ECLI:NL:RBOVE:2025:7713

ECLI:NL:RBOVE:2025:7713, Rechtbank Overijssel, 03-10-2025, 11808369 \ EJ VERZ 25-122

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 15-01-2026
Zaaknummer 11808369 \ EJ VERZ 25-122
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Verzoekster verzoekt om toekenning van diverse vergoedingen na een ontslag op staande voet door de gemeente. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag rechtsgeldig gegeven is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer / rekestnummer: 11808369 \ EJ VERZ 25-122

Beschikking van 3 oktober 2025

in de zaak van

[partij A] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verwerende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek,

hierna te noemen: [partij A] ,

gemachtigde: mr. R.F. Kötter,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HELLENDOORN,

zetelend te Hellendoorn,

verwerende partij,

verzoekende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde: mr. M.J. Kolijn-van de Merwe.

1. De zaak in het kort

[partij A] verzoekt om toekenning van diverse vergoedingen na een ontslag op staande voet door de gemeente. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag rechtsgeldig gegeven is.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift,

- het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek,

- de brief van mr. Kötter namens [partij A] van 3 september 2025 met de wijziging van het verzoek,

- de mondelinge behandeling van 5 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

De beschikking is bepaald op vandaag.

3. De feiten

[partij A] was sinds 1 augustus 1990 in dienst bij de gemeente als [functie 1] . Daarnaast vervulde [partij A] de functie van [functie 2] .

Op 28 mei 2025 is [partij A] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van 28 mei 2025 staat (voor zover relevant) het volgende:

“(…)

Aanleiding ontslag

Op 22 mei 2025 werd de gemeente Hellendoorn door een medewerker van [bedrijf] op de hoogte gebracht van twee voorvallen die ons een ernstig vermoeden gaven dat sprake is van niet integer handelen door jou. Ons werd meegedeeld dat

1. je samen met je collega [naam 1] op 21 mei 2025 in de lounge hebt geluncht en je na afloop aan een medewerker van [bedrijf] te kennen hebt gegeven dat de kosten van deze lunch op de rekening van de gemeente betreffende de festiviteiten rond 80 jaar Vrijheid (4 mei 2025) gezet mocht worden;

2. op camerabeeld te zien is dat je op 15 mei 2025 om 17:44/17:45 uur uit de keuken van de lounge een doos eieren hebt meegenomen zonder te betalen.

(…)

Omdat je maandag geen werkdag hebt, hebben we op de eerstvolgende werkdag dinsdag 27 mei 2025 je uitgenodigd voor een gesprek. Voorafgaand aan het gesprek ontvingen wij bericht over een derde voorval. Ons werd meegedeeld dat

3. op camerabeeld te zien is dat je op 23 mei 2025 om 16:30 /16:31 uur uit de keuken van de lounge wederom een doos eieren hebt meegenomen zonder te betalen.

(…)

Je hebt ten aanzien van het eerste feit erkend dat je hebt aangegeven dat jouw lunchkosten en die van je collega op een rekening van de gemeente konden worden gezet.

Nadat we je de camerabeelden van 15 mei 2025 hebben laten zien gaf je aan dat je al wist wat het was. Je gaf aan eieren te hebben meegenomen en daarbij een briefje te hebben neergelegd. Vervolgens hebben we je de beelden van 23 mei 2025 getoond. Daarop verklaarde je ook toen een briefje te hebben neergelegd. Je gaf aan dit wel vaker te doen, dat je dit afspreekt met [naam 2] en dat je niet zomaar eieren meeneemt. Desgevraagd verklaarde je dat het briefje luidde: ‘Lieve [naam 2] , ik neem 2x doosjes eieren mee. Laat me even weten wat je van me krijgt?' Je hebt aangegeven dat je de eieren meeneemt, omdat je deze zo fijn vindt.

We hebben je gevraagd of er nog zaken zijn, die wij zouden moeten weten. Daarop heb je 'nee' geantwoord.

Naar aanleiding van je verklaring hebben wij contact opgenomen met [naam 2] . Wij hebben haar gevraagd of er afspraken met medewerkers bestaan over het meenemen en later betalen van voedingsmiddelen, zoals eieren.

Daarop heeft zij aangegeven dat er niet dergelijke afspraken bestaan.

(…)

Wij hebben bij [bedrijf] ook navraag gedaan of er een of meerdere briefjes zijn gevonden. Dat bleek niet het geval.

Beoordeling van de feiten

Wij stellen allereerst vast dat je hebt erkend jouw eigen lunchkosten op rekening van de gemeente te hebben laten zetten. Deze handelwijze is volstrekt laakbaar.

(…)

Wij stellen voorts vast dat op de camerabeelden duidelijk te zien is dat je tot twee keer toe een doos eieren uit de lounge meeneemt. Uit de beelden volgt dat je daarvoor geen geld achterlaat, noch dat je een briefje neerlegt.

(…)

Wij merken het wegnemen van de eieren dan ook aan als diefstal.

