ECLI:NL:RBOVE:2023:306

ECLI:NL:RBOVE:2023:306, Rechtbank Overijssel, 26-01-2023, C/08/285805 / FA RK 22-2255

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/08/285805 / FA RK 22-2255
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Almelo
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Toewijzing van het verzoek om het geslacht op de geboorteakte te wijzigen naar ‘X’ en voornaamswijziging. Verzoeker is non-binair. Geen deskundigenonderzoek nodig. De rechtbank acht de verplichting om een deskundige de genderidentiteit te laten vaststellen niet verenigbaar met genderidentiteit als een van de meest intieme aspecten van het privéleven en een van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/285805 / FA RK 22-2255

beschikking van 26 januari 2023

inzake

[verzoeker] ,

verder te noemen: [verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat: mr. R.J.H. van der Wal ,

en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hengelo,

zetelende te Hengelo,

verder te noemen: de ambtenaar.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 12 september 2022.

Op 19 december 2022 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:

- verzoeker, bijgestaan door mr. Van der Wal .

2. De feiten

Uit de geboorteakte van de [gemeente] [nummer] van het jaar 1999

blijkt dat op [datum] 1999 te [woonplaats] is geboren [verzoeker] . Als

geslacht is vermeld: M (mannelijk).

3. Het verzoek

Verzoeker verzoekt de rechtbank om bij beschikking de ambtenaar te gelasten dat het register van de burgerlijke stand van verzoeker wordt aangepast door:

primair

I. De geboorteakte van verzoeker door te halen;

II. Een nieuwe geboorteakte op te laten maken door de burgerlijke stand en daarbij als

geslacht op te nemen: “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld”;

III. Het opnemen van de voornamen “ [naam 1] [naam 2] ” in de nieuw op te maken

geboorteakte, zodat verzoeker voortaan “ [naam 1] [naam 2] [familienaam] ” zal heten;

Subsidiair

IV. Verbetering van de geboorteakte bij wijze van latere vermelding en als vermelding van

het geslacht op te nemen: ‘het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’ met een wijziging

van de voornamen, als bedoeld onder punt III;

Meer subsidiair

V. Verbetering van de geboorteakte bij wijze van latere vermelding en als vermelding van

het geslacht op te nemen: ‘het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker het (subsidiaire en meer subsidiaire) verzoek gewijzigd in die zin dat de ambtenaar wordt gelast om aan de geboorteakte van verzoeker een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht ‘X’ zal zijn.

4. Het standpunt van de belanghebbende

De ambtenaar heeft aangevoerd dat de geboorteakte (en een reisdocument) kan worden gewijzigd in het geslacht “X”, maar dat het op dit moment technisch (nog) niet mogelijk is om het geslacht “X” in de basisregistratie personen te vermelden. De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen de verzochte wijziging.

5. De beoordeling

Verzoeker heeft, na wijziging, verzocht om een latere vermelding aan de geboorteakte toe te voegen met een wijziging van het geslacht van verzoeker in “X” onder verwijzing, zo begrijpt de rechtbank, naar de artikelen 1:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot en met 1:28c BW en (meer) subsidiair naar artikel 1:24 jo. 1:19d BW.

Verzoeker heeft voor de toewijsbaarheid van diens verzoek onder meer verwezen naar recente jurisprudentie van verschillende rechtbanken, waaruit de maatschappelijke en juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit blijkt.

Op grond van de huidige wettelijke bepalingen is het in geboorteakten alleen mogelijk om het geslacht te registreren als ‘mannelijk’, ‘vrouwelijk’ of ‘het geslacht van het kind kan niet worden vastgesteld’. Die laatste registratie is bedoeld voor het geval dat het geslacht van het kind (om medische redenen) twijfelachtig is bij het opmaken van de geboorteakte en is daarom niet van toepassing op de onderhavige situatie. De huidige wet voorziet niet in een neutrale (non-binaire) geslachtsaanduiding in de geboorteakte. Voor personen die de innerlijke overtuiging hebben dat zij niet tot het vrouwelijke of mannelijke geslacht behoren, is de regeling van artikel 1:28 e.v. BW en artikel 1:19d lid 1 BW niet van toepassing.

Op 17 december 2021 heeft de rechtbank Den Haag prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad, - kort gezegd - inhoudende of de rechter een geboorteakte kan wijzigen/verbeteren op verzoek van een non-binaire persoon die zich niet identificeert met het geslacht dat in de geboorteakte is opgenomen, en zo ja hoe deze wijziging/verbetering vorm gegeven dient te worden in de akte van de burgerlijke stand (ECLI:NL:RBDHA:2021:13948).

Op 4 maart 2022 heeft de Hoge Raad naar aanleiding van voornoemde gestelde prejudiciële vragen uitspraak gedaan en beslist om af te zien van beantwoording van de prejudiciële vragen (ECLI:NL:HR:2022:336). De Hoge Raad verwijst - kort gezegd - naar de ontwikkelingen die zich na het stellen van de prejudiciële vragen hebben voorgedaan bij de wetgever en de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte. Hieruit blijkt dat de mogelijkheid van genderneutrale registratie in een geboorteakte recent hernieuwde aandacht heeft gekregen van de wetgever en dat wetgeving op dit terrein in de nabije toekomst valt te verwachten. De Hoge Raad concludeert als volgt:

‘Bij de hiervoor geschetste stand van zaken, waaruit blijkt dat wetgeving in voorbereiding is, lenen de prejudiciële vragen zich niet voor beantwoording. Die beantwoording zou op dit moment de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten gaan. Zolang er geen wettelijke regeling is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden.’

