ECLI:NL:RBOVE:2025:7688

ECLI:NL:RBOVE:2025:7688, Rechtbank Overijssel, 30-12-2025, 11758457 \ CV EXPL 25-1894

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 30-12-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 11758457 \ CV EXPL 25-1894
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Eiser heeft van gedaagde een tweedehands auto gekocht. Volgens eiser beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst nu het gebruik van de auto een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Eiser vordert een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden dan wel dat de kantonrechter deze zal ontbinden. Ook vordert eiser terugbetaling van de koopprijs, aanvullende schadevergoeding, rente en kosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11758457 \ CV EXPL 25-1894

Vonnis van 30 december 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.M.A. Koole,

toevoegingsnummer: [nummer],

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [vestigingsplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

vertegenwoordigd door [naam].

1. De zaak in het kort

[eiser] heeft van [gedaagde] een tweedehands auto gekocht. Volgens [eiser] beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst nu het gebruik van de auto een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. [eiser] vordert een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden dan wel dat de kantonrechter deze zal ontbinden. Ook vordert [eiser] terugbetaling van de koopprijs, aanvullende schadevergoeding, rente en kosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] grotendeels toe en zal hierna uitleggen waarom.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9, - de (mondelinge) conclusie van antwoord,

- de producties 10 en 11 van [eiser],

- de mondelinge behandeling van 7 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van mr. J.M.A. Koole namens [eiser].

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

[gedaagde] houdt zich bezig met de handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.

Op 17 juli 2024 heeft [gedaagde] via een advertentie op Marktplaats een tweedehands BMW 3-serie Coupé 318 Ci, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) te koop aangeboden. De kilometerstand is volgens de advertentie 329.475 km.

Op 4 augustus 2024 heeft [eiser] de auto gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van

€ 2.350,00.

Op de factuur staat over de garantie het volgende opgenomen:

‘‘Handelsconditie/afkoop garantie

Gekocht zoals gezien en akkoord bevonden.

Koper ziet door afkoop af van enige vorm van garantie.

Afkoopbedrag garantie € 150,-’’

Op 5 augustus 2024 heeft [eiser] een grote olievlek ontdekt onder de auto.

[eiser] heeft de auto na laten kijken bij een garage in Breda. Daar bleek op

6 augustus 2024 dat er drie olielekkages zijn bij de stuurbekrachtigingspomp, kleppendekselpakking en carterpakking. Ook was er sprake van lichte rookvorming en de distributieketting maakte een hoorbaar tikkend geluid bij een koude motor. De lekkage in de stuurbekrachtigingspomp heeft [eiser] gelijk laten repareren.

Op 6 augustus 2024 heeft [eiser] met [gedaagde] contact gehad over de defecten aan de auto. Partijen zijn niet tot een oplossing gekomen.

Vervolgens heeft de garage in Breda nog een lekkage in het oliefilterhuis aangetroffen, bleek dat de distributieketting was uitgerekt en was er sprake van een motorstoring.

Op 11 september 2024 heeft [eiser] het LPG-systeem van de auto laten repareren.

Op 24 september 2024 heeft [eiser] de auto geschorst bij het RDW.

Bij brief van 23 december 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] de gelegenheid geboden om de defecten aan de auto te herstellen en de geleden schade van [eiser] te vergoeden. [gedaagde] heeft hieraan geen gehoor gegeven.

4. Het geschil

[eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair:

voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst is ontbonden dan wel de koopovereenkomst zal ontbinden,

[gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de koopprijs van € 2.350,00,

[gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 646,50,

vast zal stellen dat in het geval [gedaagde] niet binnen twee maanden na dit vonnis meewerkt aan de ongedaanmakingsverbintenissen [eiser] de auto mag verkopen en daarbij zal bepalen dat [gedaagde] geen aanspraak meer kan maken op de verkoopsom of enige andere vergoeding,

