ECLI:NL:RBOVE:2023:5495

ECLI:NL:RBOVE:2023:5495, Rechtbank Overijssel, 14-02-2023, 10042257 \ CV EXPL 22-1821

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-02-2023
Datum publicatie 18-11-2025
Zaaknummer 10042257 \ CV EXPL 22-1821
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0031432

Samenvatting

Partij A is consument en heeft een tweedehands auto met garantie gekocht van partij B. Partij A vindt dat de auto niet voldoet aan de overeenkomst. Volgens partij B zijn er inderdaad problemen met de distributieketting en de remschijven van de auto, maar deze problemen vallen onder normaal onderhoud en slijtage. Partij B vindt dat de auto daarom wel voldoet aan de overeenkomst. De problemen vallen volgens partij B ook niet onder de garantie. De kantonrechter oordeelt dat de auto niet voldoet aan de overeenkomst. Dat de distributieketting al binnen korte tijd moest worden vervangen betekent dat de auto niet conform was bij levering. Partij B had partij A voor de problemen met de distributieketting moeten waarschuwen. De problemen met de remschijven vallen onder de garantie. Partij B moet daarom voor het herstel betalen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 10042257 \ CV EXPL 22-1821

Vonnis van 14 februari 2023

in de zaak van

[partij A] ,

te [woonplaats 1],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij A],

gemachtigde: mr. S. Yadegari,

tegen

[partij B] , handelend onder de naam [bedrijf],

te [woonplaats 2],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij B],

gemachtigde: mr. L. van de Wetering.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie;

- het tussenvonnis van 27 september 2022;

- de akten aanvullende productie van [partij A] van 18 november 2022 en 7 januari 2023; - de mondelinge behandeling van 18 januari 2023.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Samenvatting

[partij A] is consument en heeft een tweedehands auto met garantie gekocht van [partij B]. [partij A] vindt dat de auto niet voldoet aan de overeenkomst. Volgens [partij B] zijn er inderdaad problemen met de distributieketting en de remschijven van de auto, maar deze problemen vallen onder normaal onderhoud en slijtage. [partij B] vindt dat de auto daarom wel voldoet aan de overeenkomst. De problemen vallen volgens [partij B] ook niet onder de garantie.

De kantonrechter oordeelt dat de auto niet voldoet aan de overeenkomst. Dat de distributieketting al binnen korte tijd moest worden vervangen betekent dat de auto niet conform was bij levering. [partij B] had [partij A] voor de problemen met de distributieketting moeten waarschuwen. De problemen met de remschijven vallen onder de garantie. [partij B] moet daarom voor het herstel betalen.

3. De feiten

Op 23 november 2021 heeft [partij A] van [partij B] een Peugeot 508 met bouwjaar 2011 (hierna: de auto) gekocht voor een bedrag van € 6.440,00. [partij A] heeft daarbij voor

€ 499,00 drie maanden garantie afgenomen. [partij A] mocht in zes of zeven termijnen betalen.

[partij B] heeft op de factuur vermeld welk werk hij voor de levering nog aan de auto zou verrichten, namelijk: nakijken wiel lager, montage nieuwe navigatie computer. Ook staat op de factuur vermeld: garantie volgens algemene voorwaarden. Het betreft drie maanden garantie, welke termijn gaat lopen vanaf de levering van de auto aan [partij A].

Op 25 mei 2022 had [partij A] de auto afbetaald en is de auto aan [partij A] geleverd.

[partij A] heeft zich binnen enkele weken na 25 mei 2022 met klachten over de auto gemeld bij [partij B]. [partij A] heeft op 14 juli 2022 de auto voor onderzoek gebracht bij [partij B]. [partij A] kreeg een leenauto mee.

[partij B] heeft op 14 juli 2022 de auto onderzocht en geconstateerd dat de distributieketting moest worden vervangen. Ook heeft [partij B] geconstateerd dat de remschijven krom zijn getrokken.

[partij B] heeft op 15 juli 2022 de distributieketting vervangen. De remschijven zijn niet hersteld. [partij B] heeft voor het vervangen van de distributieketting kosten in rekening gebracht bij [partij A]. Omdat [partij A] niet wilde betalen heeft [partij B] de auto onder zich gehouden.

