ECLI:NL:RBOBR:2026:993

ECLI:NL:RBOBR:2026:993

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer WR 25/040
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

WR 25/040: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het is gericht tegen een rechterlijke (tussen)beslissing

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/040

Beslissing van 22 januari 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) van

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

hierna te noemen: verzoekers,

strekkende tot de wraking van

mr. E.J.C. Adang,

rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

De procedure

In de zaak met procedurenummer C/01/414925/HA ZA 25-280 zijn verzoekers gedaagden. In die zaak gaat het om het faillissement van een bedrijf waarvan [verzoeker 1] bestuurder was en de vraag of [verzoeker 1] als bestuurder en [verzoeker 2] als zijn echtgenote aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort.

In het vonnis van 19 november 2025 heeft de rechter bepaald dat de zaak op de rol zal komen van 31 december 2025 voor een conclusie van antwoord. Op 24 december 2025 hebben verzoekers hun wrakingsverzoek ingediend.

Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop

Uit het wrakingsverzoek blijkt dat verzoekers het volgende aan hun verzoek ten grondslag hebben gelegd. Verzoekers hebben gevraagd om uitstel voor hun conclusie van antwoord en om toestemming tegen het vonnis van 19 november 2025 incidenteel hoger beroep te mogen aantekenen. Eén van verzoekers was namelijk op 24 november 2025 opgenomen voor behandeling, gemachtigde van verzoekers had op 12 december 2025 een medische behandeling ondergaan en inmiddels waren vakanties gepland in verband met de kerstdagen. Dit verzoek is door de rechter afgewezen. Hiermee waren verzoekers het niet eens en zij hebben vervolgens de rechter gewraakt.

Op 29 december 2025 heeft de rechter gereageerd op het wrakingsverzoek. Hij heeft aangegeven niet te berusten in het wrakingsverzoek.

De beoordeling

In artikel 36 Rv is geregeld dat elke rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op verzoek van een partij. De grond voor zo’n verzoek is dat er feiten of omstandigheden zijn waardoor de onpartijdigheid van de rechter schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van zo’n verzoek is belangrijk dat wordt vermoed dat een rechter door zijn aanstelling als rechter onpartijdig is. Alleen als er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden geldt dit vermoeden niet. Deze uitzonderlijke omstandigheden moeten dan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter tegenover een procespartij vooringenomen is. Het kan ook zijn dat een procespartij vrees daarvoor heeft. Die vrees moet wel objectief gerechtvaardigd zijn. Tot slot is ook de schijn van partijdigheid en het vermijden daarvan, belangrijk bij de beoordeling van het wrakingsverzoek.

Bij de behandeling van een wrakingsverzoek maakt de wrakingskamer onder andere gebruik van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: het wrakingsprotocol). Hierin zijn de regels voor het indienen en de behandeling van een wrakingsverzoek vastgelegd. In het wrakingsprotocol is onder andere geregeld dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek meteen zonder zitting (dat is de mondelinge behandeling van een zaak) ongegrond kan verklaren. Dit is mogelijk als het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is. Dit is geregeld in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het wrakingsprotocol. De wrakingskamer oordeelt dat deze situatie zich hier voordoet. De wrakingskamer zal hierna toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat deze een onjuiste beslissing heeft genomen. De rechter heeft namelijk beslist dat er geen uitstel wordt verleend voor het indienen van de conclusie van antwoord. Een (tussen)beslissing van een rechter kan echter nooit grond vormen voor wraking, ook niet indien die beslissing onjuist, onbegrijpelijk, niet of te summier is gemotiveerd (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Dit komt door het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dit houdt in dat alleen de rechtsmiddelen bestaan die in de wet staan vermeld. Dit is uitsluitend anders indien motivering van (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van rechter die haar heeft gegeven. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Gelet op voorgaande overwegingen is de wrakingskamer van oordeel dat er geen grond is voor wraking. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond en zal worden afgewezen.

De beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. F. Kooijman, voorzitter, mr. M.E. Bartels en

mr. F.H.E.Boerma, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F. Kooijman
  • mr. M.E. Bartels
  • mr. F.H.E.Boerma

Griffier

  • mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?