RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.085659-22 (TUL)
Uitspraak van de meervoudige strafkamer voor strafzaken op de vordering van de officier van justitie op grond van artikel 6:6:21 Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ,
verder te noemen: veroordeelde,
bijgestaan door mr. M.J. van den Hoonaard, advocaat in Apeldoorn.
1. Het verloop van de procedure
Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van
18 augustus 2023 is aan veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf zijn als bijzondere voorwaarden gesteld dat veroordeelde:
Het hof heeft de reclassering de opdracht gegeven toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
De genoemde proeftijd van drie jaren is ingegaan op 2 september 2023. Op 3 december 2025 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden.
De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 18 december 2025. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, veroordeelde en zijn raadsman gehoord. Ook is als deskundige gehoord [deskundige] , reclasseringswerker bij GGZ Tactus Zwolle en belast met het reclasseringstoezicht. De deskundige heeft het reclasseringsrapport van 26 november 2025, waarvan de rechtbank kennis heeft genomen, ter terechtzitting nader toegelicht.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de overige stukken in het dossier, waaronder het strafblad van verdachte van 16 december 2025.
2. De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging van twaalf maanden gevangenisstraf gehandhaafd.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering tot tenuitvoerlegging van twaalf maanden gevangenisstraf moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een gedeelte van de genoemde gevangenisstraf ten uitvoer te leggen en de proeftijd van het resterende gedeelte te verlengen, zodat sprake blijft van reclasseringstoezicht.
3. De ontvankelijkheid
De vordering is tijdig ingediend. De rechtbank stelt vast dat deze ook overigens ontvankelijk is.
4. De beoordeling
De rechtbank overweegt op grond van de stukken en de behandeling op de zitting het volgende.
Veroordeelde heeft volgens de reclassering onvoldoende meegewerkt aan de bijzondere voorwaarden die het gerechtshof aan de voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden gekoppeld heeft. Hij heeft zich volgens de reclassering tijdens het reclasseringstoezicht afwerend, gesloten en passief opgesteld. De samenwerking met veroordeelde verliep stroef. Hoewel veroordeelde ter terechtzitting heeft verklaard wel zijn best te hebben gedaan en graag hulp te willen, is hier volgens de reclassering in de praktijk niet van is gebleken. Veroordeelde heeft de aanwijzingen van de reclassering niet opgevolgd en is de afspraken meer dan eens niet nagekomen. Veroordeelde trekt zijn eigen plan en neemt geen verantwoordelijkheid voor het reclasseringstoezicht. Hij heeft meerdere voorwaarden meerdere keren overtreden en ook konden andere bijzondere voorwaarden (zoals een behandeling door een forensische polikliniek en de controle op middelengebruik) niet worden uitgevoerd. De reclassering heeft meerdere pogingen gedaan om veroordeelde ten behoeve van de naleving van de bijzondere voorwaarden te begeleiden, maar ziet nu geen mogelijkheden meer om het reclasseringstoezicht voort te zetten.
Veroordeelde heeft de rechtbank verzocht om hem nog een kans te geven, maar de rechtbank zal dit niet doen. De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging van twaalf maanden gevangenisstraf moet worden toegewezen. Ondanks pogingen van de reclassering om veroordeelde ten behoeve van de naleving van de bijzondere voorwaarden te begeleiden en ondanks meerdere waarschuwingen, ziet veroordeelde kennelijk niet de noodzaak om zich aan de voorwaarden te houden. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de inhoud van het reclasseringsrapport en de door de reclassering op de terechtzitting gegeven toelichting. Bij veroordeelde is geen sprake van onmacht, maar onwil. Dit blijkt ook wel uit het strafblad van veroordeelde, nu hij na genoemd arrest wederom en meermalen voor strafbare feiten (waaronder drugsdelicten) is veroordeeld. Hiermee heeft veroordeelde niet alleen de genoemde bijzondere voorwaarden niet nageleefd, ook heeft hij de algemene voorwaarde, dat hij geen strafbare feiten mag plegen, overtreden. Veroordeelde heeft zijn kansen verspeeld. De rechtbank zal de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden bevelen.
5. De beslissing
De rechtbank:
Deze beslissing is genomen door mr. J. de Ruiter, voorzitter, mr. C.A. Peterzon en
mr. A.S. Metgod, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.