ECLI:NL:RBOVE:2025:6989

ECLI:NL:RBOVE:2025:6989, Rechtbank Overijssel, 05-12-2025, AK_24_2597 en 24_2598

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer AK_24_2597 en 24_2598
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0024779

Samenvatting

Beroepen tegen omgevingsvergunning voor oprichten van een mijnbouwinrichting en het aanleggen van een distributie- en transportleidingentracé voor zoutwinning in de gemeente Haaksbergen. Beroepen ongegrond. De Minister heeft de belangen die zijn gemoeid met de zoutwinning zwaarder kunnen laten wegen dat de door eisers aangevoerde belangen. Er is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van het woon,- leef- en bedrijfsklimaat van eisers.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres], uit [woonplaats] (hierna: [eiseres]), eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: ZWO 24/2597 en 24/2598

(gemachtigde: mr. K.A. Luehof),

en

de Minister Klimaat en Groene Groei (voorheen: de minister van Economische Zaken en Klimaat) (hierna: de minister), verweerder

(gemachtigden: mw. mr. drs. K.M. van Leeuwen-Gerkema, mw. [gemachtigde 1] en

mw. mr. E.P. Koorstra).

Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: de raad van de gemeente Haaksbergen (hierna: de raad) (gemachtigden: [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3]) en

Nobian Salt B.V. uit Hengelo (hierna: Nobian) (gemachtigden: mr. R. Molenaar-Wingens en mr. J.R. van Angeren).

1. Deze uitspraak gaat over de door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de staatssecretaris) aan Nobian verleende omgevingsvergunningen voor het oprichten van een mijnbouwinrichting en het aanleggen van een distributie- en transportleidingentracé voor zoutwinning in de gemeente Haaksbergen. [eiseres] is het niet eens met deze vergunningen, omdat zij vindt dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding en zij vreest dat haar bomen dood zullen gaan door de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze beroepsgrond of de omgevingsvergunningen in stand kunnen blijven.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding en dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de bomen van [eiseres] dood zullen gaan als gevolg van de zoutwinning. Daarom kunnen de omgevingsvergunningen in stand blijven. [eiseres] krijgt dus geen gelijk en haar beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met twee afzonderlijke besluiten van 27 maart 2024 (hierna: de bestreden besluiten I en II) heeft de staatssecretaris aan Nobian omgevingsvergunningen verleend voor de eerste fase van het oprichten van een mijnbouwinrichting respectievelijk het aanleggen van een distributie- en transportleidingentracé.

[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten I en II. De minister heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften. Nobian en de raad hebben ook schriftelijk gereageerd.

De rechtbank heeft de beroepen op 23 september 2025 op zitting behandeld. Namens [eiseres] zijn haar echtgenoot [naam 1] en haar dochter [naam 2] verschenen. [eiseres] en haar gemachtigde zijn zelf niet verschenen. Namens de minister en de raad zijn hun gemachtigden verschenen. Namens Nobian zijn verschenen [naam 3], de gemachtigden van Nobian en [naam 4], werkzaam bij Royal Haskoning DHV (hierna: Royal Haskoning). De rechtbank heeft deze beroepen gelijktijdig behandeld met de beroepen met de zaaknummers ZWO 24/2594, 24/2595, 24/2605, 24/2607, 24/2608, 24/2609 en 24/4240. In die beroepsprocedures zal de rechtbank afzonderlijk uitspraak doen.

Beoordeling door de rechtbank

Relevante wettelijke bepalingen

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvragen om de omgevingsvergunningen zijn ingediend tussen 18 juni 2021 en 7 december 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo), zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

De niet betwiste feiten

4. De rechtbank stelt vast dat de volgende feiten tussen partijen niet betwist zijn.

Nobian is producent van zout(producten). Nobian wint het zout door middel van oplosmijnbouw uit zoutvoorraden die diep onder de grond liggen. Dit houdt in dat zoet water in de zoutlaag wordt geïnjecteerd, waardoor het zout oplost en een ondergrondse holte (hierna: caverne) ontstaat. Het met zout verzadigde water (hierna: pekel) wordt opgepompt en via buisleidingen van de zoutwinningslocaties getransporteerd naar de zoutfabriek van Nobian in Hengelo. In de fabriek wordt de pekel door indamping verwerkt tot zout. Nobian verwacht dat de bestaande cavernes in de omgeving van Hengelo en Enschede medio 2026 zijn uitgeput. Daarom wil Nobian vanaf dan zout gaan winnen in een gebied ten noorden van Haaksbergen (hierna: het projectgebied).

