RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11977332 \ CV EXPL 25-3652
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
STICHTING WONINGSTICHTING SWZ,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: SWZ,
gemachtigde: mr. B.J. van den Berg,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. Samenvatting
[gedaagde] huurt van SWZ een woning. SWZ vordert in dit kort geding ontruiming van het gehuurde wegens overlast. Ook vordert SWZ betaling van de achterstallige huur en veroordeling van [gedaagde] om de huurpenningen te betalen tot en met de dag van ontruiming. [gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Daarom is er verstek verleend tegen hem. Omdat de vorderingen van SWZ de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen zal zij deze toewijzen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de kort dagvaarding met producties 1 tot en met 42, - de aanvullende productie 43 van SWZ, - de mondelinge behandeling van 2 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de verstekverlening tegen [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. Het geschil
SWZ vordert - samengevat - om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
om het gehuurde te [adres] aan de [adres] binnen veertien dagen na dit vonnis te ontruimen en te verlaten, onder afgifte van alle sleutels aan SWZ,
tot betaling van een bedrag van € 909,58 ten titel van huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente,
tot betaling van een bedrag van € 554,79 per maand over de maanden dat hij het gehuurde na 1 december 2025 nog in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming van het gehuurde,
in de kosten van het geding.
4. De beoordeling
In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat er verstek zal worden verleend tegen [gedaagde] .
Als een vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt zal deze in beginsel worden toegewezen. Dit is bepaald in artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De vorderingen van SWZ komen de kantonrechter voldoende spoedeisend en niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen. Voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst van partijen zal worden ontbonden en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SWZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
958,45
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde te [adres] aan de [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met medeneming van al het zijne en de zijnen, onder afgifte van alle sleutels aan SWZ,
veroordeelt [gedaagde] om een bedrag van € 909,58 ten titel van huurachterstand te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot en met de dag van de algehele voldoening,
veroordeelt [gedaagde] om een bedrag van € 554,79 per maand te betalen over de maanden dat hij het gehuurde na 1 december 2025 nog in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming van het gehuurde,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door mr. A.H. Margadant op 16 december 2025.