De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] voldoende aannemelijk heeft gemaakt zich niet te herkennen in de duiding van "man" of "vrouw". [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling en in een eigen schriftelijke verklaring bij het verzoekschrift de psychische en sociale gevolgen toegelicht die worden ondervonden doordat diens officiële documenten niet overeenstemmen met de feitelijke situatie. Verzoeker heeft aangevoerd dat de aanduiding “X” laat zien wie verzoeker echt is. Verzoeker zal daardoor veel comfortabeler leven dan dat nu het geval is. Non-binair is de identiteit van verzoeker en hoe verzoeker zich voelt. Verzoeker heeft daarover gesprekken gevoerd met een psycholoog en ondergaat een hormoonbehandeling bij het VU Amsterdam.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verzoeker] het belang te worden erkend als non-binair duidelijk kunnen toelichten. Gelet op de maatschappelijke erkenning en (een trend naar) juridische erkenning naar een neutrale geslachtelijke identiteit op nationaal en internationaal niveau, de visie van de wetgever op dit onderwerp en de ruimte die de Hoge Raad de rechter biedt om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, is de rechtbank van oordeel dat op dit moment het individuele belang van verzoeker bij juridische erkenning van de duurzame overtuiging niet tot het ene maar ook niet tot het andere geslacht te horen zwaarder weegt dan het algemene belang bij handhaving van de huidige wettelijke regeling of het afwachten van de ontwikkelingen in de wetgeving.

De rechtbank vindt het belangrijk om ten aanzien van de geslachtsvermelding zoveel mogelijk aan te sluiten bij de visie en bedoeling van de wetgever. De rechtbank laat zich hierbij leiden door het amendement dat door de Tweede Kamer is aangenomen en dat voorziet in een wijziging die het mogelijk maakt om zonder tussenkomst van de rechter de geslachtsregistratie van "M" of "V" te wijzigen in "X" (Kamerstukken II 2021/22, 35825, nr. 10. Nadien ter vervanging gewijzigd bij Kamerstukken II 2021/22, 35825, nr. 13). Verder baseert de rechtbank zich op het Regenboogakkoord dat in 2021 op initiatief van het COC is gesloten, dat door veel politieke partijen is ondertekend en waarin in de paragraaf 'Gender en geslacht' het volgende is te lezen (Zie www.coc.nl/COC-Reqenboog-Stembusakkoord-2021):

'Het streven blijft om onnodige geslachtsregistratie door de overheid zoveel mogelijk af te schaffen; een ieder krijgt de mogelijkheid om, zonder tussenkomst van de rechter, de geslachtsvermelding in officiële documenten zoals het paspoort te laten doorhalen met een "X".'

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een deskundigenverklaring de toewijzing van het verzoek niet in de weg staat. De rechtbank volgt hierbij de maatschappelijke erkenning en de trend naar juridische erkenning om de registratie van de “X” als geslachtsaanduiding voor non-binaire mensen zonder deskundigenverklaring mogelijk te maken (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBROT:2022:10298). Alleen de kennisgeving en bevestiging van de innerlijke overtuiging van de betrokken persoon doen in deze lijn nog ter zake. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarin wordt bevestigd dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 EVRM vormt en genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt (EHRM (GK) 11 juli 2002 zaak nr. 28957/95, ECLI:CE:ECHR:2002:0711JUD002895795 (Goodwin v. Verenigd Koninkrijk) en EHRM 12 juni 2003 zaak nr. 35968/97, ECLI:EC:ECHR:2003:0612JUD003596897 (Van Kück v. Duitsland)). De rechtbank acht de verplichting om een deskundige de genderidentiteit te laten vaststellen niet verenigbaar met genderidentiteit als een van de meest intieme aspecten van het privéleven en een van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking.

De rechtbank oordeelt dat de geboorteakte bij aanvang correct is opgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Er is derhalve geen reden om over te gaan tot doorhaling van de akte, waardoor het primair verzoek van de verzoeker dient te worden afgewezen. De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het gewijzigde subsidiaire verzoek toewijzen en de ambtenaar gelasten om de geboorteakte van [verzoeker] bij wijze van latere vermelding te wijzigen en als vermelding van het geslacht op te nemen: "X", ondanks dat een wettelijke grondslag ontbreekt.

Voornaamswijziging

Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechtbank wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon. Voor de wijziging van een voornaam dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

De rechtbank is van oordeel dat met de door verzoeker aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang staat om te komen tot het wijzigen van de voornaam. Daarbij is in aanmerking genomen dat verzoeker heeft aangevoerd dat verzoeker de voornaam ‘ [naam 1] ’ al vier jaar gebruikt omdat de huidige [voornaam] een mannelijke voornaam is, waar verzoeker zich niet goed bij voelt. Omdat de door verzoeker gewenste voornaam geoorloofd is naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Uit artikel 1:4 lid 4 BW volgt dat wijziging van de voornaam geschiedt door een latere vermelding aan de geboorteakte toe te voegen.

6. De beslissing

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hengelo om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente Hengelo van het jaar 1999 met aktenummer [nummer] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: X;

gelast de wijziging van de voornaam van [verzoeker] , geboren te [woonplaats] op [datum] 1999, in die zin dat de voornaam na wijziging zal luiden "[naam 1] [naam 2]";

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hengelo een latere vermelding van de voornaamswijziging aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

verzoekt de griffier om, niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Hengelo op voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, mr. I. Sumner en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H. Wiersma, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2023.

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PFR-Updates.nl 2023-0035
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?