De vaststaande feiten, zoals hierboven verwoord, vormen, tezamen met het feit dat je voor je handelwijze geen afdoende verklaring hebt kunnen geven, een dringende reden voor dit ontslag op staande voet in de zin van artikel 7:677/7:678 BW. In de CAO Gemeenten populair is eveneens uitdrukkelijk aangegeven dat diefstal een dringende reden voor ontslag vormt.

(…)

Nieuwe feiten

Gisteravond hebben wij bovendien nog nieuwe camerabeelden ontvangen van twee voorvallen, waaruit blijkt dat

4. op camerabeeld te zien is dat je op 1 mei 2025 om 19:17/19:18 uur uit de keuken van de lounge een toetje hebt meegenomen zonder te betalen;

5. op camerabeeld te zien is dat je op 3 mei 2025 om 12:36/12:38 uur meerder koelkasten onderzoekt en daaruit producten wegneemt. Een van de koelkasten is vergrendeld en daarover zeg je 'nou dat is niet gelukt' verder noem je een aantal producten (rundvlees, kers, cristal clear). Je bent uit de keuken van de lounge vertrokken met verschillende etenswaren zonder te betalen.

Wij zijn van mening dat uit het vorenstaande volgt dat geen sprake is van een eenmalige

gebeurtenis maar dat sprake is van doorgaand gedrag, hetgeen we je extra aanrekenen.

Bovendien, en dat neem wij zeer hoog op, blijkt uit deze beelden dat je tijdens ons gesprek op 27 mei 2025 geen openheid van zaken hebt gegeven, toen we jou de vraag stelden of er eist was wat wij verder nog zouden moeten weten.

(…)

Zoals gezegd is het vertrouwen in jou volledig komen te ontvallen. Het vorenstaande betekent ook dat wij het van mening zijn dat je niet langer als [functie 2] werkzaam kunt zijn voor onze gemeente. De benoeming tot [functie 2] wordt dan ook hiermee ingetrokken.”

4. Het verzoek, het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek

[partij A] verzoekt de kantonrechter, na wijziging van haar verzoek, om toekenning van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. [partij A] erkent dat zij de kosten van een lunch met een collega op rekening van de gemeente heeft laten zetten en dat zij twee keer een doosje eieren heeft meegenomen zonder te betalen, maar stelt dat die feiten volgens haar geen dringende reden voor ontslag opleveren. Er was volgens haar sprake van hoge werkdruk en daarom had ze geen tijd om te betalen. Ze stelt dat ze om die reden in de middag van 23 mei 2025 een briefje heeft neergelegd met de vraag hoeveel ze [naam 2] verschuldigd was voor de eieren. En dat ze met [naam 2] had afgesproken dat deze handelswijze was toegestaan.

[partij A] verzoekt voorts voor de duur van de procedure doorbetaling van loon bij wijze van voorlopige voorziening.

De gemeente voert verweer en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen. De gemeente voert aan dat de feiten wel degelijk een dringende reden voor ontslag opleveren en dat [partij A] daarom geen recht heeft op enige vergoeding.

De gemeente heeft een voorwaardelijk tegenverzoek gedaan, voor het geval het ontslag wordt vernietigd. De gemeente verzoekt in dat geval dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de e-grond, de g-grond of de i-grond zonder toekenning van de transitievergoeding.

5. De beoordeling

Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [partij A] een billijke vergoeding moet worden toegekend en of de gemeente moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Daarvoor moet de kantonrechter eerst toetsen of het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.

Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. Het moet gaan om zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet hoeft te laten voortduren. Artikel 7:678 lid 2 sub d BW noemt diefstal expliciet als dringende reden voor de werkgever om de arbeidsovereenkomst direct op te zeggen. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Onverwijld betekent dat dit zo snel mogelijk moet gebeuren. Het gaat er daarbij om dat het voor de werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke eigenschappen of gedragingen voor de werkgever aanleiding zijn geweest voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet de dringende reden bewijzen.

Welke feiten liggen ten grondslag aan het ontslag?

Partijen twisten over de vraag welke feiten ten grondslag liggen aan het ontslag. In de ontslagbrief staat op pagina drie de volgende zin:

De vaststaande feiten, zoals hierboven verwoord, vormen, tezamen met het feit dat je voor je handelwijze geen afdoende verklaring hebt kunnen geven, een dringende reden voor dit ontslag op staande voet in de zin van artikel 7:677/7:678 BW.”

De kantonrechter oordeelt dat [partij A] uit de zinsnede ‘zoals hierboven verwoord’ mocht afleiden dat de feiten die daarna worden genoemd in de brief niet ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag. Uit de bewoordingen van de ontslagbrief blijkt onvoldoende duidelijk dat ook de feiten van 1 mei en 3 mei, die na de bovenstaande zin in de ontslagbrief worden genoemd, ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag. Deze feiten zal de kantonrechter bij de beoordeling daarom buiten beschouwing laten.

Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden zal de kantonrechter dus uitgaan van de volgende, gezamenlijk, aan het ontslag ten grondslag gelegde redenen:

het op 21 mei 2025 lunchen met een collega en de kosten daarvan op rekening van de gemeente laten zetten;

het op 15 mei 2025 meenemen van een doos eieren zonder te betalen;

het op 23 mei 2025 meenemen van een doos eieren zonder te betalen;

het geven van een onvoldoende verklaring voor de hierboven genoemde feiten.

De hiervoor onder 1. tot en met 3. genoemde feiten zijn door [partij A] erkend en staan daarmee vast in deze procedure. Dat [partij A] ter zitting bezwaar heeft gemaakt tegen het cameratoezicht maakt dat niet anders. Het hiervoor genoemde feit onder 4. is ook voldoende komen vast te staan, omdat de verklaringen van [partij A] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende geloofwaardig zijn (waarop hieronder nog nader zal worden ingegaan).

Nu de feiten die ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag op staande voet, zijn komen vast te staan, moet worden beoordeeld of die gronden een dringende reden voor het ontslag opleveren.

Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven is. Wat verder ook zij van de hiervoor genoemde feit onder 1., het zonder toestemming wegnemen van producten zonder daarvoor te betalen (feit 2. en 3.) vormt op zichzelf een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Het staat vast dat [partij A] twee keer een doosje eieren heeft meegenomen uit de keuken van [bedrijf] zonder daarvoor te betalen. Haar verklaring over het neerleggen van een briefje, waarin ze zou aangeven later te zullen betalen, en de afspraak daarover met [naam 2] , zijn onvoldoende geloofwaardig. Een dergelijk briefje is niet gevonden en [naam 2] heeft ontkend dat een dergelijke afspraak met haar is gemaakt. Ook het argument dat [partij A] niet direct heeft betaald voor de eieren, vanwege de hoge werkdruk, is ongeloofwaardig. Mogelijk kost wel-betalen iets meer tijd dan niet-betalen, naar daar staat tegenover dat [partij A] ’s ochtends eerst een briefje heeft moeten schrijven, vervolgens dat briefje heeft moeten neerleggen en later opnieuw naar het restaurant heeft moeten gaan om de eieren daadwerkelijk mee te nemen. Bovendien is ook nadien nooit door [partij A] voor de eieren betaald. Kortom, uit de feiten blijkt afdoende dat [partij A] tweemaal eieren heeft gestolen en dat dit ook haar bedoeling was.

Gezien de aard en de ernst van de dringende reden, namelijk het wegnemen van producten zonder daarvoor te betalen, is de kantonrechter van oordeel dat de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van [partij A] en de gevolgen van het ontslag voor [partij A] niet afdoen aan de rechtsgeldigheid en het belang van de gemeente bij van het ontslag op staande voet. [partij A] heeft weliswaar gesteld dat het haar nog niet gelukt is om een nieuwe baan te vinden, maar dat neemt niet weg dat het in de huidige arbeidsmarkt te verwachten is dat zij op korte termijn alsnog een nieuwe baan vindt. Bovendien is diefstal een ernstig feit.

Tussen partijen is niet in geschil dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven en dat de redenen van het ontslag onverwijld zijn medegedeeld aan [partij A] .

De andere genoemde feiten die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd hoeven niet meer te worden beoordeeld, omdat de diefstal van de eieren al een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet.

Billijke vergoeding

In geval van een onterecht gegeven ontslag op staande voet, kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding toekennen (artikel 7:681 lid 1 BW). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ernstig verwijtbaar handelen met het vernietigbare ontslag is gegeven. Nu er geen sprake is van een vernietigbaar ontslag, wijst de kantonrechter het verzoek tot toekenning van de billijke vergoeding af.

Vergoeding vanwege onregelmatige opzegging

De gemeente heeft [partij A] terecht ontslagen. Daarom hoefde de gemeente geen opzegtermijn in acht te nemen en is de gemeente niet gehouden om aan [partij A] een vergoeding te betalen.

Transitievergoeding

Ook het verzoek van [partij A] om de gemeente te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt afgewezen, omdat [partij A] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Diefstal wordt namelijk expliciet door de wetgever genoemd als voorbeeld van ernstig verwijtbaar handelen. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 lid 7 sub c BW).

Voorlopige voorziening tot doorbetaling van loon

Nu [partij A] tijdens de procedure alsnog heeft berust in het ontslag is de arbeidsovereenkomst definitief geëindigd op 28 mei 2025 en kan zij geen aanspraak meer maken op loon na die datum. Daarom heeft zij geen belang (meer) bij dit verzoek, zodat dit verzoek zal worden afgewezen.

Het voorwaardelijk tegenverzoek

Het tegenverzoek van de gemeente behoeft geen behandeling, omdat [partij A] berust in het ontslag en de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 28 mei 2025. Aan de voorwaarde van het verzoek is derhalve niet voldaan.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [partij A] , omdat [partij A] in het ongelijk is gesteld. De proceskosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De kantonrechter

wijst de verzoeken van [partij A] af;

veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;

verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0088
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?