ECLI:NL:RBOVE:2023:5500

ECLI:NL:RBOVE:2023:5500

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 25-04-2023
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer 08/166740-22 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Vrijspraak. De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. De verdachte was ten laste gelegd dat hij ontucht had gepleegd met een minderjarige. De verdachte zelf was ten tijde van de ten laste legging ook minderjarig.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/166740-22 (P)

Datum vonnis: 25 april 2023

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats],

wonende aan [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen met gesloten deuren van 24 november 2022 en van 11 april 2023.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Markink- Grolman en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.M. Keulen advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte ontuchtige handelingen, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft gepleegd met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) die destijds de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 april 2021 tot en met 25 oktober 2021 te Hengelo, althans in Nederland, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2006 die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten

- het brengen van (één of meer van) zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer];

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

Inleiding

Tussen [slachtoffer] en verdachte hebben seksuele handelingen plaatsgevonden, bestaande uit het (meermalen) vingeren en pijpen. [slachtoffer] was toen de seksuele handelingen aanvingen 14 jaar en verdachte was 13 jaar. [slachtoffer] en verdachte waren in de ten laste gelegde periode al enkele jaren stiefbroer en stiefzus van elkaar en leefden om de week in het kader van een co-ouderschapsregeling met elkaar in gezinsverband.

De verklaringen van [slachtoffer] en verdachte lopen uiteen als het gaat om de vraag of deze seksuele handelingen vrijwillig hebben plaatsgevonden.

De verklaringen van verdachte en [slachtoffer]

Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer] het spel speelde doen, durven of waarheid en dat zij daarbij aan elkaar seksuele vragen zijn gesteld als: “Wil je mij zoenen?”, “Wil je mij vingeren?” en “Wil je mij pijpen?” De seksuele vragen begonnen met [slachtoffer] die aan verdachte vroeg: “Wil jij met mij zoenen.” Verdachte heeft [slachtoffer] - na een aantal keren het spelletje te hebben gespeeld - gevraagd of zij hem wilde pijpen. Eerst heeft [slachtoffer] nee gezegd, later toen verdachte het opnieuw vroeg heeft zij alsnog ja gezegd. Een andere keer heeft verdachte [slachtoffer] gevraagd of hij haar mocht vingeren en dat wilde ze wel. Achteraf is door verdachte met [slachtoffer] gepraat over de seksuele handelingen, omdat verdachte wilde weten of hij het wel goed deed en of zij het lekker vond. Het pijpen is gebeurd op de kamer van [slachtoffer], het vingeren gebeurde meestal op de bank.

De verklaring van [slachtoffer] wijkt op belangrijke punten af van de lezing van verdachte. Zij heeft verklaard dat de seksuele handelingen begonnen met chanteren. Zij moest opdrachten doen voor verdachte omdat hij anders aan haar vader zou vertellen dat zij het niet leuk vond bij haar vader en dat zij nog steeds boos op hem was omdat hij was vreemdgegaan. Zij heeft verdachte moeten pijpen en hij heeft haar gevingerd. De handelingen hebben plaatsgevonden op haar kamer en de bank.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte en [slachtoffer] een spel hebben gespeeld doen, durven en waarheid. Waarbij verdachte vragen heeft gesteld als: “Wil je mij zoenen?”, “Wil je mij vingeren?” en “Wil je mij pijpen?” Verdachte heeft tweemaal gevraagd of [slachtoffer] hem wilde pijpen. Eerst heeft zij nee gezegd, later toen hij het nog eens vroeg heeft zij ja gezegd. De officier van justitie is van mening dat verdachte door deze vragen te stellen een grens is overgegaan. Ook is er wat de officier van justitie betreft geen sprake van toestemming. De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer] niet eenduidig, weinig gedetailleerd, tegenstrijdig en daarom onbetrouwbaar is. Bovendien vinden haar verklaringen geen steun in ander bewijsmateriaal. Er is dan ook geen wettig en overtuigend bewijs dat er seksuele verrichtingen zijn verricht tegen haar wil. De verklaring van verdachte dat de seksuele handelingen vanuit een gelijkwaardige positie zijn verricht, is aannemelijk. Wat dan overblijft is vrijwillig seksueel experimenteer gedrag tussen twee tieners die weinig van elkaar in leeftijd verschillen en waarbij [slachtoffer] zelfs ouder is dan verdachte. De seksuele handelingen kunnen niet als ontuchtig worden beschouwd, zodat vrijspraak dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

