ECLI:NL:RBOVE:2026:1037

ECLI:NL:RBOVE:2026:1037

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 08.093864.25, 02.000020.25 (gev.) en 02.187810.24 (TUL) (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren, het betalen van schadevergoedingen, legt hem contactverboden op met de slachtoffers, beveelt de uitvoering van een bij een eerder vonnis opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden en stelt dat hij ter beschikking wordt gesteld. De verdachte is schuldig bevonden aan meerdere instanties van bedreiging en belaging.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08.093864.25, 02.000020.25 (gev.) en 02.187810.24 (TUL) (P)

Datum vonnis: 26 februari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats],

nu verblijvende in de PI [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 februari 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadslieden, mr. F.H.J. de Graaf en mr. D.J. Franssen, beiden advocaat in Tilburg, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de namens [slachtoffer 1] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] door mr. L.V.S. Cassese en namens [slachtoffer 2] door [naam 1], is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, in de zaak met parketnummer 08.093864.25, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 12 februari 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 maart 2022 tot en met 30 juni 2024 in [plaats 1]/[plaats 2] [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1]) heeft verkracht;

feit 2: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 september 2024 in [plaats 1] [slachtoffer 1] heeft verkracht;

feit 3: in de periode van 1 maart 2022 tot en met 30 juni 2024 in [plaats 1]/[plaats 2] met [slachtoffer 1] heeft aangerand;

feit 4: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 september 2024 in [plaats 1] [slachtoffer 1] heeft aangerand;

feit 5: in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2024 in [plaats 1] kinderporno van [slachtoffer 1] heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven, in bezit gehad en zich daartoe toegang heeft verschaft;

feit 6: op 1 december 2024 in [plaats 1], door middel van geweld een telefoon met betaalpas van [slachtoffer 1] heeft gestolen.

De verdenking komt er, in de zaak met parketnummer 02.000020.25, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 8 december 2024 tot en met 22 december 2024 in [plaats 3]/[plaats 1] [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2]) heeft bedreigd;

feit 2: in de periode van 25 juli 2024 tot en met 31 december 2024 in [plaats 3]/[plaats 1] [slachtoffer 2] heeft belaagd.

Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

1

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2022 tot en met 30 juni 2024 te

[plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland (telkens)

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid,

te weten door (telkens)

- te mishandelen en/of te dreigen met mishandeling,

- verdovende middelen toe te dienen,

- nagenoemde [slachtoffer 1] een keuze te geven tussen seksuele handelingen

ondergaan of geld geven,

- aan te geven dat hij, verdachte, een (seksuele) video-opname (waarop

nagenoemde [slachtoffer 1] seksuele handelingen met zichzelf verricht) zal

verspreiden en/of op internet zal plaatsen,

- voorbij te gaan aan geuite signalen van verzet,

- voort te bouwen op eerder door hem, verdachte, toegepast geweld

en/of

- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer

handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of mond van die

[slachtoffer 1];

2

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 september

2024 te [plaats 1] en/of elders in Nederland (telkens)

met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus en/of mond van die

[slachtoffer 1],

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of

gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, te weten door (telkens)

- te mishandelen en/of te dreigen met mishandeling,

- verdovende middelen toe te dienen,

- genoemde [slachtoffer 1] een keuze te geven tussen seksuele handelingen

ondergaan of geld geven,

- aan te geven dat hij, verdachte, een (seksuele) video-opname (waarop

genoemde [slachtoffer 1] seksuele handelingen met zichzelf verricht) zal

verspreiden en/of op internet zal plaatsen,

- voorbij te gaan aan geuite signalen van verzet,

- voort te bouwen op eerder door hem, verdachte, toegepast geweld

en/of

- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht;

3

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2022 tot en met 30 juni 2024 te

[plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland (telkens)

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid,

te weten door (telkens)

- te mishandelen en/of te dreigen met mishandeling,

- verdovende middelen toe te dienen,

- nagenoemde [slachtoffer 1] een keuze te geven tussen seksuele handelingen

ondergaan of geld geven,

- aan te geven dat hij, verdachte, een (seksuele) video-opname (waarop

nagenoemde [slachtoffer 1] seksuele handelingen met zichzelf verricht) zal

verspreiden en/of op internet zal plaatsen,

- voorbij te gaan aan geuite signalen van verzet,

- voort te bouwen op eerder door hem, verdachte, toegepast geweld

en/of

- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen, te weten

- het vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1],

- het aftrekken van de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te laten masturberen (en daarvan opnamen te (laten)

maken);

4

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 september

2024 te [plaats 1] en/of elders in Nederland (telkens)

met een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1],

- het aftrekken van de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te laten masturberen (en daarvan opnamen te (laten)

maken)

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of

gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, te weten door (telkens)

- te dreigen met mishandeling,

- genoemde [slachtoffer 1] een keuze te geven tussen seksuele handelingen

ondergaan of geld geven,

- aan te geven dat hij, verdachte, een (seksuele) video-opname (waarop

genoemde [slachtoffer 1] seksuele handelingen met zichzelf verricht) zal

verspreiden en/of op internet zal plaatsen,

- voorbij te gaan aan geuite signalen van verzet,

- voort te bouwen op eerder door hem, verdachte, toegepast geweld

en/of

- gebruik te maken van zijn, verdachtes, fysieke en/of mentale overwicht;

5

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december

2024 te [plaats 1] en/of elders in Nederland

meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 1 maart 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b

Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende

afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand (waaronder

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007) die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was

betrokken,

heeft

verspreid en/of aangeboden en/of vervaardigd en/of verworven en/of in

bezit heeft gehad en/of

zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024, artikel 252

Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met

onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon ([slachtoffer 1] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2007) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft

verspreid en/of aangeboden en/of vervaardigd en/of verworven en/of in

bezit heeft gehad en/of

zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten een film/video waarop te zien is dat een persoon (voornoemde

[slachtoffer 1]) zijn penis vasthoudt en masturberende bewegingen maakt;

6

hij op of omstreeks 1 december 2024 te [plaats 1]

een mobiele telefoon (met een betaalpas in hoesje), in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en/of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, door [slachtoffer 1] tegen diens oog/gezicht te slaan;

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

1

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 december 2024

tot en met 22 december 2024 te [plaats 3] en [plaats 3] en/of te [plaats 1], in

elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

- enig misdrijf tegen het leven gericht en/of

- zware mishandeling en/of

- brandstichting,

door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:

- " Want ik steek die kk huis gewoon in brand" en/of

- " Ik steek je nichtje, je neefjes of je broertje als je denkt dat je kan doorgaan" en/of

- " Voordat ik vast kom te zitten heb ik jou gepakt en ik klap jou de kanker in zoals je

nog nooit geklapt bent" en/of

- " Als ik jou bij jou thuis of bij je tante of bij je ma of ergens anders vind ik steek je

de kk in" en/of

- " Als ik jou in me hand krijg, ik ga jou echt pijn doen" en/of

- " Ik breek jou in kk stukjes, ik steek oprecht die osso of hun persoonlijk in de kk

brand" en/of

- " Jou familie gaat ook klappen krijgen, want oprecht ik steek jullie kk huis in de

brand met jullie alllemaal erbij in", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en

met 31 december 2024 te [plaats 3] en [plaats 3], en/of te [plaats 1], in elk

geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders

persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2], door

- die [slachtoffer 2] veelvuldig, in elk geval meermalen, via verschillende

telefoonnummers, te bellen en/of

- die [slachtoffer 2] veelvuldig, in elk geval meermalen, al dan niet bedreigende,

berichten te versturen via WhatsApp en/of SMS en/of Snapchat en/of Facebook

en/of Instagram en/of Tiktok en/of e-mail en/of

- die [slachtoffer 2] veelvuldig, in elk geval meermalen, foto's en/of video's te versturen

via WhatsApp en/of Snapchat en/of Facebook en/of Instagram en/of

- veelvuldig, in elk geval meermalen, contact te zoeken met die [slachtoffer 2] via

verschillende social media platforms en/of

- veelvuldig, in elk geval meermalen, contact te zoeken met familieleden en/of

vrienden/bekenden van die [slachtoffer 2] en/of daarbij (dreigend) te vragen waar die

[slachtoffer 2] is,

met het oogmerk die [slachtoffer 2], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen.

3. De voorvragen

Het standpunt van de verdediging

De raadsman, mr. Franssen, heeft zich op het standpunt gesteld dat de vervolgingsbeslissing ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 08.093864.25, onverenigbaar is met het verbod op willekeur omdat geen enkel redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie hiertoe zou zijn overgegaan. Dit zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie in de zaak met parketnummer 08.093864.25, ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 ontvankelijk is in de vervolging. Het besluit verdachte voor deze feiten te vervolgen is niet lichtzinnig genomen en door meerdere functionarissen bij het Openbaar Ministerie beoordeeld.

Het oordeel van de rechtbank

In artikel 167, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) is aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. In dit geval het verbod van willekeur - dat in strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging - om de reden dat geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Indien een rechter op deze grond tot het oordeel komt dat sprake is van een uitzonderlijk geval waarin het Openbaar Ministerie om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, gelden voor deze beslissing zware motiveringseisen.

Dit leidt ertoe dat, als het Openbaar Ministerie met de beslissing tot vervolging een zaak ter beoordeling aan de rechter heeft voorgelegd, alleen uitzonderlijke met die vervolgingsbeslissing samenhangende omstandigheden beletten dat de rechter een inhoudelijk oordeel velt over de in de tenlastelegging vervatte beschuldigen door de beraadslaging over de in artikel 350 Sv genoemde vragen.

Door de verdediging is aangevoerd dat het dossier is gebaseerd op een verzonnen verhaal van [slachtoffer 1] en geen enkel steunbewijs bevat. De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande volgt dat de lat om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging, erg hoog ligt. In het dossier bevindt zich een aangifte, gedaan namens [slachtoffer 1] door zijn persoonlijk begeleidster, [naam 2] (hierna ook: [naam 2]). [slachtoffer 1] is over de feiten gehoord en verdachte heeft zich ten aanzien van deze feiten veelal op zijn zwijgrecht beroepen. Dat er sprake is van een aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod op willekeur, valt naar het oordeel van de rechtbank uit het voorgaande niet af te leiden.

Gelet hierop verwerpt de rechtbank het verweer en oordeelt dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de feiten 1 tot en met 4 onder parketnummer 08.093864.25.

De rechtbank heeft – ook overigens – vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van de overige feiten en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten, zoals ten laste gelegd onder parketnummer 08.093864.25, wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Het dossier bevat, naast de verklaring van [slachtoffer 1], voldoende steunbewijs dat de verklaring van [slachtoffer 1] ondersteunt.