[eiseres] woont ten noorden van het projectgebied. Zij beheert het rondom haar woning gelegen landgoed. De woning van [eiseres] ligt op een afstand van ongeveer één kilometer van de dichtstbijzijnde zoutwinningslocatie.

In 2011 is een proefboring gedaan in het projectgebied, waarmee de aanwezigheid van een winbare zoutlaag is aangetoond. Naar aanleiding daarvan is een winningsvergunning aangevraagd en zijn een winningsplan en later een gewijzigd winningsplan ingediend. De winningsvergunning is verleend met een besluit van 7 juni 2012. Met besluiten van 20 augustus 2014 en 27 maart 2024 is ingestemd met het oorspronkelijke winningsplan respectievelijk het gewijzigde winningsplan. Tegen het (gewijzigde) winningsplan loopt een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Naast de winningsvergunning en de instemming met het (gewijzigde) winningsplan zijn voor de zoutwinning ook omgevingsvergunningen nodig. De omgevingsvergunning voor de mijnbouwinrichting is gefaseerd aangevraagd.

Op 18 juni 2021 heeft de rechtsvoorganger van Nobian een aanvraag ingediend voor de eerste fase van de oprichting en het in werking hebben van een mijnbouwinrichting in het projectgebied (hierna: de eerste fase van de mijnbouwinrichting). In eerste instantie had deze aanvraag betrekking op twaalf zoutwinningslocaties, maar op 8 augustus 2022 heeft Nobian de aanvraag gewijzigd naar acht zoutwinningslocaties. De eerste fase van de mijnbouwinrichting bestaat uit het realiseren van deze acht zoutwinningslocaties en een pompstation voor het winnen en transporteren van pekel. Daarnaast bestaat deze fase uit het uitvoeren van acht diepboringen voor de aanleg van boorgaten op de zoutwinningslocaties. De locaties liggen verspreid binnen het projectgebied. De acht locaties worden opgericht om zoutputten te boren en zout te logen. De cavernes die daardoor ontstaan zullen uiteindelijk elk een volume van 1 miljoen kubieke meter (hierna: m³) krijgen.

Op 23 juli 2021 en 2 september 2021 heeft de rechtsvoorganger van Nobian aanvragen ingediend voor omgevingsvergunningen voor de tweede fase van de oprichting en het in werking hebben van de mijnbouwinrichting (hierna: de tweede fase van de mijnbouwinrichting). Deze tweede fase heeft met name betrekking op het geschikt maken van het reeds vergunde bedrijfsgebouw voor de functie van pompstation en de bouw van twee zouthuisjes op elke zoutwinningslocatie.

Op 7 december 2021 heeft Nobian een aanvraag ingediend voor het aanleggen van distributie- en transportleidingen in het projectgebied ten behoeve van de zoutwinning (hierna: het leidingentracé). Het leidingentracé verbindt de zoutwinningslocaties met elkaar, het pompstation en de zoutfabriek. Via de leidingen wordt water getransporteerd naar de putten en wordt pekel getransporteerd van de putten via pompstations naar de zoutfabriek.

Planologisch regiem

5. Op de gronden waar de zoutwinningslocaties zullen worden gerealiseerd zijn van toepassing het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen”, het in 2017 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1” (hierna: het veegplan), het in 2000 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied” en het voorbereidingsbesluit “Stepelerveld”. Zoutwinning past niet in de (voornamelijk agrarische) bestemmingen die de gronden op basis van deze bestemmingsplannen en dit voorbereidingsbesluit hebben.

6. Het perceel waar het pompstation zal worden gerealiseerd heeft op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1” (hierna: het bestemmingsplan Stepelerveld) de bestemming “Bedrijventerrein” en de functieaanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.2”.

7. Een deel van de gronden waarin het leidingentracé wordt aangelegd, heeft op grond van het veegplan een archeologische dubbelbestemming. Op grond van de planregels is een omgevingsvergunning vereist voor het in deze gronden aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een diepte en met een omvang zoals hier aan de orde is. Voor het deel van het leidingentracé dat is gelegen in de gemeente Hengelo is bij besluit van 15 november 2021 een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo. Deze vergunning is onherroepelijk.

