RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Zwolle
Zaak-/rekestnr.: C/08/331256 / FA RK 25-868
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aansluitend op een zorgmachtiging
Beschikking van 7 mei 2025 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging in aansluiting op een eerdere zorgmachtiging als bedoeld in
artikel 6:4 juncto 6:5 sub b van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
verblijvende bij [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.C.F. Kooijmans te Zwolle.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 4 april 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring d.d. 28 maart 2025, ondertekend door J.E. Hommes, psychiater;
het zorgplan d.d. 24 maart 2025;
de zorgkaart d.d. 24 maart 2025;
de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 28 maart 2025;
de politie-, justitiële en strafvorderlijke gegevens van betrokkene;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 mei 2025 bij [verblijfplaats] .
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door een tolk in de taal Dari;
de advocaat van betrokkene;
N. Fatuhi, GZ-psycholoog.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelengerelateerde en verslavingsstoornissen.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
ernstige psychische schade;
maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank maakt uit de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, het volgende op.
Betrokkene is bekend met schizofrenie, alcoholmisbruik en psychotische ontregelingen. Tijdens een ontregeling is er sprake van paranoïde en hallucinatoir gedrag en grootheidswanen. Gedurende de opname is zijn psychiatrische toestandsbeeld dankzij de medicatie iets verbeterd, maar de wanen en hallucinaties zijn nog niet verdwenen. Betrokkene krijgt onder toezicht antipsychotica, omdat hij sjoemelde met de medicatie. In het gesprek met de onafhankelijke psychiater heeft betrokkene verteld dat hij stress en veel (negatieve) gedachten in zijn hoofd heeft, de afgelopen drie dagen dagelijks twee biertjes dronk en terug wil naar Somalië, omdat zijn ouders daar wonen. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en -inzicht. Het alcoholgebruik heeft een negatief effect op de kwetsbare psychische gezondheid van betrokkene. Zonder zorgmachtiging is het risico groot dat betrokkene de medicatie staakt en alcohol gaat gebruiken, waardoor hij opnieuw psychisch ontregeld raakt met het ernstig nadeel tot gevolg.
Betrokkene heeft ter zitting verteld dat hij baat heeft bij de medicatie en deze neemt zolang hij opgenomen is bij [verblijfplaats] . Als hij terug is op het AZC denkt hij de medicatie niet meer nodig te hebben. In 2022 is betrokkene ook opgenomen geweest bij [verblijfplaats] , daarna verbleef hij twee jaar in [buitenland] . De zorgmachtiging is niet nodig omdat het goed met hem gaat.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GZ-psycholoog toegelicht dat het herstel van betrokkene langzaam gaat. Hij verblijft nu op de Empowerment afdeling en is begonnen met één uur dagbesteding. De psychose is nog niet volledig in remissie, hij praat nog veel in zichzelf en is achterdochtig naar bepaalde mensen. Omdat uit de spiegel bleek dat betrokkene niet trouw de medicatie innam, krijgt hij de Clozapine onder toezicht. Er is een Bender indicatie aangevraagd om te onderzoeken welke hulp betrokkene na ontslag bij [verblijfplaats] nodig heeft. De verwachting is dat betrokkene uiteindelijk dient door te stromen naar beschermd wonen.
De advocaat van betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat de medische verklaring mogelijk ondeugdelijk is. In de medische verklaring staat vermeld dat de onafhankelijke psychiater betrokkene op 25 maart 2025 om 16:35 uur heeft gesproken met een Somalisch sprekende tolk. En onder punt 4.b staat vermeld dat betrokkene terug wil naar Somalië, waar zijn ouders ook wonen. Dit is onlogisch, omdat betrokkene niet uit Somalië komt en geen Somalisch spreekt. Ook kan hij zich geen gesprek met de onafhankelijke psychiater herinneren. Primair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging af te wijzen, omdat de medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Betrokkene wil terug naar het AZC en vindt de zorgmachtiging niet nodig. Subsidiair stelt de advocaat dat sprake is van termijnoverschrijding. Tussen de datum van ontvangst van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling zit meer dan drie weken. Daarom verzoekt de advocaat het aantal overschreden dagen in mindering te brengen op de duur van de zorgmachtiging. Tevens voert de advocaat verweer tegen een aantal vormen van verplichte zorg.