Ook de feiten, zoals ten laste gelegd onder parketnummer 02.000020.25, kunnen wettig en overtuigend worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Mr. Franssen heeft zich in de zaak met parketnummer 08.093864.25 ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat het aan verdachte verweten seksueel misbruik nooit heeft plaatsgevonden. [slachtoffer 1] heeft het verhaal over seksueel misbruik gepleegd door verdachte verzonnen. De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 5, het vervaardigen van kinderporno, primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken vanwege het ontbreken van het vereiste opzet. Subsidiair zou verdachte moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat er sprake is van overmacht in de zin van een noodtoestand. Tot slot heeft de raadsman zich ten aanzien van feit 6 ook op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft een overtuigend alternatief scenario geschetst, namelijk dat [slachtoffer 1] de telefoon aan verdachte heeft overhandigd en toen is weggefietst.

Mr. De Graaf heeft zich in de zaak met parketnummer 02.000020.25 op het standpunt gesteld dat verdachte van feit 1 moet worden vrijgesproken omdat niet geconcludeerd kan worden dat de geuite bedreigingen in [plaats 3] en/of [plaats 1] zijn gepleegd. De pleegplaats is, gelet op de grondslagleer van de Hoge Raad, essentieel. Ook is niet uitgesloten dat verdachte en/of [slachtoffer 2] zich in het buitenland hebben bevonden waarmee “in elk geval in Nederland” ook niet als redding kan gelden. Daarnaast zou ook vrijspraak moeten volgen omdat niet vaststaat dat bedreigingen in de tenlastegelegde periode hebben plaatsgevonden. Tot slot heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat ook vrijspraak voor feit 2 moet volgen. In de eerste plaats kan niet worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] de inmenging in haar persoonlijke levenssfeer onwenselijk vond en ten tweede staat niet vast dat de vermeende inbreuk in [plaats 3] en/of [plaats 1] is gepleegd.

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

Inleiding

Verdachte en [slachtoffer 1] zijn halfbroers van elkaar. Zij hebben dezelfde biologische vader. Toen [slachtoffer 1] ongeveer 14 jaar was hoorde hij, van zijn oom, van het bestaan van verdachte. [slachtoffer 1] heeft verdachte via social media opgezocht waarna de halfbroers met elkaar in contact zijn gekomen.

Feiten 1 tot en met 4

Verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat hij in de periode van 1 maart 2022 tot en met 27 september 2024 [slachtoffer 1] heeft verkracht dan wel ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] heeft gepleegd.

- Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Dat betekent dat de enkele verklaring van een aangever onvoldoende is. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring “niet op zichzelf staat”, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. De rechtbank benadrukt dat deze maatstaf omtrent het toereikend zijn van een verklaring dient te worden onderscheiden van de beoordeling of een verklaring betrouwbaar is. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

- Verklaring [slachtoffer 1]

heeft aan [naam 2] verteld én op een whiteboard geschreven dat hij is “misbruikt op seksueel gebied” door verdachte. [slachtoffer 1] heeft aangegeven dat het seksueel misbruik acht of negen keer heeft plaatsgevonden, in de periode van april/mei 2024 tot en met juli 2024. Het misbruik vond onder meer plaats in de woning van de biologische vader van [slachtoffer 1] en verdachte. Verdachte pakte het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] en probeerde hem te masturberen [de rechtbank begrijpt: af te trekken]. [slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat dit hem pijn heeft gedaan en dat hij hiervoor naar de huisarts is geweest. Op de vraag van [naam 2] hoe [slachtoffer 1] en verdachte seks hadden heeft [slachtoffer 1] geantwoord: “via achteren zeg maar, waar je ook hoopje doet”.

- Verklaring verdachte

Verdachte ontkent dat er sprake is geweest van seksuele handelingen tussen hem en [slachtoffer 1] en beroept zich verder op zijn zwijgrecht.

- Bewijsoverweging

Het komt in deze zaak aan op de vraag of het dossier voldoende steunbewijs bevat dat de verklaring van [slachtoffer 1] kan ondersteunen. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De aangifte door [naam 2] is gebaseerd op de verklaring van [slachtoffer 1] en daarmee afkomstig uit dezelfde bron. [slachtoffer 1] is hierover zelf nader verhoord in een studioverhoor. De verklaring die [slachtoffer 1] heeft afgelegd is naar het oordeel van de rechtbank zeer algemeen van aard. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte met zijn hand aan zijn, [slachtoffer 1], geslachtsdeel (pipi) zat. Over de tenlastegelegde gedragingen, te weten het binnendringen door verdachte in de anus of mond van [slachtoffer 1], heeft [slachtoffer 1] geen nadere verklaring gegeven anders dan dat het binnendringen van verdachtes penis in zijn anus acht tot negen keer zou zijn gebeurd en het binnendringen van verdachte penis in zijn mond, één keer. [slachtoffer 1] heeft geen specifieke details gegeven zoals over wanneer dit zou zijn gebeurd, onder welke omstandigheden en waar dit precies was. Naast de verklaring van verdachte en de daar uit voortvloeiende aangifte door [naam 2] zijn er geen andere bewijsmiddelen in het dossier die de verklaring van [slachtoffer 1] over de seksuele handelingen ondersteunen. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat niet is voldaan aan het vereiste bewijsminimum en spreekt verdachte vrij van hetgeen hem onder de feiten 1 tot en met 4 ten laste is gelegd.

Nu verdachte van deze feiten wordt vrijgesproken komt de rechtbank niet toe aan de vraag of de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar is. De rechtbank merkt op dat de betrouwbaarheid van [slachtoffer 1] verklaring door de raadslieden slechts is betwist voor wat betreft de feiten 1 tot en met 4. Nu het betrouwbaarheidsverweer zich niet richt tegen de gehele verklaring van [slachtoffer 1] zal de rechtbank zich in dit vonnis verder niet uitlaten over de betrouwbaarheid, omdat zij hier ook ambtshalve niet aan twijfelt.

Feit 5

Vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte heeft op 16 november 2024 een filmpje verstuurd naar Ambiq. Op het filmpje is te zien dat [slachtoffer 1], die op dat moment 17 jaar was, zich masturbeert op het toilet bij Ambiq.

De overwegingen van de rechtbank

- Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] hem ongevraagd en ongewenst seksueel getinte afbeeldingen en filmpjes heeft gestuurd. Verdachte heeft [slachtoffer 1] hier op aangesproken. Toen dat niet hielp heeft verdachte het bij de begeleiding van [slachtoffer 1] neergelegd in de hoop dat zij hem zouden kunnen helpen.

- De bewezenverklaring

Aan verdachte is het verspreiden en in bezit hebben van kinderporno ten laste gelegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 16 november 2024 een filmpje waarop [slachtoffer 1] is te zien terwijl hij masturbeert, aan Ambiq heeft verstuurd. Dit filmpje heeft verdachte, zo heeft hij verklaard, ontvangen van [naam 3] (hierna ook: [naam 3]). [naam 3] heeft de telefoon van verdachte gefilmd terwijl verdachte met [slachtoffer 1] aan het beeldbellen was. Verdachte heeft dus het van [naam 3] verworven filmpje, aangeboden aan Ambiq en het daarmee ook in zijn bezit gehad. In deze gedragingen ligt het vereiste opzet reeds besloten. Een andere uitleg van het opzetvereiste vindt geen steun in het recht.

Door de verdediging is subsidiair aangevoerd dat handelen in strijd met een norm gerechtvaardigd kan zijn wanneer een zwaarder wegende plicht, in dit geval het stoppen van grensoverschrijdend gedrag, prevaleert. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Verdachte had in dit geval geen enkele verplichting een filmpje te verwerven en aan te bieden aan Ambiq. Als er al sprake zou zijn van een dergelijke plicht dan had verdachte naar de politie moeten gaan. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat er 2 minuten en 46 seconden werd ge(video)beld en dat er nadien een WhatsApp gesprek heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer 1] en verdachte waarin verdachte zegt: “ik ga je pa zo die dingen sturen op dm” en “ja” met twee lachende poppetjes. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook geenszins de beweerdelijk gevoelde noodzaak voor verdachte om belastend materiaal te verwerven en te verspreiden om zodoende grensoverschrijdend gedrag te stoppen.

Hoewel uit de door verdachte genoemde reden van verspreiding en het verdere dossier zou kunnen volgen dat er sprake is van meerdere pornografische afbeeldingen en video’s van [slachtoffer 1], ziet de tenlastelegging slechts op het ene hiervoor beschreven filmpje. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde onder 5, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Feit 6

Vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 1 december 2024 treffen [slachtoffer 1] en verdachte elkaar in [plaats 1]. Nadien fietst [slachtoffer 1] van verdachte weg en gaat hij meteen naar de politie. Hier doet [slachtoffer 1] aangifte van diefstal met geweld tegen verdachte. [slachtoffer 1] heeft zichtbaar letsel, namelijk een schram bij zijn linkeroog en een bloeduitstorting op zijn oogwit. Verdachte heeft die avond, met de pinpas van verdachte, € 10,00 gepind.

De overwegingen van de rechtbank

- Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1], op verzoek van verdachte, de telefoon heeft afgegeven. Daarna is [slachtoffer 1] weggefietst. Omdat verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] nog had, is hij achter hem aangefietst maar is hij [slachtoffer 1] kwijt geraakt. De pinpas van [slachtoffer 1] zat achter zijn telefoon. Verdachte heeft vervolgens € 10,00 gepind omdat hij nog geld tegoed had voor een trainingspak. Hoe [slachtoffer 1] aan het geconstateerde letsel is gekomen weet verdachte niet.

- De bewezenverklaring

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] meteen na de confrontatie met verdachte naar de politie is gefietst om aangifte te doen. Uit deze aangifte volgt dat verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] heeft afgepakt en dat hij [slachtoffer 1] een klap op zijn oog heeft gegeven. Dit vindt ook steun in de andere bewijsmiddelen. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat [slachtoffer 1] in paniek bij het bureau is aangekomen en dat hij zichtbaar letsel heeft. Verder volgt ook uit de bewijsmiddelen dat verdachte pint bij een geldmaat, wat verdachte overigens ook heeft bekend, en dat er een bedrag van € 10,00 van de rekening van [slachtoffer 1] is afgeschreven. De verklaring van verdachte dat hij € 10,00 tegoed had van [slachtoffer 1], omdat [slachtoffer 1] zijn trainingspak had gedragen en het pak daardoor was uitgerekt, is volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte heeft dit eerst ter zitting verklaard, het duidt op eigen richting en voorts is het gelet op de stof van een trainingspak niet aannemelijk dat dit uitrekt als iemand met een ander postuur dit eenmalig draagt.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] heeft gestolen en hierbij geweld heeft gebruikt.

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

Vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

[slachtoffer 2] en verdachte krijgen omstreeks mei 2024 een relatie. Over de duur van de relatie verschillen [slachtoffer 2] en verdachte van mening. In juni 2024 doet [slachtoffer 2] aangifte van mishandeling gepleegd door verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en krijgt tevens een locatie- en contactverbod met [slachtoffer 2]. Verdachte blijft sinds zijn veroordeling contact opnemen met [slachtoffer 2] of met mensen uit haar nabije omgeving. Op 22 december 2024 doet [slachtoffer 2] aangifte van bedreiging en belaging door verdachte.

