RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 7490117 \ CV EXPL 19-299
Herstelvonnis van 6 augustus 2019
in de zaak van
[partij A],
wonende te [woonplaats 1],
eiser in conventie,
verweerder in (deels voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen [partij A],
gemachtigde: mr. J.J. Paalman te Almelo,
tegen
[partij B],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde in conventie,
eiseres in (deels voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen [partij B],
verschenen in persoon.
1. Het verzoek tot verbetering
Bij brief van 17 juli 2019 is namens [partij A] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 25 juni 2019 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat in het dictum (de beslissing) in onderdeel III. onder sub b en c twee keer wordt verwezen naar dictumonderdeel II. a, terwijl dictumonderdeel III. a is bedoeld.
De kantonrechter heeft [partij B] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij e-mailbericht, inclusief bijlage, heeft [partij B] aan de kantonrechter bericht geen bezwaar tegen inwilliging van het verzoek te hebben.
2. De beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat in het vonnis van 25 juni 2019 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De kantonrechter zal het verzoek dan ook op na te melden wijze toewijzen.
Uit hetgeen overigens door [partij B] in haar mailbericht, inclusief bijlage, van 6 augustus 2019 naar voren is gebracht, begrijpt de kantonrechter dat zij het niet eens is met (een onderdeel van) het vonnis en de gronden waarop dat berust. Artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bedoeld voor het verbeteren van kennelijke fouten, in die zin dat het voor iedereen duidelijk is dat sprake is van een vergissing. Artikel 31 Rv biedt geen ruimte om op grond van door een partij naar voren gebrachte bezwaren het vonnis te heroverwegen en aan te passen. Dit zou neerkomen op een verkapt hoger beroep. Voor zover [partij B] heeft beoogd een op artikel 31 Rv gebaseerd verzoek te doen, zal dit verzoek dan ook worden afgewezen.
3. De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat de dictumonderdelen III. b en III. c van het op 25 juni 2019 tussen [partij A] en [partij B] gewezen vonnis, waar staat
“dictumonderdeel II. a”
worden gewijzigd in
“dictumonderdeel III. a”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 6 augustus 2019 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 25 juni 2019,
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 25 juni 2019 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van het team kanton en handelsrecht van deze rechtbank te retourneren,
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2019 (ib).