ECLI:NL:RBOVE:2021:2831

ECLI:NL:RBOVE:2021:2831, Rechtbank Overijssel, 14-07-2021, ak_20 _ 390

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-07-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ak_20 _ 390
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2022:3141
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0022463 BWBR0031788

Samenvatting

Verzoek op grond van artikel 25 Wpg. Standpunt verweerder dat er niet meer registraties/mutaties met eiseres betreffende persoonsgegevens beschikbaar zijn dan in het bestreden besluit staat aangegeven komt de rechtbank niet ongeloofwaardig over; overigens gewijzigde wettekst sedert 1 januari 2019; wel sprake van beleidsvrijheid .Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres 1] te [woonplaats 1] , eiseres,

de korpschef van politie, verweerder,

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/390

gemachtigde: mr. S. van Gent,

en

gemachtigde: M.U. Smis LL.B. (bachelor of laws).

Procesverloop

Bij besluit van 3 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder een verzoek van eiseres op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg), gedeeltelijk geweigerd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 19 maart 2020 heeft verweerder de stukken aan de rechtbank overgelegd met een verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

De rechtbank heeft bij uitspraak van 27 mei 2020 geoordeeld dat beperking van de kennisneming van deze stukken als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb gerechtvaardigd is. Bij brief van 5 juni 2020 heeft eiseres toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2020. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met procedurenummer 20/390. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [naam 1] Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen. Ten aanzien van deze stukken heeft eiseres toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb. Bij brief van 3 november 2020 heeft verweerder nadere stukken overgelegd met een verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Awb.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten. In de zaken wordt apart uitspraak gedaan.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft verweerder bij brief van 11 november 2019, ingekomen op 19 november 2019, verzocht om inzage van op haar en haar gezinsleden [naam 2] en [naam 3] , betrekking hebbende politiegegevens.

Omdat het recht op inzage een individueel recht is, heeft verweerder de brief per individu separaat beantwoord. Wel zijn bij beantwoording van het verzoek van eiseres de gegevens van [naam 3] betrokken, omdat hij de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt.

Bestreden besluit

Bij besluit van 3 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van artikel 25 van de Wpg, gedeeltelijk geweigerd en gedeeltelijk toegewezen.

Eiseres is de mogelijkheid geboden inzage te verkrijgen in registraties waarin haar persoonsgegevens en de persoonsgegevens van haar zoon [naam 3] zijn verwerkt.

Eiseres heeft op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wpg geen inzage gekregen in de gegevens die herleidbaar kunnen zijn naar betrokkenen en derden. Het gaat daarbij om verstrekkingen van persoonsgegevens van een derde, danwel diens meldingen en/of diens verklaringen. Volgens verweerder zijn deze gegevens rechtsreeks en in directe lijn te herleiden naar de persoon en zou het geven van inzage daarin de persoonlijke levenssfeer van de derde ernstig kunnen aantasten.

Als dit belang van een derde in geding is, is het verweerder niet toegestaan om die gegevens toch te verstrekken. Verweerder verwijst hierbij naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2015:224 en ECLI:NL:RVS:2012:BX6514). Eiseres kan alleen kennisnemen van gegevens die de politie over haar heeft verwerkt. Politiegegevens die betrekking hebben op derden zullen geanonimiseerd worden.

Beroepsgronden

3. Eiseres stelt dat het haar volstrekt onduidelijk is welke informatie haar wordt onthouden. Verweerder heeft ten onrechte niet prijsgegeven om welke en hoeveel informatie het gaat. Eiser gaat er namelijk vanuit dat er meer mutaties haar betreffende zouden moeten zijn en nu verweerder stelt dat die er niet zijn meent eiseres dat die haar worden onthouden.

Door geen inzage te geven in bepaalde persoonsgegevens over haar en haar zoon worden het recht op rectificatie, aanvulling en vernietiging van persoonsgegevens zoals neergelegd in artikel 28 van de Wpg eiseres ontzegd. Verweerder gaat hiermee zijn bevoegdheid te buiten. Verweerder dient op zijn minst eiseres te informeren in welke informatie zij geen inzage krijgt, zonodig zonder de inhoud van de informatie prijs te geven.

