ECLI:NL:RBOVE:2026:1023

ECLI:NL:RBOVE:2026:1023

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 08.279208.24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 jaren en 10 maanden, het betalen van een schadevergoeding en legt hem een contactverbod op met het slachtoffer. De verdachte is schuldig bevonden aan gekwalificeerde opzetverkrachting, poging tot moord en opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08.279208.24 (P)

Datum vonnis: 26 februari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] (Marokko),

nu verblijvende in de P.I. [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van

5 februari 2026 en 12 februari 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat in Oldenzaal, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] door mr. J.P.M. Denissen is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 5 februari 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 30 augustus 2024 in [plaats 1] en/of [plaats 2] zijn ex-partner [slachtoffer]

feit 1: heeft verkracht door dwang en/of geweld te gebruiken;

feit 2: (primair) al dan niet met voorbedachte raad van het leven heeft proberen te beroven (subsidiair) al dan niet met voorbedachte raad heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (meer subsidiair) heeft mishandeld;

feit 3: wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten - het brengen van zijn penis in haar vagina terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door die genoemde [slachtoffer] (telkens)- te stompen/slaan,- vast te binden bij haar benen/voeten en/of armen/handen,- in haar hals te taseren (met een stroomstootwapen),- haar keel dicht te knijpen/drukken, in elk geval ademhaling belemmerende handelingen te verrichten,- van haar kleding te ontdoen (middels kapot knippen met een schaar),- op de achterbank van een auto te duwen/drukken en/of- de gelijkende woorden “of jij gaat dood of ik ga dood” toe te voegen;

2hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, genoemde [slachtoffer] (meermalen)- haar keel heeft dicht geknepen/gedrukt, in elk geval ademhaling belemmerende handelingen heeft verricht,- tegen haar hoofd en/of gezicht heeft gestompt/geslagen en/of- (met een stroomstootwapen) in haar hals heeft getaserd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen genoemde [slachtoffer] (meermalen)- haar keel heeft dicht geknepen/gedrukt, in elk geval ademhaling belemmerende handelingen heeft verricht,- tegen haar hoofd en/of gezicht heeft gestompt/geslagen en/of- (met een stroomstootwapen) in haar hals heeft getaserd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door (telkens)- haar keel heeft dicht te knijpen/drukken, in elk geval ademhaling belemmerende handelingen bij haar te verrichten,- tegen haar hoofd en/of gezicht te stompen/slaan en/of- (met een stroomstootwapen) in haar hals te taseren;

3 hij op of omstreeks 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer]- bij haar armen/handen en/of benen/voeten vast te binden,- (achterin) een auto te duwen/drukken en/of- naar een of meer (afgelegen) locatie(s) te vervoeren.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde.

De raadsman heeft daartoe ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde aangevoerd dat er geen sprake is van verkrachting, maar van consensuele seks tussen verdachte en [slachtoffer] en dat er onvoldoende steunbewijs is voor verkrachting.

Ten aanzien van feit 2 primair heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen forensisch geneeskundige bevindingen bevat die de verklaring van [slachtoffer], dat verdachte haar heeft gewurgd, ondersteunen. Subsidiair is aangevoerd dat het ontbreken van objectieve indicatoren, de afwezigheid van puntbloedingen en de wetenschappelijke duiding van de kans op zwaar letsel of de dood als nihil tot matig maken dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het voorwaardelijk opzet op de dood door het dichtknijpen van de keel of het aanleggen van een verwurging.

Het meermalen slaan in het gezicht levert geen aanmerkelijke kans op de dood op. Het gebruik van een taser kan niet worden vastgesteld, de raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Mocht de rechtbank het gebruik van een taser wettig en overtuigend bewezen achten, dan levert het gebruik van een taser niet de aanmerkelijke kans op de dood op. De raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder 2 primair tenlastegelegde.

Mocht de rechtbank de bevindingen van [getuige] gebruiken als bewijsmiddel dan verzoekt de raadsman om hem alsnog in de gelegenheid te stellen om [getuige] te horen als getuige.

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het bestanddeel voorbedachte raad.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Verdachte en [slachtoffer] hebben 22 jaar een relatie gehad. Zij hebben samen vijf kinderen, drie dochters genaamd [naam 1], [naam 2] en [naam 3] en twee zonen genaamd [naam 4] en [naam 5]. In oktober 2022 heeft [slachtoffer] de relatie met verdachte verbroken. Het contact tussen beiden verliep sindsdien moeizaam.

Op 29 augustus 2024 in de avond werd [slachtoffer] door verdachte gebeld. De auto van verdachte, een Renault Megane, had een storing en stond langs de weg tussen [plaats 2] en [plaats 1]. Verdachte vroeg of [slachtoffer] hem wilde ophalen. [slachtoffer] reed naar verdachte toe en bracht hem naar zijn andere auto, een Audi Q7, die geparkeerd stond bij de buitenschoolse opvang (BSO) van de kinderen in [plaats 3]. Verdachte vroeg of [slachtoffer] hem de volgende ochtend weer naar de Renault Megane in [plaats 2] wilde brengen. Zij spraken af elkaar de volgende ochtend te treffen bij de BSO in [plaats 3].

Op 30 augustus 2024 trof [slachtoffer] verdachte rond 8.00 uur bij de BSO. Zij reden samen in de auto van [slachtoffer], een Volkswagen Tiguan, naar [plaats 2] naar de Renault Megane van verdachte.

Over wat er daarna is gebeurd, lopen de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] uiteen.

De rechtbank zal deze verklaringen later bespreken.

Omstreeks 13:30 uur kwam [slachtoffer] thuis met alleen een trui aan. Verder was zij naakt. Zij zat onder het bloed en de blauwe plekken. [naam 2] hielp haar op bed. [naam 1] kwam thuis en belde om 13:50 uur de politie. De Duitse politie startte een onderzoek. [slachtoffer] deed aangifte tegen verdachte van verkrachting (feit 1), poging tot moord dan wel doodslag (feit 2) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 3). Omdat de aan verdachte tenlastegelegde misdrijven op Nederlands grondgebied hebben plaatsgevonden heeft de Nederlandse politie het onderzoek overgenomen.

Feit 1

Onder 1 wordt verdachte verweten dat hij [slachtoffer] heeft verkracht en dat hij daarbij dwang of geweld heeft gebruikt dan wel haar heeft bedreigd.

3.3.2.1 De beoordeling van bewijs in zedenzaken

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door de omstandigheid dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (gestelde) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader.

Bij een ontkennende verdachte, zoals in deze zaak het geval is, brengt dit in veel gevallen met zich dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van enkel de verklaring van het vermeende slachtoffer.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De vraag of aan dit zogenaamde bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

De rechtbank ziet zich dus gesteld voor de vragen of (1) de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en (2) of deze verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank bij de bespreking van het onder 1 tenlastegelegde zedenfeit eerst ingaan op de verklaringen van verdachte en [slachtoffer], de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] en vervolgens beoordelen of en in hoeverre deze verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

3.3.2.2 Het oordeel van de rechtbank

De verklaring van verdachte

Op 30 augustus 2024 heeft [slachtoffer] verdachte afgezet bij zijn auto in [plaats 2]. Toen ze bij de auto aankwamen hebben zij met wederzijdse toestemming gemeenschap met elkaar gehad op de achterbank in de auto van [slachtoffer]. Na enkele minuten kreeg [slachtoffer] spijt en kreeg verdachte het gevoel dat zij hem ten onrechte wilde beschuldigen van verkrachting. Er ontstond een handgemeen, waarbij verdachte [slachtoffer] heeft geslagen en gestompt in het gezicht. Verdachte heeft [slachtoffer] proberen tegen te houden om aangifte te doen door met een spanband haar polsen en later haar enkels vast te maken. Toen ze met elkaar in gesprek gingen heeft verdachte haar polsen losgemaakt. Terwijl [slachtoffer] met haar benen vastgebonden op de achterbank zat is hij rond gaan rijden. Uit boosheid heeft verdachte de kleding van [slachtoffer] kapot gemaakt met een veiligheidshamer en haar van haar kleding ontdaan.

De verklaringen van [slachtoffer]

heeft op een aantal momenten een verklaring afgelegd bij de politie. Eerst tegenover de Duitse politie op 30 augustus 2024 terwijl zij in de ambulance aan haar verwondingen werd behandeld. Op 2 september 2024 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan, waarna zij is gehoord. Op 14 november 2024 is zij aanvullend door de politie gehoord en op 9 juli 2025 is zij op verzoek van de verdediging door de rechter-commissaris gehoord.

