):

breuk bekken, breuk verschillende tanden.Geschatte duur van genezing onbekend.

- een geneeskundige verklaring opgemaakt en ondertekend op 19 januari 2025 te

Nijmegen door zorgverlener Van de Krol, pag. 35: Medische informatie betreffende: [slachtoffer 2] , geboren [1998 ] .Datum onderzoek: 13 oktober 2024.Omschrijving van het letsel (operatie, blijvend letsel):

operatie aan gebroken knieschijf rechts.Geschatte duur van herstel: 4-6 maanden, mogelijk langer.

- het proces-verbaal rijden onder invloed, pag. 37-39: Op 13 oktober 2024 om 18:24 uur kregen wij, verbalisanten, kennis van een verkeersongeval op de Lariksweg te Liessel.

Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde

voorschriften werd een onderzoek ingesteld.

Daaruit bleek, dat een persoon als bestuurder van een voertuig bedrijfsauto (bestelauto), Volkswagen Transporter bij dat verkeersongeval betrokken was.

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , heb op 13 oktober 2024 om 18:26 uur, de bestuurder gevorderd mee te werken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (voorlopig ademonderzoek), alsmede de aanwijzingen die ik in dat kader heb gegeven, op te volgen.Met medewerking van de bestuurder heb ik, [verbalisant 1] , hem dit voorlopig ademonderzoek afgenomen met behulp van een door de Minister aangewezen ademtestapparaat.Als resultaat van deze test zag ik, [verbalisant 1] , dat het ademtestapparaat een alcoholindicatie aangaf van: A/G. Het resultaat van de ademtest werd direct aan de verdachte meegedeeld. Dat resultaat leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.De verdachte gaf op te zijn genaamd:[verdachte ] , geboren op [1998 ] te [geboorteplaats] .

Op 13 oktober 2024 om 20:44 uur, heeft de verpleegkundige, R. Westerhof in aanwezigheid van mij, [verbalisant 2] , de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.Ik, [verbalisant 2] , heb de verdachte na de bloedafname erop gewezen dat hij het recht op tegenonderzoek heeft, indien het verslag van het bloedonderzoek als bedoeld in artikel 16 lid 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, het vermoeden bevestigt dat verdachte artikel 8 lid 1, 2, 3 of 5 Wegenverkeerswet 1994 heeft overtreden.Ik, [verbalisant 2] , heb de buisjes bloed in de voorgeschreven verpakking, gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, en overeenkomstig de Regeling alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer, in de daartoe bestemde vriezer geplaatst, liggend op het grootste oppervlak.Tevens heb ik het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TACW7160NL en SIN-sticker "Tegen Onderzoek" met het nummer TACW7161NL .De verzegelde verpakking is overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer verzonden naar het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam. Op maandag 4 november 2024 is de verdachte door BZO82148, binnen een week na ontvangst van verslag bloedonderzoek, van de uitslag van dit onderzoek en het recht op tegenonderzoek schriftelijk in kennis gesteld.

- een rapport van het Maasstad Ziekenhuis, gedateerd 28 oktober 2024, pag. 44, 45: Datum aanvraag 13-10-2024Naam bloedgever: [verdachte ] (M), geboortedatum [1998 ] .

Te onderzoeken materiaal:SIN TACW7160NL : Bloed van [verdachte ] .SIN TACW7161NL : Bloed van [verdachte ] bestemd voor eventueel tegenonderzoek.Het bloed is afkomstig van het ontvangen bloedblok met SIN TACW7159NL .Het bloed wordt bewaard bij -20°C.

Resultaten onderzoek in bloed van [verdachte ] met sporen identificatienummer TACW7160NL :aangewezen stof; alcohol;meetbare stof: ethanol;eindresultaat in bloed TACW7160NL : 1,31 milligram per milliliter bloed.

- het proces-verbaal verhoor van slachtoffer [slachtoffer 2] op 31 oktober

2024, pag. 61, 62: Op 13 oktober 2024 was ik betrokken bij een aanrijding in Deurne/Liessel.Die dag ben ik ingestapt in de bestelbus van [verdachte ] . Ook [slachtoffer 1] zat in de bestelbus, hij zat achterin. [verdachte ] was de bestuurder van de bus en ik zat rechts naast hem.Wij reden het bospad in en zijn gestopt om de hond uit te laten.[verdachte ] zei dat hij weer weg wilde en is ingestapt. Ik had niet eens de tijd om mijn gordel vast te maken, [verdachte ] reed meteen als een dolle weg.Vervolgens is hij tegen een boom geknald.In het ziekenhuis ben ik geopereerd aan mijn knie. Op dit moment loop in nog met een brace omdat ik mijn knie niet mag buigen, dit gaat waarschijnlijk nog zeker 6 weken duren. Ik lig nu een tijd al thuis en kan voorlopig niet werken.

- het proces-verbaal verhoor van slachtoffer [slachtoffer 1] op 11

november 2024, pag. 64: Ik ben op 13 oktober 2024 betrokken geweest bij een aanrijding in Liessel.Ik weet alleen dat ik achterin het busje ben gaan zitten en we zijn gaan rijden.