Zodra duidelijk is welke informatie eiseres wordt onthouden wil eiseres inzage daarin onder – voor zover nodig- weglakking van de persoonsgegevens van derden.

Het wettelijk kader is neergelegd in de bijlage.

Beoordeling

4. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de door verweerder overgelegde gegevens waarvan eiseres geen kennis heeft mogen nemen en stelt voorop dat het gegevens betreft die in het kader van de politietaak zijn of worden verwerkt en die herleidbaar zijn naar betrokkenen en derden.

Verweerder heeft artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wpg aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd en daarbij overwogen dat verweerder een verzoek om kennisneming van politiegegevens moet afwijzen indien dit ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden noodzakelijk is. Daarbij merkt verweerder onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2015:224 en ECLI:NL:RVS: 2012:BX6514 op dat verweerder geen beleidsvrijheid heeft om hiervan af te wijken.

5. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder bij zijn standpunt dat verweerder geen beleidsvrijheid heeft, blijkbaar nog is uitgegaan van de wettekst zoals die luidde tot 1 januari 2019 en de daarop gevormde jurisprudentie. Sedert 1 januari 2019 luidt artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wpg namelijk als volgt:

“Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 28, eerste en tweede lid, wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden”.

Op grond van het huidige artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wpg dient verweerder na de conclusie dat een afwijzing noodzakelijk is ter bescherming van rechten en vrijheden van derden vanwege de vereiste evenredigheid nog een belangenafweging te verrichten en is er dus wel degelijk sprake van beleidsvrijheid.

Verweerder heeft dit niet onderkend.

6. Nu het beroep van eiseres zich niet richt op de registraties/mutaties waarvan inzage op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wpg is geweigerd is het aannemelijk dat eiseres hierdoor niet is benadeeld. Het motiveringsgebrek zal dan ook met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht worden gepasseerd.

7. Het bestreden besluit kan dus in zoverre in stand blijven. De rechtbank zal verweerder wel opdragen het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.

8. Verweerders standpunt dat er niet meer registraties/mutaties met eiseres betreffende persoonsgegevens beschikbaar zijn dan in het bestreden besluit staat aangegeven komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor.

9. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er meer mutaties onder verweerder berusten.

10. Het beroep is ongegrond.

11. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

griffier, rechter,

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

Artikel 1 van de Wpg bepaalt dat in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. politiegegeven: elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Politiewet 2012, met uitzondering van:

– de uitvoering van wettelijke voorschriften anders dan de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

– de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 1° en artikel 4, eerste lid, onderdeel f, van de Politiewet 2012;

b. persoonsgegeven: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

c. verwerken van politiegegevens: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot politiegegevens of een geheel van politiegegevens, al dan niet uitgevoerd op geautomatiseerde wijze, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen of vernietigen van politiegegevens;

d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;

e. ter beschikking stellen van politiegegevens: het verstrekken van politiegegevens aan personen die overeenkomstig deze wet zijn geautoriseerd voor het verwerken van politiegegevens

Artikel 25, eerste lid, van de Wpg bepaalt dat de betrokkene het recht heeft om op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke binnen zes weken uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie te verkrijgen over:

a. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;

b. de betrokken categorieën van politiegegevens;

c. de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

d. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

e. het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens;

f. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;

g. de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens

Artikel 27, eerste lid en onder a, bepaalt dat een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, en 28, eerste en tweede lid, wordt afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden

Artikel 28, eerste lid, bepaalt dat de betrokkene recht heeft op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke rectificatie van de hem betreffende onjuiste politiegegevens te verkrijgen en, rekening houdend met het doel van de verwerking, het recht om onvolledige politiegegevens te laten aanvullen, onder meer door middel van een aanvullende verklaring. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

Het tweede lid bepaalt dat de betrokkene recht heeft op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende politiegegevens te verkrijgen indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of om te voldoen aan een wettelijke verplichting. In plaats van vernietiging draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor afscherming als:

a. de juistheid van de gegevens door de betrokkene wordt betwist en de juistheid of onjuistheid niet kan worden geverifieerd, in welk geval de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeert voordat de afscherming wordt opgeheven, of

b. de gegevens moeten worden bewaard als bewijsmateriaal.

Artikel 6:22 van de Awb bepaalt dat een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand kan worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?