[slachtoffer] verklaarde op 30 augustus 2024 tegenover de Duitse politie dat zij zich door verdachte naar [plaats 1] had laten brengen. Toen zij uitstapte haalde verdachte een taser tevoorschijn en plaatste deze tegen haar hals en schakelde haar daarmee buiten gevecht. In de auto ontkleedde hij haar eerst, wurgde hij haar en toen verkrachtte hij haar.

[slachtoffer] verklaarde op 2 september 2024 in haar aangifte het volgende. Toen zij op 30 augustus 2024 rond 8.30 uur samen met verdachte bij de Renault Megane in [plaats 2] aankwam verzocht verdachte haar even te wachten. Ze zag dat hij wat uit de kofferbak van zijn auto pakte. Toen hij langs haar auto liep zag ze dat hij grijze stroken tape op zijn broek had. Verdachte liep weer terug naar zijn auto, ze zag dat hij iets pakte en achter zijn lichaam verstopte. Verdachte stapte toen bij haar in de auto en zei tegen haar dat hij de waarheid wilde weten. Hij zei dat hij haar al twee jaar aan het controleren was en dat [slachtoffer] zijn leven had verwoest en de kinderen van hem had afgepakt. [slachtoffer] probeerde te ontsnappen uit de auto. Buiten de auto gleed ze uit. Verdachte pakte haar aan haar haren vast en zij voelde iets in haar nek en hoorde een geluid. Verdachte drukte [slachtoffer] op de achterbank van haar auto en sloeg haar meerdere keren. Ook taserde hij haar nogmaals in haar hals. Hij bleef haar slaan. [slachtoffer] schreeuwde het uit, maar er was niemand.

Op een gegeven moment trok verdachte [slachtoffer] aan haar haren rechtop. Verdachte pakte een spanband uit de kofferbak en maakte haar polsen vast. Hij duwde haar op de achterbank en reed rond. Toen stopte hij op een afgelegen plek. Verdachte bleef tegen [slachtoffer] zeggen dat zij zijn leven had verwoest en de kinderen van hem had afgenomen. Ook zei hij dat [slachtoffer] bij elk fout antwoord een tik kreeg en dat zij dood ging of dat hij dood ging.

[slachtoffer] gaf op de vragen van verdachte volgens hem niet de juiste antwoorden. Hij bleef haar slaan, schoppen en uitschelden. Hij doorzocht de telefoon van [slachtoffer]. Op een gegeven moment zei verdachte dat [slachtoffer] haar mond moest dichthouden. Hij maakte toen haar benen vast. Vervolgens maakte hij haar voeten aan haar handen vast. Hij reed toen, terwijl [slachtoffer] vastgebonden op de achterbank lag, weer naar een andere plek. Toen ze stilstonden zei verdachte tegen [slachtoffer]: “weet je nog dat je zei dat ik je nooit meer naakt zou zien en dat ik nooit meer seks met je zou hebben?”. Verdachte pakte vervolgens een schaar en knipte de kleding van [slachtoffer] kapot. Haar beha knipte hij los bij haar schouders. [slachtoffer] moest van verdachte op haar buik gaan liggen. Ze wilde dit niet, waarop hij haar duwde. [slachtoffer] probeerde terug te vechten, maar doordat haar handen en benen vastzaten lukte dit niet. Voor verdachte was het niet de juiste houding. Hij maakte haar voeten los, duwde haar naar voren op de achterbank en verkrachtte haar door zijn piemel in haar vagina te brengen. Haar handen zaten tijdens de verkrachting nog steeds vast. Nadat verdachte in haar klaarkwam, pakte hij doekjes uit de kofferbak en maakte hij [slachtoffer] schoon. De kleding van [slachtoffer] deed verdachte in de kofferbak, behalve haar beha. Die lag nog in de auto onder het kinderzitje. Nadat hij klaar was moest [slachtoffer] op een plastic zeil gaan zitten op de achterbank. [slachtoffer] vroeg om iets om haar lichaam mee te bedekken, maar verdachte zei dat hij haar naakt wilde zien. Hij zei ook dat [slachtoffer] zou schrikken als ze zichzelf zou zien. Hij zei ook dat hij wist dat er geen weg terug was, maar dat iemand voor de kinderen moest zorgen. [slachtoffer] vroeg wat verdachte van plan was. Hij zei dat hij zichzelf van kant ging maken of kwam vast te zitten. Verdachte reed toen met [slachtoffer] naar [plaats 3] naar de BSO waar de Audi van verdachte nog stond. Verdachte maakte toen haar handen los met een schaar en gaf haar, nadat [slachtoffer] daar om vroeg, een trui. [slachtoffer] moest in de auto blijven zitten. Verdachte pakte toen alle spullen uit haar kofferbak over in de Audi. Verdachte zei toen dat ze moest wegrijden. [slachtoffer] reed naar huis. Bij thuiskomst hielp [naam 2] haar op bed. [slachtoffer] belde haar dochter [naam 1] dat zij dringend thuis moest komen. [naam 1] belde de politie.

Verder verklaarde [slachtoffer] dat zij eerst niet wist dat er een taser was gebruikt. Het was een zwart ding, waar ze een schok van kreeg. [slachtoffer] hoorde ook tikketikketikke toen verdachte het in haar hals zette. Zij zocht op het internet en zag dat het om een taser ging.

Tot slot verklaarde zij dat verdachte zei dat hij RTV Oost ging halen en dat hij haar zou vermoorden. Hij probeerde haar te wurgen. [slachtoffer] kreeg geen lucht meer en het werd zwart voor haar ogen. Zij dacht dat het klaar was, maar dan liet hij weer los. Continu schoot het door haar hoofd dat hij haar dood ging maken en dat zij de kinderen niet meer zou zien.

Op 14 november 2024 verklaarde [slachtoffer] in een aanvullend verhoor bij de politie dat

verdachte haar, terwijl zij op de achterbank lag, probeerde te verwurgen. Hij deed beide handen om haar keel en het werd zwart voor haar ogen. Hij kneep haar strot dicht. Hij heeft dit wel twee of drie keer gedaan. [slachtoffer] was op dat moment bang dat hij haar het leven zou ontnemen.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]

De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn en (als uitgangspunt) voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] op essentiële onderdelen, zowel als het gaat over de handelingen als over de omstandigheden, met elkaar overeenkomen. Zij beschrijft in de gesprekken met de politie consistent en gedetailleerd dezelfde handelingen en ook de volgorde van die handelingen: verdachte heeft haar getaserd tegen haar hals, haar in de auto geduwd, haar meerdere keren geslagen, haar vastgebonden aan armen en benen, haar van haar kleding ontdaan, haar proberen te wurgen en haar verkracht.

[slachtoffer] geeft een zeer gedetailleerde beschrijving van die handelingen, bijvoorbeeld als het gaat over hoe en waar de seks plaatsvond. Zij verklaart dat terwijl zij vastgebonden was aan armen en benen, verdachte haar benen losmaakte, haar op de achterbank duwde en vervolgens zijn piemel in haar vagina bracht en in haar klaarkwam. Daarna maakt hij haar onderlichaam schoon met doekjes, ze beschrijft daarbij dat dit prikte. Als het gaat over de taser dan beschrijft zij dat zij in eerste instantie niet wist dat het een taser was, waarmee verdachte haar in haar hals een schok gaf. Zij beschrijft de kleur, het geluid en geeft aan dat zij op internet heeft gezocht om wat voor een apparaat het ging. Ook heeft zij verklaard dat de bandjes van haar beha zijn doorgeknipt en dat haar beha in haar auto is achtergebleven. De beha is vervolgens ook door de politie met een doorgeknipt/gesneden bandje in de auto van [slachtoffer] aangetroffen. Het beschrijven van dergelijke zeer gedetailleerde handelingen en omstandigheden maken de verklaring van [slachtoffer] authentiek. Tot slot past het aangetroffen letsel van [slachtoffer] bij hetgeen [slachtoffer] heeft verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en geloofwaardig is en voor het bewijs kan worden gebruikt.

Steunbewijs

Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Deze ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen, in dit geval de seksuele en geweldshandelingen, van de tenlastelegging. Het is voldoende dat de verklaring van [slachtoffer] op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, mits die uit een andere bron komen dan van [slachtoffer]. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, gelet op het volgende.