[partij A] heeft de leenauto op 8 augustus 2022 bij [partij B] ingeleverd.

Op de zitting hebben [partij A] en [partij B] afgesproken dat de auto die dag terug zou gaan naar [partij A].

4. Het geschil

Vordering in conventie

[partij A] vordert, na vermindering van eis:

voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ook ten aanzien van de proceskosten, en met vergoeding van wettelijke rentes per datum van verschuldigdheid of ingebrekestelling of verzuim of dagvaarding, met in achtneming de volgorde van eis van primair, subsidiair en tertiair:

In ieder geval te verklaren voor recht, van iedere alinea separaat dan wel als geheel, dat:

A. Verkoper tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Koper;

B. uit de (proces)houding van Verkoper voor Koper in voldoende mate is gebleken dat een (nadere) aanmaning c.q. ingebrekestelling nutteloos zou zijn geweest ex art. 6:82 lid 2 BW;

C. Koper gerechtigd is tot vergoeding door Verkoper van door hem aan de Belastingdienst verschuldigde bedragen uit hoofde van de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor de Auto vanaf datum van eerste constatering van het gebrek, althans vanaf datum van reparatie indien van toepassing althans vanaf datum van ingebrekestelling althans vanaf datum van dagvaarding althans een door u in goede justitie te bepalen datum;

D. Koper gerechtigd is tot vergoeding door Verkoper van door hem aan een verzekeringsmaatschappij verschuldigde bedragen uit hoofde van de verplichte verzekering voor Wettelijke Aansprakelijkheid (WA) voor de Auto vanaf datum van eerste constatering van het gebrek, althans vanaf datum van reparatie indien van toepassing althans vanaf datum van ingebrekestelling althans vanaf datum van dagvaarding althans een door u in goede justitie te bepalen datum;

E. de Koopovereenkomst c.q. bewijs van de koopovereenkomst, overgelegd als productie 1, te ontbinden per datum dat uit de proceshouding van Verkoper gebleken is dat aanmaning onnuttig zou zijn;

In ieder geval te verklaren voor recht, van iedere alinea separaat dan wel als geheel, dat Verkoper:

F. de Auto heeft verworven van een partij die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf;

G. recht heeft op schadevergoeding van de Voorschakel indien en voor zover Koper een of meer van zijn rechten uit hoofde van art. 7:24 BW ten laste van Verkoper ter zake de tekortkoming heeft uitgeoefend;

H. op zijn Voorschakel recht heeft op vergoeding van zijn kosten van verweer en dat deze kosten in ieder geval in redelijkheid zijn gemaakt door Verkoper ter verweer in deze procedure, minimaal bestaande uit het op basis van het liquidatietarief door uw Rechtbank te begroten bedrag;

I. op basis van bovengenoemde onderdelen een vorderingsrecht heeft op de Voorschakel, op welk vorderingsrecht Koper zich middels beslag kan verhalen ter executie van door uw Rechtbank aan Koper ten laste van Verkoper toegewezen geldsommen.

En ongeacht de verzochte verklaringen voor recht, in ieder geval ook op de hierna genoemde volgorde van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en met vergoeding van wettelijke rentes per datum van verschuldigdheid dan wel per datum van ingebrekestelling dan wel per datum van dagvaarding, Verkoper te

veroordelen:

Primair (ontbinding)

J. tot terugbetaling aan Koper van de Koopsom ad € 6.440 bij volledige ontbinding of een evenredig deel daarvan indien uw rechtbank slechts partiële ontbinding wettigt tot een door u in goede justitie te bepalen bedrag en in ieder geval Verkoper te veroordelen tot vergoeding van de aanvullende schadeposten zoals genoemd in het lichaam van de dagvaarding en onderbouwd met nadere producties:

1. Motorrijtuigenbelasting:€ 49,25;

2. Verzekeringspremies:€ 87,07;

3. Kosten aangetekende postverzending ingebrekestelling:€ 4,10;

4. en buitengerechtelijke incassokosten€ 843,37;

K. om op straffe van een dwangsom van € 500 per (onvoltooide deel van een) dag dat Verkoper geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan Koper, een en ander tot een maximum van € 20.000,-.

