ECLI:NL:RBOVE:2025:6629

ECLI:NL:RBOVE:2025:6629, Rechtbank Overijssel, 04-11-2025, 11907181 \ CV EXPL 25-3020

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 13-11-2025
Zaaknummer 11907181 \ CV EXPL 25-3020
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Gedaagden huren een woning van eiser. Gedaagden hebben een forse huurachterstand laten ontstaan. Eiser vordert betaling van de achterstallige huur en ontruiming van de woning. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11907181 \ CV EXPL 25-3020

Vonnis in kort geding van 4 november 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap [eiser] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. M.L. Dijkstra-Olijhoek,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 1],gedaagde partij,hierna te noemen: [gedaagde 1],niet verschenen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [gedaagde 2],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de verstekverlening tegen [gedaagde 1].

Hierna is vonnis bepaald.

2. 2. Samenvatting

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren een woning van [eiser]. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een forse huurachterstand laten ontstaan. [eiser] vordert betaling van de achterstallige huur en ontruiming van de woning. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.

3. De feiten

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren van [eiser] de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde of de woning). De huurprijs bedraagt € 747,48 per maand.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een huurachterstand laten ontstaan.

4. Het geschil

[eiser] vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde aan de [adres], veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Vonnis op tegenspraak

[gedaagde 1] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in deze procedure verschenen. Tegen [gedaagde 1] zal daarom verstek worden verleend. Nu [gedaagde 2] wel is verschenen, zal dit vonnis op grond van artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ook jegens [gedaagde 1] worden aangemerkt als een vonnis op tegenspraak.

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

De kantonrechter stelt vast dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot betaling van de huurachterstand en ontruiming van het gehuurde. [eiser] heeft toegelicht dat zij vreest dat de huurachterstand alleen nog maar verder zal oplopen zolang [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het gehuurde niet hoeven te ontruimen en dat zij daarvoor geen verhaal zullen bieden.

Huurachterstand en ontruiming gehuurde

Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst. Op grond van deze huurovereenkomst rust op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de verplichting om de huur (tijdig) te betalen. [eiser] heeft op zitting verklaard dat de huurachterstand op 28 oktober 2025 € 10.210,26 bedraagt. [gedaagde 2] heeft dat niet betwist. Dit betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn tekortgeschoten in de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichting om de huur (tijdig) te betalen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn beiden huurders en hoofdelijk aansprakelijk voor de huurschuld. Zij zullen daarom hoofdelijk worden veroordeeld om de openstaande huurachterstand betalen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen ook worden veroordeeld tot betaling van de maandelijkse huurprijs (€ 747,48) voor iedere maand of gedeelte daarvan welke zij vanaf 1 november 2025 in de woning verblijven.

Er is sprake van een forse huurachterstand van ruim dertien maanden. De omvang van de huurachterstand is zodanig dat deze in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal rechtvaardigen. Hierop vooruitlopend is een ontruiming gerechtvaardigd. De ontruiming van de woning is weliswaar ingrijpend, maar dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hierdoor in zodanige problemen zullen raken dat ontruiming niet kan worden verlangd, is onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Bovendien heeft [gedaagde 2] ter zitting verklaard dat [gedaagde 1] sinds september 2025 de woning heeft verlaten omdat hun relatie is beëindigd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [eiser] meer belang heeft bij ontruiming van de woning dan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij behoud daarvan. Bij afweging van de wederzijdse belangen betrekt de kantonrechter dat een minderjarig kind in de woning woont, maar dat leidt niet ertoe dat de gevorderde ontruiming zal worden afgewezen.

Proceskosten

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

148,39

- griffierecht

543,00

- salaris gemachtigde

543,00

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.369,39

De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, de sleutels af te geven aan [eiser], en de woning ontruimd aan [eiser] ter beschikking te stellen;

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om te betalen aan [eiser]:

a. a) € 10.210,26 aan achterstallige huur berekend tot en met 28 oktober 2025,

b) € 747,48 per maand vanaf 1 november 2025 tot de dag van de ontruiming,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.369,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. de Haan en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand