RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.252782.24 (P)
Datum vonnis: 11 november 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats],
wonende aan [woonplaats].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat namens verdachte door zijn raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
artikel 1 lid 4 Opiumwet) en/of
en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte betrokken is bij de invoer van 114,12 kilogram metamfetamine op 9 april 2024.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 9 april 2024 te [plaats], althans in de gemeente [plaats],
althans in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging
- opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (als bedoeld in
- opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht
- opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 114,12 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal
bevattende (meth)amfetamine, zijnde (meth)amfetamine een middel als bedoeld in
de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid
van artikel 3a van die wet.
3. De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. F.H. van der Beek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder en R. Hoonhorst, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.