RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht, kantonrechter, zittingsplaats Eindhoven
Vonnis van 22 januari 2026
in de (gevoegde) zaak met zaaknummer 10776507 CV EXPL 23-6614:
[eiser] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. I.C.K. Mol,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. F.P.G.F. de Moel.
[eiser] wordt hierna genoemd: verhuurder.
[gedaagde] wordt verder aangeduid als: huurder.
1. Het vervolg van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 16 oktober 2025 en de daarin genoemde processtukken,
de brief van 29 oktober 2025 van de griffier van de rechtbank aan de beoogd deskundige,
de brief (herinnering) van 21 november 2025 van de griffier aan de beoogd deskundige,
e e-mail van 25 november 2025 van de beoogd deskundige aan de griffier,
de e-mail van 27 november 2025 van de griffier aan de gemachtigden van partijen.
Vervolgens is bepaald dat vonnis wordt gewezen.
2. De verdere beoordeling in conventie en reconventie
Inleiding
Deze zaak gaat over vochtoverlast en lekkages in de door huurder van verhuurder gehuurde bedrijfsruimte en de daarboven gelegen woonruimte. De centrale vraag is of de vochtproblematiek in (delen van) het gehuurde is aan te merken als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW, en zo ja of dat gebrek voor rekening en risico van verhuurder of huurder komt.
In het (eerste) tussenvonnis van 19 juni 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het cruciaal is om eerst inzicht te krijgen in de oorzaak of oorzaken van de vochtproblematiek en dat daarvoor onderzoek door een deskundige noodzakelijk is. Daarna is op 16 oktober 2025 een (tweede) tussenvonnis gewezen. In dat tussenvonnis is onder meer bepaald dat een deskundige wordt benoemd en zijn de vragen vastgesteld die aan de deskundige worden voorgelegd. Ook is toen een beslissing genomen over de betaling van het voorschot aan de deskundige.
Inmiddels is een deskundige gevonden die het onderzoek kan verrichten. Met dit (derde) tussenvonnis wordt de deskundige benoemd.
Deskundigenonderzoek
Per e-mail van 27 november 2025 heeft de griffier van de rechtbank partijen op de hoogte gesteld van de persoon van de deskundige die kantonrechter op het oog heeft, te weten: de heer D. Griek, werkzaam bij Humida in Oostzaan, en van de door hem opgestelde kostenbegroting. Met de e-mail van 27 november 2025 is de e-mail van 25 november 2025 van de beoogd deskundige aan partijen doorgestuurd. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na 27 november 2025 bezwaar te maken tegen de kostenbegroting. Partijen hebben daar geen gebruik van gemaakt.
Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 2.450,25 inclusief btw. In het tussenvonnis van 16 oktober 2025 is al bepaald dat het voorschot van de deskundige gelijk moet worden verdeeld, dus dat 50% voor rekening komt van verhuurder en 50% voor rekening van huurder. Dat betekent dus dat ieder € 1.225,13 (inclusief btw) dient te betalen.
Partijen zullen nadat het (definitieve) schriftelijk rapport van het deskundigenonderzoek is ingeleverd, zich over het deskundigenonderzoek mogen uitlaten.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
benoemt tot deskundige:
D. Griek, verbonden aan Humida, en werkzaam in regio Zuid-Oost Nederland,
Postbus 21
1510 AA Oostzwaan
+31 85 065 39 29
www.humida.nl
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 2.450,25 (inclusief btw),
bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de kantonrechter in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van donderdag 23 april 2026,
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser] op een termijn van vier weken,
verwijst voor het overige naar de beslissingen in de tussenvonnissen in deze zaak van 19 juni 2025 en 16 oktober 2025,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.