II. Subsidiair:

- [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 2.046,36,

II. In beide gevallen:

[gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf 23 december 2024,

[gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van

€ 424,65,

- [gedaagde] zal veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de auto non-conform is. Het gebruik van de auto levert namelijk een gevaar op voor de verkeersveiligheid. De auto vertoonde al binnen enkele dagen na de aankoop ernstige gebreken, waaronder het lekken van olie, lichte rookvorming en een tikkend geluid in de motor. Uit onderzoek door een onafhankelijke garage bleek dat er meerdere olielekkages aanwezigheid waren, aan de stuurbekrachtigingspomp, kleppendekselpakking en de carterpakking, met bijkomende schade aan de motor en distributieriem. [eiser] heeft vervolgens [gedaagde] de gelegenheid geboden om de gebreken te herstellen en de geleden schade te vergoeden. Omdat [gedaagde] hieraan geen gehoor heeft gegeven, heeft [eiser] de overeenkomst ontbonden. Om deze reden stelt [eiser] primair dat [gedaagde] aan haar de koopsom moet terugbetalen en de aanvullende schade. Subsidiair stelt [eiser], voor het geval er geen grond bestaat voor de ontbinding van de overeenkomst, dat [gedaagde] de geleden schade aan haar moet betalen.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat [eiser] bij haar een auto met de nodige ‘levenservaring’ heeft gekocht. [eiser] heeft dan ook zelf een onderzoeksplicht. [eiser] had volgens [gedaagde] daarom een aankoopkeuring kunnen laten uitvoeren. Verder voert [gedaagde] aan dat [eiser] een korting van € 150,00 heeft gekregen waarmee zij haar recht op garantie heeft afgekocht. Hiervoor verwijst [gedaagde] ook naar haar algemene voorwaarden waarin wordt weergegeven dat een auto wordt gekocht zonder garantie.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Er is sprake van een consumentenkoop

Partijen zijn het erover eens dat de koop van de auto door [eiser] van [gedaagde] kwalificeert als een consumentenkoop zoals is bedoeld in artikel 7:5 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Het kader van non-conformiteit

De vraag die voorligt is of er aan de zijde van [gedaagde] sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst.

Voor de beantwoording van die vraag moet worden vastgesteld of de auto al dan niet beantwoordt aan de koopovereenkomst, oftewel: of sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW.

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet de auto aan de overeenkomst beantwoorden. Daarvan is geen sprake als de auto, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] over de auto heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten (artikel 7:17 lid 2 BW). [eiser] mag in ieder geval van een auto verwachten dat die de eigenschappen bezit die nodig zijn voor normaal gebruik van de auto: veilig deelnemen aan het verkeer.

Volgens vaste rechtspraak wordt bij de koop van een tweedehandsauto om daarmee, naar [gedaagde] bekend is, aan het verkeer deel te nemen, aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door [eiser] kan worden ontdekt en hersteld (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR1994:ZC1338).

Verder geldt op grond van artikel 7:18a lid 2 BW dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de auto bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien het gebrek zich binnen één jaar na aflevering openbaart. Gedurende dit eerste jaar is het de verantwoordelijkheid van [gedaagde] om het tegendeel te bewijzen.

De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst

Allereerst moet worden vastgesteld wat er aan de auto mankeert. Vast staat dat er binnen twee dagen na de aflevering van de auto al gebleken is dat er sprake is van diverse gebreken. Op dat moment is namelijk vastgesteld dat er olielekkages zijn bij de stuurbekrachtigingspomp, kleppendekselpakking en carterpakking. Ook was er sprake van lichte rookvorming en de distributieketting maakte een hoorbaar tikkend geluid bij een koude motor. Later is ook nog vastgesteld dat er sprake is van een lekkage in het oliefilterhuis, een motorstoring en dat de distributieketting was uitgerekt. [eiser] heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd met de offertes van het garagebedrijf uit Breda. Hoewel [gedaagde] tijdens de zitting heeft betwist dat dit gebreken zijn, heeft zij hiertegen niets ingebracht. Dat betekent dat de kantonrechter als vaststaand aanneemt dat er sprake is van gebreken en dat deze gebreken al tijdens de aflevering aanwezig waren.

Dan is de vraag wat [eiser] bij de aankoop van de auto mocht verwachten. Omdat het een tweedehands auto is, moet [eiser] wel accepteren dat er zich op een zeker moment bepaalde gebreken aan de auto kunnen voordoen. Echter [eiser] hoeft geen gebreken te verwachten waardoor zij met de auto niet op een veilige manier aan het verkeer kan deelnemen. [eiser] heeft gesteld dat het gebruik van de auto door de vele gebreken een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiser] naar voren gebracht dat de gebreken kunnen leiden tot verdere schade aan de motor, vermogensverlies, olieverlies of zelfs motoruitval wat kan leiden tot stilstand van de auto. Uit een offerte van het garagebedrijf uit Breda blijkt ook dat het motorstoringslampje brand. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] betwist dat de gebreken een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren. [gedaagde] heeft aangevoerd dat als het zo erg is als [eiser] stelt dat het geval is, zij niet met de auto naar huis had kunnen rijden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] voldoende toegelicht dat zij met de auto naar huis heeft kunnen rijden omdat de auto al stationair draaide vanaf het moment dat zij de auto heeft bezichtigd bij [gedaagde]. Hierdoor heeft zij onder meer de olielekkage(s) en het tikkend geluid bij een koude motor niet kunnen opmerken. Het is verder evident dat wanneer een auto tijdens het rijden ineens stil komt te staan, die auto niet veilig kan deelnemen aan het verkeer. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat de gebreken het normale gebruik van de auto in de weg staan.