De overwegingen van de rechtbank

- De verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij zich heeft laten leiden door zijn emoties en dingen heeft gezegd die hij beter niet had kunnen zeggen. Verder heeft hij verklaard dat hij zich kan voorstellen dat [slachtoffer 2] hier bang van werd maar dat het alleen bij dreigen zou zijn gebleven. Tot slot heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer 2] ook zelf contact met hem is blijven zoeken.

- Ten aanzien van feit 1, de bedreiging

Aan verdachte is onder dit parketnummer als eerste feit ten laste gelegd dat hij [slachtoffer 2] heeft bedreigd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in de periode van 8 december 2024 tot en met 22 december 2024 diverse bedreigingen heeft geuit zowel via allerlei social media kanalen, zoals WhatsApp, Instagram en Facebook Messenger, als via voicemailberichten aan [slachtoffer 2]. In de berichten zijn teksten te lezen zoals: “ik klap je de kk in, zoals je nog nooit geklapt bent”, “ik ga jou familie dood maken”, “ik meen het. Als ik jou in me handen krijg. Ik ga jou echt pijn doen. Op alles. Ik breek jou in kk stukjes”, “ik ga jou van kant maken als je denkt dat je kan doorgaan naar een volgende. Ik trek jou persoonlijk uit het leven als jij denkt je kan mij zo behandelen niets eerlijk zijn maar wel door naar de volgende.” en “Als jou kk hoeren tante deze dingen leest zou maar beter normaal gaan zetten voor jullie kk huis in de brand gezet gaat worden. Want oprecht ik steek jullie kk huis in de brand met jullie allemaal erbij in.”. Verdachte is veroordeeld voor een mishandeling van [slachtoffer 2] en uit de bewijsmiddelen volgt dat hij een foto aan [slachtoffer 2] heeft gestuurd waarop een voorwerp is te zien dat lijkt op een vuurwapen. De rechtbank is gelet op het voorgaande dan ook van oordeel dat door de bedreigingen en de omstandigheden waaronder deze zijn geuit bij [slachtoffer 2] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte haar van het leven zou beroven, haar zwaar zou mishandelen dan wel dat hij haar huis of het huis van haar tante in brand zou steken.

Ten aanzien van het standpunt van de verdediging dat de rechtbank niet kan komen tot een bewezenverklaring omdat niet uit het dossier volgt dat de bedreigingen in Nederland zijn geuit, omdat het mogelijk is dat zowel [slachtoffer 2] als verdachte zich buitenland bevonden, merkt de rechtbank op dat dit naar haar oordeel een louter theoretische mogelijkheid is. Zowel verdachte als [slachtoffer 2] hebben niets verklaard over een eventueel verblijf in het buitenland. Dat dit anders zou zijn is op geen enkele manier onderbouwd en vindt ook geen steun in het dossier.

Gelet op hetgeen hiervoor overwogen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

- Ten aanzien van feit 2, de belaging

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte nadat [slachtoffer 2] aangifte tegen hem heeft gedaan voor mishandeling, veelvuldig met haar contact is blijven opnemen, ondanks een contactverbod. Verdachte gebruikte verschillende telefoonnummers, meerdere accounts en diverse social media om met [slachtoffer 2] in contact te blijven. Hij stuurde tekstberichten, spraakberichten, foto’s en video’s met scheldwoorden en dreigende teksten zoals: “Kanker hoer. Ik heb er nu al rekening mee gehouden dat ik binnenkort toch vast ga zitten voor onbepaalde tijd” en “Want dit gaat voor niemand goed eindigen. Geloof me. Voor dat ik vast kom te zitten. Heb ik jou gepakt. Ik ga jou familie dood maken als jij mij voor de gek houd.” Uit de berichten volgt ook dat [slachtoffer 2] verdachte op verschillende social media heeft geblokkeerd. Zo stuurt hij in WhatsApp: “Je wil me ook overleg blokkeren toch. Kanker Facebook, threads nu Tiktok”. In september 2024 is [slachtoffer 2] uit haar huis gevlucht uit angst voor verdachte en is zij bij haar tante gaan wonen. Verdachte nam ook contact op met deze tante, [naam 5], waar zij aangifte van heeft gedaan. [slachtoffer 2] is vervolgens ergens ondergedoken. Uit de verklaring van getuige [getuige] volgt dat [slachtoffer 2] “steeds gebeld” werd en dat [slachtoffer 2] verklaarde dat verdachte nog iedere dag contact met haar opnam. Op

19 september 2024 is [slachtoffer 2] zelfs 53 keer gebeld door verdachte. [slachtoffer 2] heeft op

16 oktober 2024 en op 7 november 2024 ten overstaan van de hulpverlening verklaard dat verdachte nog dagelijks contact met haar zoekt. En zoals hiervoor onder feit 1 overwogen heeft hij ook in december 2024 bedreigingen geuit aan het adres van [slachtoffer 2].

De rechtbank is gelet op het voorgaande, bezien in het licht van de overige bewijsmiddelen, van oordeel dat verdachte gedurende een periode van een aantal maanden stelselmatig, intensief en veelvuldig met [slachtoffer 2] contact heeft opgenomen door haar te bellen en berichten te sturen met de bedoeling haar vrees aan te jagen. Door de aard en de inhoud van de berichten ontstond bij [slachtoffer 2] de vrees dat hij haar en haar familie wat zou aandoen. [slachtoffer 2] moest zelfs onderduiken vanwege het gedrag van verdachte. Verdachte heeft hiermee, naar het oordeel van de rechtbank een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2]. De rechtbank acht hiermee het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen

Wat betreft het standpunt van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat de ten laste gelegde gedragingen in [plaats 3] en/of [plaats 1] zijn gepleegd verwijst de rechtbank naar hetgeen hierover bij feit 1 is overwogen

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

5

hij in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2024 te [plaats 1] of elders in Nederland

een visuele weergave van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon ([slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken

heeft verspreid en aangeboden en verworven en in bezit heeft gehad

te weten een film/video waarop te zien is dat een persoon (voornoemde [slachtoffer 1]) zijn penis vasthoudt en masturberende bewegingen maakt;

6

hij op 1 december 2024 te [plaats 1]

een mobiele telefoon (met een betaalpas in hoesje),die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, door [slachtoffer 1] tegen diens oog/gezicht te slaan;

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

1

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 8 december 2024 tot en met 22 december 2024 te [plaats 3] en [plaats 3] en/of te [plaats 1], in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

- enig misdrijf tegen het leven gericht en

- zware mishandeling en

- brandstichting,

door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:

- " Want ik steek die kk huis gewoon in brand" en

- " Ik steek je nichtje, je neefjes of je broertje als je denkt dat je kan doorgaan" en

- " Voordat ik vast kom te zitten heb ik jou gepakt en ik klap jou de kanker in zoals je nog nooit geklapt bent" en

- " Als ik jou bij jou thuis of bij je tante of bij je ma of ergens anders vind ik steek je de kk in" en

- " Als ik jou in me hand krijg, ik ga jou echt pijn doen" en

- " Ik breek jou in kk stukjes, ik steek oprecht die osso of hun persoonlijk in de kk brand" en

- " Jou familie gaat ook klappen krijgen, want oprecht ik steek jullie kk huis in de brand met jullie allemaal erbij in";

2

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 25 juli 2024 tot en met 31 december 2024 te [plaats 3] en [plaats 3], en/of te [plaats 1], in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2], door

- die [slachtoffer 2] veelvuldig via verschillende telefoonnummers te bellen en

- die [slachtoffer 2] veelvuldig al dan niet bedreigende berichten te versturen via WhatsApp en SMS en Snapchat en Facebook en Instagram en Tiktok en e-mail en

- die [slachtoffer 2] veelvuldig foto's en video's te versturen via WhatsApp en Snapchat en Facebook en Instagram en

- veelvuldig contact te zoeken met die [slachtoffer 2] via verschillende social media platforms en

- veelvuldig contact te zoeken met familieleden en vrienden/bekenden van die [slachtoffer 2] en daarbij (dreigend) te vragen waar die [slachtoffer 2] is, met het oogmerk die [slachtoffer 2], te dwingen iets, te dulden en vrees aan te jagen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 252, 285, 285b en 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

feit 5

het misdrijf: een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben;

feit 6

het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met zware mishandeling

en

bedreiging met brandstichting;

feit 2

het misdrijf: belaging.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte de maatregel tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna ook: tbs) op te leggen met daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Verder heeft de officier van justitie gevorderd om, mocht de rechtbank geen tbs-maatregel opleggen, de door de reclassering geadviseerde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en een gebiedsverbod voor de woonplek van [slachtoffer 1], voor de duur van vijf jaren.

Het standpunt van de verdediging

Mr. De Graaf heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich aan meerdere strafbare feiten schuldig gemaakt en daarbij in ieder geval twee slachtoffers gemaakt.

De rechtbank acht verdachte schuldig aan het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno en een diefstal met geweld. Beide feiten zijn gepleegd tegen zijn halfbroertje [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] is een kwetsbare jongen vanwege zijn lage IQ en gedragsproblematiek. [slachtoffer 1] was erg blij een halfbroer te hebben. Verdachte heeft op misselijke wijze misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer 1] en hem daardoor in een loyaliteitsconflict gebracht. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] vreselijk bang was dat er (naakt)foto’s of een filmpje van hem online zouden worden gezet door verdachte. Door zo te handelen heeft verdachte geen enkele rekening gehouden met de gevoelens van [slachtoffer 1] en met zijn lichamelijke integriteit.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank verdachte voor de bedreiging en belaging van zijn ex-vriendin [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] is haar huis uit gevlucht vanwege het gedrag van verdachte. Door zo te handelen heeft hij een enorme inbreuk gemaakt op de privacy, de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van [slachtoffer 2], maar ook op die van haar familie. Daar komt bij dat verdachte al een contact- en locatieverbod had met [slachtoffer 2] vanwege een veroordeling voor mishandeling. In plaats van [slachtoffer 2] met rust te laten heeft verdachte stelselmatig contact met haar proberen op te nemen.

Namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is de impact van de feiten ter terechtzitting indringend naar voren gebracht tijdens de spreekrechtverklaringen.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict, te weten de mishandeling van [slachtoffer 2], waarvoor hij nog in een proeftijd liep. Ook is artikel 63 van toepassing.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de over verdachte opgemaakte deskundigen rapportages.

Er is over verdachte een multidisciplinair pro justitia rapport, met bijlagen, opgemaakt door C.M.A. Matton, psychiater, R.J.A. van Helvoirt, GZ-psycholoog en [naam 6], forensisch milieuonderzoeker, van 4 november 2025. De rapporteurs hebben een gezamenlijk rapport opgesteld dat, kort en zakelijk weergegeven, het volgende inhoudt.