Bestreden besluiten

8. Met het bestreden besluit I heeft de staatssecretaris aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor de eerste fase van de mijnbouwinrichting. Deze vergunning ziet op de activiteiten “het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan”, “het oprichten en in werking hebben van een inrichting” en “het oprichten en in werking hebben van een mijnbouwwerk”, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c en e, van de Wabo. Daarbij heeft de staatssecretaris gebruik gemaakt van de bevoegdheid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo af te wijken van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen.

9. Met het bestreden besluit II heeft de staatssecretaris aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van het leidingentracé, voor zover dit is gelegen in de gemeente Haaksbergen. Deze vergunning ziet op de activiteit “het uitvoeren van een werk of werkzaamheden”, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo. De staatssecretaris heeft Nobian geen omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten “het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan” en “het vellen van een houtopstand”, omdat daarvoor geen vergunning nodig is.

10. Met een besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister aan Nobian een omgevingsvergunning verleend voor de tweede fase van de mijnbouwinrichting. [eiseres] heeft geen beroep ingesteld tegen dit besluit.

Is voldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de waterhuishouding?

11. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding onvoldoende zijn onderzocht. Zij voert aan dat de zoutwinning leidt tot bodemdaling en dat de gevolgen daarvan zich niet beperken tot het bodemdalingsgebied. Volgens [eiseres] leidt bodemdaling tot vernatting in het bodemdalingsgebied en leidt deze vernatting tot verdroging van de hoger gelegen gebieden net buiten het bodemdalingsgebied. Dit komt bovenop de verdroging die nu al plaatsvindt als gevolg van klimaatverandering. [eiseres] voert aan dat in de jaren 2018 en 2019 op het landgoed al veel bomen dood zijn gegaan als gevolg van droge zomers. Volgens [eiseres] blijkt uit het rapport “Hydrologische effecten door bodemdaling, Zoutwinning Haaksbergen” van Royal Haskoning van 22 maart 2021 (hierna: het hydrologisch rapport van 2021) dat de zoutwinning zal leiden tot verdergaande verdroging. [eiseres] stelt dat dit ten koste zal gaan van de natuur en van de bomen op het landgoed in het bijzonder. [eiseres] voert aan dat het waterschap Vechtstromen (hierna: het waterschap) in beginsel negatief is over het hydrologisch onderzoek dat in 2021 is verricht en dat op advies van het waterschap aan de vergunning een monitoringsverplichting is verbonden. [eiseres] stelt dat verdroging van de bomen op het landgoed niet kan worden voorkomen door middel van monitoring, omdat daarbij een vergelijking wordt gemaakt met de gemaakte prognose en die prognose nu juist inhoudt dat de bomen dood zullen gaan. Verder voert [eiseres] aan dat de minister en Nobian weliswaar stellen dat uit het rekenmodel van het waterschap volgt dat het waterpeil ter plaatse van het landgoed minder dan 1 centimeter (hierna: cm) zal dalen, maar dat in dit model in de buurt van haar woning een rekenfout van 52 cm zit. [eiseres] is van mening dat ter plaatse had moeten worden bekeken wat de oorzaak van deze rekenfout is. Ten slotte voert [eiseres] aan dat in de dossiers niets is terug te vinden over verdroging en dat zij wisselende schattingen heeft gehoord over het peil.

12. De minister stelt zich op het standpunt dat het betoog van [eiseres] niet kan leiden tot het vernietigen van verleende omgevingsvergunningen. Daartoe voert de minister aan dat het uitvoeren van diepboringen en het aanleggen van het leidingtracé niet leiden tot bodemdaling. De minister wijst erop dat de zeer beperkte bodemdaling die wordt veroorzaakt door de zoutwinning en de gevolgen daarvan voor de waterhuishouding zijn beoordeeld in het kader van de instemming met het gewijzigde winningsplan en dat dit ook aan de orde komt in het kader van het bezwaar dat [eiseres] heeft gemaakt tegen het instemmingsbesluit. De minister erkent dat aan de randen van het bodemdalingsgebied verdroging kan optreden, maar stelt dat dit effect kleiner zal zijn dan 1 cm. Volgens de minister heeft klimaatverandering veel grotere gevolgen.