[gedaagde] heeft zich verder op het standpunt gesteld dat [eiser] geen beroep kan doen op de non-conformiteit omdat zij zelf haar onderzoeksplicht heeft geschonden. De kantonrechter is van oordeel dat dit standpunt niet opgaat. [eiser] heeft gesteld dat in de advertentie waarmee de auto is aangeboden is opgenomen dat de algemene, technische en optische staat van de auto goed is. Dit heeft zij ook onderbouwd met de advertentie. Ook heeft [eiser] onweersproken gesteld dat zij bij de aankoop aan de verkoper van [gedaagde] heeft gevraagd of de auto goed en veilig is. Hierop is door de verkoper bevestigend geantwoord. Dat maakt naar oordeel van de kantonrechter dat [eiser] mocht verwachten dat de auto bij verkoop geen olielekkages had dan wel motorische gebreken vertoonde. Bovendien heeft [eiser] een proefrit gemaakt en heeft zij daarbij geen bijzonderheden opgemerkt. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden dat het gaat om een tweedehands auto met bij aankoop bijna 330.000 km op de teller en dat [eiser] geen aankoopkeuring heeft laten uitvoeren wegen in dit geval niet op tegen wat [eiser] - gelet op de tekst van de advertentie en de toezeggingen van [gedaagde] bij de koop - mocht verwachten.

[gedaagde] heeft ook nog aangevoerd dat [eiser] zich niet op non-conformiteit kan beroepen omdat zij de auto heeft gekocht onder handelsconditie en de garantie heeft afgekocht voor € 150,00. [eiser] heeft vervolgens betwist dat met haar is besproken dat zij geen garantie zou hebben. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] zich er niet achter kan verschuilen dat er geen garantie is overeengekomen. Op grond van artikel 7:6 BW kan van de bepalingen die betrekking hebben op de non-conformiteit namelijk niet ten nadele van de consument-koper worden afgeweken. Ook kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de consument-koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent niet worden beperkt of uitgesloten. Dat betekent dat [eiser] niet haar aanspraken op grond van non-conformiteit heeft verloren.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst nu [eiser] niet veilig met de auto kan deelnemen aan het verkeer, zodat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de op grond van de overeenkomst op [gedaagde] rustende verplichtingen.

De koopovereenkomst wordt ontbonden

Omdat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en [gedaagde] na de sommatie van de gemachtigde van [eiser] op 23 december 2024 niet binnen een redelijke termijn tot herstel van de gebreken is overgegaan, stond het [eiser] vrij om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden op grond van artikel 7:22 BW. Nu [gedaagde] tijdens de zitting heeft betwist dat zij de brief van de gemachtigde van [eiser] heeft ontvangen waarin zij stelt de overeenkomst te hebben ontbonden, zal de kantonrechter zelf de overeenkomst tussen partijen ontbinden. Dit betekent dat de primaire vordering van [eiser] zal worden toegewezen.

Gevolgen ontbinding overeenkomst

Omdat de koopovereenkomst is ontbonden, rust op beide partijen een ongedaanmakingsverbintenis (artikel 6:271 BW).

Dat betekent dat [gedaagde] de koopprijs aan [eiser] moet terugbetalen. Ook moet [gedaagde] de auto terugnemen en haar medewerking verlenen aan wijziging van de tenaamstelling van de auto, in die zin dat de auto weer op naam van [gedaagde] komt te staan (onder afgifte van een vrijwaringsbewijs). Daarbij merkt de kantonrechter volledigheidshalve op dat van [gedaagde] wordt verwacht dat zij de auto voor haar rekening bij [eiser] komt ophalen en ook de kosten voor wijziging van de tenaamstelling voor haar rekening neemt.