De kern van de problematiek bij betrokkene ligt in zijn persoonlijkheid en dan met name in het aanwezige basale wantrouwen in de ander. Er is sprake van een hechtingsstoornis die zich al vanaf vroege leeftijd heeft ontwikkeld als gevolg van het opgroeien binnen onveilige en mishandelende omstandigheden. Verdachte was hierdoor voor zijn gevoel sterk op zichzelf aangewezen. Doordat verdachte het gemis van genegenheid, verbondenheid en het ergens deel van uit te maken wil compenseren heeft zich een lastig interactiepatroon ontwikkeld. Enerzijds is er de harde antisociale en wantrouwende kant in de persoonlijkheid van verdachte die hij heeft ontwikkeld om zichzelf te beschermen maar waarmee hij zich ook toe-eigent waar hij recht op meent te hebben. Aan de andere kant is er een hang naar verbondenheid met een voor hem betekenisvolle ander. De behoefte van verdachte aan een betekenisvolle relatie maar zijn onvermogen dat adequaat vorm te geven zal er snel toe leiden dat de ander het contact verbreekt waardoor verdachte wordt bevestigd in zijn beeld dat hij aan de kant gezet wordt. Deze vicieuze cirkel is lastig te doorbreken en tot dusver onvoldoende behandeld. Vorengaande laat zich in classificerende zin vertalen naar een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline en narcistische trekken. Er is sprake van een langer bestaand, duurzaam en star patroon van disfunctioneren op diverse intra- en interpersoonlijke functiedomeinen wat leidt tot beperkingen op diverse levensgebieden en waarvan het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid. Daarnaast kan worden gesproken van een patroon van instabiele en intense interpersoonlijke relaties en van een duidelijke reactiviteit van de stemming (borderline trekken), van een gebrek aan empathie en van een soms arrogante en hooghartige houding (narcistische trekken). Deze stoornis was ook aanwezig ten tijde van alle ten laste gelegde feiten.

De rapporteurs zien met name risico’s als het gaat om het komen tot geweld. Dit heeft te maken met de verschillende, in de pathologie van verdachte aanwezige, risicofactoren, zoals een persoonlijkheidsstoornis, een verhoogde mate van impulsiviteit, een gebrekkige emotionele controle en de moeite die verdachte heeft met het zich conformeren aan opgelegde maatregelen. Ten aanzien van de belaging wordt het risico op volharding als ‘matig’ ingeschat en het risico op een terugval in belagingsgedrag richting [slachtoffer 2] als ‘laag tot matig’. Het gevaar op gewelddadig gedrag wordt als verhoogd ingeschat, zowel naar [slachtoffer 2] als in het algemeen. Voor zedendelicten is er, indien bewezen verklaard, een bovengemiddeld/hoog recidive risico. Er zijn bij verdachte weinig beschermende factoren die tot verlaging van het recidiverisico kunnen leiden.

Er is sprake van een ernstige persoonlijkheidsstoornis waarbij het op basis van het verleden van verdachte de vraag is of hij in staat is een langer durende behandelrelatie aan te gaan. De rapporteurs schatten dit echter positief in waarbij het wel van belang wordt geacht dat er voldoende stabiliteit in zowel tijd als persoon wordt geboden, omdat het verdachte juist aan stabiliteit en betrouwbaarheid heeft ontbroken in zijn leven.

De rapporteurs zijn van mening dat een tbs met voorwaarden haalbaar is omdat er bij verdachte wel enig probleembesef bestaat en hij ook gemotiveerd is voor behandeling. Verdachte heeft zich bereid getoond zich te houden aan voorwaarden. Als voorwaarden dienen opgelegd te worden een klinische en later in het traject een ambulante (psychotherapeutische) behandeling (schematherapie en traumabehandeling), een verbod op middelengebruik, meewerken aan reclasseringstoezicht en een contact- en gebiedsverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Tot slot adviseren de rapporteurs om de bedreiging en belaging verminderd toe rekenen. Door emotieregulatieproblemen en een tekortschietende coping die voortkomt uit zijn persoonlijkheidsstoornis, was verdachte niet in staat en om een dreigende relatiebreuk te hanteren. De andere feiten kunnen aan verdachte worden toegerekend.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies, opgemaakt door [naam 4] (hierna ook: [naam 4]), reclasseringswerker, en door [naam 7], unitmanager, van 28 januari 2026. Het rapport houdt, kort en zakelijk weergegeven, het volgende in.

De reclassering sluit zich aan bij de adviezen van de rapporteurs uit voornoemd pro justitia rapport. Er is een dwingend forensisch behandelkader noodzakelijk waarbij naar de mening van de reclassering een intensieve klinische behandeling geïndiceerd is. Naast de ongunstige en zorgelijke ontwikkelingen in zijn persoonlijkheidsontwikkeling is er sprake van aanhoudend delictgedrag, overtreding van voorwaarden en recidive gedurende een lopende proeftijd. Ondanks de recente inzet van diverse interventies, is dit onvoldoende geweest om te komen tot stabiliteit in de leefomstandigheden en gedragsverandering. De combinatie van een aanhoudende onstabiele leefsituatie, een verschil van inzicht tussen verdachte en zijn behandelaars over de inhoud van de behandeling en een gebrek aan intrinsieke motivatie hebben gemaakt dat verdachte niet heeft kunnen profiteren van behandeling gericht op zijn persoonlijkheidsproblematiek. Gelet hierop is de reclassering van oordeel dat de behandeling klinisch moet starten, van voldoende lange duur is en gevolgd moet worden door een (langdurige) ambulante behandeling. Alles afwegende is de reclassering van oordeel dat, gelet op het delictverleden, de ernst van de (recidiverende) feiten en de noodzaak tot klinische behandeling vanwege de hoge kans op recidive, een tbs met voorwaarden het meest passende kader is. Er is twijfel geweest over de haalbaarheid vooral omdat verdachte tot nog toe niet is aangehaakt bij aangeboden behandeltrajecten en er ondanks intensieve ambulante inzet en toezicht geen positieve gedragsverandering is gerealiseerd. Op basis van de bevindingen, de huidige motivatie en zijn bereidheid tot medewerking, ziet de reclassering voldoende grond om een samenwerking met verdachte aan te gaan en een plan van aanpak op te stellen in het kader van een tbs met voorwaarden. Verdachte heeft zich bereid verklaard duurzaam en betrouwbaar mee te werken. De reclassering adviseert positief over een tbs met voorwaarden en kan het toezicht daarop uitoefenen.

Het rapport is ter terechtzitting toegelicht door [naam 4], kort en zakelijk weergegeven, als volgt.

De reclassering ziet mogelijkheden met verdachte en zien bij hem ook een doorleefde motivatie. Hierbij is een klinische start essentieel omdat alles wat tot nog toe ambulant is ingezet onvoldoende is gebleken om verdachte aangehaakt te houden. Het is de vraag of verdachte voldoende inzicht en zelfreflectie heeft om te weten wat zijn gedrag met zijn omgeving doet. De reclassering denkt dat hij eerst behandeld moet worden om een gedragsverandering te ontwikkelen. Vanuit de theorie wordt vaak een omslagpunt gezien bij jongeren van midden twintig. Zij maken dan andere keuzes dan eerder. Verder ziet de reclassering bij verdachte een intrinsieke motivatie, mede ingegeven door zijn huidige detentie en de wetenschap wat hem boven het hoofd hand. De reclassering wil hem een kans geven. Gelet op de beschermende factoren (het intelligentieniveau van verdachte) en het feit dat er wel enig inzicht bij hem is, worden er mogelijkheden gezien. Er is veel werk aan de winkel maar verdachte krijgt het voordeel van de twijfel.

De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen en stelt op basis daarvan vast dat de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 02.000020.25, de bedreiging en de belaging van [slachtoffer 2], verminderd aan verdachte moeten worden toegerekend.

De strafmodaliteit en de hoogte daarvan

- Gevangenisstraf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van bewezenverklaarde feiten niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Omdat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van een aantal tenlastegelegde feiten en omdat de rechtbank een deel van het bewezenverklaarde verminderd aan verdachte toerekent, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het de oplegging van de hierna te noemen maatregel. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

- TBS met voorwaarden

De rechtbank stelt allereerst vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een tbs is voldaan. Oplegging van de TBS maatregel is enkel mogelijk voor de in artikel 37a lid 1 sub 2 opgesomde delicten. De bewezenverklaarde feiten in bezit hebben van kinderporno en diefstal met geweld zijn misdrijven waarop, naar de wettelijke omschrijving, een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. De bewezenverklaarde bedreiging en belaging zijn misdrijven die afzonderlijk genoemd worden in artikel 37a, eerste lid, onder 2, Sr. Ook bestond er bij verdachte, tijdens het begaan van de feiten, een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens. Verder is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereist. De deskundigen rapporteren een verhoogd risico voor gewelddadig gedrag en een hoog recidiverisico voor zedendelicten wanneer betrokkene geen behandeling krijgt voor zijn persoonlijkheidsstoornis.

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of TBS met voorwaarden passend is. De raadslieden hebben bepleit dat de TBS-maatregel niet proportioneel is, ook niet met voorwaarden. Zij negeren hiermee niet alleen de rapporten van de deskundigen, maar ook het door verdachte aan zijn laars lappen van een eerder strafrechtelijk opgelegd contactverbod met [slachtoffer 2] die ook in onderhavige zaak slachtoffer is. Namens verdachte wordt geen blijk gegeven van enige zelfreflectie, zodat in feite TBS met dwangverpleging wordt bepleit. Ondanks dit pleidooi heeft de rechtbank de maatregel met voorwaarden overwogen.

De rechtbank is van oordeel dat oplegging van de maatregel tbs met voorwaarden, passend en noodzakelijk is in het kader van beveiliging van de maatschappij en de beperking van het recidiverisico. De rechtbank baseert deze beslissing op de inhoud van de hiervoor genoemde rapporten en de ernst van de feiten. De rechtbank weegt mee dat verdachte eerder niet is aangehaakt bij aangeboden behandeltrajecten in een vrijwillig kader. Ondanks een intensieve ambulante inzet en toezicht is er nog geen positieve gedragsverandering gerealiseerd. Door een tbs met voorwaarden op te leggen wordt er een noodzakelijk geacht dwingend kader geboden waarmee kan worden voorkomen dat verdachte door beperkt ziekte-inzicht de noodzakelijke langdurige en intensieve behandeling vroegtijdig beëindigt of deze niet volledig aangaat. Gelet op het advies van de reclassering, de toelichting van [naam 4] die wijst op (enig) aanwezig zelfinzicht bij verdachte en de angst van verdachte dat de tbs met voorwaarden omgezet gaat worden in een tbs met dwangverpleging, geeft de rechtbank verdachte het voordeel van de twijfel.

De rechtbank zal het advies van de reclassering overnemen en alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden aan de tbs verbinden. Verdachte heeft zich bereid verklaard en gemotiveerd getoond zich aan alle gestelde voorwaarden te houden.