Vervolgens werd ik in het ziekenhuis wakker. Ik heb twee weken in het ziekenhuis Nijmegen gelegen en ben nu aan het revalideren. Ik heb mijn bekken op drie plaatsen gebroken, Het kan nog wel een half jaar tot een jaar duren voordat ik helemaal hersteld ben.Ik kan nu dus ook niet werken en loop nog met een rollator.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 13 oktober 2024 te Liessel, gemeente Deurne, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus), daarmede rijdende over de weg, Lariksweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door:

zeer onvoorzichtig te rijden onder invloed van en na gebruik van alcoholhoudende drank en een passagier ( [slachtoffer 1] ) te vervoeren zonder dat deze was gezeten op een daartoe bestemde zitplaats (als bedoeld in artikel 58a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en te rijden met een te hoge snelheid gelet op het wegdek en de wegconditie en slingerend te rijden en daardoor het onvoldoende onder controle houden van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en met dat motorrijtuig te botsen tegen een naast die weg staande boom, waardoor anderen (genaamd [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken knieschijf ( [slachtoffer 2] ) en/of bekkenbreuk en gebroken tanden ( [slachtoffer 1] ), werd toegebracht, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen en bijkomende straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een taakstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft verzocht een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen, omdat het rijbewijs van groot belang is voor verdachte in verband met het behoud van zijn baan. Daarbij zou ter compensatie van een kortere rijontzegging een hogere taakstraf kunnen worden opgelegd. De verdediging heeft aangevoerd dat als strafmatigende omstandigheid kan worden meegewogen dat verdachte hulp heeft gezocht bij een psycholoog om aan zijn problemen te werken.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig eenzijdig verkeersongeval, waarbij twee slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen, waarvan zij langdurig de lichamelijke gevolgen ondervonden hebben en in de dagelijkse uitoefening van hun bezigheden zijn belemmerd. De slachtoffers waren eind oktober 2025 ( [slachtoffer 2] ) en begin november 2025 ( [slachtoffer 1] ) – een jaar na het ongeval – nog niet volledig hersteld en niet in staat hun reguliere werk te hervatten.

Verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval fors onder invloed van alcoholhoudende drank.

Met dergelijk alcoholgebruik en weggedrag heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust onverantwoorde risico’s genomen en daarmee geen enkel respect getoond voor de belangen van zijn passagiers. Aldus heeft verdachte laten zien onvoldoende inzicht te hebben in de op hem rustende verantwoordelijkheden als automobilist.

De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 december 2025 , waaruit blijkt dat aan verdachte in 2022 nog een strafbeschikking is opgelegd wegens rijden onder invloed (artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994).

Uit voormeld uittreksel tevens blijkt dat op 03 oktober 2024 , slechts tien dagen voor het bewezen verklaarde feit tegen verdachte een proces-verbaal is opgemaakt ter zake van rijden onder invloed van alcohol. Weliswaar is verdachte daarvoor nog niet veroordeeld maar wel acht de rechtbank dit in het licht van het bewezenverklaarde feit zorgwekkend.

Tevens heeft de rechtbank gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft onder meer verklaard dat hij problemen heeft ervaren nadat zijn relatie was geëindigd en zijn woning is kwijtgeraakt, dat hij momenteel bij zijn ouders woont en dat hij in het bedrijf van zijn ouders werkt als automonteur en daarbij zijn rijbewijs nodig heeft.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte na zijn aanhouding door de politie open is geweest over zijn gedragingen en er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven in te zien dat hij onverantwoord heeft gehandeld en een verkeerde keuze heeft gemaakt om onder invloed van alcohol en op deze manier in een voertuig te gaan rijden. Verdachte ziet in dat hij aan de slachtoffers leed heeft toegebracht en heeft daarvoor berouw getoond. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte hulp heeft gezocht voor zijn persoonlijke problemen en heeft besloten te stoppen met alcoholgebruik.

Ook houdt de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat in strafmatigende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte met het voertuig heeft gereden op een smalle zandweg buiten de bebouwde kom, waardoor niet aannemelijk is dat de algemene verkeersveiligheid voor anderen dan de inzittenden van het voertuig daarbij in het geding is gekomen.

Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), en op de straffen die doorgaans worden opgelegd voor overtreding van artikel 6 van de wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank stelt vast dat als oriëntatiepunt geldt in geval van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en een ernstige mate van schuld bij een alcoholpromillage zoals bij verdachte gemeten: 7 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk en 3 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk. De rechtbank neemt dit als uitgangspunt.

De officier van justitie heeft een straf en bijkomende straf gevorderd die (aanzienlijk) lager zijn dan welke volgen uit de oriëntatiepunten.

De door de officier van justitie gevorderde straffen komen de rechtbank gezien het voorgaande als te laag voor en brengen de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking.

De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en het belang van de verkeersveiligheid, de volgende straffen en bijkomende straf passend en geboden:

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3

jaren;

- een taakstraf voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis;

- ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24

maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Met oplegging van de deels voorwaardelijke straffen wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds beoogd verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

Een rijontzegging van korte(re) duur (zoals verzocht door de verdediging) zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat ook bij de straffen die de rechtbank zal opleggen, niet kan worden uitgesloten dat verdachte zijn werkzaamheden in het bedrijf van zijn ouders na het ondergaan van deze straffen kan hervatten. Het belang van verdachte bij behoud van zijn rijbewijs weegt niet op tegen de noodzaak tot bescherming van de verkeersveiligheid.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d Wetboek van Strafrecht

6, 175, 179 Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en bijkomende straf:

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3

jaren.

Algemene voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

- een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

- ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24

maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Algemene voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. S.A.E.M. Rampaart en mr. S. Zuithoff, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 09 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.M. Hettinga
  • mr. S.A.E.M. Rampaart
  • mr. S. Zuithoff

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?