- De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij seks met [slachtoffer] heeft gehad op de achterbank van haar auto, dat hij haar heeft geslagen, ook met de vuist, in haar gezicht en heeft vastgebonden, eerst aan haar polsen en later aan haar benen. Ook heeft hij verklaard dat hij haar kleding kapot heeft gemaakt met een veiligheidshamer en [slachtoffer] van haar kleding heeft ontdaan.

- De verklaring van getuige [naam 1]

Getuige [naam 1] (hierna: [naam 1]), de oudste dochter van [slachtoffer], heeft op 1 september 2024, kort na de gebeurtenissen, een verklaring afgelegd bij de politie waarin zij verklaarde dat zij wist dat haar moeder op 30 augustus 2024 verdachte naar de Renault, die met pech tussen [plaats 2] en [plaats 1] stond, zou brengen. Om 13.30 uur belde haar moeder haar dat zij naar huis moest komen en dat het dringend was. [naam 1] was om ongeveer 13.50 uur bij de woning van haar moeder, zij zag haar op bed liggen en vroeg wat er was gebeurd. Haar moeder vertelde haar dat verdachte dit had gedaan. [naam 1] zei dat ze de politie ging bellen, haar moeder wilde dit niet omdat zij bang was dat hij haar dan ging vermoorden. Haar moeder vertelde toen dat zij zag dat verdachte iets uit de kofferbak van de Renault haalde. Toen ging hij naast haar moeder in de auto zitten. Hij wilde weten met wie zij een relatie had. Hij checkte haar sociale media. Toen hij niets kon vinden werd hij steeds agressiever. Haar moeder zag dat hij twee stukken tape op zijn broek had geplakt.

Hij was wat vergeten uit de auto te pakken en toen pakte hij een taser. Hij ging weer naast haar moeder zitten en taserde haar in haar nek. Haar moeder probeerde weg te rennen, maar ze gleed uit. Toen pakte hij haar vast en zette haar achterin in de auto. Hij maakte haar handen en voeten vast met touw en reed toen een stuk met haar in de auto. Haar moeder moest gaan liggen op de achterbank, zodat niemand haar zag. Toen ze een stuk hadden gereden stopte hij, stapte hij uit en wilde hij praten met haar moeder.

Hij had de tape van haar mond gehaald. Haar handen en voeten zaten vastgebonden. Hij praatte en als haar moeder een verkeerd antwoord gaf dan sloeg hij haar met de vuist. Op een gegeven moment maakte hij haar voeten los en zaten alleen haar handen nog vast. Toen pakte hij een schaar en knipte hij haar kleren kapot, zodat zij helemaal naakt was en toen verkrachtte hij haar. Uiteindelijk reed hij met haar naar de BSO waar zijn Audi stond. Haar moeder was nog steeds naakt. Hij gaf haar toen een trui. Haar moeder reed naar huis. [naam 1] zag striemen op haar voeten en polsen van een touw. Haar wangen waren dik en blauw. Bij haar oren zat bloed. Aan de rechterzijde van haar nek zaten afdrukken van een taser en in haar nek zaten ook krassen en bloeduitstortingen. Op haar armen en benen zaten blauwe plekken en op haar voeten schaafwonden.

- Forensisch onderzoek auto [slachtoffer]

Verbalisanten hebben het voertuig van [slachtoffer] onderzocht. Zij zagen in het voertuig tussen de deur en de achterbank achter de passagiersstoel een witte beha liggen met een doorgesneden / geknipt behabandje. Ook zagen zij op de achterbank en de vloer onder de achterbank verschillende plukken haar.

- Letsel

Op 2 september 2024 is [slachtoffer] door een forensisch arts onderzocht. Het letselbeeld bestond uit 22 over het lichaam verspreide letsels. Twintig letsels betroffen huidverkleuringen die geduid kunnen worden als bloeduitstortingen. De meeste verkleuringen bevonden zich in het gelaat, de hals en op de bovenarmen. Bloeduitstortingen ontstaan door een stomp inwerkende of samendrukkende kracht op de huid en onderliggende weefsels. In de hals werden er in de huidverkleuringen aan de rechterzijde ook streepvormige, oppervlakkige huidbeschadigingen gezien die passen bij krasletsel. Krasletsel ontstaat door het bewegen van een scherp/puntig voorwerp over de huid.

Tussenconclusie

De rechtbank is op basis van hetgeen hiervoor is uiteengezet van oordeel dat de betrouwbare en geloofwaardige verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate en op wezenlijke onderdelen wordt ondersteund door de verklaring van verdachte, de getuigenverklaring van [naam 1], het forensisch onderzoek in de auto van [slachtoffer] en het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel.

De verklaring van verdachte over het liefdevolle en vrijwillige seksuele contact en hetgeen daarna zou zijn gebeurd acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte heeft niet eerder dan nadat hij de beschikking had over het dossier een inhoudelijke verklaring afgelegd en heeft daarbij naar het oordeel van de rechtbank zijn verklaring afgestemd op de bevindingen in het dossier. Daarbij valt op dat de verklaring van verdachte weinig gedetailleerd is. Het blijft bij algemene beschrijvingen van handelingen die soms letterlijk overeenkomen met de tekst van de tenlastelegging. Als daarover wordt doorgevraagd kan verdachte (de omstandigheden rondom) het seksuele contact bijvoorbeeld niet precies omschrijven. Ook kan uit zijn op dit punt zeer summiere verklaring niet worden afgeleid hoe hij [slachtoffer] van al haar kleding heeft ontdaan, terwijl haar voeten waren vastgebonden. Verdachte verklaart ook niet over hoe lang en waar hij met [slachtoffer] is geweest en hoe laat zij weer terug waren in [plaats 3]. Ook de volgorde van de handelingen zoals die kan worden afgeleid uit de verklaring van verdachte acht de rechtbank niet geloofwaardig. Zo heeft hij verklaard dat hij [slachtoffer] van haar kleding heeft ontdaan, nadat zij seks hebben gehad.

Opzetverkrachting

Van opzetverkrachting is sprake als verdachte met een ander seksuele handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, terwijl

hij – al dan niet in voorwaardelijke zin – wist dat bij de ander de wil daartoe ontbrak. Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander is in het algemeen sprake als de ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen heeft gegeven het seksuele contact niet op prijs te stellen en de verdachte dit seksuele contact toch heeft voortgezet.

Om tot een bewezenverklaring van gekwalificeerde opzetverkrachting te komen moet worden vastgesteld dat de opzetverkrachting werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.

De rechtbank is van oordeel dat onomstotelijk uit de door [slachtoffer] beschreven handelingen en omstandigheden blijkt dat bij haar de wil tot seksueel contact met verdachte ontbrak en dat verdachte dat wist. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld en gevolgd van dwang, geweld en bedreiging.

Conclusie ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit, gekwalificeerde opzetverkrachting, wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

3.3.3.1 Het oordeel van de rechtbank

Onder 2 wordt verdachte primair verweten dat hij, al dan niet met voorbedachte raad, zijn ex-partner [slachtoffer] heeft proberen te doden.

3.3.3.1.1 De verklaring van verdachte

Verdachte heeft in zijn verhoren bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat hij heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden.

3.3.2.1.2 De redengevende feiten en omstandigheden

Zoals reeds hiervoor overwogen acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar. De rechtbank neemt de verklaring van [slachtoffer] als uitgangspunt en stelt op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 29 augustus 2024 rond 22.00 uur belde verdachte [slachtoffer] met het verzoek of zij hem kon komen ophalen omdat hij pech had met zijn auto, een Renault, op de weg van [plaats 2] naar [plaats 1]. [slachtoffer] haalde verdachte op en zette hem af bij de BSO van haar kinderen in [plaats 3], want daar stond zijn Audi. Verdachte vroeg of [slachtoffer] hem de volgende dag, 30 augustus 2024, in de ochtend weer bij zijn auto in [plaats 2] wilde afzetten. Zij spraken af bij de BSO. Bij de Renault aangekomen rommelde verdachte wat in zijn kofferbak, deed de kofferbak van de auto van [slachtoffer] open en liep daarna weer terug naar zijn eigen kofferbak. Verdachte had grijze tape op zijn broek geplakt en hij verstopte iets achter zijn lichaam. Verdachte stapte in de auto van [slachtoffer] en zei dat hij de waarheid wilde weten. [slachtoffer] probeerde uit de auto te ontsnappen, maar gleed uit. Verdachte pakte haar vast aan haar haren en taserde haar in haar nek.