De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt onder andere opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Met het oog op artikel 38e Sr kan de totale duur van de tbs bij omzetting van een tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging, daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

- Dadelijke uitvoerbaarheid

Gelet op het advies van de deskundigen omtrent het recidivegevaar, is de rechtbank van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Ook een eerdere veroordeling heeft verdachte aan zijn laars gelapt. Hij heeft gedurende zijn proeftijd [slachtoffer 2] bedreigd en belaagd waardoor zij moest onderduiken. Daarbij is het van belang dat verdachte, zodra er een behandelplek of overbruggingszorg voor hem beschikbaar is, hij kan starten met zijn klinische behandeling. Daarom zal de rechtbank toepassing geven aan het bepaalde in artikel 38, zesde lid, Sr en bevelen dat de bij de tbs-maatregel te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

- GVM

De deskundigen hebben geconcludeerd dat er sprake is van een langer bestaand, duurzaam en star patroon van disfunctioneren op diverse intra- en interpersoonlijke functiedomeinen wat leidt tot beperkingen op diverse levensgebieden. Een behandeling hiervoor is tot op heden nog niet van de grond gekomen mede doordat verdachte moeite heeft om zich te conformeren aan opgelegde maatregelen. Verder achten de deskundigen het van belang dat er ten aanzien van de behandelrelatie voldoende stabiliteit in tijd en persoon wordt geboden. Gelet hierop is de rechtbank er niet van overtuigd dat de risico’s, voortkomend uit de gediagnosticeerde stoornis na de tbs niet meer aanwezig zullen zijn. De rechtbank zal daarom, ambtshalve, overgaan tot oplegging van een maatregel op grond van artikel 38z Sr, die strekt tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking. De rechtbank acht de oplegging van de maatregel noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. Verder is aan alle wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel voldaan.

- Vrijheidsbeperkende maatregel

Er is verzocht aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v op te leggen. De rechtbank acht, gelet op de op te leggen tbs-maatregel met voorwaarden en de oplegging van de GVM maatregel, het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel niet opportuun.

De voorlopige hechtenis

In zijn arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1729, r.o. 6.5.) heeft de Hoge Raad uiteengezet dat er geen mogelijkheid bestaat om een nog niet onherroepelijk geworden dadelijk uitvoerbare tbs-maatregel met voorwaarden ‘om te zetten’ in een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege.

De rechtbank zal met het oog daarop bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte voor zijn klinische behandeling binnen een zorginstelling of een soortgelijke instelling dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging zal worden opgenomen. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, dan bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier wordt de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen gewaarborgd. Aan de schorsing zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als te stellen in het kader van de tbs-maatregel.

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de inbeslaggenomen telefoontoestellen moeten worden onttrokken aan het verkeer.

Door de verdediging is geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde Iphone met goednummer G2810857 vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met behulp van dit voorwerp de feiten zijn begaan of voorbereid.

8. De schade van benadeelden

De vorderingen van de benadeelde partijen

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 26.000,00 (zesentwintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen geheel kunnen worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

Mr. Franssen heeft zich, in de zaak met parketnummer 08.093864.25, primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 1], gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering te matigen tot een bedrag van € 2.500,00.

Mr. de Graaf heeft zich, in de zaak met parketnummer 02.000020.25, primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 2], gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dat de vordering moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering te matigen tot een bedrag van € 750,00.

Het oordeel van de rechtbank

- [slachtoffer 1] (parketnummer 08.093864.25)

Wat betreft de gevorderde immateriële schade, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] door het bewezenverklaarde onder 6, diefstal met geweld, lichamelijk letsel heeft opgelopen. Op grond van artikel 6:106, aanhef, onder b, Burgerlijk Wetboek (BW), heeft [slachtoffer 1] recht op een vergoeding van immateriële schade.

Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat er van [slachtoffer 1] een video is, waarop hij masturberend is te zien (feit 5). [slachtoffer 1] is een willoos werktuig geworden van zijn eigen halfbroer. Uit de chatgesprekken in het dossier blijkt ook dat [slachtoffer 1] erg bang is dat de video online komt. Gelet hierop heeft [slachtoffer 1] naar het oordeel van de rechtbank ook recht op een vergoeding van de hierdoor ontstane schade.

De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en de ernst van het letsel,de aard en de ernst van de normschending, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en gelet op wat er in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen om een bedrag van € 5.000,00 toe te wijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, omdat onduidelijk is of het meer gevorderde causaal verband heeft met de bewezenverklaarde feiten of samenhangt met de niet strafrechtelijk bewezen feiten. Het alsnog aantonen van het causaal verband behoeft nadere onderbouwing, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding is.

- [slachtoffer 2] (parketnummer 02.000020.25)

Wat betreft de gevorderde immateriële schade, overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat slachtoffers van dit soort strafbare feiten immateriële schade lijden. Op grond van artikel 6:106, aanhef, onder a, BW, heeft [slachtoffer 2] recht op een vergoeding van immateriële schade. Dat verdachte het doel had om [slachtoffer 2] zodanig nadeel toe te brengen ligt besloten in de bewezenverklaarde belaging, waarmee bewezen is dat verdachte het oogmerk had [slachtoffer 2] angst aan te jagen. Vanwege het gedrag van verdachte heeft [slachtoffer 2] een tijd moeten onderduiken. Uit de toelichting op de vordering blijkt onder meer ook dat [slachtoffer 2] nog steeds bang is voor verdachte en dat zij EMDR-therapie moet ondergaan.

De rechtbank acht het billijk, gelet op de aard en de ernst van de normschending, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en gelet op wat er in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen om een bedrag van € 3.000,00 toe te wijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met de navolgende dagen gijzeling:

- [slachtoffer 1] (08.093864.25) 50 dagen;

- [slachtoffer 2] (02.00020.25) 30 dagen.

Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

9. De vordering tenuitvoerlegging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering af te wijzen omdat die niet in verhouding staat tot de strafeis.

Het standpunt van de verdediging

Mr. De Graaf heeft om afwijzing van de vordering verzocht.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, nota bene jegens hetzelfde slachtoffer ([slachtoffer 2]).

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b, 36c, 38a, 57.

11. De beslissing

Algemene voorwaarden
Bijzondere voorwaarden

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08.093864.25 onder 1, 2, 3, en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met onder parketnummer 08.093864.25 onder 5 en 6 en het in de zaak met parketnummer 02.000020.25 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

feit 5: het misdrijf: een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben;

feit 6: het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

feit 1: het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met zware mishandeling

en

bedreiging met brandstichting;

feit 2: het misdrijf: belaging;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden dat verdachte;

- zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat zonder toestemming van de reclassering;

- medewerking verleent aan het verstrekken van een actuele foto aan de reclassering ten behoeve van eventuele opsporing;

- als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, opgenomen kan worden voor een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens zeven weken tot maximaal veertien weken per jaar;

- medewerking verleent aan reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere, maar niet uitsluitend in dat verdachte:

- medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of het ter inzage aanbieden van een geldig identiteitsbewijs (als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht) ten behoeve van het vaststellen van de identiteit;

- zich meldt op afspraken bij de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig acht;

- zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te bewegen tot het naleven van de voorwaarden;

- medewerking verleent aan huisbezoeken;

- inzicht geeft aan de reclassering over de voortgang van begeleiding of behandeling door andere instellingen/hulpverleners;

- niet verhuist of van adres verandert zonder toestemming van de reclassering;

- medewerking verleent aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

- zich laat opnemen in FPK Assen (of een soortgelijke instelling), te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie, zolang de reclassering dat nodig acht. Verdachte volgt de aanwijzingen van de behandelaars conform de op te stellen (delictpreventieve) behandelovereenkomst en het nader te formuleren behandelplan op. Dit behandelplan zal op geëigende momenten bijgesteld en nader gespecificeerd worden;

- zich houdt aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling aan hem geeft in het kader van de behandeling, ook als dit inhoudt het innemen van medicatie die nodig is voor de behandeling;

- meewerkt aan de indicatiestelling en plaatsing indien tijdens de behandeling een overgang naar een FPA, FBW, ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst is, te beoordelen door de reclassering. Verdachte zal zich committeren aan het nazorgtraject waaraan te zijner tijd invulling gegeven zal gaan worden, ook als dit inhoudt het innemen van medicatie. Dit omvat ook het bepalen van een woonplek na overleg en toestemming van de reclassering. Contact en afstemming met de wijkagent zal in de (nieuwe) woonomgeving tot stand gebracht worden;

- verdachte zich onthoudt van alcohol- en drugsgebruik. Hij werkt mee aan controles zo vaak en zo lang als de reclassering dat nodig acht;

- inzicht geeft in zijn sociaal netwerk en medewerking verleent aan het betrekken van zijn naasten bij de behandeling. Indien er sprake is van een relatie verleent hij, indien geïndiceerd, medewerking aan relatie- en/of systeemgesprekken;

- de reclassering zicht verschaft in zijn financiën en eventuele schulden, zolang de reclassering dat nodig acht. Verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan bewindvoering;

- verplicht wordt zich in te zetten voor stabiliteit op het gebied van dagbesteding (school, werk, re-integratie), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2007 en met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2001;

- zich niet bevindt binnen een straal van één kilometer rond de woning van [slachtoffer 1] ([adres 1] in [plaats 1]) en rond de woning van [slachtoffer 2] ([adres 2] [plaats 3]);

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;

schadevergoeding

[slachtoffer 1] (parketnummer 08.093864.25, feiten 5 en 6)

- wijst de vordering van de benadeelde partij: [slachtoffer 1] (feiten 5 en 6) toe tot een bedrag van € 5.000,00, bestaande uit immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 5.000,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.000,00, (zegge: vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 50 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

[slachtoffer 2] (parketnummer 02.000020.25)

- wijst de vordering van de benadeelde partij: [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 3.000,00, bestaande uit immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.000,00, (zegge: drieduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp, te weten de op de beslaglijst genoemde Iphone onder nummer G2810857;

schorsing van de voorlopige hechtenis

- beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het moment waarop de terbeschikkinggestelde zich heeft laten opnemen in een zorginstelling, dan wel in een instelling ter overbrugging, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Aan de schorsing worden de voorwaarden verbonden zoals deze zijn vermeld bij de voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer

- beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 september 2024 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Heijink, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

In de zaak met parketnummer 08.093864.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ONRBC24276/Feniks van 7 augustus 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van feit 5

1. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 2], namens [slachtoffer 1], van 20 december 2024, zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 51-53 en 57):

Ik ben de persoonlijk begeleider van [slachtoffer 1] vanuit Ambiq.

Op 16 november hebben mijn collega's van [verdachte] een filmpje gekregen waarop te zien is dat [slachtoffer 1] zichzelf masturbeert bij ons op het toilet.

V: Sinds wanneer woont hij hier?

A: 9 oktober 2024.

2. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 1], van 3 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 142 en 143):

Bij de aangifte werd een multimediabestand (video) toegevoegd aan het proces-verbaal, waarop te zien is dat slachtoffer [slachtoffer 1] zichzelf aan het aftrekken is.

