RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/08/342547 / JE RK 25-2064
Datum uitspraak: 24 december 2025
Beschikking verlenging voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad,
gevestigd in Zwolle,
over
[de kind] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
en Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Zwolle.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft op 16 december 2025 in deze zaak een tussenbeschikking gegeven.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader,
- [naam 1] en [naam 2] namens de raad,
- [naam 3] en [naam 4] namens de GI.
Ten behoeve van de vader was aanwezig J. Kaluza, tolk in de Poolse taal.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2. De feiten
Voor de feiten wordt verwezen naar voormelde tussenbeschikking.
3. Het aangehouden verzoek
Er dient nog beslist te worden op het aangehouden deel van het verzoek van de raad om de voorlopige ondertoezichtstelling te verlenen voor de duur van drie maanden tot 16 maart 2026. De raad handhaaft het verzoek. De raad voert aan dat de alcoholproblematiek van de moeder nog steeds een grote bedreiging vormt voor de ontwikkeling van [de kind] . Bij Veilig Thuis zijn er veel meldingen binnengekomen over de hygiëne thuis, het alleen laten van [de kind] door beide ouders en de escalaties tussen hen. De raad ziet dat de vader welwillend is, maar ziet ook een zwaar belaste vader die te maken heeft met alcoholproblematiek van de moeder, die niet opgewassen is tegen de daarmee samenhangende escalaties en die de opvoeding voor [de kind] alleen moet dragen. Ook is het voor nu nog onduidelijk hoe de moeder zich opstelt tegenover de hulpverlening, terwijl het vrijwillig kader de instemming van beide ouders vereist. Het is belangrijk dat een jeugdbeschermer meekijkt en naast de ouders staat. De jeugdbeschermer kan de vader ondersteunen in de opvoeding en het huishouden en ook bekijken hoe [de kind] veilig contact met haar moeder kan onderhouden. Gedwongen hulpverlening is daarom noodzakelijk.
4. De standpunten
De vader staat achter het verzoek van de raad en vindt dat hij de hulp van de GI goed kan gebruiken. De vader heeft naar voren gebracht dat hij er nu namelijk alleen voor staat. Hij voedt [de kind] alleen op, zorgt voor het huishouden en moet daarnaast werken. De moeder van [de kind] is weinig betrokken in het leven van hem en [de kind] . Zij komt af en toe nog wel langs om [de kind] te bezoeken, maar sommige bezoekmomenten komt zij niet na. Volgens de vader is het onveilig voor [de kind] als de moeder onder invloed is. De moeder komt dan tegen de afspraak in naar het huis en neemt dan flessen drank mee. De vader vindt het noodzakelijk dat de moeder stopt met drinken. Daarmee zullen de problemen naar zijn idee verdwijnen en [de kind] heeft een moeder nodig. De vader staat verder open voor de hulpverlening en is bereid daaraan mee te werken om de situatie voor [de kind] te verbeteren.
Het standpunt van de moeder is niet bekend. Volgens de vader zou het de moeder niet uitmaken of er hulpverlening is en welke hulpverlening dat zou zijn. Zij is weinig aanwezig in het leven van hem en [de kind] .
De GI is het niet eens met het verzoek van de raad. Volgens de GI is er in dit gezin niet eerder hulpverlening ingezet vanuit het vrijwillige kader. Zij vindt dat de ouders eerst de kans moeten krijgen om te laten zien dat zij het binnen het vrijwillig kader aankunnen. De vader is welwillend en is bereid overal aan mee te werken en de moeder wekt volgens de GI ook die indruk. Zo heeft zij een intake gepland staan bij Tactus, kan zij terecht bij een Parenting house en is het de bedoeling dat zij een detox traject aangaat. Ook staat de vader open voor ambulante hulpverlening en opvoedondersteuning voor het huishouden en de opvoeding van [de kind] . De GI heeft verder naar voren gebracht dat [de kind] naar de huisarts gaat en naar het pedagogisch centrum. Zij loopt nog wel op haar tenen (letterlijk), maar het kinderdagverblijf heeft geen zorgen meer over haar reacties. Gelet op de opstelling van de ouders is de GI van mening dat het verzoek voor de resterende duur afgewezen dient te worden zodat de ouders het eerst kunnen proberen met vrijwillige hulpverlening.
De raad heeft in reactie hierop laten weten het verzoek te handhaven.
