RECHTBANK OVERIJSSEL
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/264457 / HA ZA 21-150
Vonnis van 18 mei 2022
in de zaak van
de vennootschap onder firma
[X] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres, hierna te noemen [eiseres] ,
advocaat mr. E.J. Loor te Apeldoorn,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen [gedaagde] ,
advocaat mr. B.R. Kleij te Rotterdam.
1. De procedure
De rechtbank heeft [eiseres] bij tussenvonnis van 29 december 2021 opgedragen om te bewijzen dat de handtekening onder de overeenkomst van 26 maart 2018 van [gedaagde] is. De zaak is op de rol van 12 januari 2022 gezet voor uitlating door [eiseres] hoe zij bewijs wil leveren.
Bij akte uitlating bewijs van 12 januari 2022 heeft [eiseres] de rechtbank verzocht om:
i) haar toe te laten het bewijs te leveren door middel van een deskundigenrapport, uit te voeren door de forensische schriftexperts van Justiniana;
ii) [gedaagde] te bevelen om op eerste verzoek van de deskundige mee te werken aan het verstrekken van aanvullende stukken, zoals bijvoorbeeld de originele overeenkomst van 26 maart 2018 en eventuele extra vergelijkingshandtekeningen zodat de deskundige haar forensisch onderzoek kan uitvoeren; en
iii) de zaak voor acht weken aan te houden om de deskundige in staat te stellen het forensisch schriftonderzoek uit te kunnen voeren en het rapport met bevindingen op te stellen.
[gedaagde] heeft bij akte uitlaten van 9 februari 2022 verklaard zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
Partijen hebben op 18 en 21 februari 2022 via een B-formulier om vonnis gevraagd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
i) toelaten bewijslevering door deskundigenrapport
De rechtbank zal [eiseres] toelaten om bewijs te leveren door middel van een deskundigenrapport, uit te voeren door de forensische schriftexperts van Justiniana.
ii) bevelen medewerking aan verstrekken aanvullende stukken
[eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt bevolen om op verzoek van de deskundige mee te werken aan het verstrekken van aanvullende stukken voor het handtekeningenonderzoek. De rechtbank vat dit als een incidentele vordering ex artikel 223 Rv op en de akte uitlating van 9 februari 2022 zijdens [gedaagde] als antwoordakte in het incident.
Geen algemene verplichting tot medewerking
Een algemene verplichting om mee te werken aan een deskundigenonderzoek geldt alleen voor een door de rechter bepaald deskundigenonderzoek (artikel 198 lid 3 Rv). In dit geval is er sprake van een partijdeskundigenonderzoek. De rechtbank zal daarom geen algemene verplichting aan [gedaagde] opleggen om mee te werken aan het deskundigenonderzoek.
Inzage in (originele) stukken op grond van artikel 843a Rv
Op grond van artikel 843a Rv kan [eiseres] inzage, afschrift of uittreksel van stukken vorderen indien:
zij daar een rechtmatig belang bij heeft;
het gaat om bepaalde stukken;
de stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin zij (of een rechtsvoorganger van haar) partij is;
[gedaagde] deze stukken ter beschikking of onder zich heeft.
Op grond van dit artikel kan in beginsel geen afgifte van originele stukken worden gevorderd. Naar het oordeel van de rechtbank moet het woord “inzage” echter ruim worden uitgelegd en kan daaronder ook worden verstaan het ter inzage afgeven van originele stukken ten behoeve van een door een (partij)deskundige uit te voeren vergelijkend handtekeningenonderzoek. De stukken moeten dan na het onderzoek wel weer worden geretourneerd.
De vordering tot afgifte van originele stukken ten behoeve van een handtekeningenonderzoek door een partijdeskundige kan dus worden toegewezen, indien aan de (overige) vereisten van artikel 843a Rv is voldaan.
Rechtmatig belang
[eiseres] stelt dat het volgens de deskundige de voorkeur heeft om bij schriftonderzoek originele stukken te gebruiken in plaats van kopieën. Zij heeft er daarom belang bij dat de deskundige de originele overeenkomst van 26 maart 2018 en originele exemplaren van de handtekening van [gedaagde] kan inzien voor haar vergelijkend onderzoek.
Bepaalde stukken
Een algemene inzageplicht in stukken is te onbepaald en daarom niet toewijsbaar. De rechtbank zal zich daarom beperken tot de door [eiseres] in haar akte uitlating bewijs genoemde stukken. Dit betreffen de stukken met handtekeningen van [gedaagde] die zijn opgenomen als productie 1 bij dagvaarding (een onderhandse schuldbekentenis van 30 maart 2015), productie 1 en 9 bij nadere producties van [eiseres] (een onderhandse schuldbetekenis van 12 mei 2015 en een vaststellingsovereenkomst van 18 juni 2015) en productie 2 bij conclusie van antwoord (drie losse handtekeningen van [gedaagde] ), alsmede de originele overeenkomst van 26 maart 2018, waarvan [gedaagde] betwist dat de handtekening daarop door haar is geplaatst.
Voor zover [eiseres] inzage in de originele ID-kaart vordert, zal de rechtbank dit afwijzen. De originele ID-kaart bevat immers geen originele handtekening, maar een kopie daarvan, zodat [eiseres] geen belang heeft bij inzage in de originele ID-kaart.
Rechtsbetrekking waarin [eiseres] partij is
De hiervoor genoemde stukken hebben betrekking op een rechtsbetrekking waarin [eiseres] partij is. [eiseres] is immers partij bij de genoemde overeenkomst en de documenten met handtekeningen van [gedaagde] hebben betrekking op de rechtsstrijd tussen partijen, nu aan de hand daarvan volgens [eiseres] door de deskundige kan worden vastgesteld of de handtekening onder de overeenkomst van [gedaagde] is of niet.
Stukken ter beschikking van [gedaagde]
De rechtbank zal de afgifte slechts bevelen, voor zover [gedaagde] de stukken tot haar beschikking heeft.
Conclusie
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank [gedaagde] bevelen om op verzoek van de advocaat van [eiseres] de stukken genoemd onder 2.8, voor zover [gedaagde] daarover de beschikking heeft, tijdelijk ter inzage aan de advocaat van [eiseres] af te geven ten behoeve van een handtekeningenonderzoek door Justiniana, onder de voorwaarde dat de stukken na afronding van het onderzoek en uiterlijk op 13 juli 2022 aan [gedaagde] worden teruggegeven.
iii) aanhouden zaak voor acht weken voor schriftonderzoek
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol van 13 juli 2022 voor het nemen van een akte door [eiseres] . Bij deze akte kan zij het (partij)deskundigenrapport van Justiniana indienen en kan zij ingaan op de vraag of zij door middel van het rapport in de aan haar opgedragen bewijslevering is geslaagd. Vervolgens zal [gedaagde] in de gelegenheid worden gesteld om daarop te reageren.
3. De beslissing
De rechtbank
In het incident
beveelt [gedaagde] om op verzoek van de advocaat van [eiseres] de stukken genoemd onder 2.8, voor zover [gedaagde] daarover de beschikking heeft, tijdelijk ter inzage aan de advocaat van [eiseres] af te geven ten behoeve van een handtekeningenonderzoek door Justiniana, onder de voorwaarde dat de stukken na afronding van het onderzoek en uiterlijk op 13 juli 2022 aan [gedaagde] worden teruggegeven.
In de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 juli 2022 voor het nemen van een akte door [eiseres] met betrekking tot het indienen van het deskundigenrapport, waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.J. Thurlings-Rassa en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2022.