Verdachte duwde [slachtoffer] op de achterbank, sloeg/stompte haar meerdere keren en taserde haar nogmaals in haar hals. Verdachte maakte de handen van [slachtoffer] vast met een spanband en duwde haar op de achterbank. Vervolgens reed hij met [slachtoffer] op de achterbank rond. Op een afgelegen plek stopte verdachte. Verdachte bevroeg [slachtoffer], maar bij elk volgens hem onjuist antwoord sloeg/stompte en schopte verdachte haar. Hij maakte de benen van [slachtoffer] vast en maakte haar benen vast aan haar armen. Verdachte reed opnieuw naar een afgelegen plek.

Verdachte knipte de kleding van [slachtoffer] kapot met een schaar. Verdachte pakte haar vast, duwde haar op de achterbank en deed zijn beide handen om haar keel. Hij deed dit twee à drie keer. Het werd [slachtoffer] zwart voor haar ogen. Verdachte maakte haar benen toen los en verkrachtte haar. Vervolgens moest ze naakt met haar armen vastgebonden op een plastic zeil op de achterbank plaatsnemen. Verdachte heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij RTV Oost ging halen en dat hij haar zou vermoorden. Verdachte reed met haar terug naar [plaats 3]. In [plaats 3] maakte verdachte haar handen los en gaf hij [slachtoffer] zijn trui. [slachtoffer] reed naar huis. [slachtoffer] werd in die toestand aangetroffen door haar dochter [naam 2]. Haar oudste dochter [naam 1] werd gebeld en toen zij thuis kwam en [slachtoffer] aantrof heeft zij de politie gebeld. [slachtoffer] werd met een ambulance vervoerd naar het ziekenhuis in Gronau. Er werden 22 afzonderlijke letsels geconstateerd. Het merendeel van die letsels betroffen bloeduitstortingen aan het gezicht, de hals en de bovenarmen. De bloeduitstortingen in het gezicht en op de ledematen zijn ontstaan door stomp uitwendig geweld. Het letsel in de hals is passend bij niet-fatale strangulatie.

3.3.2.1.3 De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij [slachtoffer] haar keel heeft dichtgeknepen, haar tegen haar hoofd en het gezicht heeft geslagen en gestompt en haar met een stroomstootwapen in haar hals heeft getaserd.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad, of hij met voorbedachte raad heeft gehandeld en of hij een begin met de uitvoering daarvan heeft gemaakt.

Opzet op de dood

De vraag of verdachte het opzet had om [slachtoffer] van het leven te beroven, beantwoordt de rechtbank op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden bevestigend.

De gedragingen van verdachte, vanaf het moment dat hij [slachtoffer] met het stroomstootwapen heeft verzwakt, te weten het herhaaldelijk tegen het hoofd slaan en stompen en het meerdere malen dichtknijpen van haar keel waardoor haar de adem wordt ontnomen en het haar zwart voor de ogen wordt, terwijl haar handen en voeten zijn vastgebonden zodat zij zich niet kan verweren, in combinatie met de uitlatingen van verdachte over het halen van RTV Oost en het willen vermoorden van [slachtoffer], leiden tot de conclusie dat deze gedragingen gericht waren op het bewerkstelligen van de dood van [slachtoffer] en dat verdachte met die intentie en dus met (vol) opzet op die dood handelde.

Aan die intentie doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat volgens het zich in het dossier bevindende rapport van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO de kans op overlijden aan het totaal aan letsel vrijwel nihil (ten minste 0,4%) is. De hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte hebben niet tot de dood van [slachtoffer] geleid (het is bij een poging gebleven), maar waren daar onmiskenbaar wel op gericht. De gedragingen zijn ook aan te merken als een begin van uitvoering door verdachte van dat voorgenomen doden van [slachtoffer].

Voorbedachte raad

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of van voorbedachte raad sprake was.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

De rechtbank stelt in dat verband, deels als herhaling van wat hiervoor al is vastgesteld, de volgende redengevende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte heeft zijn plan minutieus voorbereid. Verdachte heeft [slachtoffer] onder valse voorwendselen een dag eerder al naar zijn auto gelokt die op een afgelegen plek geparkeerd stond tussen [plaats 2] en [plaats 1]. Verdachte maakte met [slachtoffer] de afspraak dat zij hem de volgende ochtend opnieuw bij zijn auto zou afzetten. Toen [slachtoffer] hem rond 8.30 uur afzette bij zijn auto rekte verdachte tijd door naar de kofferbak van zijn auto te lopen om iets op te halen. [slachtoffer] had voor haar werk een afspraak met een cliënt en zij kwam volgens haar leidinggevende altijd stipt op tijd. Verdachte liet haar een bericht sturen naar haar cliënt dat er iets tussen was gekomen en dat zij later contact op zou nemen. Daarna heeft verdachte haar werktelefoon uitgeschakeld en haar privételefoon in vliegtuigmodus gezet. Verdachte was voorbereid. Hij had onder andere een taser, touw, spanbanden, zeil, reinigingsdoekjes en ducttape meegenomen. Ook had hij een schaar meegenomen, waarmee hij de kleding van [slachtoffer] kapot heeft geknipt. Verdachte had die goederen niet alleen in zijn auto liggen, maar heeft deze goederen ook ingezet bij het toegepaste geweld op [slachtoffer]. Bij zijn fouillering had verdachte een stuk tape op zijn broek. Verdachte heeft [slachtoffer] getaserd, haar daarna meerdere keren geslagen en gestompt, waardoor zij zeer verzwakt was. Haar armen en benen waren vastgebonden met een spanband terwijl verdachte haar keel dichtkneep door beide handen om haar hals te doen en haar keel dicht te drukken tot het zwart voor haar ogen werd. Zij kon zich niet verweren.

Uit het geschetste tijdpad, de voorbereiding en alle handelingen die daarbij door verdachte zijn verricht leidt de rechtbank af dat er ruimschoots gelegenheid voor verdachte is geweest om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven en dat hij dus niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.

Integendeel, er is sprake geweest van een intensieve voorbereiding, waarbij verdachte de locatie van tevoren heeft verkend en [slachtoffer] onder valse voorwendselen naar [plaats 2] heeft gelokt. De afspraak om naar die afgelegen plek te rijden was een dag eerder al gemaakt. Dat duidt op een lange tijdspanne tussen verdachtes besluit en de uitvoering daarvan. Hij heeft ruimschoots de tijd gehad om na te denken en is op een berekenende wijze te werk gegaan. Hij heeft [slachtoffer] naar die locatie gebracht in de wetenschap wat er zou gebeuren. Ook het tijdstip in de ochtend is zorgvuldig door verdachte gekozen. De kinderen zouden dan op school zijn en [naam 1] op haar werk. Zij zouden hun moeder niet eerder missen dan na schooltijd. Verdachte heeft zich planmatig voorbereid door de telefoon van [slachtoffer] in vliegtuigmodus te zetten en haar armen en benen vast te binden met spanband, zodat zij geen hulp kon inschakelen of vluchten. Dat verdachte zijn voorgenomen daad niet heeft afgemaakt is geen contra-indicatie voor het aannemen van voorbedachte raad. Het besluit daartoe vond immers pas plaats na het plannen én verrichten van verschillende handelingen die op de dood van [slachtoffer] waren gericht.

Conclusie

Gelet hierop kan derhalve een bewezenverklaring volgen voor de onder 2 primair tenlastegelegde poging tot moord.

Feit 3

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 3 tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen in de bijlage.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer], seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten - het brengen van zijn penis in haar vagina terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door die genoemde [slachtoffer] (telkens)- te stompen/slaan,- vast te binden bij haar benen/voeten en armen/handen,- in haar hals te taseren (met een stroomstootwapen),- haar keel dicht te knijpen/drukken,- van haar kleding te ontdoen (middels kapot knippen met een schaar),- op de achterbank van een auto te duwen/drukken en- de gelijkende woorden “of jij gaat dood of ik ga dood” toe te voegen;

2hij op 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, [slachtoffer] (meermalen)- haar keel heeft dicht geknepen/gedrukt,

- tegen haar hoofd en gezicht heeft gestompt/geslagen en- (met een stroomstootwapen) in haar hals heeft getaserd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3 hij op 30 augustus 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, opzettelijk

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, door [slachtoffer]- bij haar armen/handen en benen/voeten vast te binden,- (achterin) een auto te duwen/drukken en- naar een of meer (afgelegen) locatie(s) te vervoeren.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 243, 282 en 289 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: gekwalificeerde opzetverkrachting;

feit 2 primair

het misdrijf: poging tot moord;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren op te leggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege en de maatregelen van artikel 38z en 38v Sr.

