RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/332360 / HA ZA 25-136
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
[partij A] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. J.H. van den Berg te Zwolle,
tegen
[partij B] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
advocaat: mr. G.J. Zwolle te Steenwijk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties van 17 april 2025,
de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties van 4 juni 2025,
de conclusie van antwoord in reconventie met producties van 29 juli 2025,
de akte indienen stukken van de zijde van eiser van 29 september 2025,
de akte indienen stukken van de zijde van gedaagde van 30 september 2025,
de akte indienen stukken van de zijde van eiser van 3 oktober 2025,
de berichten van de zijde van de eiser en van de gedaagde van 3 oktober 2025,
het convenant, tevens vaststellingsovereenkomst, binnengekomen op
15 oktober 2025.
2. De feiten
Partijen zijn op [datum 2] 2006 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
De vrouw heeft op 27 december 2016 een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
De rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft bij beschikking van 2 maart 2017 voorlopige voorzieningen getroffen.
Bij (tussen)beschikking van 21 november 2017 heeft de rechtbank Overijssel, voor zover in het kader van deze procedure relevant, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank partijen bevolen om, zodra de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, met elkaar over te gaan tot verdeling van de gemeenschap waarin zij zijn gehuwd met benoeming van mr. [naam] te [woonplaats 3] als notaris en met benoeming van mr. M.C. Dorresteijn, advocaat te Zwolle, als onzijdig persoon.
De echtscheiding tussen partijen is op [datum 1] 2018 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3. De vordering in conventie
Eiser vordert, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
4. De conclusie van antwoord in conventie tevens vordering in reconventie
Gedaagde vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie
primair: de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, althans deze af te wijzen omdat de verdeling reeds heeft plaatsgevonden;
subsidiair: indien de rechtbank van oordeel is dat de verdeling nog niet heeft plaatsgevonden, de vorderingen van de man af te wijzen waarbij zowel primair als subsidiair gevorderd wordt:
In reconventie
de man te veroordelen om mee te werken aan de afwikkeling van de gemeenschap van goederen van partijen, in die zin dat:
€ 7.500,- uit hoofde van toedeling aan hem van de inboedelgoederen;
Een bedrag gelijk aan de helft van de verkoopopbrengst van de auto met kenteken [kenteken] ;
€ 961,98 uit hoofde van toedeling aan hem van de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer 1] met het daarop staande saldo;
- de man bijdraagt in de gemeenschappelijke schulden van partijen waarvan de man volledig dan wel deels de draagplicht heeft/had en die de vrouw deels dan wel volledig heeft voldaan, zodat de man aan de vrouw nog een bedrag dient te voldoen van:
€ 21.443,74 uit hoofde van het voor zijn rekening komende deel van de schuld bij SNS-bank waaraan de vrouw genoemd bedrag meer heeft bijgedragen;
€ 723,51 uit hoofde van een door de vrouw ingeloste roodstand op bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ;
€ 2.524,62 uit hoofde van een schuld bij Wehkamp die volledig door de vrouw is ingelost en waarvoor de man 100% draagplichtig was;
€ 491,61 uit hoofde van een door de vrouw afgeloste schuld bij Zilverenkruis waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
€ 978,50 uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de Belastingdienst wegens inkomstenbelasting 2014, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
€ 840,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de Belastingdienst wegens inkomstenbelasting 2015, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
€ 375,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de moeder van de vrouw, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
€ 250,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de moeder van de vrouw, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
- althans zodanige bedragen voor de afwikkeling van de gemeenschap van goederen als de rechtbank in goede justitie meent te kunnen vaststellen en redelijk acht;
en
- waarbij alle genoemde bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van indiening van de conclusie van antwoord tot aan de dag der algehele voldoening van de bedragen;
en daarbij:
5. De conclusie van antwoord in reconventie
Eiser vordert de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie:
tot persistit!
In (voorwaardelijke) reconventie:
gedaagde niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van gedaagde af te wijzen.
In conventie en (voorwaardelijke) reconventie:
gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure.
6. De beoordeling
De rechtbank stelt vast dat partijen tot algehele overeenstemming zijn gekomen. Zij hebben op respectievelijk 7 oktober 2025 en 9 oktober 2025 te Steenwijk een vaststellingsovereenkomst getekend. De vaststellingsovereenkomst is op 15 oktober 2025 in het geding gebracht.
Door eiser en gedaagde wordt verzocht om de inhoud van de vaststellingsovereenkomst op te nemen in het door de rechtbank te wijzen vonnis door aanhechting van een gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst en wordt verzocht dat de rechtbank vaststelt dat partijen de overige vorderingen uit verdeling en regres over en weer intrekken en verder behalve de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niets meer van elkaar hebben te vorderen.
De rechtbank, gelet op de overeenstemming tussen partijen, zal overeenkomstig beslissen.
7. De beslissing
De rechtbank:
in conventie en in reconventie
neemt op in dit vonnis de inhoud van de door eiser en gedaagde overeengekomen vaststellingsovereenkomst van 15 oktober 2025, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht;
verstaat dat eiser en gedaagde de overige vorderingen uit verdeling en regres over en weer intrekken en verstaat dat eiser en gedaagde - behalve de inhoud van de vaststellingsovereenkomst - niets meer van elkaar hebben te vorderen.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
10 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
(VB(O)