RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11935305 \ CV EXPL 25-3380
Vonnis van 30 december 2025
in de zaak van
B.V. ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU ANP,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: ANP,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],
wonende en zaakdoende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
ANP beheert en exploiteert auteursrechten van fotografen en heeft het recht om schadevergoeding en/of winstafdracht te vorderen in verband met een inbreuk op de auteursrechten van deze foto’s.
ANP exploiteert het auteursrecht ten aanzien van de foto, zoals overgelegd in productie 1 van de dagvaarding (hierna verder: de foto).
De foto is te zien geweest op de website van [gedaagde] [website] (hierna: de website), zoals eveneens overgelegd in productie 1 van de dagvaarding.
[gedaagde] heeft voor het gebruik van de foto op haar website geen toestemming gevraagd van ANP.
De vennootschap naar Belgisch recht, Visual Rights Group B.V. (hierna: VRG) is gemachtigd om namens ANP inbreuken op te sporen.
VRG en ANP hebben [gedaagde] onder meer op 7 juni 2024 aangeschreven en in de gelegenheid gesteld om alsnog een licentie af te nemen voor een bedrag van € 391,29. [gedaagde] heeft geen licentie afgenomen. Wel heeft [gedaagde] de foto van haar website verwijderd.
Nadien hebben VRG en ANP [gedaagde] nogmaals aangeschreven, met een voorstel voor een vergoeding als gevolg van het gebruik van de foto. Partijen hebben hierover geen overeenstemming bereikt.
3. Het geschil
ANP vordert dat de kantonrechter bij vonnis - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 391,29, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding (28 mei 2025).
ANP legt aan deze vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] door de openbaarmaking van de foto op de website zonder licentie inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrechten. Hierdoor heeft ANP schade geleden ter hoogte van € 340,25. Daarnaast heeft ANP kosten gemaakt om betaling te ontvangen zonder een rechtszaak. Deze kosten heeft ANP begroot op € 51,04.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van ANP, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van ANP.
[gedaagde] voert aan dat hij niet verantwoordelijk is voor het gebruik van de foto op zijn website. [gedaagde] heeft namelijk iemand anders opdracht gegeven voor het bouwen van de website en wist daarom niet dat de foto zonder toestemming was gebruikt. De website is inmiddels verwijderd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Inbreuk op auteursrecht
De foto is auteursrechtelijk beschermd. De foto heeft een eigen oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van de maker. Alleen de maker heeft het recht zijn werk openbaar te maken (artikel 1 Auteurswet). De kantonrechter overweegt als volgt.
Vaststaat dat [gedaagde] de foto in gewijzigde vorm, zonder toestemming van ANP en zonder vermelding van de naam van ANP als maker, op zijn website heeft geplaatst. Hierdoor staat vast dat [gedaagde] de foto openbaar heeft gemaakt, waarmee in beginsel een inbreuk op de auteursrechten van ANP is gegeven. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn betoog dat hem geen verwijt valt te maken. De openbaarmaking van de foto moet in beginsel worden toegerekend aan de eigenaar/beheerder van de website. Daarbij is dan niet van belang of de eigenaar/beheerder van de website de foto zelf op de website heeft geplaatst of dat zij dit door iemand anders heeft laten doen. Van de eigenaar/beheerder van een website mag verwacht worden dat zij er zorg voor draagt dat op haar website geen foto’s worden getoond die auteursrechtelijke beschermd zijn. Dat [gedaagde] de bouw van zijn website heeft uitbesteed aan een derde, deze de foto op zijn site heeft geplaatst zonder dat hij wist dat deze auteursrechtelijk beschermd was, doet aan zijn verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid tegenover ANP dan ook niet af. Ook het onbewust schenden van auteursrechten komt voor rekening en risico van de inbreukmaker.
Door zo te handelen heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde auteurs- en persoonlijkheidsrechten en daarmee onrechtmatig gehandeld. Daarom is [gedaagde] schadeplichtig jegens ANP.
Hoogte van de schade
Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de veelvoudiging zou zijn gevraagd. ANP stelt dat de foto in ieder geval een jaar op de website heeft gestaan. Dit is door [gedaagde] niet weersproken, zodat dat vast komt te staan. Ook stelt ANP onweersproken dat het standaardtarief voor commercieel gebruik van haar foto met naamsvermelding € 105,00 voor de periode van één jaar is. Dit bedrag kan daarom worden toegewezen.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen wegens de gestelde afbreuk aan het zelfbeschikkingsrecht oftewel het recht om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto wordt gebruikt. Dit omdat aangenomen kan worden dat de waarde van de exclusiviteit van de foto is verdisconteerd in de licentievergoeding. Ook het argument dat het toewijzen van alleen de licentievergoeding ertoe leidt dat het aantrekkelijk is om inbreuk op het auteursrecht te plegen, acht de kantonrechter niet van belang. In het Nederlandse recht is namelijk geen grondslag aanwezig voor het toekennen van een schadevergoeding bij wijze van straf; daarvoor is het strafrechtelijke traject beschikbaar. De kantonrechter acht het in dit geval redelijk om naast het bedrag aan gederfde licentievergoeding een opslag van 25% te hanteren als vergoeding voor geleden schade vanwege het ontbreken van de naamsvermelding en het gebruik in bewerkte vorm. Deze opslag komt neer op een bedrag van € 26,25.
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) komen gemaakte kosten voor onderzoek naar / opsporing van een auteursrechtinbreuk voor vergoeding in aanmerking voor zover zij in redelijkheid zijn gemaakt. Uit productie 4 valt af te leiden dat VRG daarvoor € 209,00 in rekening heeft gebracht. Gesteld noch gebleken is dat deze kosten niet in redelijkheid zijn gemaakt, zodat deze kosten worden toegewezen.
De conclusie is dat de vordering toewijsbaar is. Tegen de daarover gevorderde wettelijke rente is geen verweer gevoerd, zodat deze zal worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
ANP vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). ANP heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. ANP heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag van € 51,04 aan buitengerechtelijke incassokosten is gelijk aan het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Gelet op het zeer eenvoudige en niet-bewerkelijke karakter van de zaak zullen de kosten voor het salaris van de gemachtigde overeenkomstig de geldende regeling Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken) worden begroot conform het toepasselijke liquidatietarief in kantonzaken.
De proceskosten van ANP worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
463,73
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan ANP te betalen een bedrag van € 340,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan ANP te betalen een bedrag van € 51,04 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 28 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 463,73, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025.