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren op te leggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast oplegging van de maatregelen van artikel 38z en 38v Sr.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM en dat dit moet leiden tot strafmatiging. De raadsman heeft verzocht voor het onder 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, met aftrek van het voorarrest. De raadsman heeft betoogd dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een maatregel tot terbeschikkingstelling nu bij verdachte niet is vast te stellen of er sprake was / is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Ten aanzien van de oplegging van de maatregelen in het kader van artikel 38v en 38z Sr heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting, poging tot moord en wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn ex-partner en de moeder van zijn kinderen.

Verdachte heeft [slachtoffer] op een berekenende en slinkse wijze naar een afgelegen locatie gelokt om haar vervolgens, terwijl zij niet op haar hoede was, gewelddadig te overmeesteren. Verdachte heeft [slachtoffer] geslagen, gestompt en plukken haar uit haar hoofd getrokken. Verdachte heeft haar in haar hals getaserd met een stroomstootwapen en haar handen en voeten vastgebonden met een spanband, waarna hij met [slachtoffer] op de achterbank is gaan rondrijden. Deze gewelddadige vrijheidsberoving hield urenlang aan en ondertussen werd [slachtoffer] herhaaldelijk geslagen, gestompt, vernederd, uitgescholden en bedreigd met de dood. [slachtoffer] was in paniek, had veel pijn en angst en vreesde voor haar leven. Verdachte heeft haar met een schaar van haar kleding ontdaan, haar gewurgd, waarbij het haar zwart voor de ogen werd en zij vreesde voor haar leven en vervolgens verkracht. Met alleen een trui en voor het overige naakt werd [slachtoffer] door verdachte achtergelaten. [slachtoffer] is naar huis gereden en werd in die toestand aangetroffen door twee van haar dochters. [slachtoffer] wilde niet dat haar oudste dochter de politie zou bellen omdat ze bang was dat verdachte haar zou vermoorden. Dit alles was voor [slachtoffer] een levensbedreigende, vernederende en zeer beangstigende ervaring.

Verdachte heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van [slachtoffer]. Verdachte kon het kennelijk niet verkroppen dat [slachtoffer] de relatie met hem definitief had beëindigd. Hij kon zich hierbij niet neerleggen en bleef dwingend en controlerend gedrag vertonen richting [slachtoffer]. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij het leven van zijn ex-partner op dwingende wijze heeft getracht te controleren, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in de bewezen verklaarde feiten. Verdachte heeft zich op geen enkele wijze en op geen enkel moment bekommerd om de gevoelens van of de gevolgen voor [slachtoffer] en de kinderen. Sterker nog: verdachte heeft ook tijdens de zitting geen enkele verantwoordelijkheid getoond voor zijn gedrag en is op ongeloofwaardige wijze blijven volhouden dat [slachtoffer] vrijwillig seks met heeft gehad.

Slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven ondervinden daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen. Dat het handelen van verdachte nog steeds een enorme impact heeft op [slachtoffer] en haar kinderen blijkt ook uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring. Daarin heeft [slachtoffer] op indrukwekkende wijze verwoord dat verdachte altijd een gevaar zal zijn voor haar en de kinderen en dat [slachtoffer] voor de rest van haar leven over haar schouder moet kijken. Wat [slachtoffer] heeft meegemaakt is mensonterend. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De persoon van de verdachte

- Justitiële documentatie

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 20 januari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten in Nederland. Wel is verdachte eerder veroordeeld voor fraudemisdrijven. Uit de justitiële documentatie van verdachte in Duitsland blijkt dat hij daar niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

- Pro Justitia rapportages

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de Pro Justitia rapportages van

19 februari 2025, opgesteld door psycholoog mr. drs. R.A. Sterk, en 19 maart 2025, opgesteld door psychiater A.C.M. Kleinsman. Hieruit volgt, zakelijk weergegeven, dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan beide rapportages. Beide deskundigen konden door de weigering van verdachte een psychische stoornis, een verstandelijke handicap of een psychogeriatrische aandoening bij verdachte aantonen dan wel uitsluiten. Vragen over een doorwerking, risicotaxatie en geïndiceerd juridisch kader konden niet worden beantwoord. Beide rapporteurs hebben zich onthouden van een advies omtrent het toerekenen, beïnvloedingsmogelijkheden, interventie-mogelijkheden en een juridisch kader.

De psycholoog acht vanuit gedragskundig oogpunt plaatsing in het Pieter Baan Centrum zinvol en heeft een klinische observatie geadviseerd.

- Rapportage van het Pieter Baan Centrum (PBC)

Uit het op 2 december 2025 door T. ‘t Hoen, GZ-psycholoog en G. Veen, psychiater opgemaakte deskundigenrapport volgt zakelijk weergegeven onder meer het volgende.

Van 25 september 2025 tot 5 november 2025 is verdachte voor klinische observatie opgenomen geweest in het PBC. Er is sprake van een weigerende observandus. Als gevolg van zijn weigering hebben er vrijwel geen relevante inhoudelijke onderzoeksgesprekken met verdachte kunnen plaatsvinden. Ook het psychologisch testonderzoek weigerde verdachte en hij nam niet deel aan de psychomotorische observatie. Omdat verdachte zijn weigering op consequente wijze heeft vormgegeven vonden er geen inhoudelijke contacten plaats met de groepsleiding. Verdachte weigerde bovendien toestemming te verlenen voor het verstrekken van informatie door behandel- en hulpverleningsinstanties. Ook het milieuonderzoek is beperkt gebleven. Referenten hebben nauwelijks tot geen gehoor gegeven aan de uitnodiging om aan het onderzoek mee te werken, waardoor slechts zeer beperkt zicht is verkregen op verdachtes achtergrond, ontwikkelingsgeschiedenis en levensloop.

Voor zover er tijdens de observatieperiode zicht op verdachte is verkregen, zijn er geen aanwijzingen gevonden voor een psychiatrische stoornis in engere zin, een ontwikkelingsstoornis, een stoornis voor problematisch middelengebruik of voor een stoornis in de seksuele ontwikkeling en/of voor de aanwezigheid van een parafiele stoornis. Ten gevolge van de weigering is geen zicht verkregen op zijn innerlijke belevingen en psychisch functioneren. In welke mate er sprake is van dominantie, controlebehoefte en/of krenkingsgevoeligheid kunnen onderzoekers onvoldoende bepalen, evenals de mogelijke invloed van culturele factoren binnen de relatiedynamiek. Evenmin is voldoende zicht verkregen op de agressieregulatie, gewetensontwikkeling en empathische vermogens van verdachte. Onderliggende persoonlijkheidspathologie kan op grond van het

huidige onderzoek niet worden vastgesteld, maar evenmin op voorhand worden uitgesloten.

Doordat niet kon worden onderzocht of verdachte door een eventuele stoornis werd beperkt in zijn gedragskeuzes ten tijde van de ten laste gelegde feiten of in verminderd mate in staat was zijn gedrag te controleren of te overzien en er geen risico op herhaling van delictgedrag kon worden vastgesteld, hebben de deskundigen de onderzoeksvragen niet kunnen beantwoorden.

- Reclasseringsrapport

Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 27 januari 2026, opgemaakt door [naam 6], reclasseringswerker. Hieruit blijkt dat vanwege de proceshouding van verdachte en zijn beperkt meewerkende houding geen delictgerelateerde factoren, met uitzondering van de gezinssituatie konden worden vastgesteld. Ook konden door de weloverwogen weigering van verdachte om aan het onderzoek mee te werken de risico’s op recidive niet worden ingeschat. Mocht verdachte worden veroordeeld dan schat de reclassering, gezien de aard van het delict en het excessieve geweld wat hierbij gebruikt is, het risico tenminste gemiddeld in, mede omdat verdachte verklaard heeft dat de aanleiding voor de tenlastelegging was dat hij bang was dat [slachtoffer] (een valse) aangifte zou doen en hij haar heeft laten gaan nadat ze gezegd had dit niet te zullen doen. De reclassering kan niet inschatten hoe verdachte zal reageren bij een veroordeling. Vergelding wordt niet uitgesloten. Uit de justitiële documentatie volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor heimelijke delicten. Verdachte komt nu in beeld voor een openlijk delict. Uit onderzoek is gebleken dat delinquenten die zowel openlijke als heimelijke delicten plegen de meest zorgwekkende prognose hebben voor de toekomst. De kans dat zij langdurig een criminele levensstijl vertonen is groter voor deze groep dan voor de groep die alleen openlijk of alleen heimelijk gedrag laat zien.