Ik heb ViD-20241116-WA0001[1]_1.MP4 bekeken. Ik zag dat de duur van de video 13 seconden betrof. Ik zag op de video een telefoon die op een tafel lag. Degene die de video maakte, was met een andere telefoon deze betreffende telefoon aan het filmen. Ik zag op de telefoon die op tafel lag dat diegene aan het videobellen was met het slachtoffer [slachtoffer 1]. Ik zag dat het gezicht van het slachtoffer 3 seconden in beeld was en dat vervolgens het camerabeeld naar beneden bewoog. Ik zag dat het slachtoffer vanuit zijn gezicht richting zijn buik filmde en vervolgens richting zijn geslachtsdeel bewoog met de camera. Ik zag en dat zijn benen en geslachtsdeel ontbloot waren. Ik zag dat de camera bewoog richting het geslachtsdeel van het slachtoffer. Ik zag dat het slachtoffer zichzelf masturbeerde met zijn rechterhand. Ik zag dat hij heen en weer bewoog met zijn rechterhand over zijn geslachtsdeel en aftrekkende bewegingen maakte. Ik zag dat dit een aantal seconden doorging. Ik zag dat het slachtoffer zich in een ruimte bevond met witte tegels en dat het slachtoffer in een zittende houding zat. Ik zag dat rechts van het slachtoffer een wc-rol hing. Ik zag dat degene die de video maakte, dichterbij de telefoon waarop gebeld werd met slachtoffer begon te filmen. Ik zag in het telefoonscherm: “[slachtoffer 1]” staan en ik zag dat er al 2 minuten en 46 seconden gebeld werd. Op een gegeven moment is in het beeld van de telefoon te zien dat degene die aan het filmen is, in beeld komt van het videobellen met zijn/haar telefoon. Hierop is direct te zien dat het slachtoffer zijn eigen telefoon naar boven beweegt en zichzelf direct uit beeld brengt.

Vervolgens zag ik dat er opgehangen werd. Ik zag dat er een WhatsApp gesprek met “[slachtoffer 1]” zichtbaar was op de telefoon die op de tafel lag. Ik zag hierop het volgende gesprek:

[verdachte]: “want hun moeten hier iets aan doen als groep”.

“wollah ik ga je pa zo die dingen sturen op dm”.

[slachtoffer 1]: “nee”

[verdachte]: “ja”

*twee lachende poppetjes*

Spraakoproep (geen antwoord)

“ik bel je groep zo”

[slachtoffer 1]: “nee”

Gemiste spraakoproep

[verdachte]: Video-oproep

3. Het proces-verbaal samenvatting studioverhoor van [slachtoffer 1] van 10 januari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 180, 181, 186-188 en 191):

Hij heeft mij heel vaak afgeperst. Ik moest ook van hem foto's en filmpjes maken zonder kleren en als ik dat dan niet deed en als ik hem dat zeg dan sloeg hij mij.

V: Jij vertelde ook dat je van [verdachte] foto's en filmpjes moest maken zonder kleren. Is dat 1 keer of vaker gebeurd?

A: Vaker, 4 a 5 keer. Dat komt omdat ik me niet aan m'n afspraken hield qua geld geven. Hij wou zo graag dat ik geld gaf. Als ik afspraken niet nakwam of op de blok gooide dan zou hij dat dan online gooien. Dat is ook 1 van de redenen dat ik nooit contact met hem durfde te verbreken. Dan kwam dat online. Daar was ik zo bang voor.

Hij zei: beter doe je dit en dit anders gooi ik het online.

V: Ik wil even terug naar de laatste keer dat hij jou mishandelde. Met de pinpas. Vertel me daar eens alles over?

A: Dat ging gewoon zoals altijd. Toen was ik aan het fietsen. Toen fietste hij mij voorbij. Ik was gestopt met fietsen en wou papa bellen en in één keer stond hij voor mijn neus en pakte hij de telefoon uit m'n handen. Daarna sloeg hij mij en begon hij te schelden. Hij had mijn telefoon nog. Ik stap op de fiets en fiets keihard naar de stad.

V: Hij pakte jouw telefoon en toen sloeg hij jou? Waarmee?

A: Dat weet ik niet. Kan een vuist zijn, ik weet het niet.

V: Waar sloeg hij jou?

A: Hier (noot verbalisant: hij wijst naar zijn oog). Ik probeerde weg te rennen want ik dacht ik ben hier klaar mee. Ik dacht ik fiets wel naar de stad toe, ik dacht als je die telefoon hebt wordt er lekker gelukkig mee. En met de pinpas. Het interesseert me niks.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van verdachte:

Het filmpje waarop te zien is dat [slachtoffer 1] zichzelf masturbeert is opgenomen door [naam 3] . Hij was verbaasd. Ik kreeg het filmpje van [naam 3] en ik heb het naar Ambiq gestuurd.

Wat betreft de diefstal met geweld kan ik verklaren dat ik geld heb gepind met de pinpas van [slachtoffer 1]. De pinpas zat achter de telefoon. [slachtoffer 1] heeft de telefoon aan mij gegeven en is toen weggefietst.

Ten aanzien van feit 6

In aanvulling op de bewijsmiddelen/ het bewijsmiddel zoals hiervoor genoemd onder nummers 3 en 4.

1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 1 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 19-21):

Op 1 december 2024 stapte ik op mijn fiets. Ter hoogte van het bowlingcentrum '[bedrijf]' gelegen op het [adres 3] te [plaats 1] kwam ik mijn broer [verdachte] tegen. Omdat ik erg bang ben voor mijn broer wilde ik meteen mijn vader bellen. Ik pakte direct mijn telefoon. Ik zag dat [verdachte] mijn telefoon van mij afpakte. Op dit moment stond [verdachte] voor mij. Ik voelde ineens direct een harde klap op mijn linkeroog. Vanaf dit moment kan ik mij niet veel herinneren. Ik weet alleen dat ik enkele minuten later voelde dat mijn oog erg veel pijn deed op de plek waar ik geslagen ben. Het kan niet anders dan dat [verdachte] mij die klap heeft gegeven. Ik ben op mijn fiets gestapt en zo snel mogelijk weggefietst. [verdachte] was nog in het bezit van mijn telefoon. Achter het hoesje van mijn telefoon zat mijn pinpas. Ik kan op mijn bankrekening zien, via de telefoon van mijn vader dat er op zondag 1 december 2024 om 20:23 uur 10 euro is opgenomen bij de Geldmaat gelegen aan de oude markt te [plaats 1].

Ik heb ook letsel opgelopen aan mijn linkeroog. Ik heb een schram naast mijn oog en een rode bloeduitstorting op mijn oogwit. Ik ben ook erg duizelig.

2. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5 Sv, het fotoblad met proces-verbaalnummer 2024564588, voor zover inhoudende (pagina’s 26 en 27):

[Afbeelding]

[Afbeelding]

3. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 2], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 42 en 45-47):

2024564588, 01-12-2024:

[slachtoffer 1] komt volledig in paniek aan het bureau. Hij vertelt dat hij beroofd is door zijn broer [verdachte]. Hij heeft een klap op zijn gezicht gekregen, heeft zichtbaar letsel. Zijn broer heeft zijn pinpas en telefoon afgepakt. Er is een aangifte opgenomen en deze is in onderzoek genomen.

In de zaak met parketnummer 02.000020.25

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Zeeland-West-Brabant met nummer PL2000-2024327528 van 30 januari 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

1. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 12 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 12-15):

Op 19 september 2024 ben ik onverwachts op huisbezoek gegaan bij [slachtoffer 2] .

Tijdens dit gesprek viel het mij op dat [slachtoffer 2] steeds op haar telefoon keek. Ik vroeg haar of [verdachte], middels de telefoon, contact met haar zocht. [slachtoffer 2] bevestigde dit en toonde mij haar telefoon. Terwijl ik haar telefoon in mijn hand had zag ik dat [slachtoffer 2] steeds gebeld werd door een persoon welke onder de naam "[alias]” in haar telefoon stond. [slachtoffer 2] vertelde dat [verdachte] onder de naam "[alias]” in haar telefoon vermeld stond. Zij had zijn naam in haar telefoon aangepast op advies van [verdachte]. [slachtoffer 2] vertelde mij dat zij ook diverse WhatsApp berichten van [verdachte] had gekregen maar deze berichten niet opende omdat hij dan kon zien, middels de blauwe vinkjes, dat zij deze berichten gelezen had. Ik veegde daarom met mijn vinger over het scherm van de telefoon waardoor de berichten wel zichtbaar werden. Ik zag toen dat [verdachte], die dag, ook middels WhatsApp en Snapchat, contact met [slachtoffer 2] had gezocht. [slachtoffer 2] vertelde mij dat [verdachte] nog dagelijks contact met haar zocht. Ik vroeg [slachtoffer 2] naar het telefoonnummer van [verdachte] waarop [slachtoffer 2] mij het volgende nummer gaf: [telefoonnummer 1].

Vervolgens hebben wij het gesprek met [slachtoffer 2] afgerond en zijn wij vertrokken. Ik heb vervolgens naar het bovengenoemde telefoonnummer gebeld. Aan de andere kant van de telefoon was een mannenstem te horen. Ik vroeg of hij [verdachte] was, waarop de man dit bevestigde. Ik herkende ook de stem van [verdachte]. Vervolgens bevestigde [verdachte] dat hij, ondanks het verbod, met [slachtoffer 2] contact had gezocht. Hierop zei ik: "Dan weet je toch dat je in overtreding bent en ik zal dit kenbaar moeten maken bij het OM." Hierop hoorde ik [verdachte] zeggen dat dat hem niet zoveel "boeide" en dat ik maar moest doen wat ik moest doen.

Op 16 oktober 2024 hebben wij een ketenpartneroverleg gehad waarbij [slachtoffer 2]

ook aanwezig was. In dit overleg vertelde [slachtoffer 2] dat [verdachte] nog dagelijks contact met

haar zocht.

Afgelopen donderdag, 07-10-2024 [de rechtbank begrijpt: 7 november 2024], heb ik [slachtoffer 2] gebeld en wederom vertelde [slachtoffer 2] mij dat [verdachte] nog steeds met haar contact zoekt.

2. Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer opgemaakt door [slachtoffer 2] van 20 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven (pagina’s 16-19):

In juni 2024 heb ik aangifte gedaan ter zake mishandeling door [verdachte] . Ik heb niet echt een relatie met [verdachte] gehad maar ik had een goed contact met [verdachte] sinds mei 2024. Naar aanleiding van deze aangifte heeft [verdachte] een contact en locatie verbod voor mij gekregen middels een gedragsregeling. In september 2024 is

dit omgezet naar een voorwaardelijke veroordeling. Echter [verdachte] blijft contact met mij zoeken.

Daar [verdachte] contact met mij blijft zoeken ben ik mijn huis uit gevlucht sinds 14 september 2024. Sindsdien woon ik bij mijn tante. [verdachte] zoekt contact met mij via Snapchat, Tiktok, Instagram, Facebook, email, SMS berichten, WhatsApp en bellen. Hij probeert mij steeds via andere telefoonnummers mij te contacten. [verdachte] wisselt ook steeds van telefoonnummers. [verdachte] heeft de volgende telefoonnummers gebruikt:

[telefoonnummer 1], [telefoonnummer 2], [telefoonnummer 3], [telefoonnummer 4].