De GZ-psycholoog heeft desgevraagd toegelicht dat uit de medische verklaring blijkt dat de onafhankelijke psychiater op verzoek van betrokkene een Somalische tolk heeft geregeld. Op de afdeling wordt Dari met betrokkene gesproken. De gestelde diagnose en wilsonbekwaamheid worden door de GZ-psycholoog bevestigd en erkend. Betrokkene is meerdere keren gedwongen opgenomen geweest bij [verblijfplaats] . Bij een decompensatie is betrokkene gedesorganiseerd in zijn denken en onnavolgbaar in gesprek. Hij verkeert onder meer in de veronderstelling dat hij voor de NASA en de CIA werkt en een kind in Amerika te hebben.
De rechtbank heeft, anders dan de advocaat van betrokkene, geen redenen gevonden om te veronderstellen dat de medische verklaring niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen of anderszins ondeugdelijk zou zijn. De onafhankelijke psychiater heeft met betrokkene gesproken en op diens verzoek een tolk in de taal Somalisch geregeld. Het verzoek om een Somalische tolk (terwijl betrokkene een half jaar eerder met dezelfde psychiater heeft gesproken met behulp van een Dari-tolk), evenals de wens om terug te keren naar Somalië, wijdt de psychiater aan gedesorganiseerd denken, waardoor betrokkene vermoedelijk zaken door elkaar haalt.
Betrokkene heeft, blijkens de medische verklaring, een beperkte concentratieboog en denkcapaciteit. Bij een gesprek langer dan tien minuten wordt het teveel voor het denkvermogen, stagneert het denken en kan betrokkene niet echt meer goed antwoord geven. Betrokkene raakt snel overprikkeld en verliest dan het overzicht. Dat betrokkene zich de gang van zaken tijdens het gesprek met de psychiater niet kan herinneren acht de rechtbank, gelet op de hiervoor beschreven omstandigheden, zeer wel voorstelbaar. De rechtbank ziet in de inhoud van de medische verklaring geen reden om het verzoek af te wijzen.
De GZ-psycholoog heeft ter zitting de in de medische verklaring gestelde diagnose, de wilsonbekwaamheid en het ernstig nadeel onderschreven.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn:
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
De advocaat van betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat een aantal verplichte zorgvormen niet geïndiceerd is en de inzet ervan niet te voorzien. Indien nodig kunnen deze vormen onder de huisregels of de tijdelijk verplichte zorg in noodsituaties worden toegepast. Hij verzoekt om afwijzing van de onderstaande vormen van verplichte zorg:
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.
De rechtbank volgt, gehoord de GZ-psycholoog, dit standpunt van de advocaat niet. De verplichte zorgvormen dienen voor een deel als vangnet in geval van een (ernstig) verslechterend psychiatrisch toestandsbeeld. De instelling heeft met de huisregels onvoldoende basis om inbreuk te maken op de privacy van betrokkene om – bijvoorbeeld – te controleren op de aanwezigheid van middelen.
De rechtbank passeert het verweer van de advocaat en zal daarom de door de officier van justitie gevraagde vormen van verplichte zorg toewijzen.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De Officier van justitie heeft op 4 april 2025 een verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging ingediend. De zitting en beslissing hebben niet plaatsgevonden binnen de in artikel 6:2 lid 1 aanhef en onder e van de Wvggz genoemde termijn. Gelet hierop zal de rechtbank, conform het verzoek van de advocaat, de duur van de machtiging verkorten met 12 dagen. De zorgmachtiging zal, in tegenstelling tot de verzochte duur van twaalf maanden, worden verleend voor de duur van twaalf maanden minus twaalf dagen, en geldt aldus tot en met 25 april 2026.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van deze machtiging:
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 april 2026,
wijst af het meer of anders verzochte.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.