Ten aanzien van het psychosociaal functioneren merkt de reclassering op dat verdachte tijdens het gesprek weinig van zichzelf laat zien en hij zich zeer bewust is van zijn houding

en antwoorden. Het beeld ontstaat dat verdachte veel controle lijkt te hebben over zijn doen en laten tijdens het gesprek, zijn verblijf in de P.I. en de observatieperiode in het PBC. Hierdoor is het opvallend dat verdachte van delicten verdacht wordt waarbij sprake is van openlijk en excessief geweld.

De reclassering adviseert bij een bewezenverklaring een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseert de reclassering een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr) op te leggen, zodat gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de gevangenisstraf. Ook adviseert de reclassering het opleggen van een contactverbod met [slachtoffer] als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr. De reclassering adviseert de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.

De strafmaatoverwegingen

- Een maatregel van terbeschikkingstelling

De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Voor oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling ex artikel 37a Sr geldt onder meer de voorwaarde dat de rechter heeft vastgesteld dat bij de verdachte ten tijde van het plegen van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.

Verdachte heeft geen medewerking verleend aan het opmaken van een rapportage door een psycholoog of psychiater. Ook in het Pieter Baan Centrum, waar verdachte voor een klinische observatie heeft verbleven, heeft hij niet aan enig onderzoek meegewerkt. Door het niet meewerken aan deze onderzoeken naar de geestvermogens van verdachte heeft de rechtbank geen zicht kunnen krijgen op eventuele (achterliggende) stoornis bij verdachte, noch op (de noodzaak van) een eventuele behandeling daarvan.

Wanneer een verdachte geen medewerking heeft verleend aan onderzoeken, kan de rechtbank gebruik maken van eerder opgemaakte adviezen of rapporten. Ook kan er bij een weigerende of deels weigerende observandus een stoornis worden vastgesteld door delictpatronen uit het verleden van verdachte en/of de wijze waarop verdachte zich gedraagt in detentie en daarbuiten. In deze zaak beschikt de rechtbank niet over een rapport, ook niet uit het verleden, waarin door een deskundige bij verdachte een stoornis van de geestvermogens of een gebrekkige ontwikkeling is gediagnosticeerd. De rechtbank beschikt evenmin over (voldoende) informatie over delictpatronen uit het verleden of het gedrag van verdachte in detentie of daarbuiten op grond waarvan een stoornis kan worden vastgesteld.

Datgene wat de deskundigen wel over verdachte hebben kunnen vaststellen en hetgeen in deze zaak verder aan feiten en omstandigheden over de persoon van verdachte is gebleken, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor het vaststellen van een stoornis. Het enkele feit dat sprake is van ernstige (gewelds)delicten is evenmin voldoende voor het aannemen van een gebrekkige ontwikkeling of een stoornis.

Het vorenstaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat ten tijde van het plegen van de delicten bij verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Nu niet is voldaan aan deze voorwaarde voor oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling zal de rechtbank deze maatregel niet opleggen.

De op te leggen straf

De ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, in het licht van alles dat hiervoor is overwogen, brengen de rechtbank tot het oordeel dat daarop vanuit het oogpunt van vergelding niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het strafdoel van speciale preventie is niet na te streven nu verdachte niet heeft mee gewerkt aan het opstellen van rapportages en in die zin geen maatwerk geleverd kan worden. Daardoor resteert naast vergelding slechts het doel om met de straf de maatschappij, in het bijzonder [slachtoffer] en haar kinderen, te beschermen. [slachtoffer] zal immers haar hele leven alert moeten zijn op de aanwezigheid van verdachte. De rechtbank beseft dat zij met deze redenering de maximale straf van 26 jaren en acht maanden zou kunnen opleggen, maar zal dat niet doen gelet op het strafblad van verdachte en de hierna te noemen maatregelen.

De rechtbank komt wel tot een hogere straf dan (subsidiair) is geëist door de officier van justitie omdat de rechtbank nadrukkelijk meeweegt dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor of blijk heeft gegeven van oprechte spijt van zijn zeer ernstige daden richting zijn ex-partner, die niet alleen bij haar, maar ook bij haar kinderen diepe sporen hebben achtergelaten. De bewezenverklaarde feiten en de controlerende en gewelddadige gedragingen die daaraan vooraf zijn gegaan hebben een dusdanige angst bij [slachtoffer] teweeg gebracht zij het gevoel heeft dat zij de rest van haar leven over haar schouder moet kijken, ook als aan verdachte een langdurige gevangenisstraf wordt opgelegd. Het teweegbrengen van deze angstgevoelens, naast de overige gevolgen die de bewezenverklaarde feiten al hebben gehad, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Hoewel de rechtbank geen mogelijkheid ziet om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen is ter zitting gebleken dat verdachte daar wel rekening mee heeft gehouden en om die reden zijn medewerking aan onderzoeken heeft geweigerd. Namens verdachte is de rechtbank voorgerekend dat in geval van verdachte de (door verdachte) verwachte duur van de maatregel van terbeschikkingstelling negen jaren is en dat hij dan beter af is met een kale gevangenisstraf. Deze berekening zou er bij de passende primaire eis toe leiden dat verdachte, met voorwaardelijke invrijheidstelling en behandeling, na zeventien jaar zou terug keren in de maatschappij. De rechtbank is van oordeel dat de berekenende proceshouding niet mag leiden tot een korte vrijheidsbeneming en acht daarom, rekening houdend met de voorwaardelijke invrijheidstelling, een gevangenisstraf voor de duur van negentien jaren passend.

- Redelijke termijn

Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin verdachte in verband met de bewezenverklaarde feiten langer dan zestien maanden in voorlopige hechtenis heeft verkeerd, te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen. De redelijke termijn is aangevangen op 30 augustus 2024, zijnde de datum waarop verdachte in verzekering is gesteld. Vanaf deze datum kon verdachte naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid verwachten dat er tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Het eindvonnis wordt gewezen op 26 februari 2026. De rechtbank is van oordeel dat bij deze overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer twee maanden een strafkorting van twee maanden passend is.

De rechtbank is daarom van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren en tien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

- Een maatregel ex artikel 38z Sr

De rechtbank is van oordeel dat het noodzakelijk is om naast voornoemde gevangenisstraf aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na de gevangenisstraf, indien dat tegen die tijd nodig blijkt, onder toezicht te stellen. Op die manier kan het risico op herhaling van gewelds- en zedendelicten worden beperkt. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. De rechtbank legt immers een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, wegens misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Gelet op hetgeen in het hierboven genoemde reclasseringsrapport is opgenomen ten aanzien van de recidive en vergelding, rekening houdend met het type gepleegde delicten en de omstandigheden waaronder deze delicten zijn begaan, schat de rechtbank in dat ook het toekomstige recidiverisico hoog zal zijn. In hoeverre en op welke wijze invulling aan deze maatregel moet worden gegeven is aan de officier van justitie die na ommekomst van de vrijheidsstraf een vordering tot tenuitvoerlegging van bedoelde maatregel kan indienen bij de rechtbank.

- Een maatregel ex artikel 38v Sr

Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank op grond van artikel 38v Sr aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren geen direct of indirect contact mag hebben, houden of zoeken met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1982. Om verdachte ertoe te zetten zich aan het contactverbod te houden, zal de rechtbank bepalen dat twee weken hechtenis wordt toegepast voor elke overtreding van het contactverbod, met een maximum van zes maanden. De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar moet zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer].

De rechtbank zal gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf geen locatieverbod opleggen voor de basisschool van de kinderen.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 30.976,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- verblijf ziekenhuis € 76,00

- medische behandeling € 150,00

- autohuur € 750,00.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 30.000,-- gevorderd.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de vordering geheel voor toewijzing vatbaar is met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de immateriële schade te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank zal de opgevoerde materiële en immateriële schade hieronder bespreken.