13. De rechtbank is van oordeel dat wat [eiseres] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding. Zij zal dit hierna uitleggen.

De rechtbank is het met de minister eens dat de gevolgen van de zoutwinning voor de waterhuishouding primair moeten worden beoordeeld in het kader van de instemming met het winningsplan op grond van de Mijnbouwwet. Naar het oordeel van de rechtbank neemt dit echter niet weg dat er in het kader van de verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ruimte bestaat voor een aanvullende toets aan een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank ook als al is ingestemd met het winningsplan, zoals hier het geval is.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen is het project in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen en het voorbereidingsbesluit. Daarom heeft de staatssecretaris bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de eerste fase van de mijnbouwinrichting toepassing gegeven aan zijn bevoegdheid om af te wijken van deze bestemmingsplannen en het voorbereidingsbesluit. Bij de beslissing om al dan niet gebruik te maken van die bevoegdheid heeft de staatssecretaris beslisruimte en moet de staatssecretaris de daarbij betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

In de ruimtelijke onderbouwing staat dat uit het onderzoek dat Nobian heeft laten verrichten blijkt dat de bodemdalingskom naar verwachting twee kilometer in doorsnee zal worden en dat de daling in het midden van deze kom in het worstcasescenario 50 jaar na de start van de productie 12 cm zal zijn. Dit is tussen partijen niet in geschil. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de woning van [eiseres] en het door haar beheerde landgoed aan de rand van deze bodemdalingskom liggen.

Royal Haskoning heeft in 2013 met gebruikmaking van het grondwatermodel van het waterschap onderzoek gedaan naar de hydrologische gevolgen van bodemdaling ten gevolge van zoutwinning bij Haaksbergen. In 2021 is aanvullend onderzoek gedaan. Bij deze onderzoeken is uitgegaan van een bodemdaling van maximaal 50 cm, zoals deze is geprognosticeerd op basis van het oorspronkelijk aangevraagde project bestaande uit twaalf cavernes met elk een inhoud van 2,1 miljoen m³. De uitkomsten van dit (aanvullend) onderzoek zijn neergelegd in het hydrologisch rapport van 2021. Dit rapport heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd aan zijn besluiten. In het rapport is geconcludeerd dat in de zone rond het bodemdalingsgebied een geringe verlaging van de grondwaterstand is berekend, die na 20 jaar kleiner zal zijn dan 1 cm en die na 50 jaar maximaal 1 cm zal zijn.

Op 30 maart 2023 heeft het waterschap de staatssecretaris geadviseerd om vooralsnog niet in te stemmen met het gewijzigde winningsplan. Voor het geval de staatssecretaris wel instemt met het winningsplan heeft het waterschap geadviseerd om voorschriften aan dat plan te verbinden ter borging van de veiligheid op lange termijn. De staatssecretaris heeft (mede) naar aanleiding van dit advies aan het instemmingsbesluit van 27 maart 2024 voorschriften verbonden over de beschrijving van de langetermijneffecten van de zoutwinning op de bodemdaling en de periodieke verstrekking van informatie over (de prognose van) de bodemdaling aan (onder meer) het waterschap. De staatssecretaris heeft in dit besluit overwogen dat Nobian aan de hand van deze informatie in nauwe samenwerking met het waterschap een nieuwe doorvertaling kan maken naar de effecten op het watersysteem. Dit stelt Nobian en het waterschap in staat om procesafspraken te maken over de mitigerende maatregelen die eventueel nodig zijn om de negatieve effecten op het watersysteem te beperken of te voorkomen, aldus de staatssecretaris.

