RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer : C/08/260235 / HA ZA 21/15
Vonnis van 15 december 2021
in de zaak van
1. Jobaro Investment B.V.
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
hierna te noemen: Jobaro,
2. Katalysator-Management B.V.
gevestigd te Ugchelen
hierna te noemen: Katalysator,
eiseressen
hierna gezamenlijk te noemen: Jobaro c.s.
advocaat: mr. C.P.B. Kroep en mr. A.W. Tieman te Enschede,
tegen
1. Coöperatieve Rabobank U.A.
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde sub 1,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat mr. W. Mollema te Leeuwarden,
2. de heer mr. H. Aarnink, handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van Cordonnier B.V.
laatstelijk ingeschreven te Enschede,
gedaagde sub 2,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. R.A. Shenouda te Enschede.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 10 november 2021 en hetgeen daarin is opgenomen over het procesverloop,
het verzoek van Jobaro c.s. d.d. 22 november 2021 om tussentijds hoger beroep te mogen instellen van het tussenvonnis,
de reactie van de curator d.d. 23 november 2021.
2. De overwegingen van de rechtbank
Jobaro c.s. heeft gevraagd om tussentijds hoger beroep toe te staan. In het tussenvonnis van 10 november 2021 is ten aanzien van de procedure tegen Rabobank een eindbeslissing genomen. Ten aanzien van de procedure tegen de curator zijn tussenbeslissingen genomen. Jobaro c.s. gaat in beroep tegen de eindbeslissing ten aanzien van Rabobank, maar wil ook grieven richten tegen de tussenbeslissingen ten aanzien de procedure tegen de curator, en daarvoor heeft zij toestemming ex artikel 337, lid 2, Rv gevraagd.
De curator heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek. Hij stelt onder meer dat de procedure bij de rechtbank hierdoor onnodig wordt vertraagd.
De rechtbank zal het verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan, toewijzen. Indien er alsnog vorderingen tegen de Rabobank behandeld zullen moeten worden, kan dat invloed hebben op de rest van de zaak. Daarnaast is ook de beantwoording van de (eerste) principiële vraag in de procedure jegens de curator, namelijk of de curator tegenspraak kan doen tegen een rangregeling, beslissend voor het vervolg van de procedure. Nu Jobaro c.s. toch in beroep wil gaan tegen de eindbeslissing met betrekking tot Rabobank, is het efficiënt om ook haar bezwaren tegen de tussenbeslissingen met betrekking tot de procedure tegen de curator aan het Hof voor te leggen.
Deze zaak zal bij de rechtbank op de parkeerrol worden geplaatst. De meest gerede partij, dat is in dit geval Jobaro c.s., wordt opgedragen het (eind)arrest van het Hof te zijner tijd in het geding te brengen zodat de procedure bij de rechtbank kan worden hervat.
Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank:
Staat Jobaro c.s. toe om tussentijds hoger beroep in te stellen van het tussenvonnis van deze rechtbank van 10 november 2021,
verwijst de zaak naar de parkeerrol en bepaalt dat Jobaro c.s. het eindvonnis van het Hof in dit tussentijds hoger beroep te zijner tijd in het geding dient te brengen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg – van Ommeren, mr. A.H. Margadant en mr. J.M. Marsman, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.