Subsidiair (herstel door derde)

L. Indien uw Rechtbank ontbinding in dit geval en/of op het moment van beoordeling van de vordering tot ontbinding om welke reden dan ook niet honoreert, wordt subsidiair gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met vergoeding van wettelijke rentes per datum van verschuldigdheid of ingebrekestelling of verzuim of dagvaarding, te bepalen dat Koper gerechtigd is een derde de Auto te doen herstellen en dat de kosten daarvan op Verkoper verhaald mogen worden ex art. 7:21 lid 6 BW. Indien Verkoper de Auto onder zich heeft én Koper gerechtigd wordt tot herstel van de Auto door een derde ten laste van Verkoper, dient deze op straffe van de onder K genoemde dwangsom veroordeeld te worden tot afgifte van de Auto aan Koper.

M. Indien en voor zover de kosten niet ten tijde van uw vonniswijzing bekend zijn althans nog niet begroot zijn, wordt verzocht voor de begroting van de kosten de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure (nader op te maken bij staat) en Verkoper te veroordelen tot vergoeding van het alsdan vastgestelde bedrag. Dit zijn de kosten van herstel door een derde ex art. 7:21 lid 6 BW.

Tertiair (nakoming door Verkoper)

Indien en voor zover het primair én subsidiair gevorderde niet toewijsbaar wordt geacht, wordt tertiair gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met vergoeding van wettelijke rentes per datum van verschuldigdheid of ingebrekestelling of verzuim of dagvaarding:

N. nakoming van de overeenkomst tenzij de Auto niet is hersteld binnen twee weken na ingebrekestelling omdat herstel op een later moment voor Koper ernstige overlast inhoudt, voor zover Verkoper dat na datum dagvaarding alsnog mocht aanbieden. Koper beschikt immers niet over een andere auto en door Verkoper is ook niet direct geschikt vervangend vervoer aangeboden.

Primair, subsidiair en tertiair

Verkoper voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met vergoeding van wettelijke rentes per datum van verschuldigdheid of ingebrekestelling of verzuim of dagvaarding, te veroordelen tot betaling van:

O. de nevenvorderingen (zie paragraaf 5), met vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten: Motorrijtuigenbelasting:€ 49,25

Verzekeringspremies:€ 87,07

Kosten aangetekende post:€ 4,10

Buitengerechtelijke incassokosten:€ 843,37

P. de wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen, berekend vanaf de datum van aankoop, aangezien Koper sindsdien dat bedrag heeft moeten missen zonder het genot te hebben gehad van een conforme auto en dat gevolg aan Verkoper te wijten is, althans een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening;

Q. de kosten van dit geding. Deze kosten te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 124,00 zonder betekening. En ingeval van betekening van het vonnis te vermeerderen met € 137,95 (btag tarief betekenen titel vermeerderd met 21 % BTW, tarief vanaf 1 januari 2022).

Een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

Voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, althans vanaf een door uw rechtbank als redelijk geachte termijn, na het te dezen te wijzen vonnis, indien en voor zover Verkoper deze kosten niet voordien heeft voldaan.

Aan zijn vorderingen legt [partij A], kort samengevat, het volgende ten grondslag.

De koopovereenkomst tussen partijen betreft een consumentenkoop. De gekochte auto vertoonde gebreken en was daarom non-conform. [partij A] heeft [partij B] in de gelegenheid gesteld om de gebreken kosteloos te repareren, maar van die gelegenheid heeft [partij B] geen gebruik gemaakt. [partij A] is daarom bevoegd om de koopovereenkomst te (laten) ontbinden. [partij B] dient de auto terug te nemen en de volle aankoopprijs terug te betalen.4.4. Subsidiair vordert [partij A] op dezelfde gronden veroordeling tot herstel van de auto door een derde op kosten van [partij B]. Meer subsidiair vordert [partij A] nakoming door [partij B].4.5. Daarnaast vordert [partij A] schadevergoeding. [partij A] stelt dat hij vanwege de non-conformiteit geen ongestoord gebruik heeft kunnen maken van de auto. Dit heeft geleid tot schade aan de zijde van [partij A], bestaande uit kosten van de autoverzekering, de wegenbelasting en portokosten voor het verzenden van de ingebrekestelling.