De rechtbank ziet in wat [eiseres] heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat het project leidt tot dermate grote gevolgen voor de waterhuishouding dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Uit het hydrologisch rapport van 2021 blijkt dat de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning 50 jaar na de start van de zoutwinning leidt tot een verlaging van de grondwaterstand van maximaal 1 cm in het gebied rondom de woning van [eiseres]. In dit rapport is uitgegaan van het oorspronkelijk aangevraagde project, bestaande uit twaalf cavernes met elk een inhoud van 2,1 miljoen m³. Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat het uiteindelijk vergunde project, bestaande uit acht cavernes met elk een inhoud van 1 miljoen m³, zal leiden tot een nog kleinere verlaging van de grondwaterstand. Dit wordt bevestigd in het door Nobian overgelegde, geactualiseerde hydrologische rapport van Royal Haskoning van 27 november 2024.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het advies van 30 maart 2023 niet worden afgeleid dat het waterschap negatief is over het in 2021 uitgevoerde hydrologisch onderzoek. De kritiek van het waterschap richt zich met name op de gebrekkige doorvertaling in het gewijzigde winningsplan van de geprognosticeerde bodemdaling naar de gevolgen voor het watersysteem. Dit heeft ermee te maken dat in het gewijzigde winningsplan is uitgegaan van de bodemdaling die optreedt bij de realisatie van twaalf cavernes. Dit had onder meer tot gevolg dat de langetermijneffecten van de zoutwinning op de bodemdaling naar de mening van het waterschap onvoldoende in kaart waren gebracht in het gewijzigde winningsplan, waardoor er onvoldoende duidelijkheid bestond over de effecten op het watersysteem en mitigerende maatregelen die eventueel nodig zijn om deze effecten te beperken of te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat dit voldoende is ondervangen met de voorschriften die de staatssecretaris naar aanleiding van het advies heeft verbonden aan het instemmingsbesluit.

De rechtbank kan [eiseres] niet volgen in haar stelling dat de door het waterschap geadviseerde voorschriften zijn gerelateerd aan een prognose die inhoudt dat de bomen op het landgoed zullen sterven. [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de geprognosticeerde verlaging van de grondwaterstand in het gebied rond haar woning met minder dan 1 cm ertoe zal leiden dat de bomen op het landgoed dood zullen gaan. De rechtbank ziet in het door [eiseres] genoemde verschil van 52 cm tussen de berekende en de gemeten grondwaterstand geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies uit het hydrologisch rapport van 2021. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in het rapport staat dat de resultaten van het onderzoek uit 2013 en 2021 zijn voorgelegd aan het waterschap en dat het waterschap op 12 maart 2021 heeft aangegeven in te kunnen stemmen met de gevolgde analyse. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze mededeling te twijfelen. De rechtbank is het met de minister eens dat uit deze mededeling kan worden afgeleid dat het waterschap in deze afwijking kennelijk geen reden heeft gezien om te oordelen dat het model niet betrouwbaar is of niet kan worden gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat het aanleggen van het leidingentracé op zichzelf niet leidt tot bodemdaling en dus ook niet tot een verlaging van de grondwaterstand in het gebied rond de woning van [eiseres].

Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.

[eiseres] heeft aangegeven dat zij graag in gesprek zou willen gaan met het waterschap en dat zij graag zou willen dat het waterschap ter plaatse komt kijken naar wat nodig is om het gebied robuust te maken tegen verdroging ten gevolge van bodemdaling. De gemachtigden van de minister hebben op de zitting toegezegd dat zij zullen proberen om contact tot stand te brengen tussen [eiseres] en het waterschap over deze kwestie.

Conclusie en gevolgen

14. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt en dat de omgevingsvergunningen in stand blijven. [eiseres] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzitter, en mr. A.T. de Kwaasteniet en mr. M. van Veelen, leden, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

artikel 2.1

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald,

c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan […] of een voorbereidingsbesluit […], […],

e.

1°. het oprichten,

2°. het veranderen of veranderen van de werking of

3°. het in werking hebben

van een inrichting of mijnbouwwerk, […].

artikel 2.2

1. Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om: […],

e. een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen, […],

g. houtopstand te vellen of te doen vellen, […].

geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.

artikel 2.5

1. Op verzoek van de aanvrager wordt een omgevingsvergunning in twee fasen verleend. De eerste fase heeft slechts betrekking op de door de aanvrager aan te geven activiteiten. […].

8 De beschikkingen waarbij positief is beslist op de aanvragen met betrekking tot de eerste en tweede fase worden, als deze in werking zijn getreden, tezamen aangemerkt als een omgevingsvergunning.

artikel 2.12

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:

a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan […]:

1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking,

2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of

3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; […];

d. indien de activiteit in strijd is met een voorbereidingsbesluit: met toepassing van de in het voorbereidingsbesluit opgenomen regels inzake afwijking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?