ECLI:NL:RBOBR:2026:959

ECLI:NL:RBOBR:2026:959

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 01.032705.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verkeerszaak. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam te rijden, waardoor aan een ander (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht. De rechtbank stelt vast dat verdachte afgeleid was door telefoongebruik en onvoldoende zicht op de weg had omdat zijn ramen beslagen waren ten tijde van het ongeval. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren en een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 6 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

vonnis

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01.032705.25

Datum uitspraak: 12 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats ] op [1999]

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

1. De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 november 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 november 2024 te Deurne , in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, merk Volkswagen Caddy), daarmede rijdende over de weg, de Beukelsdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam te handelen als volgt:

verdachte heeft rijdende over de Beukelsdijk, terwijl hij tijdens het rijden aan het bellen was met zijn mobiele telefoon en/of zijn mobiele telefoon vasthield en/of terwijl er condens op zijn voorruit en/of zijramen zat en/of zijn voorruit en zijramen (deels) beslagen waren,

onvoldoende aandacht gehad en/of gehouden voor de verkeerssituatie aldaar en/of

heeft een aan de rechterzijde van de weg voor hem lopende voetganger niet (tijdig) opgemerkt en/of was niet in staat om zijn bedrijfsauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor verdachte met zijn bedrijfsauto achterop een voor hem lopende voetganger is gebotst/gereden,

waardoor een ander, genaamd [slachtoffer ] , (zijnde die voetganger) zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in haar onderbeen en/of schaafwonden en/of spierpijn in haar nek, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 november 2024 te Deurne , in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, merk Volkswagen Caddy), daarmee rijdende op de weg, de Beukelsdijk, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers is verdachte rijdende over de Beukelsdijk, terwijl hij tijdens het rijden aan het bellen was met zijn mobiele telefoon en/of zijn mobiele telefoon vasthield en/of

terwijl er condens op zijn voorruit en/of zijramen zat en/of zijn voorruit en zijramen

(deels) beslagen waren, onvoldoende aandacht gehad en/of gehouden voor de verkeerssituatie aldaar en/of heeft een aan de rechterzijde van de weg voor hem lopende voetganger niet (tijdig) opgemerkt en/of was niet in staat om zijn bedrijfsauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor verdachte met zijn bedrijfsauto achterop een voor hem lopende voetganger is gebotst/gereden.

2. De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

3. De bewijsbeslissing.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte afgeleid was door telefoongebruik. Daarnaast acht zij bewezen dat het zicht van verdachte op de weg belemmerd werd door condens op de voorruit van de door hem gereden auto. De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting van 29 januari 2026 dan ook op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft ten aanzien van zowel het primair tenlastegelegde als het subsidiair tenlastegelegde vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsvrouw – zakelijk weergegeven en onder meer – bepleit dat niet kan komen vast te staan dat verdachte de auto heeft bestuurd terwijl hij afgeleid was door bellen en/of door het gebruiken van zijn telefoon. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte zijn telefoon vasthield tijdens het rijden. Ten slotte kan, aldus de raadsvrouw, niet bewezen worden dat de ruiten (zodanig) beslagen waren dat het zicht van verdachte hierdoor werd belemmerd.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt voor het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Ter terechtzitting heeft de verdediging een aantal verweren gevoerd. Voor zover de rechtbank hierna niet op die verweren zal responderen, heeft de rechtbank die verweren als bewijsverweren aangemerkt. Die verweren vinden hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor de afzonderlijke feiten heeft gebruikt en zoals die in de bij dit vonnis behorende bewijsbijlage zijn opgenomen. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bewijsmiddelen.

Bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs.

De feiten en omstandigheden.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 28 november 2024, omstreeks kwart voor acht ’s ochtends, reed verdachte als bestuurder van een Volkswagen Caddy op de openbare weg. Toen hij het kruispunt tussen de wegen Beukelsdijk, As en Daalder naderde, vanaf de zijde van de Beukelsdijk, reed hij langs het bedrijf [bedrijf] ”. Op het moment dat verdachte het voornoemde kruispunt naderde liep slachtoffer [slachtoffer ] (hierna: het slachtoffer) op dat moment op de weg en haar collega, getuige [getuige] , liep in de berm langs de weg.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, te weten de camerabeelden, blijkt dat de auto van verdachte het slachtoffer om 07:45:29 uur vanaf de achterkant raakte. Het slachtoffer wordt door de klap naar voren geduwd en komt op de weg terecht. De collega van het slachtoffer opent om 07:45:32 uur, drie seconden na de aanrijding, de deur van de auto van verdachte aan de bijrijderszijde. Hij zag op dat moment dat verdachte zijn telefoon in zijn handen had en dat alle ramen van de auto van verdachte op dat moment (enorm) beslagen waren.

Het rijgedrag van verdachte.

De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een auto een voortdurende verplichting tot voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder vereist en het gebod om te anticiperen op wat er kan komen of wat er – ook onverwachts – kan gebeuren. In de verkeerssituatie ter hoogte van het ongeval gold daarnaast dat er geen stoep of fietspad aanwezig was. Verdachte heeft ter zitting verklaard bekend te zijn met de situatie ter plaatse.