Sinds mijn aangifte in juni 2024 probeert [verdachte] mij dagelijks te contacten. Ik was bang voor hem omdat hij dreigde dat wanneer ik met anderen over hem zou contacten hij mij iets aan zou doen. Met anderen bedoelde hij; familie, politie, hulpverlening, eigenlijk dus iedereen

Na zijn aanhouding, op 25 juli 2024, is [verdachte] contact met mij blijven opnemen. Ook dit vond ik dubbel. Ik zat in een tweestrijd, ik hield van hem maar het was niet goed hoe hij met mij omging. Ik krijg lieve berichten, dreigende berichten, berichten waarin ik overal van beschuldigd wordt van [verdachte]. Deze berichten krijg ik dus bijna dagelijks van [verdachte] ondanks dat hij een contact verbod heeft. Deze berichten heb ik ontvangen van telefoonnummer [telefoonnummer 5]. Dit nummer staat onder mijn telefoon ook opgeslagen onder de naam [verdachte].

Dit is voor mij het laatste nummer wat ik van [verdachte] heb gekregen. [verdachte] heeft dit nummer sinds 30 sept/01 okt 2024:

- Ben je vannacht en gister weer lekker geneukt hoertje.

- Als ik jou te pakken krijg ben je de kk lui.

- Ik breek jou je kk botten stuk.

Voor stuk in kk lichaam.

- Vieze hoer dat je bent.

- Enige wat je doet is mensen kapot maken.

- Jij gaat zien wat gaat gebeuren als ik naar daar kom.

- Op alles.

- Ik blaas die kk graven op

- Boeit me niet

- Van mij part steek ik die lijkjes in de fik

- Net zoals de hele osso

- Je wil graag blijven testen

- Je wil graag kijken hoever je kan gaan iemand kapot te maken toch.

- Je wil vreemdgaan en er vervolgens niet eens eerlijk over zijn

- Kankerhoer

- Beter voor jou

- Reageer je een keer

- Want ik meen het

- Dit gaat echt verkeerd aflopen voor jou

- Hoe langer je doorgaat hoe erger je het maakt

- Geef antwoord [slachtoffer 2]

- Ben jij vreemd gegaan Ja of Nee??

- Zolang je het kanter negeert geef je me alleen maar het idee dat het klopt en dat ik anderen dus wel moet geloven.

- Als ik er achter kom dat jij vreemd gaat via die ander snap ik zweer ik maak jou kapot.

- En je kan beter eerlijk zijn.

- Ben jij vreemd gegaan Ja of Nee???

- Jij bezorgt mij kk hart problemen

3. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 22 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 24-27):

[verdachte] zocht contact met mij via Snapchat, Tiktok, Instagram, Facebook, email, SMS berichten, WhatsApp en bellen. Ik heb mijn accountants toen verwijderd maar op advies vanuit Veilig Thuis heb ik hem op WhatsApp en SMS [verdachte] niet geblokkeerd.

Echter [verdachte] blijft mijn berichten sturen via WhatsApp en SMS op mijn telefoonnummer [telefoonnummer 6]. Berichten waarin hij mij en mijn familie bedreigd en belaagd. [verdachte] stuurt deze berichten van zijn telefoonnummer: [telefoonnummer 5]. De volgende teksten heb ik, vanaf 8 december 2024 tot heden van [verdachte] ontvangen:

“Je moet ophouden met liegen

Want ik steek die kk huis gewoon in de brand

Boeit me niet wie allemaal binnen is

Zelfde geldt voor die kk osso van je ma

Ik heb er nu al rekening mee gehouden dat ik binnenkort toch vast ga zitten voor

onbepaalde tijd.

En hoelang dat gaat zijn boeit me niet.

Al is het 5 jaar.

Kankerhoer dat je bent

Ik steek je nichtje je neefjes of je broertje als je denkt dat je kan doorgaan.

En de rest steek ik in de kk brand.

Opkankeren met jou familie als jij denkt je kan me zo voor de gek houden.

Geloof me

Voor dat ik vast kom te zitten

Heb ik jou gepakt

En ik klap jou de kanker in zoals je nog nooit geklapt bent.

Jij kan me beter gaan deblokkeren.

En je kan beter met de waarheid gaan komen.

Want dit gaat voor niemand goed eindigen.

Geloof me

Voor dat ik vast kom te zitten.

Heb ik jou gepakt

Want je moet niet denken ik ga accepteren dat je me zo voor de gek kan houden.

Ik zweer

Als ik jou bij jou thuis of bij je tante of bij je ma of ergens anders vind ik steek

je de kk in.

En je gaat klappen wel van me krijgen deze keer.

Ik zou maar nadenken als ik jou was.

Want ik maak jou helemaal kapot.

Als ik jou in me hand krijg

Ik ga jou echt pijn doen.

Op alles.

Ik breek jou in kk stukjes

Ik steek oprecht die osso of hun persoonlijk in de kk brand.

Jou familie gaat ook klappen krijgen.

Want oprecht ik steek jullie kk huis in de brand met jullie allemaal erbij in.

Ik breek jou in kk stukjes."

In december 2024 heeft [verdachte] ook diverse keren mijn voicemail ingesproken. In deze voicemail berichten herken ik de stem van [verdachte]. Deze berichten komen ook vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 5]. In deze voicemail berichten zegt [verdachte] onder andere: "Ik ga je zoeken, Als ik je niet tegen kom dan steek ik je huis in brand, ik steek je neefjes en nichtjes, moeder, tante. Ik kom komende week naar [plaats 4] en dan ga ik iedereen opzoeken. Het nieuwe jaar zal geen leuk nieuw jaar worden."

Ik voel me door deze berichten ontzettend bedreigd. Ik heb angst en deze angst levert mij ook veel pijn en stress op. Op mijn vorige onderduikadres bij mijn tante in [plaats 4] durfde ik ook niet naar buiten. Wanneer ik daar toch, noodgedwongen, naar buiten moest keek ik steeds achterom. Ik durf, door deze bedreigingen, echt niet naar mijn eigen woning in [plaats 3] te gaan. Dat is echt een No Go voor mij.

4. Het proces-verbaal ontvangst klacht opgemaakt door [verbalisant 3] van 31 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 22 en 23):

De klaagster, [slachtoffer 2] verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan en verklaarde nog steeds achter de aangifte te staan en vervolging te wensen.

5. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 4] van 23 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 46-53):

Ik bekeek de screenshots die door de aangever geleverd waren. Ik beschrijf eerst alle media die [slachtoffer 2] als bijlage geleverd heeft bij de registratie 2024286399 [de rechtbank begrijpt: bij het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] van 20 november 2024].

Ik zie donderdag 19 september staan. Ik zie dat er een contact, genaamd ‘[alias]’ met een hartje, berichten stuurde op WhatsApp. Ik zie dat er daarnaast 53 gemiste telefoonoproepen van '[alias]’ staan en dat er op Snapchat een gemiste oproep van ’[alias]’ staat.

Ik zie berichten van WhatsApp. Ik zie dat de naam '[verdachte]' bovenin staat. Ik lees dat hij stuurt:

''Blijf vooral doorgaan. Kanker triest jij. En jij houdt zogenaamd zoveel van iemand. En dit is hoe je diegene behandeld. Kk wijf. Ik ben een deze dagen weer die kant hoop voor jou dat je gaat nadenken met wat je doet want ik maak jou kapot als je te ver gaat. Je bent al te ver gegaan. Jij bent kk ziek in je hoofd dat je mij zo blijft behandelen. Wetende hoe ik erop reageer. Kanker bitch.''

Ik zie berichten op Facebook Messenger. Ik zie dat de naam van de persoon die berichten stuurt '[verdachte] Idk' is. Ik lees dat hij stuurt: ''Woont [slachtoffer 2] nog bij jullie of klopt het dat zij is opgenomen? Want als zij is opgenomen lijkt het me stug dat er nog iemand actief is op haar sociale media of is zij gewoon weer naar huis? En als zij het wel was is ze gewoon een vies kk wijf. Dus hoop dat jullie eerlijk kunnen zijn want tis kk triest wat zij doet momenteel. Ik zweer ik ga enkeltje bajes pakken als ik erachter kom dat zij over alles heb lopen liegen inclusief liegen over het opgenomen zijn want dan ze houd me kk vies voor de gek. En ik ga die dingen niet accepteren. Ik ga niet zo met mij om laten gaan en dan vind ze gek hoe ik reageer. Ze speelt met me kk gevoelens alsof het niks is zij speelt met mij alsof het haar plezier breng ze houd me voor de gek, ze doet shirt achter me rug om en gaat

fucking vreemd en dan nog moet ik alles maar accepteren? Als zij niet wil deze dingen

gaan uit de hand lopen kan er beter gereageerd worden op mij en me de waarheid

vertelt worden. Als ik de waarheid niet te horen krijg kom ik er zelf wel achter voor

het nieuwe jaar nog. En of het daarna enkeltje bajes wordt so be in. It”

Ik zie berichten op Snapchat. Ik zie dat de naam '[accountnaam 1]' is. Ik lees dat hij stuurt:

''Ben je vreemd gegaan ja of nee. Waar is deze kk snap. lk heb straks nieuwe snap want ga andere tellie halen. Die locatie app gaat da uit. Want dan ik app je met nieuwe nummer

voeg je snap en stuur je die ding van locatie.”

Ik zie dat hij een Snapchat profiel met de naam '[verdachte]' en accountnaam '[accountnaam 1]' stuurt.

Ik zie berichten op Snapchat. Ik zie dat de naam '[accountnaam 1]' is.

''Kkr kehb. Jij gaat zien wat gaat gebeuren. Vieze hoer. Breek jou je benen handen en armen. Niks ga je nog met anderen kunnen praten of ergens heen bewegen. Wollah laat me je niet tegen komen. Je had geluk dat ik je eergisteren niet heb gezien anders was je de kanker lul. Verstop je maar lekker binnen. Ga nog vaker langs komen.”

Ik zie dat hij om 20.38 uur een foto stuurt die ongeopend is gebleven. Ik lees dat hij stuurt: ''Vieze kehb. Ga die kk hond waar jij aandacht zoekt in setup gooien. Wollah de kk in geslagen word die. Of ik laat hem door z'n kk knie schieten of steken door een junkie die doen toch alles voor drugs.”

Ik zie een schermopname van Snapchat. Ik zie dat de naam '[accountnaam 1]' is.

Ik zie dat de berichten allemaal vanuit [verdachte] werden gestuurd. Ik zie dat alle foto's en video's ongeopend zijn gebleven.

Zondag:

uur: ''Babyyyyy''

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt foto

Maandag

uur: Stuurt video

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt video

uur: Stuurt video

uur: Stuurt foto

Dinsdag

uur: Stuurt video

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt twee video's

Gisteren

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt foto

Vandaag

uur: ''Blijf vooral negeren. Kanker hoer. Ik meen het. Ik zet die hele kk osso in de brand. Iedereen erbij. Boeit me niet meer. Jij gaat zien wat met jou kk leven gaat gebeuren. Je kan beter eerlijk gaan zijn. Anders ik trek je echt met je kk bek over de straat en steek die kk huis echt in brand. Boeit me echt niet.