Verweer [partij B]

[partij B] voert verweer. [partij B] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij A], met veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure, inclusief nakosten en een hoger salaris gemachtigde wegens schending van artikel 21 Rechtsvordering (Rv). [partij B] betwist dat de auto non-conform is. De problemen vallen onder normaal onderhoud en slijtage. De garantievoorwaarden van [partij B] zijn van toepassing en de problemen vallen niet onder de garantie. De gestelde schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd en moeten daarom worden afgewezen.

Vordering in reconventie

[partij B] vordert in reconventie:

a. Primair: Voor recht te verklaren dat de overeenkomst waarbij partijen

overeenkwamen dat [partij B] de ketting zou vervangen voor een bedrag ad € 400,- gedeeltelijk is ontbonden namelijk voor dat deel dat ziet op de overeengekomen prijs van €400,- dan wel subsidiair: de overeenkomst waarbij partijen overeenkwamen dat [partij B] de ketting zou vervangen voor een bedrag voor een bedrag ad € 400,- gedeeltelijk te ontbinden namelijk voor dat deel dat ziet op de overeengekomen prijs van € 400,-

[partij A] te veroordelen om aan [partij B] een bedrag ad € 800,- dan wel aan door u in goede justitie te bepalen bedrag te betalen voor het vervangen van de ketting;

[partij A] te veroordelen om aan [partij B] als bewaarloon een bedrag ad 10,- per dag te betalen vanaf 17 juli 2022 tot en met de dag dat [partij A] de auto bij [partij B] heeft opgehaald dan wel heeft laten ophalen;

[partij A] te veroordelen om aan [partij B] een bedrag ad € 405,- te betalen voor het gebruik van de leenauto;

[partij A] te veroordelen om aan [partij B] een bedrag ad € 218,25 te betalen ter zake de buitengerechtelijke incassokosten;

[partij A] te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief nakosten, waarbij voor salaris gemachtigde een tarief van € 997,- per punt wordt gehanteerd.

Aan zijn vorderingen legt [partij B], kort samengevat, het volgende ten grondslag. [partij B] en [partij A] hebben een aanvullende overeenkomst gesloten, omdat [partij A] via whatsapp heeft ingestemd met herstel van de distributieketting tegen betaling. De prijsafspraak geldt niet meer, daarom moet [partij A] het volledige bedrag van

€ 800,00 aan [partij B] betalen. Daarnaast heeft [partij B] schade geleden die [partij A] moet vergoeden. Het gaat dan om het bewaarloon voor de auto van [partij A] en de kosten voor het gebruik van de leenauto door [partij A].

Verweer [partij A]

[partij A] voert verweer. Er is geen overeenkomst voor het vervangen van de distributieketting tot stand gekomen. De wil en verklaring van [partij A] stemden niet overeen. [partij B] heeft de auto, gelet op het gevorderde in conventie, onterecht onder zich gehouden. Hierom zijn geen bewaarloon of kosten voor het gebruik van de leenauto verschuldigd.

5. De beoordeling

Stukken buiten beschouwing?

[partij B] heeft zich op het standpunt gesteld dat de door [partij A] in zijn pleitnota aangehaalde printscreens verkapte producties betreffen, die in strijd met de goede procesorde te laat worden ingebracht. [partij B] heeft hierom verzocht deze printscreens buiten beschouwing te laten. Indien deze toch worden toegelaten heeft hij verzocht een nadere akte te mogen nemen.

De kantonrechter wijst beide verzoeken af. De aangehaalde printscreens zijn afkomstig uit openbare bronnen en betreffen algemene informatie die voor iedereen in de voorbereiding op deze zaak makkelijk vindbaar is. Hierom is geen sprake is van strijd met de goede procesorde, zodat geen grond bestaat om deze stukken buiten beschouwing te laten of een nadere akte te mogen nemen.

De vordering in conventie

Consumentenkoop

[partij A] heeft de auto als consument gekocht van [partij B]. De koopovereenkomst die zij hebben gesloten is daarom een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit betekent dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot consumentenkoop op de overeenkomst van toepassing zijn.

