RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11443767 \ CV EXPL 24-2472
Vonnis van 24 juni 2025
in de zaak van
BILLINK B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Janssen en Janssen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 april 2025,- de akte van Billink, - de antwoordakte van [gedaagde].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 1 april 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat Billink niet voldoende onderbouwd heeft gesteld dat in deze zaak een uitsluitingsgrond van toepassing is. Er is niet gesteld of gebleken dat sprake is van een verbroken verzegeling, waardoor de bikini’s definitief niet meer kunnen worden verkocht om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne. De kantonrechter heeft Billink in de gelegenheid om haar stellingen bij akte nader toe te lichten en te onderbouwen.
De kantonrechter blijft bij haar oordeel dat Billink, ondanks haar akte, onvoldoende gesteld en/of onderbouwd heeft dat zij het retour mocht weigeren. Van belang is dat een verzegeling moet zijn verbroken om een retour te mogen weigeren op grond van artikel 6:230p, onderdeel f sub 3 BW. Billink heeft niet gesteld of en zo ja welke verzegeling is gebruikt en heeft daarnaast ook niet onderbouwd of en zo ja hoe deze verzegeling door [gedaagde] is verbroken. [gedaagde] heeft de stelling dat de verzegeling is verbroken, betwist. De enkele stelling van Billink dat op het moment dat het pakket retour is gekomen er een beoordeling conform het retourbeleid heeft plaats gevonden en dat op dat moment is beoordeeld dat er niet aan het retourbeleid is voldaan, zegt niets over de verzegeling. Verder heeft Billink naar voren gebracht dat omdat [gedaagde] een grotere maat van de bikini wilde hebben, daaruit kan worden opgemaakt dat de bikini daadwerkelijk door haar is gepast. Ook deze stelling maakt nog niet dat kantonrechter kan vaststellen dat de verzegeling door Van Ede van de Pals is verbroken, omdat voor de kantonrechter niet duidelijk is wat de verzegeling is.
De kantonrechter is, gelet op bovenstaande, van oordeel dat zij niet kan vaststellen dat hier sprake is van een uitzonderingsgrond zoals genoemd in artikel 6:230p, onderdeel f sub 3 BW. Dat betekent dat [gedaagde] op grond van artikel 6:230o BW een ontbindingsrecht heeft. Nu vaststaat dat [gedaagde] het product heeft teruggestuurd en Billink onterecht de retour heeft geweigerd, hoeft [gedaagde] het product niet te betalen. Weliswaar heeft Billink uit coulance een tegoedbon opgestuurd, maar [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat zij deze bon niet heeft gebruikt. Dit betekent dat de vordering wordt afgewezen. Daarbij worden ook de nevenvorderingen, waaronder de rente en kosten afgewezen.
Proceskosten
Billink is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil nu [gedaagde] in persoon procedeert en er geen sprake is van noodzakelijke reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 238 Rv.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af,
veroordeelt Billink tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr.drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025. (ak)