Bij deze omstandigheden dient een bestuurder van een auto rekening te houden met mogelijke fietsers en/of voetgangers op de weg. Daarnaast stonden er geparkeerde auto’s in de berm naast de weg aan de zijde waar het slachtoffer en de getuige liepen. In een dergelijk geval moet een bestuurder van een auto alert zijn op de mogelijkheid dat de gebruikers van die auto’s plotseling als voetganger de weg oplopen of oversteken.

Uit de camerabeelden van “ [bedrijf] ” blijkt zonder meer dat het slachtoffer al enige tijd op de weg liep. Verdachte naderde haar van achteren en zou duidelijk - en dus al enige tijd - zicht op de weg en op de daar aanwezige verkeersdeelnemers moeten hebben. De verkeerssituatie was ten tijde van de aanrijding overzichtelijk, het was niet meer donker, en de straatverlichting brandde (nog). De verklaring van verdachte ter terechtzitting, inhoudende dat hij het slachtoffer en haar collega pas één seconde voor het ongeval plaatsvond zag lopen, laat zich moeilijk rijmen met die gegeven omstandigheden . Een oplettende automobilist, bekend met de situatie, had het slachtoffer naar het oordeel van de rechtbank al geruime tijd vóór het ongeval kunnen en moeten zien en zijn snelheid en rijgedrag daarop moeten aanpassen. De rechtbank slaat acht op de verklaring van getuige [getuige] dat de voorruit en de zijramen van de auto op dat moment enorm beslagen moeten zijn geweest. Verdachte was, aldus zijn eigen verklaring, ook pas een minuut aan het rijden. Verdachte heeft er dus willens en wetens voor gekozen om de weg op te gaan terwijl hij geen goed zicht had door zijn ruiten en heeft, voor zover hij wel zicht op de weg had, onvoldoende opgelet. Alleen al op basis van deze vaststellingen is duidelijk dat verdachte onachtzaam en onoplettend rijgedrag heeft vertoond.

Anders dan door de verdediging is bepleit, blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen naar het oordeel van de rechtbank ook dat verdachte afgeleid was door telefoongebruik. Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte is gebleken dat verdachte voorafgaand aan het ongeval telefoneerde met zijn vader. Het telefoongesprek werd om 07:45:23 uur, drie seconden voordat het ongeval plaatsvond, beëindigd. De verklaring van verdachte dat hij zijn telefoon pas pakte nadat het ongeval plaatsvond en toen het gesprek heeft beëindigd acht de rechtbank ongeloofwaardig. Daarnaast is de verklaring van verdachte dat hij handsfree via zijn autoradio belde ook ongeloofwaardig nu uit de gebezigde bewijsmiddelen duidelijk blijkt dat de autoradio op 25 november 2024, 3 dagen vóór het ongeval, voor het laatst met zijn telefoon via bluetooth gekoppeld is geweest. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte voorafgaand aan het ongeluk gebeld heeft met zijn vader met zijn telefoon in zijn hand en zijn telefoon tot na het ongeval in zijn hand heeft gehad. Ook uit deze vaststellingen blijkt zonder meer van onachtzaam en onoplettend rijgedrag.

Anders dan door de raadsvrouw is bepleit doet het gegeven dat op het moment van de laatste bluetooth-verbinding niet met de telefoon is gebeld niets af aan de betrouwbaarheid van het onderzoek aan de mobiele telefoon van verdachte. De onderzoeksgegevens van de politie en de door de raadsvrouw ingebrachte belgegevens zijn niet innerlijk tegenstrijdig, zoals de raadsvrouw lijkt te hebben bepleit. Dat er een bluetooth-verbinding op 25 november 2024 is geweest betekent namelijk niet dat er op dat moment ook gebeld moet zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijke verbinding wordt gelegd tussen twee apparaten op basis van radiogolven en vereist geen internet of mobiele data. Hier zit dus geen provider (zoals “ [provider] ”) ‘tussen’. Een dergelijke provider kan dus geen antwoord geven op de vraag – sec – of een mobiele telefoon op enig moment een bluetooth-verbinding heeft gemaakt met een autoradio. Voor beantwoording van die vraag moet worden gekeken naar/in de desbetreffende mobiele telefoon, wat de politie heeft gedaan. En zoals gezegd heeft de rechtbank geen reden om aan (de uitkomst van) dat onderzoek te twijfelen.

Is er sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW)?

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte zich als deelnemer aan het verkeer zo heeft gedragen, dat het ongeval aan zijn schuld te wijten is. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Schuld in de zin van artikel 6 WVW kan bestaan in verschillende gradaties: van aanmerkelijke onvoorzichtigheid tot roekeloosheid als de zwaarste vorm van schuld.