In deze zaak staat niet ter discussie dat seksuele handelingen, bestaande uit het (meermalen) vingeren en pijpen, tussen [slachtoffer] (14 jaar) en verdachte (13 jaar) hebben plaatsgevonden in de ten laste gelegde periode.

De vraag is of deze handelingen zijn aan te merken als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Uitgangspunt is dat seksueel contact met een jongere tussen de twaalf en zestien jaar oud een ontuchtig karakter heeft. Onder omstandigheden kan aan seksueel contact tussen jongeren het ontuchtige karakter ontbreken. Als maatstaf daarvoor geldt dat de handelingen van seksuele aard niet in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en daarom aanvaardbaar worden geacht, bijvoorbeeld indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en eventueel een affectieve relatie hebben.

Die beoordeling of de handelingen al dan niet ontuchtig zijn, is een weging en waardering van de omstandigheden van deze zaak (zie Hoge Raad 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK474).

De rechtbank neemt in dat verband de volgende omstandigheden in overweging. Verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde feit 13 jaar oud en [slachtoffer] was 14 jaar oud. Dit maakt, mede gelet op het feit dat zij allebei nauwelijks seksuele (voor)ervaring hadden, dat zij weinig in leeftijd en levensfase van elkaar verschillen. Zij kenden elkaar al een aantal jaren en leefden om de week met elkaar in gezinsverband.

De vraag of verdachte dwang heeft toegepast, waarmee de handelingen niet vrijwillig zouden hebben plaatsvonden hetgeen zonder meer ontuchtig zou zijn, kan de rechtbank niet bevestigend beantwoorden. De verklaringen van [slachtoffer] en verdachte spreken elkaar op dit punt te zeer tegen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij door verdachte onder druk werd gezet om tegen haar wil seksuele handelingen te verrichten of bij zichzelf te laten verrichten en dat zij dat tegen verdachte heeft gezegd, althans duidelijk aan hem kenbaar heeft gemaakt. Verdachte heeft echter verklaard dat er sprake was van vrijwilligheid en dat hij niet doorging als [slachtoffer] te kennen gaf niet te willen. De rechtbank vindt in het dossier onvoldoende ondersteuning om aan de verklaring van [slachtoffer] meer geloof te hechten dan aan die van verdachte. Dat verdachte ondanks een “nee” van [slachtoffer], druk bleef uitoefenen om zijn zin te krijgen, blijkt onvoldoende uit het dossier.

Dit maakt dat niet valt niet uit te sluiten dat de seksuele handelingen vanuit een gelijkwaardige positie zijn verricht en dat er sprake is geweest van seksueel experimenteer gedrag tussen twee tieners die weinig van elkaar in leeftijd verschillen.

Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de seksuele handelingen een ontuchtig karakter hadden.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het hem tenlastegelegde.

5. De schade van benadeelde

Namens [slachtoffer] is € 5.000,-- aan immateriële schade gevorderd die zij als gevolg van het tenlastegelegde heeft geleden. Nu de rechtbank verdachte van het tenlastegelegde vrijspreekt, zal de rechtbank de benadeelde partij op grond van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.A.H. Heijink en mr. M.O. Frentrop, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2023.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.T.C. Jordaans
  • mr. M.A.H. Heijink
  • mr. M.O. Frentrop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?