RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, verweerder.
Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: AWB 18/1968
en
Procesverloop
Eiser heeft op 17 oktober 2018 beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is. De indiener wordt een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet worden voldaan. Wordt dit niet gedaan, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2. Aan eiser is twee keer een termijn gegeven om het griffierecht te voldoen, maar eiser heeft het griffierecht niet (tijdig) voldaan.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Het onderzoek wordt gesloten met toepassing van artikel 8:54 van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van C.L. Cheung, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.