RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker],
de naamloze vennootschap ING Bank N.V.
Team Toezicht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: 331232 FT RK 25.196
datum vonnis: 10 juni 2025
Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
verder te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: gemeente Zwolle,
tegen
gevestigd te Amsterdam,
verweerster.
Het procesverloop
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en heeft tevens verzocht om een dwangakkoord (verzoek ex artikel 287a Faillissementswet) vast te stellen.
Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord is behandeld ter terechtzitting van
26 mei 2025. Ter zitting zijn [verzoeker] en de heer [naam 1] (echtgenoot van [verzoeker]), verder te noemen: [naam 1], verschenen. Namens de gemeente Zwolle zijn mevrouw [naam 2] en de heer [naam 3] ([naam 3]) verschenen. Namens verweerster zijn mevrouw mr. G.S. van Hecke, de heer [naam 4] ([naam 4]) en de heer [naam 5] verschenen. Verder is er niemand verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing
De feiten
[verzoeker] is op huwelijkse voorwaarden getrouwd met [naam 1].
De totale schuldenlast van [verzoeker] bedraagt € 32.792,16. Er is sprake van drie schuldeisers, te weten verweerster met een vordering van in totaal € 16.239,38, Vesting Finance (oorspronkelijk Tinka) met een vordering van € 1.400,37 en CAK (inzake eigen bijdrage WLZ) met een vordering van € 15.152,41.
[verzoeker] heeft een nul-aanbod gedaan aan haar schuldeisers. Er is geen sprake van spaarcapaciteit. Vesting Finance en het CAK zijn akkoord gegaan met dit aanbod.
Naast de schuld aan verweerster van € 16.239,38 is er sprake van door verweerster aan [verzoeker] en [naam 1] verstrekte, door een hypotheekrecht ‘gedekte’ leningen van in totaal € 191.602,87 (stand op 19 mei 2025). Het hypotheekrecht is gevestigd op de woning van [naam 1] aan de [adres], die [verzoeker] en [naam 1] tezamen bewonen.
In het op 19 mei 2025 door verweerster aan de rechtbank toegestuurde verweerschrift heeft verweerster aangevoerd dat ook de vordering van € 16.239,38 onder het hypotheekrecht valt.
Bij het verweerschrift is een hypotheekakte van 29 december 2004 gevoegd, waarin is opgenomen dat een hypotheekrecht is verstrekt op de woning van [naam 1] aan de [adres] tot zekerheid van betaling van de hoofdsom van al wat de bank nu of te eniger tijd van de schuldenaar verder te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van verstrekte en/of nog te verstrekken geldleningen, al dan niet in rekening-courant, dan wel uit welken anderen hoofde ook, een en ander tot maximaal
€ 286.500,--. Met ‘de schuldenaar’ worden [naam 1] en [verzoeker] tezamen als ieder afzonderlijk aangeduid.
De behandeling ter zitting
Volgens [naam 3] heeft verweerster zich op het standpunt gesteld dat herfinanciering van de hypothecaire lening, waarin de schuld van € 16.239,38 wordt meegenomen, wegens een negatieve BKR-notering van [verzoeker] niet mogelijk is. Volgens [naam 4] dient een dergelijk verzoek via Schakel te lopen. Bij de Kredietbank Den Haag is sprake van een expertisecentrum waar dergelijke verzoeken worden beoordeeld. De Kredietbank Den Haag biedt die service aan alle NVVK-leden, dus ook aan de gemeente Zwolle.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank concludeert dat het verzoek dwangakkoord zich ten onrechte richt tegen verweerster, nu verweerster, ook wat betreft de schuld van € 16.239.38 separatist is en een dwangakkoord of wettelijke schuldsaneringsregeling geen werking heeft wat betreft vorderingen die zijn gedekt door pand of hypotheek. De rechtbank concludeert dat nu de andere twee schuldeisers hebben ingestemd met het aanbod in het minnelijk traject en de toewijzing van het verzoek dwangakkoord ten aanzien van de schuld aan verweerster, geen werking heeft, [verzoeker] geen belang heeft bij de toewijzing van het verzoek dwangakkoord. Op grond hiervan zal [verzoeker] dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek dwangakkoord.
De beslissing
De rechtbank:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 287a Faillissementswet (dwangakkoord).
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.