ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3939

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3939, Rechtbank Oost-Nederland, 27-02-2013, 08.800971-09

Instantie Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak 27-02-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 08.800971-09
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Bezwaarschrift veroordeelde tegen bevel omzetting taakstraf OvJ. Bevel is niet ondertekend door de OvJ, dus heeft dit geen rechtskracht. Veoordeelde, die in Duitsland gedetineerd is en zijn straf in Nederland mag uitzitten, wordt in de gelegenheid gesteld om na zijn detentie die taakstraf alsnog te doen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.800971-09

Bezwaarschriftnummer: 12/451

Uitspraak van de politierechter op het bezwaarschrift op grond van artikel 22g Sr van:

[veroordeelde],

geboren op [datum] 1973 te [plaats] (Turkije),

wonende in [adres, woonplaats],

verder te noemen: de veroordeelde.

1. Het verloop van de procedure

Op 25 september 2012 heeft de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland de tenuitvoerlegging van 120 dagen vervangende hechtenis bevolen omdat de veroordeelde de taakstraf niet heeft verricht. Die kennisgeving is aan de veroordeelde betekend.

Het bezwaarschrift tegen de kennisgeving van dat bevel is gedateerd 25 oktober 2012 en is op die datum op de griffie van de rechtbank ontvangen.

Het is namens veroordeelde ingediend door mr. R.J.H. van der Wal, advocaat te Hengelo (O).

Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 27 februari 2013.

Bij de behandeling zijn de officier van justitie en de raadsman mr. Van der Wal gehoord.

De politierechter heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de veroordeelde alsmede van een door de raadsman ter zitting overgelegd faxbericht van Rechtsantwalt C. Prasse van 15 februari 2013.

2. De standpunten van de veroordeelde en de officier van justitie

Standpunten van de raadsman en de officier van justitie

De raadsman maakt namens de veroordeelde bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis. De raadsman heeft ter terechtzitting het bezwaarschrift toegelicht.

De officier van justitie stelt dat op grond van het in artikel 22 c lid 4 Sr bepaalde de termijn van de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis wordt opgeschort.

Standpunt raadsman

De raadsman maakt bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis. Zijn standpunt houdt samengevat in, dat veroordeelde op 7 november 2011 in Duitsland is aangehouden en dat hij daar vervolgens is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar en drie maanden. Het was voor veroordeelde daarom onmogelijk om de onderhavige taakstraf te verrichten. Aangezien de straf van veroordeelde binnenkort vanwege een “exequatorprocedure” wordt omgezet naar Nederlandse maatstaven acht de raadsman het aannemelijk dat hij binnenkort vrij komt en in staat is om de taakstraf te verrichten.

Standpunt officier van justitie

Het standpunt van de officier van justitie luidt samengevat dat veroordeelde weliswaar wist dat hij een werkstraf moest verrichten, maar dat dit hem er niet van weerhouden heeft opnieuw strafbare feiten te plegen. Niettemin is art. 22c lid 4 Sr van toepassing, zodat de termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

3. De ontvankelijkheid

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De rechtbank stelt vast dat het ook overigens ontvankelijk is.

4. De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de rechtbank het volgende vast.

De veroordeelde is bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 15 april 2011 veroordeeld tot onder meer een taakstraf van 240 uren. Daarbij is bepaald dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de taakstraf niet heeft verricht.

Het bezwaarschrift is gericht tegen de kennisgeving van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. In deze kennisgeving wordt veroordeelde medegedeeld dat de door de politierechter in de rechtbank Almelo oorspronkelijk bij vonnis van 15 april 2011 opgelegde taakstraf, wordt omgezet in vervangende hechtenis.

De kennisgeving luidt onder meer: “Ingevolge artikel 22g lid 1 van het Wetboek van Strafrecht heb ik de taakstraf omgezet in een vervangende hechtenis. De vervangende hechtenis bedraagt 120 Dagen”. De kennisgeving sluit af met “Hoogachtend, officier van justitie”. Er staat evenwel geen handtekening bij.

De te volgen procedure bij de executie van taakstraffen is beschreven in de Aanwijzing Executie van het College van Procureurs-generaal, vastgesteld op 13 december 2010 (2010A031), in werking getreden op 1 januari 2011 met een geldigheidsduur tot en met 31 december 2014. Daarin staat dat indien de tenuitvoerlegging van de taakstraf is mislukt, het OM beoordeelt of degene die de taakstraf moet verrichten de door de rechter opgelegde vervangende hechtenis moet ondergaan. Het CJIB stuurt het OM een afloopbericht, waarop de desbetreffende executieofficier of executieadvocaat-generaal aangeeft of hij de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis beveelt (art. 22g Sr) en zo ja, welk gedeelte. Na ontvangst van een ondertekend afloopbericht van het OM, draagt het CJIB zorg voor de betekening van de kennisgeving waarin de veroordeelde op de hoogte wordt gesteld van het feit dat executie van de vervangende hechtenis is bevolen. Na betekening van deze kennisgeving maakt het CJIB een arrestatiebevel aan.

In de onderhavige zaak is kennelijk door een officier van justitie op het voorstel vervangende hechtenis van het CJIB besloten de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen. Dit bevel is echter niet door of namens een officier van justitie ondertekend. Gelet op het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat niet gebleken is dat de officier van justitie aan de veroordeelde heeft laten weten dat tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis moet worden overgegaan. Ten overvloede: artikel 126 lid 3 van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat een bevoegdheid van de officier van justitie niet kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar indien de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. De politierechter is van oordeel dat de in artikel 22g Wetboek van Strafrecht aan het OM toegekende bevoegdheid zich naar haar aard verzet tegen mandatering – voor zover daar al sprake van is. Het betreft immers niet alleen een bevoegdheid die vrijheidsbeneming met zich brengt, maar ook een waarbij aan het OM een discretionaire ruimte wordt gelaten. Dat hieraan de hand moet worden gehouden, volgt ook uit de Aanwijzing Executie waarin is bepaald dat executieofficier of executieadvocaat-generaal aangeeft of hij de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis beveelt (art. 22g Sr) en zo ja, welk gedeelte en het betreffende afloopbericht ondertekent. In het onderhavige geval is van een bevel, gegeven en ondertekend door een officier van justitie, kennelijk geen sprake. Het bezwaarschrift moet derhalve gegrond worden verklaard, zij het op ambtshalve gronden.

Gelet op het voorgaande is de politierechter van oordeel dat het bevel van het openbaar ministerie van 25 september 2012 om de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen geen rechtskracht heeft.

De politierechter is van oordeel dat, conform het verzoek, de termijn waarbinnen de taakstraf moet zijn voldaan wordt afgestemd op het moment waarop veroordeelde feitelijk in staat zal zijn de taakstraf te verrichten en zijn huidige – al dan niet in Nederland ondergane – detentie heeft uitgezeten, zulks conform het bepaalde in art. 22c, vierde lid Sr.

5. De beslissing

De politierechter:

- verklaart het bezwaarschrift gegrond;

- bepaalt dat de veroordeelde nog 120 uren taakstraf moet verrichten;

- bepaalt dat de veroordeelde deze taakstraf aanvangt nadat hij nadat hij zijn huidige detentie heeft uitgezeten.

Deze beslissing is genomen door mr. Bordenga, politierechter, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2013.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?