De materiële schade

- verblijf ziekenhuis, medische behandeling en autohuur

De opgevoerde materiële schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 976,--.

De immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 30.000,-- billijk is, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

De wettelijke rente

De rechtbank zal de toegewezen bedragen onder de materiële schade en immateriële schade, vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de datum van de schadeveroorzakende feiten op 30 augustus 2024.

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1, 2 primair en 3 is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 161 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 38w en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

het misdrijf: gekwalificeerde opzetverkrachting;

feit 2 primair:

het misdrijf: poging tot moord;

feit 3:

het misdrijf: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 primair en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) jaren en 10 (tien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als

bedoeld in artikel 38v Sr voor de duur van 5 (vijf) jaren;

- beveelt dat de verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze – direct of

indirect – contact op zal nemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1982;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel per overtreding wordt vervangen door 2 (twee) weken hechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;

- beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet

worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich

belastend zal gedragen jegens [slachtoffer];

- toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van

€ 30.976,-- (bestaande uit € 976,-- aan materiële schade en € 30.000,-- aan immateriële schade);

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feiten 1, 2 primair en 3): van een bedrag van € 30.976,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2024;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 30.976,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 161 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en

mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON2R024056 / PARANA24. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 en 2 primair

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 5 februari 2026, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van verdachte:

Op 30 augustus 2024 heb ik op de achterbank van de auto seks met [slachtoffer] gehad door mijn penis in haar vagina te brengen. Ik heb haar meerdere keren geslagen in het gezicht, ook met de vuist. Ik heb zowel haar polsen als voeten vastgebonden met spanbanden. Ik heb haar kleding kapot gemaakt en haar van haar kleding ontdaan.

Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub 3 Sv, van 30 augustus 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 64 -73):

Op 30 augustus 2024 kwam om 13:49 uur een melding binnen over huiselijk geweld aan de

[adres]. Politiefunctionarissen gingen ter plaatse en troffen het slachtoffer, [slachtoffer] en de getuige [naam 1], aan. Het zwaargewonde slachtoffer werd in de ambulance behandeld.

Het slachtoffer gaf aan dat ze zich door haar ex-man (sinds twee jaar gescheiden) naar [plaats 1] had laten brengen, om haar auto op te halen. Toen ze uitstapte haalde hij een taser tevoorschijn en plaatste hij deze tegen haar hals en schakelde haar daarmee buiten gevecht. In de auto ontkleedde hij haar eerst, wurgde hij haar en toen verkrachtte hij haar.

Om 13:45 uur trof [naam 1] haar moeder op het bovengenoemde adres aan en belde ze de politie.

Het slachtoffer droeg alleen maar een hoodie.

Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] van 2 september 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina's 329 - 331):

Ik doe aangifte tegen [verdachte] . Hij is de vader van mijn kinderen. Wij hebben 22 jaar samen geleefd. Op 4 oktober 2022 zijn wij uit elkaar gegaan. Hij heeft geprobeerd mij te wurgen, hij heeft mij verkracht, misleid en hij heeft mij vast gehouden.

Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina's 332 - 348):

De details van de aangifte van [slachtoffer] zijn auditief geregistreerd in verband onder andere met haar letsel en pijn. De inhoud van deze registratie is uitgewerkt.

[verdachte] vroeg donderdagavond (29 augustus 2024) wil je mij morgen dan weer afzetten bij mijn witte auto. Hij zei als je hier weer komt bij de BSO want daar had hij de Audi staan. Ik bracht hem naar de auto. Toen we bij zijn auto aan kwamen zei hij wacht even. Hij rommelde wat in de kofferbak, hij deed mijn kofferbak open en liep weer terug. Op het moment dat hij langs mijn auto heen liep zie ik dat hij aan de zijkant van zijn broek grijze tape geplakt had. Toen liep hij weer naar de auto en zag ik hem iets pakken, hij verstopte dat achter zijn lichaam. Toen sprong hij weer in de auto en zei dat hij de waarheid wilde weten. Hij zei dat hij mij al twee jaar lang controleerde en hij wist waar ik heen ging en stond. Hij zei ook dat ik zijn leven had verwoest en dat ik de kinderen van hem had afgepakt. Ik pakte mijn telefoon en probeerde weg te gaan, maar ik gleed uit. Hij rende om de auto heen en pakte mijn haar vast. Ik kreeg in één keer iets in mijn nek. Ik hoorde alleen maar.. (noot verbalisant: [slachtoffer] maakt een geluid). Hij hield mij zo goed vast. Hij drukte mij op de achterbank. En in één keer begon die op mij in te slaan. Slaan, slaan en nog een keer heeft die mij met de taser in mijn hals geraakt. En hij maar slaan en het enige wat ik kon is van mij afschreeuwen. Maar daar was geen hond. Op een gegeven moment was hij klaar met mij inslaan. Hij trok mij aan mijn haren rechtop. Hij pakte toen een zo’n ijzeren ding, waarmee je het vast kan trekken uit de kofferbak. Hij maakte mijn handen vast. Hij wilde tape op mijn mond doen. Op dat moment kwam er een vrouw aanrijden. Hij duwde mij op de achterbank en hij is gaan rijden. Uiteindelijk is hij gestopt op een afgelegen plek. Continue bleef hij zeggen. Je hebt mijn leven verwoest en je hebt de kinderen van mij afgenomen. Ik heb je laten volgen. Hij zei dat hij mij bij elk fout antwoord een klap zou geven. Hij zei ook dat ik zo moest door gaan dat ik dan RTV Oost zou halen. Hij zei dat hij vorig jaar al afscheid had genomen van de kinderen. Hij zei ook dat hij dit had uitgedacht. Hij zei ook of jij gaat dood of ik ga dood. Hij bleef mij slaan, schoppen en uitschelden. Ik gaf volgens [verdachte] verkeerde antwoorden. Uiteindelijk zei hij dat ik mijn mond moest dichthouden en dat hij niks meer wilde horen. Hij heeft mijn benen vastgemaakt. Hij maakte mijn voeten aan mijn handen vast. Hij reed weer naar een andere plek. Hij zei toen weet je nog dat jij hebt gezegd dat jij mij nooit meer naakt zal zien. En dat ik nooit meer seks met je zal hebben. Ik zei dat het klopte, dat heb ik gezegd. Hij zei en nu zul je zien. Hij pakte een schaar en knipte mijn kleding helemaal kapot. Op een gegeven moment zei hij dat ik op mijn buik moest liggen. Ik zei nee, dit ga je mij niet aandoen. Ik wil dit niet. Ik probeerde terug te vechten, maar hoe kun je terugvechten als je benen en handen vastzitten. Het was niet de juist houding voor hem. Hij heeft mijn voeten losgemaakt. Ik moest uit de auto stappen. Hij gaf mij een stomp en drukte mij over de bank heen. Toen deed hij zijn ding. Toen had die gedaan wat die deed. Ik moest gaan staan en hij pakte doekjes en hij maakte mijn onderkant schoon. Hij heeft mij op de achterbank gezet. Mijn handen zaten nog vast met de benen. Ik vroeg iets om mijn lichaam te bedekken. Dat kreeg ik niet, want hij wilde naar mijn lichaam kijken. Hij wilde mij naakt zien. Mijn hoofd deed pijn. Hij zette mij af in [plaats 3]. Toen wij in de auto zaten vroeg ik om een trui. Toen gaf hij mij een trui. Toen stopte hij bij zijn zwarte Audi die bij de BSO stond. Hij zei dat ik moest blijven zitten. Hij pakte eerst alle spullen die in de kofferbak lagen en zette die over in de zwarte auto. Hij zei ga naar huis. Hij zei rij weg, rij weg. Ik ben op de automatische piloot naar huis gereden. [naam 2] hielp mij op bed. Ik heb [naam 1] geappt dat zij naar huis moest komen en dat het dringend was. [naam 1] heeft de politie gebeld. Hij heeft altijd gezegd dat hij zijn woorden waar maakt.

Op het moment dat hij de taser gebruikte wist ik niet eens wat het was. Ik heb het op internet

gezocht dat het een taser was. Het was een zwart ding en als je zo aan de zijkant klikt krijg je zo'n schok. En toen hij dat in mijn hals zette hoorde je echt tikketikketikke.