[partij A] en [partij B] zijn het er over eens dat de koopovereenkomst op 23 november 2021 is gesloten. Daarna, in 2022, zijn de wettelijke bepalingen gewijzigd. Omdat de overeenkomst voor die tijd is gesloten zijn de oude wettelijke bepalingen van toepassing. Verwezen wordt naar wat hierover in overweging 5.7. en 5.15. is opgenomen.

Non-conformiteit?

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. In het tweede lid van dit artikel staat dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De zaak is dan non-conform. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.

Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek, dat niet eenvoudig door de koper is te ontdekken. Het feit dat een auto geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert wil echter niet per definitie zeggen dat de auto aan de overeenkomst beantwoordt. Gekeken moet worden wat de koper, op grond van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper, van de auto mocht verwachten. Hierbij is van belang of de verkoper een mededelingsplicht heeft geschonden en of de koper een onderzoeksplicht heeft verzaakt. In het algemeen geldt dat de mededelingsplicht van de verkoper zwaarder weegt dan een onderzoeksplicht van de koper.

Op grond van artikel 7:18 lid 2 BW (oud) geldt een wettelijk vermoeden dat de zaak bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen zes maanden na aflevering voordoet. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen.

De distributieketting

Vast staat dat de distributieketting binnen zes maanden na aflevering van de auto moest worden vervangen. De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of dit betekent dat de auto non-conform is. Daarbij is van belang wat [partij A] gelet op het type auto en de mededelingen die [partij B] over de auto heeft gedaan mocht verwachten.

[partij A] heeft [partij B] voor het sluiten van de koopovereenkomst verteld over eerdere negatieve ervaringen met een soortgelijke auto, die hij elders had gekocht. De distributieketting was toen ook één van de problemen.

Volgens [partij B] geldt het uitgangspunt dat een distributieketting levenslang mee gaat niet meer. Fabrikanten van verschillende merken auto’s zijn daarvan teruggekomen. De auto van [partij A] is daar één van. In het onderhoudsboekje van de auto is te lezen dat de distributieketting na 10 jaar moet worden gecontroleerd en zo nodig vervangen. Hoe lang een distributieketting mee gaat is volgens [partij B] moeilijk te zeggen. Dat is ook afhankelijk van het gebruik van de auto. Bij veel korte ritjes is de distributieketting bijvoorbeeld eerder aan vervanging toe. Bij controle van de distributieketting wordt deze standaard vervangen, omdat controle alleen na arbeidsintensief onderzoek kan plaatsvinden.

[partij A] en [partij B] hebben niet gesproken over de staat van de distributieketting van de gekochte auto. Wat er in het onderhoudsboekje stond hebben zij ook niet besproken.

De kantonrechter overweegt dat [partij B] een professionele autohandelaar is en [partij A] een particulier. [partij B] was ermee bekend dat de fabrikant van dit type auto ervan was teruggekomen dat een distributieketting een leven lang mee gaat. [partij B] was er ook van op de hoogte dat de distributieketting van de auto na 10 jaar moest worden gecontroleerd en zo nodig vervangen. [partij B] wist dat de auto rond de tien jaar oud was. Gelet hierop was hij bekend met het feit dat de distributieketting van de auto binnenkort mogelijk aan vervanging toe was. Dit heeft hij niet aan [partij A] medegedeeld.

Het mocht wel van [partij B] worden verwacht dat hij dit aan [partij A] had gemeld, aangezien het vervangen van de distributieketting kennelijk een kostenpost met zich meebrengt van € 800,00. Dit is een kostenpost van ruim 12 procent ten opzichte van de aanschafwaarde. [partij B] heeft dan ook niet voldaan aan zijn mededelingsplicht. Dit geldt te meer aangezien [partij A] expliciet heeft benoemd dat hij bij een eerdere tweedehands auto van hetzelfde merk problemen met de distributieketting had gehad en dit wilde voorkomen.

Omdat de staat van de distributieketting van de gekochte auto geen onderwerp van gesprek is geweest tussen [partij A] en [partij B], hoefde [partij A] niet te verwachten dat de distributieketting op korte termijn aan vervanging toe was. Nu de distributieketting wel binnen korte termijn moest worden vervangen, beantwoordt de auto niet aan wat [partij A] en [partij B] zijn overeengekomen.