[accountnaam 1] Stuurt foto in de chat zelf. Ik zie een aantal voorwerpen liggen. Ik zie dat er een voorwerp ligt dat eruit ziet als een vuurwapen. Ik zie dat hij een emoticon van een poppetje met een bril in de foto erbij zette. Ik zie dat hij daarna in de

chat ''Oeps'' stuurde.

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt foto

uur: Stuurt video

Ik beschrijf nu alle media die [slachtoffer 2] als bijlage geleverd heeft bij de

registratie 2024327078 [de rechtbank begrijpt: het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 22 december 2024] :

Ik zie meerdere screenshots die gemaakt zijn vanaf een smartphone. Ik zie dat er berichten op WhatsApp en Instagram zijn gestuurd

Ik zie dat er op Instagram privéberichten zijn gestuurd vanaf het account

' [accountnaam 1]_' Deze berichten zijn niet naar de aangever gestuurd, maar naar iemand

anders. Ik zie geen datum en tijd. Ik schrijf bij de berichten van [verdachte] een '[verdachte]' en

bij de andere persoon een 'X'.

[verdachte]: Stuurt screenshot van een Instagram profiel stuurt en zegt: ''Die [slachtoffer 2]'

X: Oooooo ik weet t al. Nee heb al ff niks van haar gehoord wadan. Alleen snaps soms

van haar

[verdachte]: Wanneer heb je laatste keer snap gekregen dan?

X: Vgm ben ik jou geen antwoorden verschuldigt. Ik wil dat je mij met rust laat nu!

[verdachte]: Ga z'n bek hebben ga je er [naam 7] van krijgen. Ik vroeg je normaal wanneer laatste

keer was ze heeft je gesnapt. En jij wil je opstellen als een kk kind

Ik zie berichten van WhatsApp. Ik zie dat de naam '[verdachte]' bovenin staat. Ik lees dat hij stuurt: ''Nog een persoon die komt op het lijstje met mensen die er achter gaan komen. Idc ik kom vast te zitten. Zit me tijd uit en kom weer buiten. Jij moet niet denken jij kunt mij op z'n zieke manier bespelen en voor de gek houden. Want dan er gaan vervelende dingen gebeuren.”

Ik zie berichten van WhatsApp van iemand met de naam [verdachte]. Ik zie dat er een gemiste spraakoproep is. Ik lees dat hij zegt: ''Zou maar gewoon reageren. Want je hebt echt een probleem als je door blijft gaan. Je moet ophouden met liegen. Want ik steek die kk huis gewoon in de brand. Boeit me niet wie allemaal binnen is. Zelfde geldt voor die kk osso van je ma. Heb gister al bij reclassering gezegd. Ze vroeg wat ga je dan doen. Ik heb haar gezegd hou rekening met een enkeltje bajes. Ik zweer. Als ik jou bij jou thuis of bij je tante of bij je ma of ergens anders vind steek je de kk in. En je gaat omin klappen wel van me krijgen deze keer. Ik zou maar nadenken als ik jou was. Want ik maak jou helemaal kapot.”

Ik zie dat er een gemiste spraakoproep is. Ik lees dat hij zegt:

“Ik steek hem 20.000x waar je bij staat. En ik klap jou de kanker in zoals je nog nooit geklapt bent. Jij wou hulp zoeken ik ga zorgen geen enkele kk hulp gaat jou nog helpen.”

Ik zie dat er een gemiste spraakoproep is. Ik zie dat hij een screenshot stuurt van een

gesprek op Facebook Messenger. Ik zie dat hij een bericht stuurt naar een account met

de naam [slachtoffer 2] [naam 5].

Ik lees dat hij weer op WhatsApp stuurt: “Kanker hoer. Ik heb er nu al rekening mee gehouden dat ik binnenkort toch vast ga zitten voor onbepaalde tijd. En hoelang dat gaat zijn boeit me niet. Al is het 5 jaar. So be it. Maar zorg wel dat die kk tijd terecht gaat zijn. Ik zou maar reageren als ik jou was. Kanker hoer dat je bent. Kk dom ben je.”

Ik zie dat er een gemiste spraakoproep is. Ik lees dat hij stuurt: “Want dit gaat voor niemand goed eindigen. Geloof me. Voor dat ik vast kom te zitten. Heb ik jou gepakt. Ik

ga jou familie dood maken als jij mij voor de gek houd.”

Ik zie berichten van WhatsApp. Ik zie dat de naam '[verdachte]' bovenin staat. Ik lees dat hij zegt: '’Zo ben jij. Kanker hoer.”

Ik zie dat er een gemiste spraakoproep is. Ik zie dat hij zegt:

“Neem je kk tellie op vieze kk slet. Wel heel toevallig. Elke keer waar ik over zeur word ik op geblokt. Je bent kanker nep. Als jou familie hier achter zit doe ik hun wat aan bij deze. Dan gaat het een leuke jaarswisseling worden. Achterlijke kanker kneus. Reageer dan. Je wil me ook overal blokkeren toch. Kanker Facebook, threads nu Tiktok. Vieze hoer. Ik meen het. Als ik jou in me handen krijg. Ik ga jou echt pijn doen. Op alles. Ik breek jou in kk stukjes. Jij wil ook met mij gevoelens spelen toch. (Emoticon van poppetje die beide handen vragen omhoog doet) Neem je telefoon op hoerenkind. Ik steek oprecht die osso of hun persoonlijk in de kk brand. Als jij namelijk zogenaamd opgenomen bent. Is het jou familie die hier achter zit. En dat ze mij blokkeren alleen omdat ik jou berichten stuur omdat ik dat met je wil delen alsnog is niet echt het slimste om te doen. Ik zeg je eerlijk. Jou oom en tante gaan spijt krijgen als ze hier achter zitten. Ik pak hun en hun kinderen daarvoor. Boeit me geen kanker wat met mij gebeurt. Hun willen spelletjes spelen of jij ik steek die kk zooi in de brand.

Ik zie dat hij 25 minuten later stuurt: “Kanker hoer. Reageer dan. Oprecht jou oom en tante hebben een kk probleem. Als hun zo kk volwassen waren geweest dan hadden ze jou telefoon aan de kant laten liggen ipv op jou sociale media shit uit spoken. Hun kinderen ga ik er nu ook in mengen nu want ze moeten niet denken dat ze grappig kunnen doen met deze bullshit. Jij denkt je kan grappen maken toch. Jij wil spelletjes spelen. Je wil mij voor de gek houden. En je gaat dit ook weer bij je volgende slachtoffer doen. Maar die volgende slachtoffer gaat niet komen. Ik ga jou van kant maken als je denkt je kan doorgaan naar een volgende. Ik trek jou persoonlijk uit het leven als jij denkt je kan mij zo behandelen niets eerlijk zijn maar wel door naar de volgende. (Vier huilende lachpoppetjes emoticons) Op alles ik trek jou hoogst persoonlijk het kk leven uit. Beter voor jou of je kanker familie halen ze mij van blok want als jij opgenomen bent wie zijn hun om mij te blokken hun hebben daar geen kanker recht toe. Als hun denken ze kunnen zich recht tot dingen opeisen. Dan ik heb ook het recht hun wat aan te doen als ik daar zin in heb. Niet mijn probleem als ik 5 jaar moet gaan zitten. (Emoticon van huilend lachpoppetje en poppetje met beide handen vragend in de lucht).”

Ik zie Instagram privéberichten van het account '[accountnaam 1]_'.

Ik zie dat hij stuurt:

''Kanker hoerenkind. Jou familie gaat ook klappen krijgen. Wollah. Zeg maar jou oom en tante als zij dit doen en jij bent echt opgenomen hun gaan vroeg of laat probleem hebben. Of jij dat nou wil of niet. En als jij diegene bent die dit doet. Dan jullie zijn allemaal vroeg of laat een keer aan de beurt. Je kan niet voor altijd blijven schuilen. Jullie gaan toch niet allemaal verhuizen. Dus pakken lukt sws wel (emoticon met huilend lachpoppetje). Als jou kk hoeren tante deze dingen leest zou maar beter normaal gaan zetten voor jullie kk huis in de brand gezet gaat worden. Jullie zijn allemaal aan de beurt (emoticon van huilend lachpoppetje). Vroeg of laat Mark my words. Kanker hoertjes.

Bij deze als zij zogenaamd is opgenomen zijn jullie kk mogooltjes die tante of oom de persoon die dit doen. En zeg jullie nu alvast jullie kunnen mij beter deblokkeren overal waar jullie mij geblokt hebben. Want oprecht ik steek jullie kk huis in de brand met jullie allemaal erbij in. Zogenaamd opgenomen tuurlijk enige wat dan kan verklaren deze shit gebeurt is jou familie bemoeit zich met shit waar ze zich niet mee moeten bemoeien en daarvoor gaan ze in de problemen komen.”

Ik zie Instagram privéberichten van het account '[accountnaam 2]' met de profielnaam '[accountnaam 2]'. Ik zie dat hij stuurt: ''Als jullie denken jullie kunnen mij overal blokkeren terwijl [slachtoffer 2] zogenaamd is opgenomen hebben jullie vroeg of laat een kanker probleem! Jullie hebben het recht niet mij te blokkeren overal waar jullie maar willen, ik meen het als jullie degene zijn die dat doen kan het beter ongedaan worden gemaakt en alles gezet worden zoals het stond als zij zelf degene is kunnen jullie beter eerlijk zijn want als zij het is ze durft blijkbaar niet eerlijk te zijn maar zal wel iets verstandiger zijn voor er dingen gebeuren waar niemand blij mee gaat zijn of mensen nog meer betrokken worden waar jullie geen behoefte aan hebben! Ik ga niet accepteren er word zo met mij gespeeld en als jullie dat wel willen en blijven doen hebben jullie allemaal stuk voor stuk een kanker probleem vroeg of laat, jullie kunnen mij er wel op aan kijken dat ik zo verkankert

reageer maar kijk eerst eens naar hoe er met iemand z'n gevoel word gespeeld.”

6. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 5] van 27 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 20 en 21):

Op 11 december 2024 kreeg ik van [verdachte] een bericht via Instagram. Hierin vroeg hij of [slachtoffer 2] was opgenomen en of dit waar was, ze zou grote problemen krijgen. Wij moesten zeggen waar ze was, hadden we allemaal een groot problemen. Dit is een beetje de context van het bericht. Ik heb niet op dit bericht gereageerd. Ik heb hem toen ook geblokkeerd.

Op 20 december 2024 kreeg ik weer een bericht binnen via Instagram. Het was van [verdachte], hij had en ander account aangemaakt. We moesten zeggen waar [slachtoffer 2] was anders hadden we een groot probleem. Er zouden anders ook andere mensen betrokken bij raken en dan hadden we een nog groter probleem.

Hij heeft eerder indirect bedreigingen geuit aan ons adres via [slachtoffer 2]. [verdachte] wist ook dat [slachtoffer 2] bij ons verbleef. Ik en mijn gezin leven toch een beetje in angst.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?