De rechtbank waardeert het verkeersgedrag van verdachte gelet op het voorgaande als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam. Door zijn eigen rijgedrag heeft hij het slachtoffer niet tijdig kunnen zien, terwijl een normaal handelend bestuurder het slachtoffer ruim op tijd had kunnen zien en had kunnen anticiperen.

De aard van het letsel.

In onderlinge samenhang bezien, dient het door het slachtoffer opgelopen letsel, zijnde een breuk in het scheenbeen en het kuitbeen (“crurisfractuur”) te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Het slachtoffer heeft ingrijpende operaties en meerdere fysiobehandelingen ondergaan ten behoeve van haar herstel en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat van volledig herstel nog geen sprake is.

Slotconclusie.

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder 1 primair tenlastegelegde feit bewezen zoals hierna onder “De bewezenverklaring” nader zal worden omschreven.

4. De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 28 november 2024 te Deurne als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, merk Volkswagen Caddy), daarmede rijdende over de weg, de Beukelsdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam te handelen als volgt:

verdachte heeft rijdende over de Beukelsdijk, terwijl hij tijdens het rijden aan het bellen was met zijn mobiele telefoon en zijn mobiele telefoon vasthield en terwijl zijn voorruit en zijramen beslagen waren, onvoldoende aandacht gehad en gehouden voor de verkeerssituatie aldaar en heeft een aan de rechterzijde van de weg voor hem lopende voetganger niet tijdig opgemerkt waardoor verdachte niet in staat was om zijn bedrijfsauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor verdachte met zijn bedrijfsauto achterop een voor hem lopende voetganger is gebotst, waardoor aan een ander, genaamd [slachtoffer ] , (zijnde die voetganger) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten een breuk in haar onderbeen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

5. De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

6. De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

7. De oplegging van straf en bijkomende straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een rijontzegging van 6 maanden geheel onvoorwaardelijk.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Gelet op de in de pleitnota beschreven gronden heeft de verdediging de rechtbank verzocht om aan verdachte geen andere straf op te leggen dan een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke rijontzegging.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt waarbij het slachtoffer, zijnde een voetganger, ernstig gewond is geraakt. Het verkeersongeval heeft een breuk in haar onderbeen veroorzaakt hetgeen niet goed zou herstellen zonder operatief medisch ingrijpen en bijbehorende fysiotherapie. Het door het ongeval ontstane letsel zorgt nog steeds voor dagelijks ongemak bij het slachtoffer. Daarnaast was het slachtoffer ten tijde van het ongeval zwanger. Gelukkig heeft het verkeersongeval, voor zover nu duidelijk is, geen gevolgen gehad voor de algemene gezondheid van de baby van het slachtoffer. De door het slachtoffer beschreven zorgen voor de gezondheid van haar baby en de door het ongeval veroorzaakte stress zijn bijzonder invoelbaar. De rechtbank realiseert zich dat de verdachte dit ongeval op geen enkele manier heeft gewenst, maar dat neemt niet weg dat het handelen van verdachte een enorme impact op haar leven en het leven van haar gezin heeft gehad en nog steeds heeft.

Bij haar beslissing over de strafsoorten en de hoogte van de straffen heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. In het geval van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en zwaar lichamelijk letsel van een verkeersongeval is het oriëntatiepunt een taakstraf van 120 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 22 december 2025 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank zal aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur opleggen, zoals de officier van justitie deze ook heeft gevorderd. De rechtbank ziet daarbij geen reden om af te wijken van voornoemd uitgangspunt. De rechtbank neemt daarbij ook mee dat de verdachte op verschillende momenten in het onderzoek geen volledige openheid van zaken heeft gegeven of heeft willen geven. Dit ziet zowel op het telefoongebruik als op de vraag of de ramen van zijn auto beslagen waren. De uitkomst van diverse onderzoeksresultaten heeft verdachte steeds betwist of ontkend.

De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om een onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen. Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij zijn rijbewijs nodig heeft omdat hij werkzaam is op verschillende locaties van het familiebedrijf. De rechtbank acht het van belang dat de kans op herhaling van een verkeersongeval zoals heeft plaatsgevonden, zo veel mogelijk moet worden beperkt. Verdachte is een jonge man die, vanwege zijn werk, nog vele jaren gebruik zal moeten maken van zijn auto. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat de kans op herhaling beperkt wordt door het geven van een stevige waarschuwing. Daarom legt de rechtbank in plaats van een onvoorwaardelijke rijontzegging een geheel voorwaardelijke rijontzegging op voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren. Deze voorwaardelijke straf acht de rechtbank passend gezien al hetgeen hiervoor genoemd, en geboden om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen; in het bijzonder een verkeersfeit.

8. De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d Wetboek van Strafrecht

6, 179 Wegenverkeerswet 1994.

9. DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen:

Een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.H.E. Boerma, voorzitter,

mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. S.J.H. van de Kant, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S.B.J. de Leeuw, griffier,

en is uitgesproken op 12 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.H.E. Boerma
  • mr. A.H.J.J. van de Wetering
  • mr. S.J.H. van de Kant

Griffier

  • mr. S.B.J. de Leeuw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?