Vaststaat dat de afwijking van wat [partij A] en [partij B] zijn overeengekomen zich binnen zes maanden na aflevering heeft geopenbaard. Op grond van artikel 7:18 lid 2 BW (oud) geldt dan het wettelijk vermoeden dat de auto bij de aflevering al niet aan de overeenkomst beantwoordde. Het is aan [partij B] om het tegendeel te bewijzen.

De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] hiervoor onvoldoende naar voren heeft gebracht, zodat hij er niet in is geslaagd het tegendeel te bewijzen. Dit betekent dat [partij B] aan [partij A] een auto heeft geleverd die niet voldoet aan de overeenkomst.

De volgende vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is wat de gevolgen hiervan moeten zijn.

Hierbij is van belang dat [partij B] de distributieketting inmiddels heeft vervangen en dat [partij A] en [partij B] op de zitting hebben afgesproken dat die dag de auto terug zou gaan naar [partij A]. Bij ontbinding van de overeenkomst, zoals [partij A] primair heeft verzocht, heeft [partij A] daarom naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende belang. De overeenkomst wordt dus niet ontbonden.

Omdat de distributieketting al is vervangen, is herstel door een derde op kosten van [partij B], zoals [partij A] subsidiair heeft gevorderd, niet meer mogelijk. De kantonrechter zal daarom bepalen dat [partij B] de kosten die hij heeft gemaakt voor het vervangen van de distributieketting zelf moet dragen.

De remschijven

Vaststaat dat de remschijven van de auto krom zijn. [partij A] had eind juni 2022 voor het eerst problemen bij het remmen. Volgens [partij A] had hij dit niet hoeven te verwachten, dan wel valt dit probleem onder de garantie die hij voor € 499,00 heeft aangeschaft.

Volgens [partij B] kunnen de remschijven door een werking van buitenaf krom trekken. Dit is gebeurd nadat de auto was geleverd. Dit maakt de auto niet non-conform en valt ook niet onder de garantie.

De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] onvoldoende heeft gesteld om tot de conclusie te komen dat de problemen met de remschijven betekenen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Wel vallen de problemen onder de garantie die [partij A] van [partij B] heeft gekocht. Hieronder wordt toegelicht waarom.

[partij B] heeft voor een bedrag van ruim 7,5 procent ten opzichte van de koopsom drie maanden garantie verkocht aan [partij A]. Binnen deze drie maanden hebben de problemen met de remschijven zich geopenbaard.

Op de factuur staat: drie maanden garantie volgens algemene voorwaarden. Volgens [partij B] wordt hiermee bedoeld: de algemene voorwaarden van [partij B]. Op de vraag hoe [partij A] dit kon weten en hoe de algemene voorwaarden [partij A] hebben bereikt, kon [partij B] op de zitting geen antwoord geven. De conclusie luidt dan ook dat geen algemene voorwaarden van toepassing zijn.

[partij B] kon evenmin duidelijk aangeven wat het verschil is tussen zijn wettelijke plicht om een conforme auto te leveren en de garantie die hij (voor een aanzienlijk bedrag en met korte geldigheidsduur) heeft verkocht aan [partij A].

Tussen partijen is niet in geschil dat de remschijven zijn kromgetrokken. Volgens [partij B] is dit probleem opgetreden door overmatig remmen onder natte weersomstandigheden.

De kantonrechter oordeelt dat [partij B] onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat [partij A] gedurende de korte tijd dat hij de auto onder zich had zodanig heeft geremd dat daardoor de kromme remschijven zijn veroorzaakt. Hierom wordt ervan uitgegaan dat [partij A] de auto normaal heeft gebruikt.

[partij A] mocht gedurende de garantietermijn verwachten dat de remschijven normaal gebruik aan kunnen en dus niet binnen die termijn problemen op zouden leveren. Nu er zich binnen de garantietermijn wel problemen met de remschijven hebben voorgedaan, moet [partij B] op grond van de verkochte garantie die problemen herstellen.

[partij B] zal dan ook worden veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst (de verkochte garantie daaronder begrepen), in die zin dat hij gehouden is de remschijven kosteloos voor [partij A] te herstellen. [partij A] dient hiervoor de auto binnen één maand na de datum van dit vonnis bij [partij B] te brengen, waarbij [partij A] recht heeft op vervangend vervoer.