Hij had mij uit de auto gehaald. En ik had mijn bovenlichaam in de auto en mijn onderlichaam buiten de auto. Mijn bovenlichaam had die op de achterbank gedrukt. Alles was in mijn auto. Hij heeft mijn benen toen losgemaakt. Mijn handen hebben al die tijd vastgezeten. Hij heeft mijn kleding in zijn kofferbak gedaan. Mijn beha lag nog in de auto. Die heeft hij losgeknipt bij mijn schouders.

Hij heeft zijn riem uit zijn broek gehaald en heeft mij met zijn riem op mijn schouder geslagen. Toen duwde hij mij naar voren en mijn broek was naar beneden en toen zat hij in mijn vagina. Hij is in mij klaar gekomen. Hij legde plastic op de bank en daar moest ik op zitten. Hij zei dat hij geen sporen achter zou laten.

Hij heeft haren uit mijn hoofd getrokken. Hij zei dat ik goed van mij had afgevochten.

Toen we in [plaats 3] aan kwamen heeft hij mijn handen losgemaakt. Daar heeft hij de kofferbank van mijn auto opengemaakt en de kofferbak van zijn Audi. En daar heeft hij alles in gedaan.

Hij zei steeds dat hij RTV Oost zou halen en dat hij mij zou vermoorden. Hij heeft mij gewurgd. Ik kreeg geen lucht meer. Het werd zwart voor mijn ogen. Het is klaar. Maar op één of andere manier liet hij dan weer los. Dit is allemaal gebeurd op 30 augustus 2024. Ik heb nog nooit zoveel pijn gehad. Nu heeft hij mij verkracht, hij heeft mij vernederd.

Het aanvullend verhoor van aangeefster [slachtoffer] van 14 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina’s 380 - 391):

V: We hebben ook nog vragen over 30 augustus 2024. Je hebt toen verteld dat hij je getracht had te verwurgen. Wil je ons vertellen hoe hij dit deed, hoe lang dit duurde, wat dit met jou deed.

A: Ik lag op de achterbank. Hoe lang het duurde.. ik zag echt wel zwart voor mijn ogen. Ik dacht toen, het is klaar, ik zie mijn kinderen nooit meer terug. Ik ben nog nooit zo bang geweest voor hem. Ik was echt bang dat hij mijn leven zou ontnemen.

V: Hoe pakte hij je keel vast?

O: Aangeefster legt beide handen in de richting van haar keel.

V: Wat voelde je van zijn handen?

A: Hij kneep heel erg mijn strot dicht.

V: Hoe vaak heeft hij dit gedaan op 30 augustus 2024?

A: Ik denk twee of drie keer.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] van 1 september 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina's 392 - 400):

Donderdagavond [de rechtbank begrijpt: 29 augustus 2024] rond 22.15 uur - 22.30 uur was ik bij mijn moeder toen mijn vader naar mijn moeder belde met de vraag of zij hem kon ophalen omdat de auto het niet deed. Hij stond met de Renault Megane met pech tussen [plaats 2] en [plaats 1]. Mijn moeder bracht mijn vader toen naar de BSO in [plaats 3] want daar stond zijn andere auto, de Audi Q7.

Toen ze thuis kwam vertelde ze dat ze hem morgen naar de auto moest brengen. Ze zou eerst de kinderen naar de BSO brengen en dan hem weer bij de Renault afzetten. Hij zou met de Audi ook bij de BSO komen en dan bij mijn moeder instappen om naar de Renault te rijden. Mijn moeder belde mij vrijdag 30 augustus 2024 om 13.30 uur. Mijn moeder zei dat ik naar huis moest komen en dat het dringend was. Ik was er om 13:50 uur. Ik zag mijn moeder op bed liggen. Ik vroeg haar wat er was gebeurd. Ze zei dit heeft jouw vader gedaan. Ik zei dat ik de politie ging bellen. Mijn moeder zei dat ik dat niet moest doen want dan gaat hij mij echt vermoorden. Zij heeft mij toen alles verteld. Mijn moeder zei dat mijn vader iets uit de kofferbak ging halen van zijn Renault. Hij had de kofferbak van mijn moeders auto ook opengedaan. Toen is hij naast mijn moeder in haar auto gaan zitten. Toen begon hij erover dat mijn moeder een relatie zou hebben. Toen pakte hij mijn moeders telefoon en toen heeft hij alles doorgekeken op Insta. Snapchat, Whatsapp, Galerij, maar hij kon niets vinden en hij werd steeds agressiever. Hij begon te schelden en te schreeuwen zei mijn moeder. Ze vond het wel heel raar want hij had twee stukken tape op zijn broek geplakt. Toen heeft hij een taser uit de Renault gepakt en toen is hij weer naast mijn moeder gaan zitten. Toen heeft hij mijn moeder in haar nek getaserd. Op dat moment heeft mijn moeder haar telefoon proberen te pakken en rende uit de auto, maar zij gleed uit. Toen heeft hij haar gepakt en tape op haar mond gedaan en haar achter in mijn moeders auto gezet. Hij heeft haar handen en voeten vastgemaakt met touw en toen is hij een stukje gaan rijden in haar auto. Mijn moeder moest gaan liggen op de achterbank zodat niemand haar zag. Toen ze een stukje hadden gereden is mijn gestopt en uitgestapt. Hij ging praten met mijn moeder. Mijn vader had de tape van haar mond gehaald. Wel zaten haar handen en voeten nog vast. Mijn vader ging praten en als mijn moeder een verkeerd antwoord gaf dan ging hij haar slaan met zijn vuist. De voeten van mijn moeder had hij op een gegeven moment vrijgemaakt en alleen haar handen zaten nog vast. Toen pakte hij een schaar en ging in mijn moeders kleren knippen zodat zij helemaal naakt was en toen zei ze tegen mij dat hij haar had verkracht. Vervolgens zijn ze naar de BSO gereden waar zijn Q7 stond. Mijn moeder was nog steeds naakt. Toen heeft hij een hoodie aan mijn moeder gegeven. Hij is toen weggegaan in zijn Audi en mijn moeder is naar huis gereden. Toen zij thuiskwam heeft ze mij gebeld. Als ik naar haar voeten en polsen kijk dan zie ik striemen/afdrukken van een touw. Mijn moeder haar wangen waren dik en blauw. Bij een van de oren zag ik bloed. In haar nek zag je afdrukken van een taser en in de nek zaten ook allemaal krassen en bloeduitstortingen.

Het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, te weten letselonderzoek van

[slachtoffer], van 12 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naam : [slachtoffer]

Voornamen : [slachtoffer]

datum letselonderzoek : Letselonderzoek heeft plaatsgevonden op 2 september 2024.

Het letselbeeld bestaat uit 22 over het lichaam verspreide letsels. 20 van de letsels betreffen

huidverkleuringen die geduid kunnen worden als bloeduitstortingen. De meeste verkleuringen bevinden zich in het gelaat, de hals en op de bovenarmen.

Bloeduitstortingen ontstaan door een stomp inwerkende of samendrukkende kracht op de huid en onderliggende weefsels. Stompen/slaan of vastpakken geeft een stompe krachtsinwerking waardoor bloeduitstortingen kunnen ontstaan.

In de hals worden er in de huidverkleuringen aan de rechterzijde ook streepvormige, oppervlakkige huidbeschadigingen gezien die passen bij krasletsel. Krasletsel ontstaat door het bewegen van een scherp/puntig voorwerp over de huid.

Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub 4 Sv, te weten forensische medische letselrapportage met benoeming van 19 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Vast te stellen is dat BE letsels in de hals heeft passend bij niet-fatale strangulatie.

Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Volkswagen [kenteken]) met bijlage van 16 september 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, (pagina's 474 – 477, 484):

Betrokkene

Voertuig

Voertuig : Personenauto

Merk/type : Vw Tiguan

Kleur : Zwart

Land : Bondsrepubliek Duitsland

Kenteken : [kenteken]

Bevindingen

Wij zagen dat het een zwarte Volkswagen Tiguan met Duits kenteken [kenteken] betrof.

Wij zagen, tussen de deur en de achterbank achter de passagiersstoel, een witte BH liggen. Wij zagen aan het textiel van de BH-band dat deze was zeer vermoedelijk doorgesneden / geknipt.

[Afbeelding]

Wij zagen op de achterbank en de vloer onder de achterbank verschillende plukjes haar.

Feit 3

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?