[eiser] heeft terugbetaling gevorderd van de koopprijs van € 2.350,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is toewijsbaar. [gedaagde] is daarbij de wettelijke rente verschuldigd over de koopprijs vanaf het moment dat zij met de voldoening daarvan in verzuim is. De verplichting tot betaling van de koopprijs ontstaat voor [gedaagde] op grond van de ontbinding van de koopovereenkomst. Omdat de koopovereenkomst in dit vonnis zal worden ontbonden, zal de wettelijke rente over de koopsom worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na dit vonnis.

[eiser] heeft verder gevorderd dat de kantonrechter zal vaststellen dat in het geval [gedaagde] niet meewerkt aan haar verplichtingen uit de ongedaanmakingsverbintenissen zij de auto mag verkopen en daarbij zal bepalen dat [gedaagde] geen aanspraak meer kan maken op de verkoopsom of enige andere vergoeding. Omdat hiervoor een juridische grondslag ontbreekt, kan de kantonrechter deze vordering niet toewijzen. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] echter wel toegezegd dat als de overeenkomst zal worden ontbonden zij hieraan zal meewerken. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] haar verplichtingen uit de ongedaanmakingsverbintenissen, zoals is vermeld onder 5.13., binnen de door [eiser] gestelde redelijke termijn van twee maanden na dit vonnis zal nakomen.

[gedaagde] moet een bedrag van € 481,50 als schadevergoeding betalen aan [eiser]

[eiser] heeft gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding van:

€ 181,50 voor het laten repareren van de lekkage in de stuurbekrachtigingspomp,

€ 300,00 voor het laten repareren van het LPG-systeem,

165,00 voor de eigen bijdrage voor de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Op grond van artikel 7:22 lid 4 juncto artikel 7:24 lid 1 BW heeft [eiser] in principe recht op schadevergoeding overeenkomstig afdeling 9 en 10 van titel 1 van boek 6 BW, aangezien hiervoor is vastgesteld dat sprake is van een afgeleverde zaak die niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

De vorderingen onder a) en b) vanwege kosten voor reparaties aan de stuurbekrachtigingspomp en het LPG-systeem zijn toewijsbaar, nu [gedaagde] daartegen geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd.

De vordering onder c) vanwege de betaalde eigen bijdrage wordt afgewezen. Deze post komt niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking omdat deze wordt geacht in het toe te wijzen bedrag aan proceskosten te zijn begrepen.

[gedaagde] is de wettelijke rente verschuldigd over het te vergoeden schadebedrag vanaf het moment dat de schadevergoedingsverbintenis opeisbaar is en niet wordt nagekomen. Op dat moment is [gedaagde] met de voldoening daarvan in verzuim. De verbintenis tot schadevergoeding is opeisbaar op het moment waarop de schade wordt geacht te zijn geleden. Dat is hier het moment waarop de verschillende door [eiser] gevorderde kosten opeisbaar werden, te weten het moment waarop [eiser] deze aan derden moest voldoen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] met de brief van 23 december 2024 voldoende onderbouwd dat zij vanaf dat moment de kosten moest betalen aan derden en [gedaagde] daardoor in verzuim is komen te verkeren. De wettelijke rente over de schadevergoeding van in totaal € 481,50 zal dan ook worden toegewezen vanaf het moment dat de in de brief gestelde betalingstermijn is verstreken, te weten vanaf 4 januari 2025.

[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

[eiser] heeft vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de vorderingen van [eiser] zien op ongedaanmakingsverbintenissen en schadevergoeding, vallen deze niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de (gegrondheid van de) gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Uit het dossier volgt dat [eiser] buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. De gevorderde vergoeding is in overeenstemming met het tarief in het Besluit en is, in de gegeven omstandigheden, redelijk. Het gevorderde bedrag van € 424,65 zal worden toegewezen.

[gedaagde] moet ook de proceskosten betalen

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

476,00

(2 punten × € 238,00)

- nakosten

135,00

Totaal

701,00

De toegewezen nakosten zien niet op de kosten van een eventuele betekening van dit vonnis. Die zijn niet toewijsbaar vanwege het feit dat [eiser] op basis van een toevoeging procedeert.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen ter zake de BMW 3-serie Coupé 318 Ci met het kenteken [kenteken],

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] als gevolg van de ontbinding van de koopovereenkomst te betalen de koopprijs van € 2.350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag aan schadevergoeding van € 481,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 4 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 424,65,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 701,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart de onderdelen 6.2. tot en met 6.6. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op

30 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?