Voor het bepalen van een dwangsom bij deze verplichting bestaat onvoldoende aanleiding. Dat [partij B] geen uitvoering zou geven aan dit vonnis heeft [partij A] op geen enkele manier onderbouwd.

Overige gebreken

[partij A] heeft in de dagvaarding gesteld dat de auto nog meer problemen heeft, namelijk: ‘op snelheid begint de auto te schudden’ en ‘oliepeilstok afgebroken’. [partij B] heeft deze gebreken betwist.

Gelet op het ontbreken van een onderbouwde stelling ten aanzien van deze gebreken, worden de aan deze gebreken gerelateerde vorderingen afgewezen.

Schadevergoeding

[partij A] heeft schadevergoeding gevorderd voor nodeloos betaalde verzekeringskosten, wegenbelasting en een verstuurde ingebrekestelling. [partij B] heeft deze schade betwist.

De kantonrechter oordeelt dat het op de weg van [partij A] had gelegen de gestelde schadeposten te onderbouwen met stukken, zoals bijvoorbeeld betalingsbewijzen. Nu hij dit heeft nagelaten zal de gevorderde schadevergoeding worden afgewezen.

Matiging buitengerechtelijke incassokosten wegens schending volledigheidsplicht en substantiëringsplicht

[partij A] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan door middel van het verzenden van de ingebrekestelling op 15 juli 2022. [partij A] vordert een bedrag van

€ 843,37. Dit is in overeenstemming met de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten genoemde bedrag bij een hoofdsom van € 6.440,00.

De kantonrechter is van oordeel dat (de gemachtigde van) [partij A] de volledigheidsplicht en de substantiëringsplicht als bedoeld in de artikelen 21 en 111 lid 3 Rv heeft geschonden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de toe te wijzen buitengerechtelijke incassokosten te matigen. Dit wordt hieronder toegelicht.

Artikel 21 Rv luidt als volgt:

“Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht”.

Artikel 111, lid 3 Rv bepaalt in de eerste zin:

“Het exploot van dagvaarding vermeldt de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor.”

[partij A] heeft in de dagvaarding van 8 augustus 2022 gesteld dat van de zijde van [partij B] geen inhoudelijk verweer bekend was. Uit het contact met [partij B] kon volgens [partij A] enkel opgemaakt worden dat [partij B] niet had erkend hetgeen hij had gesteld, zodat [partij A] niet beschikte over een reële en ondubbelzinnige toezegging van nakoming door [partij B]. Daarnaast heeft [partij A] geen melding gemaakt van de tussen hem en [partij B] op 14 en 15 juli 2022 gevoerde whatsappcommunicatie over het herstel van de distributieketting.

Onbetwist is echter dat de gemachtigde van [partij B] op 18 juli 2022 schriftelijk heeft gereageerd op de ingebrekestelling. Daarin is uitgebreid verweer gevoerd op hetgeen [partij A] had gesteld. Hierop heeft de gemachtigde van [partij A] ook gereageerd. Daarmee staat vast dat [partij A] wel degelijk bekend was met een inhoudelijk verweer van [partij B] op de klachten en vorderingen van [partij A].

Ook staat vast dat de whatsappcommunicatie ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding was gevoerd. De gemachtigde van [partij A] is hierop nog voor het uitbrengen van de dagvaarding, namelijk op 4 augustus 2022, uitdrukkelijk gewezen door de gemachtigde van [partij B]. Hiermee staat vast dat [partij A] onvolledig is geweest. Pas op 18 november 2022 (correspondentie gemachtigden) en 7 januari 2023 (whatsappcommunicatie) heeft [partij A] deze stukken in het geding gebracht.

[partij A] heeft deze verkeerde gang van zaken op de zitting erkend. Hij heeft zijn excuses aangeboden en beterschap beloofd voor de toekomst. Tegelijkertijd heeft hij de consequenties van zijn handelen gerelativeerd door te betogen dat [partij B] in de procedure voldoende in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren en daarvan ook gebruik heeft gemaakt.