5. De beoordeling
De internationale bevoegdheid en het toepasselijk recht
De zaak bevat internationale aspecten nu de vader en de moeder de Poolse nationaliteit bezitten. De rechtbank heeft nog niet eerder getoetst of de Nederlandse bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.
De kinderrechter overweegt dat zij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek en dat Nederlands recht van toepassing is, omdat [de kind] haar gewone verblijfplaats in Nederland had ten tijde van indiening van het verzoek (artikel 7 lid 1 Brussel II-ter en artikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).
De inhoudelijke beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de kind] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is nog steeds noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Er is veel gebeurd in de thuissituatie van [de kind] . Omdat er tussen de ouders sprake is geweest van huiselijk geweld, de moeder met een alcoholprobleem kampt en de veiligheidsafspraken niet worden nagekomen, heeft de kinderrechter [de kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot 30 december 2025 en het verzoek voor het overige aangehouden.
Het is de kinderrechter gebleken dat deze zorgen niet zijn weggenomen. [de kind] groeit op in een instabiele opvoedsituatie. Bij de moeder is sprake van forse alcoholproblematiek die [de kind] thuissituatie voortdurend op scherp zet. Escalaties en conflicten blijven zich voordoen omdat veiligheidsafspraken niet worden nageleefd. Daarnaast zijn er grote zorgen over de hygiëne en veiligheid thuis. Er was (in ieder geval tot voor kort) sprake van een sterk vervuilde woning: er lag glaswerk op de grond en de twee aanwezige honden deden hun behoefte op het balkon. Daarnaast is [de kind] fysieke veiligheid in gevaar gebracht doordat zij ’s avonds alleen (en zonder valbeveiliging rond haar bed of bij de trap) thuis werd gelaten. Dat is tenminste eenmaal gebeurd omdat de vader de stad inging om de moeder te zoeken.
Het is positief dat de vader de opvoeding en de huishouding lijkt te hebben opgepakt en zich bereidwillig opstelt voor de hulpverlening. De kinderrechter geeft hem daarvoor een compliment. De kinderrechter deelt het vertrouwen dat de GI op dit moment in de vader heeft. Tegelijkertijd zijn de problemen, waarin het gedrag van de moeder een belangrijke factor is, daarmee niet opgelost. Hoewel aan de GI moet worden toegegeven dat het traject van vrijwillige hulpverlening nog niet is belopen, is duidelijk dat dit traject zonder de medewerking van de moeder geen kans heeft. Anders dan de GI is de kinderrechter van oordeel dat van die medewerking vooralsnog niet kan worden uitgegaan: de moeder kwam (tot voor kort) veiligheidsafspraken en (nog zeer recent) afspraken om [de kind] te bezoeken niet na, is niet verschenen op de mondelinge behandeling en haar voorgenomen opname bij Tactus is onzeker. Daarmee is zonder een gedwongen kader het risico op een herhaling van zetten voor [de kind] groot. Daarnaast is het nog niet duidelijk in hoeverre de vader deze opvoedsituatie zonder de externe druk van een ondertoezichtstelling het hoofd zal kunnen bieden. Voorkomen moet worden dat [de kind] opnieuw in onveilige situaties zal verkeren, en dat zeker gelet op haar jonge leeftijd. Daarom acht de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling als vangnet voor de vader en als maatregel voor de moeder noodzakelijk. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer mee blijft kijken, naast de vader kan blijven staan en kan ingrijpen waar dat nodig is zodat de vader er niet alleen voor staat. Daarbij vraagt ook de problematiek van de moeder en het contact tussen de moeder en [de kind] om de aandacht van de jeugdbeschermer. Bij de huidige stand van zaken is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer binnen het gedwongen kader naar het oordeel van de kinderrechter noodzakelijk.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling verlenen voor de resterende duur van het verzoek.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent de voorlopige ondertoezichtstelling van [de kind] voor de resterende duur, zijnde tot 16 maart 2026;
bepaalt dat een eventueel verzoek van de raad, strekkende tot het uitspreken van een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, zal worden behandeld op 4 maart 2026 om 9:00 uur, welke mondelinge behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Zwolle, tot het bijwonen van welke mondelinge behandeling alle belanghebbenden die een afschrift van deze beschikking ontvangen hierdoor worden opgeroepen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025 door mr. A.M. Koene, kinderrechter, in aanwezigheid van S. Mahmoud als griffier, en op schrift gesteld op 5 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.