Hiermee onderkent [partij A] naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende dat hij de verplichting heeft om de rechter tijdig en volledig te informeren, teneinde een zoveel mogelijk op de waarheid berustende beslissing in het geschil van partijen te kunnen nemen.

De kantonrechter acht een matiging van de buitengerechtelijke incassokosten met

€ 200,00 in overeenstemming met de aard en ernst van de hierboven genoemde schending van de verplichtingen. Dit betekent dat een bedrag van € 643,37 euro zal worden toegewezen. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf datum dagvaarding.

Verklaring van recht

Het petitum bevat ook vorderingen tot verklaring van recht. Daarover oordeelt de kantonrechter als volgt.

Voor de toewijsbaarheid van een vordering tot verklaring van recht is op grond van artikel 3:303 BW tenminste vereist dat de eisende partij een concreet belang heeft bij die vordering. De stelplicht en bewijslast van het voldoende concreet belang rusten op de partij die de verklaring van recht vordert.

De verklaringen van recht die [partij A] vordert onder de punten A t/m E van het petitum betreffen onderdelen ten aanzien waarvan ook concrete vorderingen zijn ingesteld. Op die vorderingen is hiervoor al door de kantonrechter beslist. Daarmee ligt de rechtsverhouding, voor wat betreft die onderdelen, tussen partijen vast en heeft [partij A] geen concreet belang meer bij deze verklaring van recht.

De verklaring van recht met betrekking tot de punten F t/m I van het petitum betreft de rechtsverhouding tussen [partij B] en een derde. [partij A] is bij die rechtsverhouding geen partij en ook heeft [partij A] niet aangegeven welk concreet belang hij heeft bij deze verklaring van recht. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen omdat [partij A] niet heeft voldaan aan zijn stelplicht met betrekking tot zijn concrete belang bij de vordering.

Met betrekking tot de overige vorderingen van [partij A] geldt dat, voor zover in hetgeen hiervoor is overwogen niet reeds besloten ligt dat deze worden afgewezen, deze worden afgewezen omdat noch uit de dagvaarding noch ter zitting is gebleken dat [partij A] een belang heeft bij toewijzing zoals vereist in artikel 3:303 BW.

Proceskosten

[partij B] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [partij A] als volgt vastgesteld:

- griffierecht

86,00

- salaris gemachtigde

660,00

(2,00 punten × € 330,00)

Totaal

746,00

Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten explootkosten niet mogelijk.

De gevorderde nakosten worden begroot op een bedrag van € 132,00.

De vordering in reconventie

De beslissing in conventie leidt tot de conclusie dat [partij B] de auto moet herstellen. Inmiddels heeft herstel van de distributieketting door [partij B] plaatsgevonden en is de auto terug bij [partij A]. Dit betekent dat de in reconventie gevorderde ontbinding/nakoming van een overeenkomst tot herstel van de distributieketting tegen betaling wordt afgewezen.

De beslissing in conventie leidt ook tot de conclusie dat [partij B] zich ten onrechte heeft beroepen op het retentierecht. [partij B] heeft dus de auto ten onrechte niet teruggegeven aan [partij A]. Dit betekent dat de in reconventie gevorderde bewaarkosten en kosten voor het gebruik van de leenauto worden afgewezen.

[partij B] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [partij B] worden tot op heden begroot op € 232,- (1,00 punt × € 232,00).

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

6. De beslissing

De kantonrechter

In conventie

veroordeelt [partij B] tot nakoming van de overeenkomst, in die zin dat

[partij B] de kosten van het herstel van de distributieketting draagt;

[partij B] de remschijven van de auto kosteloos herstelt. [partij A] dient hiervoor de auto binnen één maand na de datum van dit vonnis bij [partij B] te brengen, waarbij [partij A] recht heeft op vervangend vervoer.

veroordeelt [partij B] tot betaling aan [partij A] van de buitengerechtelijke kosten van

€ 643,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf 8 augustus 2022,

veroordeelt [partij B] tot betaling van de proceskosten aan de kant van [partij A], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 746,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [partij B] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op €132,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [partij B] tot betaling van de proceskosten aan de kant van [partij A], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 232,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Metgod en in het openbaar uitgesproken op

14 februari 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand